Theosofische inzichten
Artikelen van W.Q. Judge

isbn 9789491433016, gebonden, eerste druk 2012, bestel boek

© 2012  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     

 

Onheilsvoorspellingen

[The Path, maart 1894, blz. 372-4]

De hele mystieke broederschap van astrologen is nu bezig om aan te tonen dat de hemel wijst op grote veranderingen op onze aarde. Ze zijn het eens met HPB, die zei dat haar oosterse vrienden haar vertelden over de komende cyclische veranderingen die nu op komst zijn. Zonder twijfel bevatten al deze uitspraken enige waarheid, hoewel de ondubbelzinnige voorspellingen van astrologen hier en daar niet door de feiten worden gesteund. Sepharial, bijvoorbeeld, zette zijn reputatie op het spel door de dood van de Prince of Wales te voorspellen, die niet plaatsvond. En hoe staat het nu met die reputatie? Die is nog even goed als altijd, want astrologen weten dat ofwel het oordeel van de astroloog door allerlei oorzaken kan tekortschieten, of dat het geboorte-uur onjuist kan zijn, of dat een of ander beschermend aspect van de sterren over het hoofd werd gezien. Grote aardbevingen zoals die van Zante of die in Kuchan vinden plaats, en hoewel de astrologen in die jaren regelmatig aardbevingen voorzagen, schenen ze niet in staat te zijn om de plaats ervan vast te stellen. Ze waren bang om Perzië te zeggen uit angst dat het in Londen zou zijn. Maar er werden aardbevingen voorspeld. Er werd een gestage stroom verstoringen voorspeld, en dit algemene vooruitzicht lijkt juist. Door de echte astrologen die zelden spreken werden verstoringen verwacht op het gebied van het denken, de ethiek en de religie; en de toename van criminaliteit, zoals het gooien met bommen, bevestigt elke maand de algemene voorspelling. Seismische activiteit is een fysiek teken van verstoring op de morele, psychische en mentale gebieden. Dit is een oud axioma in het Oosten. In het verslag van de aardbeving die zou hebben plaatsgevonden toen Jezus stierf, zien we de christelijke versie van dezelfde gedachte.

Dat aardbevingen, overstromingen en grote maatschappelijke veranderingen zouden toenemen is bekend aan theosofen vanaf de dag dat Tom Paine vóór de revolutie helderziend zag dat ‘er voor de mensheid een nieuwe orde van de dingen begon in de staatszaken van Amerika’. En sindsdien is er een grote toename van rampen geweest. Het motto dat door de makers van de Unie werd aangenomen – ‘Een nieuwe orde van de tijden’ – was een echo uit het gebied van de ziel voor de oren van mensen op aarde. Het gaf een punt aan in de cyclus. Een overzicht van de rampen in de jaren sindsdien zou een ontstellend beeld te zien geven. Het omvat Azië en Europa, en zou miljoenen plotselinge sterfgevallen laten zien door hevige natuurrampen. En nu, in 1894, zegt zelfs Herbert Spencer in een tijdschriftartikel, wanneer hij het mentale en maatschappelijke terrein van het menselijk leven beschouwt:

Een land waarvan de wetgevers stemmen zoals hun wordt voorgeschreven en waarvan de werknemers hun recht opgeven om hun diensten aan te bieden waar ze dat willen, heeft noch de ideeën noch de gevoelens die nodig zijn voor het in stand houden van vrijheid. . . . We zijn op de weg terug naar de heerschappij van de sterke hand in de vorm van het bureaucratische despotisme van een socialistische organisatie en vervolgens van het militaire despotisme dat daarop moet volgen, als een maatschappelijke ineenstorting dit laatste niet al eerder over ons brengt.1

1‘The late Professor Tyndall’, McClure’s Magazine, maart 1894, blz. 405.

Deze diep filosofische en statistische schrijver voelt kennelijk de druk in de atmosfeer van het maatschappelijke en fysieke leven. Er is veel onbewust profetisch in wat hij zegt. Aardbevingen en sterfgevallen als gevolg daarvan zijn vreselijk, maar ze kunnen worden vermeden wanneer bekend is waar ze waarschijnlijk zullen plaatsvinden. Maar maatschappelijke omwentelingen, moreel verderf en mentale veranderingen horen bij de mens, en hij neemt deze mee waarheen hij ook gaat, en ze kunnen niet door een verandering van plaats worden vermeden.

In een artikel over astrologie in de Illustrated American geeft een schrijver een duidelijke voorspelling van een ramp. Hij berekent de posities van de planeten voor 12 uur’s middags op 12 november 1894, met een conjunctie van zon, Uranus, Venus en Mercurius in Schorpioen, en Saturnus op slechts 15 graden afstand. Astrologisch is dit heel slecht. Met de volle maan in Stier is het een ongunstig voorteken van overstromingen en aardbevingen. Maar we kunnen eraan toevoegen dat het in de psychische dierenriem duidt op omwentelingen van de morele en maatschappelijke structuur van de arme verweesde mens. Uranus en Saturnus zijn toch al slechte planeten; ze zijn grillig en zwaar, subtiel, duister en dreigend. Deze schrijver voorspelt onheil, maar geeft niet duidelijk aan waar dat zal gebeuren. We voegen eraan toe dat stervende landen zoals Perzië en China het meeste zullen merken van fysieke gevolgen die te verwachten zijn, en hoewel er in Europa fysieke rampen zullen zijn, zullen de meeste problemen zich voordoen op het gebied van de maatschappelijke en bestuurlijke structuren.

De astroloog maakt dan een sprong vooruit naar 30 december 1901, en zegt dat er dan zes planeten in één teken zullen staan en op één lijn, met een zevende ertegenover op dezelfde lijn. Volgens een oude wijze zoals Berosus leidt deze planeetstand als deze plaatsvindt in het teken Steenbok, zoals in 1901 het geval zal zijn, tot een overstroming.

Veel theosofen geloven deze voorspellingen, anderen bespotten ze. Eerstgenoemden vragen wat ze moeten doen. Niets. Blijf waar je bent. Als je vertrekt, is het heel waarschijnlijk dat je door een nog veel zwarter lot wordt getroffen. Doe je plicht op de plek waar je bent, en als de goden je op grond van je goedheid goed gezind zijn, dan zul je ontsnappen, en als de goden je niet goed gezind zijn is het beter voor je om te sterven, en een nieuwe kans te krijgen om je karakter te verbeteren. De dood komt wanneer ze wil; en waarom zouden we bang zijn, want ze is ‘een noodzakelijk einde’. Theosofen houden zich te vaak bezig met deze sombere toekomstbeelden, ten nadele van hun huidige werk. Ze moeten proberen de edele gedragslijn van plicht en inspanning te ontdekken, waarbij ze de huidige astrologen, die meer de kluts kwijt zijn dan andere mystici, zich laten bezighouden met een dierenriem die verschoven is, en met tabellen die misleiden door de subtiele kracht die getallen hebben om te liegen als de basis van hun berekeningen onjuist is.

William Q. Judge

 


Theosofische inzichten, blz. 347-50

© 2012  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag