Waar komen we vandaan? De oorsprong van de mensheid is een van de diepzinnigste
vragen waar religie, filosofie en wetenschappelijk onderzoek voor staan.
Zijn we een andere uitdrukking van de onpersoonlijke natuurwetten, die
blind werken en een toevallig resultaat voortbrengen dat mensheid wordt
genoemd? Of was er een bovennatuurlijk wezen dat ons door zijn wil tot
bestaan bracht, perfect gevormd en volkomen zoals we nu zijn? Deze en
veel andere theorieën zijn ontwikkeld om onze aanwezigheid hier
op aarde te verklaren. Het lijkt me redelijk dat wij dezelfde oorsprong
hebben als al het andere. De uiteindelijke bron van het bestaan is niet-bestaan.
We zien dit idee in Genesis, waar het wordt uitgedrukt als
de duisternis die het aangezicht van de diepte bedekt. Ik neem aan dat
dit betekent dat vóór het heelal tot manifestatie kwam,
er niet-manifestatie was. Dat wat het gemanifesteerde bestaan tot gevolg
had, kan niet worden beschreven in woorden of gedachten die we ons ook
maar kunnen voorstellen of kunnen kennen. Een veel gebruikte metafoor
voor deze wortelloze wortel of onkenbare oorzaakloze oorzaak is oneindige
ruimte – symbolisch uitgedrukt als duisternis, die geen enkele
beperking of eigenschap bezit. Maar de ruimte waarnaar wordt verwezen
is niet de driedimensionale ruimte van onze zintuigen. Ze is oneindig
in de zin dat ze niet groot of klein, heet of koud, licht of donker
is. Het vacuüm van de moderne atoomfysica, dat spontaan fysieke
deeltjes kan voortbrengen die ogenschijnlijk uit het niet-zijn verschijnen
om vervolgens ogenblikkelijk weer te verdwijnen, is een veelbetekenende
parallel. Toch kan geen enkele naam of begrip verbonden aan deze niet-bestaande
leegte haar ooit beschrijven, omdat ze niet ‘iets’ is, dat
we ons ook maar kunnen voorstellen.
Wanneer manifestatie begint, beginnen ook de oneindige gradaties van
vorm – tijd, materie, geest, gedachte, handeling, wording, zelfs
‘het zijn’ zelf. De ontelbare eigenschappen en aspecten
van gemanifesteerd bestaan komen voort uit niet-zijn, niet-bestaan.
Alle vormen van gemanifesteerd bestaan zijn nauw verbonden en oorzakelijk
verstrengeld, omdat ze een gemeenschappelijke oorsprong hebben. Elke
individuele vorm heeft een uniek centrum, een atmisch punt dat een draaikolk
van oneindigheid is waarmee het, en daarom ook zijn gemanifesteerde
vorm, met al het andere en met de wortelloze wortel van niet-iets-heid
is verbonden. De gemeenschappelijke basis van uitdrukking van alles
is altijd bewustzijn – niet noodzakelijkerwijs menselijk bewustzijn,
maar ontelbare variaties van bewustzijn, dat zich uitdrukt in alle denkbare
vormen, en ook in talloze andere vormen. Het kan zich manifesteren als
stof en geest, als wil en energie, als mensen en planeten, atomen en
melkwegstelsels, als tijd of zwaartekracht, of al het andere dat is
gemanifesteerd. Alle vormen zijn uitdrukkingen van bewustzijn.
Wat is dan ons spirituele erfdeel? Het is hetzelfde als dat van elk
ander wezen in het heelal. Het is een gemeenschappelijke oorsprong die
geworteld is in dat wat in en voorbij zijn en niet-zijn ligt. Het verbindt
ons volledig met iedereen en alles. We noemen het spiritueel, maar het
is meer dan dat. Het is net zo oneindig en eeuwig als wijzelf.