Goddelijke schoonheid in getallen
Fred Pruyn
Lezing in Middelburg, 6 oktober 2007.
Mocht u een probleem hebben met cijferen, dan kan ik u geruststellen.
Getallen hebben mij ook altijd behoorlijk dwars gezeten. Ik was altijd
de schandvlek van de wiskundeklas. Sommige sommetjes kon ik nog wel
maken, maar als dan bij een examen werd gevraagd bepaalde stellingen
te bewijzen, keek ik omhoog en vroeg me af of ik wel op de goede planeet
was geland. Ik moest stellingen bewijzen, maar zag nergens bewijsmateriaal.
Ik wist niet wat men van mij wilde. Ik kon gewoon niet communiceren
met getallen, was als verlamd. Wiskunde was dan ook het vak waarvoor
ik uiteindelijk nog net de troostprijs kreeg. Dus daar zat geen toekomst
in. Wiskunde zag ik als een afwijking in deze wereld, als de onderkant
van een ijsschots. Koud en glad en altijd onbereikbaar. Het heeft een
eigen jargon, een eigen grammatica en eigen spelregels. En dus hoeft
u nu niet te vrezen dat ik u ga bestoken met moeilijke formules.
Maar er zijn gelukkig ook mensen op deze planeet die wel vertrouwd
zijn met cijfertjes. Sommigen tot in het extreme. Wie kent niet de film
Rainman, met Dustin Hoffman als een autist in de hoofdrol.
In die film waarin hij Raymond Babbitt speelt, weet hij precies hoeveel
lucifers er in een doosje zitten en wat de uitkomst is van een onmogelijke
rekensom. Maar we weten nu ook dat deze mensen niet alleen in Hollywood-studio’s
rondlopen maar ook echt bestaan. Een van hen is Daniel Tammet. Een savant,
een autist met het asperger-syndroom, een goochelaar met cijfers zonder
daarvoor op school te hebben gezeten. Deze goed ontwikkelde autist heeft
een boek geschreven en de Volkskrant (21 september 2007) heeft
daaraan ruim aandacht besteed. Op een blauwe dag geboren is
de Nederlandse titel. Hij ziet getallen als zijn vrienden. Zoals wij
emoties koppelen aan geuren en smaken, zo koppelt Tammet emoties die
voortkomen uit tal van oorzaken en gebeurtenissen aan getallen. Getallen
zijn voor hem dan ook niet zomaar cijfers. Ze doen zich in zijn hoofd
voor als kleuren, vormen, bewegingen en geluiden die zijn gekoppeld
aan emoties.
Het getal 1 is voor Tammet een stralend helder wit, alsof iemand met
een zaklantaarn in zijn ogen schijnt. Vijf is een donderslag of het
geluid van golven die op de rotsen slaan. Zevenendertig heeft iets klonterigs
als pap, terwijl negenentachtig hem doet denken aan vallende sneeuw.
Een stukje uit zijn boek: ‘Ik ben geboren op 31 januari 1979,
een woensdag. Ik weet dat het een woensdag was omdat de datum me blauw
bijstaat, en woensdagen zijn altijd blauw, net als het cijfer negen
of het geluid van harde, ruziënde stemmen.’
Tammet is ook in staat in recordtempo nieuwe talen te leren. Om dit
te bewijzen werd hij door de Britse Channel Five televisieomroep uitgedaagd
om in een week IJslands te leren. Het IJslands wordt gezien als een
van de moeilijkst te leren talen. Zeven dagen later verscheen hij op
de televisie van IJsland en sprak in een interview vloeiend IJslands.
Maar het sterkste punt van Tammet is nog altijd zijn rekenvaardigheid.
Hopeloos ingewikkelde sommen ziet hij in de leegte voor zich, en plukt
daar ook de uitkomst uit, zonder daar al te veel moeite voor te doen.
Al deze bijzonderheden kunnen we misschien zien als een bevestiging
van het theosofische axioma dat de mens in feite alwetend is, alleen
staat ons ‘ontvangststation’ als ik onze grijze massa zo
mag noemen, niet goed afgesteld. Veel hiervan heeft te maken met onze
persoonlijkheid en niets met onze genen. Als we een ander leven zouden
leiden, zouden we tot hele andere prestaties in staat zijn, wat leert
dat elke speciale vorm van leven leidt tot andere uitkomsten in ons
bestaan.
