I

Deze regels zijn geschreven voor alle leerlingen: Schenk er aandacht aan.
    Voordat het oog kan zien, moet het niet meer tot tranen zijn te bewegen. Voordat het oor kan horen, moet het niet langer gevoelig zijn. Voordat de stem kan spreken in tegenwoordigheid van de meesters, moet zij het vermogen om te kwetsen hebben verloren. Voordat de ziel kan staan in tegenwoordigheid van de meesters, moeten haar voeten worden gewassen in het bloed van het hart.

    1. Dood alle eerzucht.

    2. Dood het verlangen naar leven.

    3. Dood het verlangen naar een geriefelijk bestaan.

    4. Werk zoals zij werken die eerzuchtig zijn.

    Eerbiedig het leven zoals zij die ernaar verlangen. En wees gelukkig zoals zij die leven voor geluk.
    Zoek in het hart de wortel van het kwaad en roei het uit. Het draagt zijn vruchten zowel in het hart van de toegewijde leerling als in het hart van de mens die vol begeerten is. Alleen de sterken kunnen het doden. De zwakken moeten wachten op zijn groei, zijn bloei, zijn sterven. En het is een plant die door de eeuwen heen blijft leven en groeien. Zij bloeit wanneer de mens in zichzelf de ervaring van ontelbare levens heeft verzameld. Hij die het pad van macht wil betreden, moet dit kwaad uit zijn hart wegrukken. Het hart zal dan bloeden en het hele leven van de mens zal volkomen aan stukken gescheurd lijken. Deze beproeving moet worden doorstaan. Zij kan komen bij de eerste sport van de ladder vol gevaren, die leidt naar het pad van het leven; het kan ook zijn dat zij pas komt bij de laatste trede. Maar leerling, bedenk dat zij moet worden doorstaan en richt de krachten van uw ziel op deze taak. Leef niet in het heden, noch in de toekomst, maar in het eeuwige. Dit gigantische onkruid kan daar niet bloeien; deze smet op het bestaan wordt alleen al door de sfeer van het eeuwige denken uitgewist.

    5. Dood elk gevoel van afgescheidenheid.

    6. Dood het verlangen naar zintuiglijke gewaarwording.

    7. Dood de honger naar groei.

    8. Maar sta alleen en afgezonderd, want niets dat een lichaam heeft, niets dat zich bewust is van afgescheidenheid, niets dat buiten het eeuwige staat, kan u helpen. Leer uit de zintuiglijke gewaarwordingen en sla ze gade, omdat u alleen zo kunt beginnen met de wetenschap van zelfkennis, en uw voet kunt plaatsen op de eerste sport van de ladder. Groei zoals de bloem groeit, onbewust, maar vol verlangen haar ziel bloot te stellen aan de lucht. Zo moet u voorwaarts dringen om uw ziel open te stellen voor het eeuwige. Maar het moet het eeuwige zijn, dat uw kracht en schoonheid te voorschijn roept, en niet het verlangen naar groei. Want in het eerste geval ontwikkelt u zich in de weelde van zuiverheid, in het laatste verhardt u door een hartstochtelijk verlangen naar persoonlijke grootheid.

     9. Verlang alleen naar wat in u is.

    10. Verlang alleen naar wat hoger is dan u.

    11. Verlang alleen naar wat onbereikbaar is.

    12. Want in u is het licht van de wereld – het enige licht dat op het pad kan worden geworpen. Als u het niet in uzelf kunt waarnemen, heeft het geen zin er elders naar te zoeken. Het gaat u te boven, omdat u uzelf heeft verloren wanneer u het bereikt. Het is onbereikbaar, omdat het steeds terugwijkt. U zult het licht wel binnengaan, maar de vlam nooit aanraken.

    13. Verlang vurig naar macht.

    14. Verlang innig naar vrede.

    15. Verlang vooral naar bezit.

    16. Maar alleen naar dat bezit dat aan de zuivere ziel toebehoort en dus in gelijke mate het bezit is van alle zuivere zielen, en daarom het bijzondere eigendom van het geheel betreft als dat tot één is verenigd. Hunker naar die dingen die de zuivere ziel kan bezitten, opdat u rijkdom zult vergaren voor die verenigde geest van leven, die uw enige ware zelf is. De vrede waarnaar u moet verlangen, is die heilige vrede die door niets kan worden verstoord en waarin de ziel groeit, zoals de heilige bloem dat doet op stille wateren. En de macht die de leerling moet begeren, zal hem als niets doen schijnen in de ogen van de mensen.

    17. Zoek de weg.

    18. Zoek de weg door inkeer in uzelf.

    19. Zoek de weg door moedig naar buiten te treden.

    20. Zoek hem niet langs één bijzonder pad. Voor iedere gemoedsaard is er één weg die het meest begerenswaard schijnt. Maar de weg wordt niet gevonden door alleen toewijding, alleen religieuze contemplatie, door ijverig voort te gaan, door zelfopofferende arbeid, of door nauwgezet het leven waar te nemen. Geen van deze kan de leerling meer dan één stap verder brengen. Alle sporten zijn nodig om de ladder samen te stellen. De ondeugden van de mensen worden sporten van de ladder, de een na de ander, als zij worden overwonnen. De deugden van de mensen zijn inderdaad noodzakelijke treden die men niet kan overslaan. En toch, al scheppen ze een zuivere atmosfeer en een gelukkige toekomst, ze zijn van geen nut als ze op zichzelf staan. De aard van de hele mens moet wijselijk worden gebruikt door hem die het pad wenst te betreden. Ieder mens is voor zichzelf onvoorwaardelijk de weg, de waarheid en het leven. Maar hij is dit slechts wanneer hij heel zijn persoonlijkheid stevig ter hand neemt, en door de kracht van zijn ontwaakte geeste lijke wil inziet dat deze persoonlijkheid niet hemzelf is, maar dat ding dat hij met moeite voor zijn gebruik heeft geschapen en door middel waarvan hij – naar mate door zijn groei zijn verstand zich langzaam ontwikkelt – het leven achter die persoonlijkheid probeert te bereiken. Wanneer hij weet dat zijn prachtige, ingewikkelde, afzonderlijke leven hiervoor bestaat, dan en eerst dan bevindt hij zich inderdaad op de weg. Zoek die weg door in de geheimzinnige en glorierijke diepten van uw eigen innerlijke wezen af te dalen. Zoek hem door alle ervaring te toetsen, door gebruik te maken van de zintuigen om de groei en de betekenis van de persoonlijkheid te doorgronden en ook de schoonheid en de onbegrijpelijkheid van die andere goddelijke fragmenten, die zij aan zij met u worstelen en de mensheid vormen waartoe u behoort. Zoek hem door de wetten van het zijn te bestuderen, de wetten van de natuur, de wetten van het bovennatuurlijke; en zoek hem door volledige gehoorzaamheid van de ziel te betonen aan de ster die zwak daarbinnen schijnt. Terwijl u waakt en haar vereert, neemt haar licht gestadig toe. Dan kunt u weten dat u het begin van de weg heeft gevonden. En als u het einde heeft gevonden, dan wordt zijn licht opeens het oneindige licht.

