![]() | ![]() |
| Voorwoord
Na de dood van dr. De
Purucker zijn twee verzamelingen van door hem nagelaten geschriften gepubliceerd.
Messages to Conventions verscheen in 1943. In dat boek worden geïnspireerde
adviezen gegeven aan alle leden van de Theosophical Society die belangstellen
in het beleid, het werk en de doeleinden van de theosofische beweging.
Wind of the Spirit [In het Nederlands verschenen bij Theosophical
University Press Agency, Den Haag, onder de titel Wind van de Geest.]
werd in 1944 gepubliceerd. Het vertegenwoordigt het devotionele en praktische
aspect van de theosofie, en verlicht het pad voor ieder mens die probeert
het leven te leven. Aspecten van de Occulte Filosofie geeft de diepere
filosofische en mystieke aspecten van de theosofische leringen. Heel doeltreffend
beslaan deze drie boeken het organisatorische, devotionele en wetenschappelijk-filosofische
terrein – de driehoek van wijsheid die de aspirant kracht, begrip en visie
verschaft; ontbreekt één daarvan dan is hij als leerling onvolkomen.
In dit boek worden geen moderne, fantastische en
op een aantrekkelijke manier gepropageerde zijwegen ingeslagen. Het bepaalt
zich steeds tot de oorspronkelijke leringen zoals H.P. Blavatsky en de
meesters die hebben gebracht. Maar binnen deze grenzen wordt er diep gegraven
en men zou zich daarom vergissen als men het boek ziet als een beknopte
handleiding voor het occultisme of een eenvoudige inleiding tot de theosofie.
Het doet een beroep op hen die zich al met de theosofie verbonden voelen,
die zich hebben gewijd aan het standvastig en vastbesloten zoeken naar
de waarheid. Het behoeft geen verdediging, geen speciaal pleidooi van
hen die al overtuigd zijn van zijn intrinsieke waarde voor de theosofische
zaak. Maar de maat waarmee het moet worden gemeten is meeromvattend. Aanvaarding
of verwerping moet in laatste instantie komen van allen die de
geschriften van H.P.B. bestuderen, tot welke tak van de grote beweging
zij ook behoren. Ze moeten echter bereid zijn het met een eerlijke, open
en onpartijdige geest te beoordelen. Dat mag tenminste worden verwacht
van hen die beweren de waarheid te plaatsen boven alle kleinere doeleinden,
die waarheid die H.P.B. beschreef als ‘hooggezeten op haar diamanten rots,
eeuwig alleen en verheven’.
In de langzame voortgang van het theosofische werk
is de tijd waarin men hunkerde naar tekenen en wonderen beslist voorbij.
Die zijn voor de flauwhartigen, zoals H.P.B. zegt. Waar we in alle theosofische
geschriften naar zoeken is een verklaring van het leven en zijn veelsoortige
mysteries, een weergave van een ‘filosofie die een rationele verklaring
van de dingen biedt’.
Het is misschien nodig iets over de inhoud van het
boek zelf te zeggen. De ‘Handelingen van de Loge van het Hoofdkwartier
van de Theosophical Society’, en ook de ‘Onderwerpen uit de De Geheime
Leer en De Mahatma Brieven’, waren toespraken die op de geregelde
studieavonden van de loge aan het Internationale Hoofdkwartier werden
gehouden. Op deze bijeenkomsten werden theosofische boeken bestudeerd,
waarbij het onderwerp werd ingeleid door een spreker, gevolgd door een
algemene discussie. Het was de gewoonte van G. de P. om dan de verschillende
naar voren gebrachte ideeën tot een samenhangend geheel te vormen, misvattingen
over de leringen te corrigeren, zwakke punten in een betoog te versterken,
schijnbare tegenstrijdigheden en paradoxen te verklaren. Hij heeft niet
gepoogd een volledige verhandeling over een onderwerp te geven, en volgens
de samenstellers geeft deze verzameling dan ook niet de volledige filosofie
weer. De betekenis ervan ligt in de rijkdom aan gegeven aanwijzingen en
in het feit dat ze vastlegt wat er in feite gedurende een twaalftal jaren
door de groep aan het Hoofdkwartier werd bestudeerd. Ze toont eveneens
hoe omvangrijk het gebied van de theosofische leringen is waarmee G. de
P. vertrouwd was, zijn beheersing van grondbeginselen en van details,
evenals de wijze waarop hij zijn onderricht gaf: niet van te voren uitgewerkt
of uitgedacht, maar voor de vuist weg gegeven zonder enige poging er een
fraaie vorm aan te geven.
In het Vraag-en-Antwoord gedeelte zijn de vragen
voor het grootste deel weergegeven zoals ze oorspronkelijk door de vraagstellers
zijn gesteld. Ze omvatten vragen van onderzoekers uit de hele wereld,
waarvan vele in The Theosophical Forum zijn verschenen en vele
andere na de dood van G. de P. zijn verzameld uit brieven die hij aan
studerenden schreef. De samenstellers zijn bijzondere dank verschuldigd
aan de docenten van de Theosophical University, C.J. Ryan, Judith Tyberg,
Emma D. Wilcox, A.J. Stover, L.G. Plummer en Grace F. Knoche, voor het
ter beschikking stellen van het materiaal.
De langere artikelen komen uit verschillende bronnen.
‘De leer over tulku’s’ werd geschreven voor de Encyclopedic Theosophical
Glossary, onder redactie van G. de P., die alleen in manuscript bestaat;
[Op
internet toegankelijk gemaakt] ‘Boeddha’s en bodhisattva’s’ verscheen
in The English Theosophical Forum; ‘Occultisme en paranormale verschijnselen’
en ‘Onsterfelijkheid en continuïteit’ zijn herdrukken uit The Occult
Review (Londen); ‘Is het juist om mensen te hypnotiseren?’ is een
verkorte versie van een artikel in The Occult Review; ‘Een overzicht
van de leringen over de planeetketens’ komt uit een brief aan een belangstellende.
Zich volledig bewust van hun verantwoordelijkheid
bij het gereedmaken van dit materiaal, hebben de samenstellers, zoals
ook bij de twee eerder verschenen boeken, vermeden te redigeren, behalve
wanneer dit beslist noodzakelijk was, en hebben ze zelfs afgezien van
die documentatie die sommigen misschien nuttig zouden achten voor een
werk van zo diepzinnige aard.
Van dr. Charles Ryan en dr. Henry T. Edge hebben
de samenstellers onschatbare hulp ontvangen bij het verifiëren van bepaalde
wetenschappelijke gegevens.
Tenslotte moet worden vermeld dat er bepaalde artikelen
zijn die G. de P. nooit in de voor publikatie bestemde vorm heeft gezien.
Deze worden aan het einde van dit boek opgesomd.
Helen Savage
W. Emmett
Small
Covina, Californië, 11 juli 1945
Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. v-vii ©
1999 Theosophical
University Press Agency
|