Ik heb zitten nadenken over onze plaats in het heelal. Kort gezegd
gaat het erom het voor de mensen om ons heen elke dag wat gemakkelijker
te maken. Als we lang en aandachtig genoeg kijken, beginnen we te begrijpen
en te respecteren waar iedereen die we ontmoeten vandaan komt. En alleen
als we hen begrijpen, kunnen we onszelf beter begrijpen. De mensen met
wie we in aanraking komen maken het ons mogelijk met nieuwe informatie
en frisse blik naar ons innerlijke zelf te kijken. Onder andere hierdoor
kunnen nieuwe vriendschappen en relaties zo opwindend zijn. Als ze een
uitdaging voor ons zijn, ontmoeten we twee nieuwe mensen: hen, en een
andere kant van onszelf. Anderen zijn bezig hun best te doen om rechtvaardig
en meedogend te leven, want we zijn allemaal op ons eigen pad en doen
alles waartoe we in staat zijn en waarbij we ons goed voelen; we kunnen
van niemand verwachten meer te doen dan dat. Als we niet van onze fouten
leren en niet groeien, geraken de vele levens die we leiden, en de lessen
daarin, in een vicieuze cirkel.

In breder verband zouden we, als we nadenken over onze plaats in het
heelal, de bewoners van onze wereld – plant, dier, mineraal, de
aarde zelf – met liefde en begrip moeten behandelen. Alles op
deze aarde heeft een plaats en een doel, en we weten niet alles. Wij
mensen hebben een dominante positie ingenomen als eigenmachtige heerser
over alles en dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee.
Sinds de vroegste oudheid hebben we ons ontwikkeld door onze omgeving
en de andere soorten te onderwerpen, een positie die ons zelfingenomen
en hooghartig heeft gemaakt. Zullen we in staat zijn ons uit die zelfgeschapen
puinhoop te redden? Alleen de tijd zal het uitwijzen.
Op nog ruimere schaal wordt de energie die we opwekken de kosmos ingezonden,
en weer terug; daarbij beïnvloedt ze de planeet, de melkweg en
nog verder. We moeten op een manier leven waarbij we niet alleen proberen
om leringen in te prenten, maar ook om ons niet af te sluiten, zodat
onze innerlijke vitaliteit en energie met iedereen in contact kunnen
komen. Werken aan onszelf is inderdaad moeilijk en noodzakelijk, maar
we kunnen ons niet goed openstellen voor anderen als we te veel in onszelf
zijn verdiept en geabsorbeerd. Onze hogere en lagere kanten moeten met
elkaar praten zodat we ons als een eenheid kunnen ontwikkelen. Anders
wordt ons leven te veel met innerlijke tweestrijd gevuld. En naarmate
we ons hogere wezen ontvouwen, hebben we de morele verplichting degenen
te helpen die met zichzelf worstelen. Niet zozeer om voor hen te zorgen,
maar om hun moed in te spreken en te helpen groeien, zoals anderen ons
hebben geholpen toen wij dat nodig hadden. –
Karen Leonard, Washington