    21. Zoek naar de bloem die tijdens de stilte na de storm ontluikt, en niet eerder.
    Zij zal groeien, omhoogschieten, zal takken, bladeren en knoppen vormen, terwijl de storm aanhoudt, de strijd voortduurt. Maar niet voordat de hele persoonlijkheid van de mens is ontbonden en opgelost, niet voordat deze door het goddelijke fragment dat haar heeft geschapen, wordt gezien als slechts een voorwerp om mee te experimenteren en ervaring mee op te doen – niet voordat zijn hele aard zich heeft overgegeven en onderworpen is aan zijn hogere zelf, kan de bloem zich openen. Dan komt een kalmte, als in een tropisch land na zware regenval, wanneer de natuur zo snel werkt dat men haar activiteit kan volgen. Zo’n rust zal er over de gekwelde geest komen. En in de diepe stilte zal die geheimzinnige gebeurtenis plaatsvinden waaruit zal blijken dat de weg is gevonden. Geef er die naam aan die u maar wilt; het is een stem die spreekt waar er geen is om te spreken – een boodschapper die komt, een boodschapper zonder vorm of substantie; of het is de bloem van de ziel die zich heeft geopend. Het kan door geen enkel beeld worden beschreven. Maar het kan worden aangevoeld, er kan naar worden gezocht en naar verlangd, zelfs wanneer de storm raast. De stilte kan slechts een ogenblik duren, of ze kan duizend jaar duren. Maar er zal een eind aan komen. Toch zult u haar krachten in u dragen. Telkens weer moet de strijd worden gestreden en gewonnen. De natuur kan slechts tijdelijk doodstil zijn.
    Wat hierboven is geschreven, zijn de eerste regels die op de muren van de Hal van Lering staan geschreven. Zij die vragen, zullen ontvangen. Zij die wensen te lezen, zullen lezen. Zij die wensen te leren, zullen leren.

VREDE ZIJ MET U.

 

 

 

 

 

II

    Uit de stilte die vrede is, zal een helder klinkende stem zich verheffen. En deze stem zal zeggen: Het is niet goed; u heeft geoogst; nu moet u zaaien. En omdat u weet dat deze stem de stilte zelf is, zult u gehoor zamen.
    U, die nu een leerling bent, in staat te staan, in staat te horen, in staat te zien, in staat te spreken, die de begeerte heeft overwonnen en zelfkennis heeft verworven, die uw ziel in haar bloei heeft gezien en deze heeft herkend en de stem van de stilte heeft gehoord, ga naar de Hal van Lering en lees wat daar voor u staat geschreven.

    1. Houd u afzijdig in de komende strijd; en hoewel u strijdt, wees niet de krijger.

    2. Zie uit naar de krijger en laat hem in u strijden.

    3. Ontvang zijn bevelen tot strijd en gehoorzaam deze.

    4. Gehoorzaam hem, niet als ware hij een generaal maar als ware hij uzelf en zijn gesproken woorden de uiting van uw geheime begeerten; want hij is uzelf, maar oneindig veel wijzer en sterker dan u. Zie naar hem uit, opdat u in de hitte en de verwarring van de strijd niet aan hem voorbijgaat; en hij zal u niet kennen, tenzij u hem kent. Als uw kreet zijn luisterend oor bereikt, zal hij in u strijden en de doffe leegte daarbinnen vullen. En als dit zo is, dan kunt u het gevecht kalm en onvermoeibaar doorstaan, u afzijdig houden en hem voor u laten strijden. Dan zal het u onmogelijk zijn ook maar één misslag te begaan. Maar als u niet naar hem uitziet, als u aan hem voorbijgaat, dan is er voor u geen bescherming. Uw brein zal weifelen, uw hart onzeker worden en in het stof van het slagveld zullen uw waarneming en zintuigen falen en u zult uw vrienden niet van uw vijanden kunnen onderscheiden.
    Hij is uzelf. Toch bent u slechts eindig en kunt u fouten maken. Hij is eeuwig en is betrouwbaar. Hij is eeuwige waarheid. Wanneer hij eenmaal in u is gevaren en uw krijger is geworden, zal hij u nooit geheel verlaten; en als de dag van de grote vrede aanbreekt, zal hij één met u worden.