Psychologen en neurologen schijnen te hebben ontdekt dat aanleg voor
talen zich in de ene hersenhelft moet bevinden en de aanleg voor rekenen
in de andere helft. Is het dan nog wel zo vreemd dat taal en cijfers
elkaars spiegelbeeld zijn? Van de kabbalisten heb ik geleerd dat je
getallen ook anders kunt interpreteren en waarderen, dat je ze anders
kunt lezen. Letters hebben een bepaalde waarde en cijfers kun je weer
uitdrukken in letters. Ze zijn uitwisselbaar.
Als we denken kunnen we dat op twee manieren doen, horizontaal en verticaal.
Horizontaal denken, betekent denken met ons hoofd. Breinwerk. Hersenbrekers
oplossen, organiseren. Dat kost kracht en aldus zijn we op een puur
stoffelijk gebied bezig, op een aards vlak. Maar als we denken met ons
hart, liefde voelen en geven, een impuls voelen om te hulp te schieten,
denken we ook, maar dan zonder dat het noemenswaardige kracht kost.
We leven op zo’n moment eigenlijk op een hoger niveau.
Hier ontdekken we de hiërarchie in de natuur, tenminste als we
die eeuwig opgaande lijn zien van stenen, planten, dieren en mensen,
en wezens boven die mensen, tot in het oneindige.
De
gedachte van hiërarchieën in de natuur werd door Pythagoras
gesymboliseerd door zijn tetraktis. De tien punten die samen een gelijkzijdige
driehoek vormen. Het is het tao, de alpha en omega, de 1 en 0 die samen
de volmaaktheid uitdrukken. Ja, de tetraktis omvat alles. De getallen
1 tot en met 10. Het weerspiegelt het ontstaan van alles, de groei van
elk ding, vanuit één punt naar beneden, naar zijn volwassenheid,
maar ook de hiërarchie in de natuur; de natuurrijken die elkaar
opvolgen. Het rijk van de mineralen aan de basis, dan het rijk van de
planten, het rijk van de dieren, de mens en dan de onzichtbare rijken
daarboven. In die volgorde treffen we deze leer ook vaak aan, terwijl
dat eigenlijk de omgekeerde volgorde is. Beter zou zijn te zeggen goden,
mensen, dieren, planten en mineralen, en nog veel verder omlaag naar
de elementalen, de voor ons onzichtbare levensvormen beneden de natuurrijken
van mineralen. Het idee van hiërarchieën in de natuur betekent
dat er geen hoogste god noch een laagste duivel is. De hiërarchie
strekt zich tot in het oneindige uit, er is altijd een voortgaande ontwikkeling,
een eeuwige voortgaande groei in kennis en bewustzijn.
In de school van Pythagoras werd naast rekenkunde, sterrenkunde en
meetkunde ook muziek bestudeerd, want muziek was de uitdrukking van
getallen in een andere taal. Die muziek, of de getalsmatige verhouding,
kon de verloren harmonie herstellen. Consonanten en dissonanten, Vishnu
en Shiva, bouwers en afbrekers, samen werken ze aan een gezond organisme.
Een overdaad van het een of van het andere zorgt voor een verlies van
harmonie.
Pythagoras gebruikte zijn meetkunde zeker ook voor het vaststellen
van akkoorden en de zuiverheid van muziekstukken. Maar voor de moderne
mens zijn cijfers vooral belangrijk in de meetkunde. De meetkunde is
in ons leven zo belangrijk omdat we alles vergelijken. Alles wordt vergeleken.
Afmetingen, gewichten, afstanden, schoonheid, zelfs op moreel gebied.
Iemand kan goed zijn, er is altijd weer iemand beter. Maar het is ook
belangrijk om te weten in welk jaar we leven en hoelang een bepaalde
cyclus nog duurt of kan duren.
Mathematica was al in de grijze oudheid een wetenschap. In de meeste
talen is het woord voor wiskunde afgeleid van het Griekse woord máthima,
dat wetenschap, kennis of leren betekent. Oorspronkelijk had de mathematica
dus helemaal geen betrekking op wiskunde alleen. Het was de studie van
de natuur die uitgaat van axioma’s of vooronderstellingen.
We kunnen ons misschien voorstellen dat dit heelal oneindig is, dat
er geen einde is en geen begin. Dat is waar, er is immers nergens een
grens aan te wijzen. Maar als ik zeg dat dit heelal een acht is, dan
moeten we misschien even achter ons oor krabben. De acht, het universele
symbool voor oneindigheid, is een geliefd en veel gebruikt symbool in
de wiskunde en is te vinden op elk oculair van een verrekijker of microscoop.
