De vrede van Christus vinden in de moslimwereld
Lyn Fleury Lambert

 

In mei 2006 maakte ik deel uit van een groep van twaalf Amerikanen – christenen van allerlei richtingen en een echtpaar ‘dat niet ergens bij was aangesloten’ – die Turkije bezochten op uitnodiging van een groep Turkse moslims die nu in de Verenigde Staten wonen en werken.1 Begeleid door onze gastheer-gidsen reisden we door West-Turkije en bezochten historische en bijbelse plaatsen en, in het belang van het vergroten van wederzijds begrip en waardering, hadden we ontmoetingen met zakenmensen, studenten, docenten, schrijvers, mediamensen, religieuze leiders en Turkse families. Wat een reis! De meeste geleerden zijn het erover eens dat Turkije het grootste openluchtmuseum ter wereld is, en de Turken zijn een volk van warme, gastvrije mensen die hun gasten op ruimhartige wijze onthalen. Met een bevolking die naar men zegt voor 99,1 procent uit moslims bestaat en een seculiere regering die is toegewijd aan het gescheiden houden van religie en staat, is Turkije een ideale plek om begrip tussen religies en tussen culturen te onderzoeken.

Het reisschema gaf onze groep alle reden om een interessante en heel drukke tien dagen tegemoet te zien, te beginnen met een uitgebreid bezoek aan bezienswaardigheden in Istanbul, de enige stad die zowel in Europa als in Azië ligt. Door de eeuwen heen is Istanbul de belangrijkste stad geweest van drie rijken: het Romeinse, het Byzantijnse en het Ottomaanse Rijk. De Ottomaanse sultans ontplooiden een enorme inspanning ten gunste van het behoud van de architectonische juwelen van de stad, en tot op de dag van vandaag staan belangrijke historische en architectonische Romeinse en Byzantijnse monumenten naast de beste voortbrengselen uit de islamitische periode en de moderne gebouwen van het hedendaagse seculiere Turkije.

Onze eerste dag in Istanbul begon met een ontmoeting met Monseigneur Georges Marovitch, de vertegenwoordiger van het Vaticaan in Turkije. De ontvangst die ons en onze moslimgidsen werd bereid was welgemeend warm en het werkelijke respect en de vriendschap voor elkaar waren onmiskenbaar. Dit bezoek herinnerde ons aan woorden die een paar jaar eerder waren uitgesproken door de Minister van Cultuur van Turkije, Istemihan Talay, tijdens een huldebetoon aan wijlen Paus Johannes XXIII die, vóór hij paus werd, in Turkije tien jaar vertegenwoordiger van het Vaticaan was. Er ontwikkelde zich een sterke band tussen hem en het Turkse volk, en die bleef in stand nadat hij paus was geworden. In zijn huldebetoon merkte Talay op: ‘Wat een genoegen is het om elkaar met respect voor elkaars geloof te kunnen ontmoeten, om te proberen een wereld van liefde tot stand te brengen en een voorbeeld te stellen voor de mensheid!’ Tijdens onze ontmoeting voelden we datzelfde vreugdevolle respect, een vreugde die ons gedurende ons hele verblijf in Turkije bleef vergezellen.

Istanbul schonk ons een eindeloze reeks herinneringen om van na te genieten. Eén bepaald voorval trof mij in het bijzonder. Op een middag toen we een prachtig park op een van de zeven heuvels van Istanbul bezochten kwam een groep vrouwen en kinderen, die zagen dat we vreemdelingen waren, naar ons toe; ze gaven ons een warme omhelzing en ze nodigden ons uit om hun dessert met hen te delen. Ook de heerlijke diners en diepzinnige gedachtewisselingen bij Turkse families thuis zijn memorabel, evenals de thee aan het hoofdbureau van de Stichting van Journalisten en Schrijvers. Deze organisatie treedt op als gastheer van een denktank bekend als het Abant Platform dat bestaat uit Turkse academici en andere intellectuelen die elkaar één keer per jaar ontmoeten om de meest ingewikkelde problemen van het land te bespreken. Deze ontmoetingen bieden Turkse denkers van links, van rechts, of van buiten dit spectrum een forum voor een vrije bestudering van ideeën. De dapper geselecteerde onderwerpen en indrukwekkende profielen van de deelnemers zorgen ervoor dat de verklaringen met grote interesse worden ontvangen. Omdat men zich ervan bewust is dat de problemen van mensen tegenwoordig veeleer menselijk-spirituele dimensies betreffen dan louter economische en materiële aspecten, maakt de Stichting van Journalisten en Schrijvers een Intercultureel Dialoogplatform mogelijk waar leiders van verschillende monotheïstische religies bijeenkomen.

Men zegt dat overal in Istanbul waar er maar een grasveldje is je daar Turken zult vinden die zitten te picknicken. Deze hoffelijke Turken deelden hun voedsel met ons. (Foto met dank aan Eerw. Ginny Wagener)

 

Na ons bliksembezoek van drie dagen aan Istanbul vlogen we naar Izmir en begonnen aan een bustocht door Midden-Turkije. Om door oude bijbelse streken te reizen waar veel van de christelijke geschiedenis zich heeft ontrold zou voor iedere christen veel betekenen. Maar om zulke plekken te bezoeken in gezelschap van buitengewoon vriendelijke gastheren, allen vrome moslims met een liefdevol respect voor ons gedeelde christelijke erfgoed, versterkte de intense spirituele dimensie van de ervaring. Stel je voor door de straten van Efeze te wandelen en in het amfitheater te zitten waar Paulus in de eerste eeuw na Christus predikte. Ik dacht aan Paulus’ brief aan de Efeziërs die hij schreef terwijl hij in Rome gevangen zat: ‘Ik smeek jullie een leven te leiden dat past bij de roeping die jullie hebben ontvangen. Wees volkomen bescheiden en zachtaardig; wees geduldig en verdraag elkaar liefdevol. Doe er alles aan om de eenheid van de Geest door de banden van vrede te behouden’; ‘Volg God na als kinderen die dierbaar worden bemind en ga de weg van de liefde . . .’ (Efez. 4:1-3, 5:1, 2). Hoe vol betekenis was het voor ons christenen om te ervaren hoe die oude oproep door onze moslimgastheren hoffelijk in praktijk werd gebracht! Alvorens naar Instanbul terug te keren bezochten we een heleboel andere plaatsen, waaronder Konya, waar zich het Mevlana Museum, de Dansende Derwisjen, en het graf van de gerespecteerde soefimysticus Rumi bevinden.

Een bijzonder interessant aspect van onze ervaring is dat we ons bewust zijn geworden van het bestaan van scholen van hoog niveau die zijn opgericht onder de stimulerende invloed van de toegewijde islamitische leraar M. Fethullah Gülen. Hij is een Turks-islamitisch geleerde, een productief schrijver, dichter, en erevoorzitter van de Stichting van Journalisten en Schrijvers. Hij is een bescheiden man met aanzienlijk spiritueel charisma, en het is altijd zijn specifieke doel geweest om de jongere generatie ertoe aan te zetten alle intellectuele verlichting in harmonie te brengen met wijze spiritualiteit en een meelevend humaan activisme. Hij voorziet een 21ste eeuw waarin we de geboorte zullen meemaken van een spirituele dynamiek die sinds lang sluimerende morele waarden zal doen herleven en een tijdperk van tolerantie, begrip en internationale samenwerking tot stand zal brengen, wat uiteindelijk zal leiden tot een interculturele dialoog en het uitwisselen van waarden.

Zowel academici als het brede Turkse publiek zijn zo geroerd door het onderwijs van Gülen dat ze in Turkije en daarbuiten uiterst succesvolle privéscholen hebben gesticht die zijn gebaseerd op zijn beginselen. De scholen hebben een studentenbestand met een multiculturele achtergrond, en in plaats van te voorzien in een curriculum met een uitgesproken islamitische inhoud streven ze ernaar universele waarden zoals eerlijkheid, hard werken, harmonie en gewetensvolle dienstbaarheid over te dragen. De kracht van hun programma’s in de natuurwetenschappen, informatica, en talen blijkt uit de resultaten van hun studenten op academische olympiades en door het succes van veel academici aan instituten voor hoger onderwijs, vaak in de Verenigde Staten. We waren onder de indruk van zowel de intelligente, enthousiaste jonge mensen die we op de Gülen-scholen in Turkije tegenkwamen als het kaliber van de docenten, de toewijding van de ouders en de ruimhartigheid van de sponsors die de scholen vrijwillig financieel steunen.

In Turkije heb ik een vrede ervaren die helaas erg zeldzaam is, een vrede die mijn gewone begrip zeker te boven gaat. Dat westerse media tegenwoordig zoveel negativiteit in verband brengen met de islam baart me behoorlijk zorgen, want mijn persoonlijke ervaring met moslims en de islam is door de jaren heen alleen maar verheffend geweest. Moslimvrienden vertellen me dat het woord islam in het Arabisch onderwerping en vrede betekent, en dat een moslim iemand is die de oppermacht van God erkent. Ze vertelden me dat een ware moslim ernaar streeft de ethische code in praktijk te brengen die wordt beheerst door liefde en mededogen tegenover al Gods schepselen met de bedoeling om rechtvaardigheid en harmonie tot stand te brengen. Liefde en mededogen, rechtvaardigheid en harmonie – in één woord, vrede.

Vanuit zijn cel in de gevangenis in Rome schreef apostel Paulus aan de Filippenzen: ‘Tenslotte, geliefden, al wat waar is, al wat edel is, al wat rechtvaardig is, al wat zuiver is, al wat liefdevol is, al wat bewonderenswaardig is – als er iets is dat voortreffelijk en prijzenswaardig is, denk dan over zulke dingen na . . . en de God van vrede zal met u zijn’ (Fil. 4:8-9). In mei genoot ik tien dagen lang van zulke voortreffelijke en prijzenswaardige dingen en ik vond vrede – dank zij God en mijn liefdevolle moslimvrienden en weldoeners! Vrede zij met hen! Insha’a-Allah!

 

Noot

  1. Deze onderneming werd financieel volledig ondersteund door zakenmensen in Turkije en vrijwilligers van Global Cultural Connections (wereldomvattende culturele banden) in Zuid Californië en de Acacia Foundation in het gebied rond Seattle in de staat Washington. Deze zusterorganisaties streven een waardig doel na: wereldvrede met vredevolle middelen. Meer over Global Cultural Connections is te vinden op www.pacificainstitute.org.
 
Andere artikelen over islam
 

Uit het tijdschrift Sunrise lente 2007

© 2007 Theosophical University Press Agency