    5. Luister naar het lied van het leven.

    6. Bewaar in uw herinnering de melodie die u hoort.

    7. Leer van haar de les van harmonie.

    8. U kunt nu rechtop staan, vast als een rots in de branding, en de krijger gehoorzamen die uzelf en uw vorst is. Onbekommerd om de strijd, tenzij om zijn bevelen uit te voeren; zich geen zorgen meer makend over de uitslag van de strijd, want slechts één ding is belangrijk: dat de krijger zal winnen; en u weet dat hij niet kan worden verslagen; gebruik, aldus staande, kalm en wakker, het vermogen om te horen dat u door lijden en door de vernietiging van het lijden heeft verkregen. Slechts fragmenten van het grootse lied bereiken uw oor, zolang u nog maar een mens bent. Maar als u ernaar luistert, bewaar dan getrouw de herinnering eraan, zodat niets van wat u heeft bereikt verloren gaat, en probeer daaruit de betekenis af te leiden van het mysterie dat u omringt. Zo zult u na verloop van tijd geen leraar meer nodig hebben. Want evenals het individu een stem heeft, heeft dat waarin het individu bestaat er een. Het leven zelf kan spreken en zwijgt nooit. En wat het uit, is niet – zoals u die daarvoor doof is misschien denkt – een kreet: het is een lied. Leer daaruit dat u een deel bent van de harmonie; leer daaruit gehoorzaam te zijn aan de wetten van die harmonie.

    9. Besteed ernstig aandacht aan al het leven dat u omringt.

    10. Leer met verstand in de harten van de mensen te zien.

    11. Schenk vooral aandacht aan uw eigen hart.

    12. Want door uw eigen hart komt het ene licht dat het leven kan verlichten en het voor uw ogen helder kan maken.
    Onderzoek de harten van de mensen, opdat u weet wat die wereld is waarin u leeft en waarvan u deel wenst uit te maken. Zie naar het voortdurend wisselende en bewegende leven dat u omringt, want het wordt door de harten van de mensen gevormd; en naarmate u hun aard en betekenis gaat begrijpen, zult u geleidelijk het meeromvattende levenswoord kunnen lezen.

    13. Spreken komt slechts door kennis. Verwerf kennis en u zult de spraak beheersen.

    14. Nu u de beschikking over de innerlijke zintuigen heeft verkregen, de verlangens van de uiterlijke zintuigen bedwongen, de begeerten van de individuele ziel heeft overwonnen en kennis heeft verworven, maak u nu klaar, o leerling, de weg daadwerkelijk te gaan bewandelen. Het pad is gevonden: maak u gereed het te betreden.

    15. Vraag aan de aarde, aan de lucht en aan het water naar de geheimen die zij voor u bewaren. Door het ontwikkelen van uw innerlijke zintuigen zult u dit kunnen doen.

    16. Vraag aan de heiligen van de aarde naar de geheimen die zij voor u bewaren. Het bedwingen van de verlangens van de uiterlijke zintuigen zal u het recht geven dit te doen.

    17. Vraag het meest innerlijke, het ene, naar het uiteindelijke geheim dat het door de eeuwen heen voor u bewaart.
    De grote, moeilijke zege, het overwinnen van de begeerten van de individuele ziel, is een werk van eeuwen; verwacht dus niet daarvoor te worden beloond voordat eeuwen van ervaring zich hebben opgestapeld. Wanneer de tijd is gekomen om deze zeventiende regel te leren, bevindt de mens zich op de drempel om meer dan een mens te worden.

    18. De kennis die nu de uwe is, is slechts van u omdat uw ziel één is geworden met alle zuivere zielen en met het meest innerlijke. Zij is aan uw zorg toevertrouwd door het allerhoogste. Verraad haar, misbruik uw kennis of verwaarloos haar, en het is voor u zelfs nu nog mogelijk vanuit de hoge staat die u heeft bereikt, neer te storten. Groten vallen terug, zelfs op de drempel; ze kunnen het gewicht van hun verantwoordelijkheid niet dragen, en zijn niet in staat verder te gaan. Zie daarom steeds met ontzag en beven uit naar dit ogenblik, en wees op de strijd voorbereid.

    19. Er staat geschreven dat er voor hem die op de drempel van het goddelijke staat, geen wet kan worden opgesteld, geen gids kan bestaan. Toch kan ter informatie van de leerling de laatste strijd aldus worden omschreven:
    Houd vast aan dat wat noch substantie noch bestaan heeft.

    20. Luister slechts naar de stem die geen klank heeft.

    21. Zie slechts naar dat wat onzichtbaar is voor zowel het innerlijke als het uiterlijke zintuig.

VREDE ZIJ MET U.

 

Licht op het Pad & Door de Gouden Poort

© 1999 Theosophical University Press Agency, Den Haag