Een vriendin en ik hadden over het bidden gesproken – de betekenis,
de waarde en ook het misbruik ervan. Later stuurde ze me enige woorden
van Henri J.M. Nouwen uit een boek over vasten-meditaties:
We vragen ons vaak af wat we voor anderen kunnen
doen, vooral voor mensen in grote nood. Het is geen teken van machteloosheid
wanneer we zeggen: ‘We moeten voor elkaar bidden.’ Om
voor elkaar te bidden betekent in de eerste plaats dat we in de tegenwoordigheid
van God erkennen dat we als kinderen van diezelfde God bij elkaar
horen. Zonder deze erkenning van menselijke solidariteit vloeit wat
we voor elkaar doen niet voort uit wie we werkelijk zijn. We zijn
broeders en zusters, geen concurrenten en rivalen. We zijn kinderen
van één God, niet volgelingen van verschillende goden.
Bidden – dat wil zeggen luisteren naar de stem
van Degene die ons de ‘beminden’ noemt – houdt in
dat we leren dat die stem niemand buitensluit. Waar ik verblijf, daar
verblijft God met mij, en waar God met mij verblijft vind ik al mijn
zusters en broeders. Zo zijn innige verbondenheid met God en solidariteit
met alle mensen, twee aspecten van het verblijven in het huidige moment
die nooit kunnen worden gescheiden.
– Renewed for Life, blz.
9
Waarom worden die onafscheidelijke aspecten van het ‘leven in
het moment’ dan zo gemakkelijk door ons over het hoofd gezien?
Misschien omdat ze deel uitmaken van het wakker en alert zijn, terwijl
we over het algemeen slapen en dromen, of zo in beslag worden genomen
door het praten tegen onszelf dat we voor iets anders geen aandacht
meer hebben. Hoe zelden verblijven we in het huidige moment, en zijn
we werkelijk bewust van wat er om ons heen is. We worden in plaats daarvan
omringd door ideeën en vooroordelen. Onze gedachten en gevoelens
bouwen een denkbeeldig landschap op van vrienden en vijanden, sympathieën
en angst, goed en slecht, goddelijk en goddeloos, gevorderd en gebrekkig,
juist en verkeerd. We zien niet dat dit panorama geheel door de mens
en door het denken is gemaakt. Omdat het veel werk kost om van deze
diepe mentale gewoonten los te komen, zijn maar enkelen van ons vastbesloten
genoeg om aanhoudend aan dit project te werken.
Als Nouwen het heeft over onze missie als mensen, geeft hij ons het
volgende ter overweging:
Je bent gezonden om te helen, om de muren af te breken
die tussen jou en je medemensen bestaan, lokaal, nationaal en wereldwijd.
Vóór al die verschillen, afscheidingen, en muren gebaseerd
op angst er waren, was er eenheid in de geest en het hart van God.
Je bent voor een poosje vanuit die eenheid naar deze wereld gezonden
om te verkondigen dat jij en alle andere mensen deel uitmaken van
dezelfde God van Liefde die van eeuwigheid tot eeuwigheid leeft.
– Op.cit. blz
8
Deze eenheid is de basis van ons diepste zelf. Ze moet in ons leven
tot uitdrukking worden gebracht, niet alleen in ons denken of spreken
– hoewel deze ook hun waarde hebben. Bewustwording van deze onderliggende
eenheid is de grondslag voor vrede, wederzijds respect en behulpzaamheid,
mededogen en vergevensgezindheid. Het is de basis voor het verlenen
van bescherming aan de zwakkeren, het verlangen van rechtvaardigheid
voor de slecht behandelden, en het eisen van verantwoordelijkheid van
de invloedrijken.
We zijn allen verbonden, of we dit nu willen erkennen of niet. Ongeacht
wat iemand heeft gedaan, of hoeveel hun belangen of opvattingen ook
van de onze verschillen, ook zij zijn afstammelingen van het goddelijke.
Hetzelfde geldt overal voor alle wezens: elk ervan is in zijn kern het
geheel, of we dit nu de God van Liefde, het Onuitsprekelijke, het Goddelijke,
of het Al noemen. De remedie voor het grootste deel van het menselijke
lijden ligt in het besef dat de afgescheidenheid die nu ons bewustzijn
domineert slechts een dun laagje vernis is dat over deze diepzinnige
eenheid van het al ligt.