Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Over islam

[The Path, juli 1893, blz. 112-15]

De bekering van Alexander Russell Webb, lid van de TS, tot de religie van de profeet Mohammed, en het uitgeven in New York van een krant gewijd aan de islam, en ook zijn lezingen over het onderwerp, hebben ertoe geleid dat er veel aandacht wordt besteed aan de islam. Broeder Webb is nog steeds lid van de Society, en is geïnteresseerd in haar vooruitgang, en dit is een ander voorbeeld van de ruimheid van onze opvattingen. Maar hij zegt dat het hem heeft verbaasd dat de leden in het algemeen weinig aandacht blijken te besteden aan het leven van de profeet, zijn uitspraken en zijn religie, want een van onze doelstellingen is het bestuderen van alle religies. In India vond hij in onze afdelingen veel volgelingen van de profeet, en bij hen veel kennis van vroeger esoterisch genoemde leringen, die in alle religies voorkomen. Dat dit het geval is moet langgeleden duidelijk zijn geworden voor degenen die de bewonderenswaardige artikelen over soefi-gedichten hebben gelezen die enkele jaren geleden in The Path werden gedrukt, want de soefi’s houden de innerlijke leringen van de islam werkelijk levend. Maar het is verklaarbaar dat de religie van Mohammed niet veel aandacht heeft gekregen van westerse mensen. Zij beoordelen haar als geheel, en niet op basis van sommige van haar leringen. Het Westen heeft zijn sociale stelsel en zijn religieuze overtuiging op zijn eigen manier ontwikkeld, en omdat men zag dat veel van de volgelingen van de profeet polygamisten zijn, iets wat in strijd is met westerse opvattingen, heeft men het hele islamitische stelsel op basis daarvan in zowel sociale als religieuze zin veroordeeld.

De beste moslims zeggen dat de profeet geen polygamie heeft onderwezen, maar dit alleen heeft toegestaan indien een man meerdere vrouwen in elk opzicht op precies dezelfde manier kon behandelen als één vrouw. Hoewel de profeet daarentegen zelf maar één vrouw had, en in feite celibatair leefde, was het heel natuurlijk dat zijn volgelingen vrij zouden interpreteren wat hij over dit onderwerp zei en er zoveel vrouwen op nahielden als ze konden onderhouden. Dit is de menselijke natuur, en hetzelfde zou in het Westen nu waarschijnlijk het resultaat zijn als onze mensen vertrouwden op de woorden van een leraar die een soortgelijke uitspraak had gedaan.

De woorden van de Koran over het onderwerp polygamie, zoals gegeven door dhr. Webb, luiden:

En indien u ongerust bent dat u weeskinderen niet eerlijk zult behandelen, trouw dan met slechts twee of drie of vier andere vrouwen die volgens u goed zijn; als u nog steeds bang bent dat u niet rechtvaardig zult handelen, trouw dan met maar één.    – Koran, soera 4, vers 3

Een andere opmerkelijke opvatting die door westerse mensen over de moslims wordt gekoesterd, is dat ze het aannemen van hun leringen hebben afgedwongen. We hebben verhalen dat ze in de ene hand het zwaard hielden en in de andere de Koran, en mensen onder dreiging met het zwaard dwongen het boek te accepteren, dat ze boeken verbrandden die ander materiaal bevatten dan de Koran, op grond van het feit dat als het in de Koran staat die boeken overbodig waren, en als het niet in de Koran staat de boeken verkeerd zijn en moeten worden verbrand. Maar de discipelen van de profeet beweren dat hij zoiets nooit heeft onderwezen, en wijzen op veel geleerdheid bij de moslims in het verleden. Ongetwijfeld hebben deze discipelen gelijk, maar we weten dat veel moslims hebben geprobeerd om dwang uit te oefenen op mensen, en dat er een grond van waarheid is voor het verhaal over de vernietiging van dat wat niet in de Koran werd gevonden. Om deze redenen was het Westen afkerig van de islam zonder er werkelijk veel over te weten. De religie is beoordeeld op basis van de handelingen van haar volgelingen. Soortgelijke beschuldigingen kunnen worden geuit tegen christelijke volkeren, die erom bekendstaan dat ze individueel en als volk de gewoonte hebben om lijnrecht in strijd met de voorschriften van hun stichter te handelen.

Een student van deze onderwerpen gaat ten slotte de aanspraken van de islam op een filosofische en religieuze basis onderzoeken, en stelt natuurlijk de vraag of de islam een betere filosofie heeft dan elke andere religie, en of de religie ervan wordt ondersteund door een juiste filosofie. Als kan worden aangetoond dat de waarheden die door de profeet zijn bekendgemaakt vóór zijn tijd bekend waren en waren opgeschreven, waarom zou de westerse student zich dan wenden tot de latere religie, het voortbrengsel van een min of meer onontwikkeld volk, wanneer hij het origineel kan raadplegen waaruit het ongetwijfeld is voortgekomen. En indien we in dat origineel ruimere en meer welomlijnde uiteenzettingen over het ontstaan van de kosmos en van de mens kunnen vinden, dan kunnen we de islam heel goed gebruiken om de theosofische gedachte te illustreren dat er aan alle religies één enkele waarheid ten grondslag ligt, maar we zijn niet noodzakelijk verplicht om deze aan te nemen met uitsluiting van alle andere.

De islam lijkt voor velen een geloof in een god te vereisen, en de opvatting van een god vereist dat dat wezen gescheiden zal zijn van degenen die in hem geloven. Dit standpunt spreekt veel westerse theosofen niet aan, want zij beweren dat er geen god kan zijn die verschilt of gescheiden is van de mens. In de Rig-Veda van de brahmanen staan even verheven – en volgens sommigen verhevener – opvattingen over God en de natuur als in welk islamitisch boek dan ook. Als de twee in dit opzicht gelijk zijn, dan moet de Rig-Veda, waarvan erkend wordt dat deze de oudste is, op de eerste plaats komen op grond van zijn ouderdom; maar als de Rig-Veda en de filosofie die daaruit voortvloeit, ruimer en verhevener is dan de andere, dan moet deze om die reden meer aanvaardbaar zijn.

De vijf grondregels van de islam worden in de Encyclopaedia Britannica als volgt weergegeven:

1. Het belijden van het één-zijn van God; 2. het uitspreken van het gebed; 3. het geven van aalmoezen; 4. het vasten van de ramadan; 5. het maken van een pelgrimstocht naar Mekka.

In de meest recente Engelse publicatie over dit onderwerp zegt Webb:

De orthodoxe islam omvat 6 geloofsartikelen: 1. geloof in God, de ene God, de schepper van alle dingen, die er altijd was en er altijd zal zijn, de ene, onveranderlijke, alwetende, almachtige, voor iedereen barmhartige, eeuwige God; 2. geloof in engelen, etherische wezens, volmaakt van vorm en met een stralende schoonheid, zonder geslacht, vrij van alle grove of zinnelijke hartstocht en de begeerten en tekortkomingen van de zwakke mensheid; 3. geloof in de Koran als een boek met een goddelijke openbaring, door God of door de engel Gabriël op verschillende momenten aan Mohammed gegeven; 4. geloof in Gods profeten, van wie de meest vooraanstaande Adam, Noach, Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed waren; 5. geloof in de opstanding en het laatste oordeel, wanneer de hele mensheid voor God zal verschijnen, die hen zal belonen of straffen overeenkomstig de handelingen die ze op aarde hebben verricht; 6. geloof in predestinatie, of in het onvermogen van de mens om door zijn eigen daden het lot te vermijden dat door God onherroepelijk vóór de schepping van de wereld is bepaald en in het eeuwige boek is opgetekend.

De religie van de profeet bevat, evenals alle andere religies, een geheime leer, die dezelfde is als die welke in de andere wordt gevonden, maar met een andere naam. Zoals hierboven is gezegd, onderwezen de soefi’s een verheven vorm van mystiek, maar niet hoger dan die van de hindoes, en ook niet anders dan de mystiek van de christenen van zowel vroege als latere tijden. Vereniging met God was een van hun leringen, en dat is ook zo bij de hindoes en de christenen. Ze spraken symbolisch over hun vrouw en hun geliefde en hun concubines of hoeri’s; dat doen ook de middeleeuwse alchemisten, en veel Indiase yogi’s spreken op een vergelijkbare manier, zodat er, waar we ook zoeken, geen wezenlijk verschil blijkt te bestaan tussen de islam en elke andere religie, behalve wat ouderdom betreft, en islam is in feite de jongste van alle, met uitzondering misschien van de latere christelijke ontwikkeling die men vindt bij de mormonen van Amerika of de Heiligen van de Laatste Dagen. In feite hebben sommige westerse theosofen gezegd dat het even goed zou zijn om de mormoonse leer te accepteren als de islam, omdat de leringen ervan identiek zijn en de praktijken eveneens. De mormonen zeggen dat polygamie niet wordt onderwezen, maar ze brengen het in praktijk; ze hebben hun mystiek, hun profetie, de verschillende soorten razernij, en onder hen zijn veel bijzondere voorbeelden van mensen die in de toekomst kunnen zien, met name Brigham Young, de tweede profeet.

Amerikanen zijn misschien geneigd, als ze op het punt zouden staan zich tot een ander geloof te wenden, om aan hun eigen natuurlijke product de voorkeur te geven boven een Arabisch product. Wat betreft ethiek, eerlijkheid, spaarzaamheid, matigheid, en dergelijke deugden, doen de mormonen beslist niet onder voor de volgelingen van de profeet Mohammed. Maar omdat we weinig weten over de ware islam, zal een zorgvuldig onderzoek ervan ongetwijfeld bijdragen aan onze kennis en onze opvattingen verruimen, omdat dit ertoe zal leiden dat we nogmaals inzien dat geen van de huidige religies ware religies zijn, maar dat één enkel geheel van waarheid aan alle ten grondslag ligt en de religie van de toekomst zal zijn.

Hadji Erinn

 


Theosofische inzichten, blz. 295-9

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag