Het is waar
dat het leven zich op aarde op een unieke manier organisch uitdrukt
in planten, dieren en mensen, maar is dit een reden om het elektron
dat rond zijn kern cirkelt, de kristallen die sneeuwvlokken vormen,
de bliksem, regen en wind, of de majestueuze nevelvlekken die zich wentelend
een weg banen door kosmische tijd en ruimte, als levenloos te beschouwen?
Elke levenseenheid – atoom, mens, ster – heeft in de kern
van zijn hart een goddelijke vonk die één is met universeel
bewustzijn, en in de loop van de evolutie ontvouwt ieder van hen zijn
potentiële vermogens. Alle wezens, groot en klein, vormen het weefsel
van levens dat de uitdrukking is van het universele wezen waarvan wij
allen onlosmakelijke delen zijn. ––
John P. Van Mater