De 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van cyclussen,
die eindeloos doorgaan. Volgens Blavatsky wordt het gesymboliseerd door
de Caduceus, de slang uit de esculaap van onze doktoren, en het regelmatig
ademen van de kosmos.
De getallen 3, 4 en 7 noemt Blavatsky in haar meesterwerk De Geheime
Leer (2:672) – en let op de volgorde – de getallen
van licht, leven en eenheid. Het is de eenheid van zeven die onder andere
is terug te vinden in de dagen van de week, en in de mens zelf. Het
is een basis die we in alle godsdiensten terugvinden.
Langzaam maar zeker komen we dichter bij de bron van alles. Want de
taal van de getallen leert ons onder meer hoe alles zich verhoudt, of
iets in harmonie is, in evenwicht. Maar ook hoever we nog moeten gaan
en hoeveel we al hebben afgelegd. Waar we vandaan komen en waar we naartoe
gaan. Een van de grootste frustraties van de moderne mens is dat hij
heimwee voelt naar zijn goddelijke thuis, maar dat niet weet maar onbewust
wel registreert. Dat gevoel krijgen we bijvoorbeeld als we iets uit
onszelf tevoorschijn brengen, als we creatief zijn en iets moois maken
dat in evenwicht is, dat voldoet aan de gulden snede of phi (ϕ),
een van de belangrijkste getallen of verhoudingen. Dan raken we die
goddelijke wereld en zijn we eventjes thuis. Phi is de ‘ideale
verhouding’, 1:1,618, en is terug te vinden in o.a. de vijfpuntige
ster.
Niet
alleen schilders en kunstenaars maken gebruik van de gulden snede, ook
de natuur doet dat. In ruime mate zelfs. Ze is te zien in de spiraalvorm
van schelpen zoals de nautilus. Veel planten groeien in deze verhouding
en ook blijkt de mens volgens de studies van Leonardo da Vinci zo in
elkaar te zitten. Maar het meest frappante is misschien nog wel dat
het lijkt alsof de cijfers tot en met vijf nauw gerelateerd zijn met
onze geestelijke wereld en alle hogere cijfers met de wisselvalligheden
van ons wereldse bestaan.
Om iets hiervan te kunnen herkennen, moeten we ons wenden tot de Chinese
filosofie van de I Ching, het Boek van Veranderingen. Daarmee
zouden we intuïtief een idee moeten krijgen wat we in een bepaalde
situatie zouden kunnen doen, laten we zeggen hoe we een dilemma kunnen
oplossen. Het frappante van de I Ching is dat die draait rond
de getallen 6, 7, 8 en 9. Het zijn afwisselend yin en yang-getallen,
even en oneven, mannelijk en vrouwelijk. We vinden die tekens nu nog
terug in de vlag van Korea.
Over even en oneven schreef Blavatsky in De Geheime Leer (2:685-6):
Omdat de monade [dat is, de eenheid die we ons van
wat dan ook kunnen voorstellen] één is en een oneven
getal, noemden de Ouden de oneven getallen de enige volmaakte getallen;
en beschouwden ze – misschien zelfzuchtig, maar toch als een
feit – alle als mannelijk en volmaakt, omdat ze van toepassing
waren op de hemelse goden, terwijl even getallen, zoals twee, vier,
zes en vooral acht, omdat ze vrouwelijk waren, als onvolmaakt werden
beschouwd en alleen werden gegeven aan de aardse en helse godheden.
In zijn achtste herdersdicht maakt Vergilius hiervan melding door
te zeggen . . . ‘oneven getallen behagen de goden’.
Maar de pythagoreeërs beschouwden het getal
zeven of de heptagoon als een religieus en volmaakt
getal. Het werd ‘telesphoros’ [vrij vertaald:
ver schijnsel of ver licht] genoemd, omdat door dit getal alles
in het Heelal en de mensheid tot zijn einde, d.w.z. zijn hoogtepunt,
wordt gevoerd (Philo, de Mund. opif.). De leer van
de sferen, vanaf de tijd van Lemurië tot aan Pythagoras, toont
aan dat zowel de zeven krachten van de aardse en ondermaanse natuur,
die onder het bestuur van de zeven heilige planeten staan, als de
zeven grote krachten van het Heelal, te werk gaan en zich evolueren
in zeven tonen, die de zeven noten van de toonladder zijn.
Dit is des te fascinerender als we deze kennis rond de trigrammen van
de I Ching beschouwen in combinatie met de oneindige reeks
van het getal pi (π, 3,14159...), de verhouding tussen de diameter
en omtrek van een cirkel. We komen dichter bij onze goddelijke bron.
We zien dat pi niet alleen maar de wiskundige factor van technici is,
die de verhouding probeert weer te geven tussen de omtrek van een cirkel
en zijn middellijn, maar ook dat het de verhouding van het goddelijke
weergeeft ten opzichte van de gemanifesteerde monade. De eerdergenoemde
Tammet, het genie, ziet pi als het mooiste dat er is. Pi is een irrationeel
getal, een getal zonder einde. Het is niet door mensen uitgevonden en
heeft in alle tijden bestaan. Het is de goddelijke poort van leven en
lijkt als symbool daarom misschien zoveel op de poort van de taoïsten.
Het getal pi zonder komma (31415) wordt door Blavatsky de getalshiërarchie
van de dhyåni-chohans genoemd (GL 1:121). Bij de joden
was pi altijd al gelijk aan de Alhim, ofwel God. Het is te vinden in
de theogonie van Pythagoras waarin we een andere dan meetkundige verklaring
voor dit raadselachtige getal vinden. Daarin ‘waren de hiërarchieën
van de hemelse menigten en goden genummerd en werden met behulp van
getallen uitgedrukt’.
Diogenes Laertius, zoals geciteerd door Blavatsky in De Geheime
Leer (1:475), vertelt ons dat Pythagoras de esoterische wetenschap
in India had bestudeerd, daarom zeggen zijn leerlingen:
De monade (de gemanifesteerde) is het beginsel van
alle dingen. Uit de monade en de onbepaalde duade (de Chaos) kwamen
getallen voort; uit getallen, punten; uit punten, lijnen;
uit lijnen, oppervlakken; uit oppervlakken, lichamen;
hieruit vaste lichamen met vier elementen: vuur, water, lucht, aarde;
uit al deze, omgezet (en in wisselwerking staand) en totaal veranderd,
bestaat de wereld.
In het oeroude oosterse boek van Dzyan (‘kennis door meditatie’)
wordt pi als volgt ‘half grafisch’ uitgelegd :
‘De grote moeder lag met de
en de
en het
, de tweede
en de
in haar schoot, gereed om deze voort te brengen, de dappere zonen
van de
(of 4.320.000, de cyclus), van wie de twee ouders
de
en het . (punt) zijn.’ –
GL 1:476
Net zoals in veel andere oude kosmogonieën symboliseert ‘de
grote moeder’ het allesomvattende Al. De grenzeloze oneindigheid,
niet alleen op zintuiglijk gebied, maar ook daarbuiten. De eerste differentiatie,
het eerste ontwaken, het eerste begin van heterogeniteit binnen de homogeniteit,
is de punt in de cirkel. De punt breidt zich uit tot een lijn (
),
de lijn breidt zich tweedimensionaal uit en vormt zo een vlak. De eerste
driehoek (het eerste cijfer van π) is gevormd. Het Idee is er,
de goddelijke gedachte. Het heeft alleen nog een voertuig nodig om zich
te manifesteren. Dit is het vierkant, de 4, de combinatie van de vier
elementen: vuur, water, lucht, aarde. Tevens het eerste driedimensionale
platonische lichaam (tetraëder). Het Idee kan echter niet rechtstreeks
in de stof werken, er is een scheidingsgebied, een niemandsland, tussen
de wereld van de ideeën en de stof. Die afstand wordt voorgesteld
door de
.
Tegelijk kan de lijn de verbinding voorstellen tussen geest en stof,
die in essentie één zijn.
Dus de geest (3) daalt af in de stof (4) en vormt aldus de mens (5).
De oneindige lange reeks cijfers die volgt op de 5 kan misschien symbool
staan voor de oneindig verder-differentiërende of afdalende geest
in de stof. Resultaat: een oneindige variatie aan levende wezens en
hiërarchieën in de natuur.
We hebben gezien hoe uitzonderlijk mooi de wereld van de getallen kan
zijn. En waarom getallen, maat en ritme thuishoren in een volmaakte
wereld. Is het ook niet mooi om te zien hoe taal, getallen en muziek
bij elkaar horen? Hoe het leven zich voor het grootste gedeelte afspeelt
in de onzichtbare, abstracte wereld van de geest? Als we de tijd en
gelegenheid nemen om te mediteren of na te denken over pi, phi en het
universum zullen we eerder zien hoe alles deel uitmaakt van één
gigantisch organisme, waarin alles een eigen plaats heeft, maar toch
ook weer deel uitmaakt van al het andere.
Andere
artikelen over wetenschap: wiskunde