|
Tijdens de voorbereiding van dit boek voor publicatie heb
ik op merkingen en kritiek ontvangen; het lijkt me handig om daarop in
de vorm van een dialoog antwoord te geven.
CRITICUS: Als u de Old Diary Leaves [Oude
Dagboekbladen] van Olcott leest, zult u daarin overvloedig bewijs aantreffen
dat HPB als een medium werkte, in trance werd gebracht, enz., en dat ze
bovenal gewend was lang, ja heel langdurig te schrijven in een handschrift
dat veel van haar eigen normale handschrift verschilde. Als dat het geval
is, zie ik niet in hoe u het onafhankelijk van elkaar bestaan van de handschriften
van KH, M en HPB zou kunnen vaststellen alleen op basis van een analyse
van enkele voorbeelden van het ‘gewone’ handschrift van HPB.
VH: Laat ik u er eerst aan herinneren dat de hele
stelling van Hodgson was dat HPB een vindingrijke maar gewone bedriegster
was die geen enkele bovennatuurlijke krachten bezat. De brieven van
KH werden volgens hem geschreven in een verdraaide vorm van haar gewone
handschrift, die ze zich doelbewust eigen zou hebben gemaakt door enkele
jaren van oefening. Het schrijven van zulke brieven met de opzet om te
bedriegen kan een misdrijf zijn, en is dat gewoonlijk ook. Het automatisch
ontvangen van geschreven teksten, in trance, slaap, enz., zonder dat de
persoonlijkheid daarvan weet totdat hij of zij ze leest, kan men geen
misleiding noemen en is geen verwijtbare overtreding hoewel het zou kunnen
worden beschouwd als een geval voor psychiatrisch onderzoek. Er is hier
een hemelsbreed verschil waaraan u voorbijgaat.
Ten tweede, de ‘enkele’ voorbeelden van
HPB’s ‘gewone’ handschrift waarnaar u verwijst zijn negen brieven die
in de British Library worden bewaard. Het betreft in alle gevallen originelen,
geen kopieën of facsimile’s. Alle zijn volledig en zijn ondertekend of
voorzien van de initialen van HPB. Alle zijn geschreven op een moment
dat redelijk dichtbij de tijd van de Mahatma Brieven ligt. Alle komen
overeen, zowel wat betreft handschrift als literaire stijl. Brief 138
heeft meer dan 4000 woorden en is HPB’s afscheidsbrief, de profundis
geschreven, aan Dhr. en Mw. Sinnett. Ik heb alle reden te geloven dat
dit alles een goed voorbeeld is van haar gewone, normale handschrift in
die tijd, voortgebracht door haar bewuste wil, een handschrift dat ze
gebruikte om te corresponderen met vrienden, waarin ze haar lijst met
wasgoed opsomt en instructies geeft aan de Coulombs.
De handschriften van KH, M en HPB zijn
heel verschillend en als ze in een gewone rechtszaak zouden opduiken,
zou ik ze zeker aan verschillende personen toeschrijven. Of trancepersoonlijkheden
onafhankelijk zijn van de bewuste persoonlijkheden is een andere zaak.
Ten derde, als we het getuigenis van Olcott
als bewijs accepteren dat HPB kon schrijven in een veranderde bewustzijnstoestand,
aanvaarden we dan zijn verdere verklaring in Old Diary Leaves (3de
herziene editie 2:365-7) dat zij, in antwoord op een verzoek dat spontaan
werd gedaan, een brief ontving die was geprecipiteerd op een blanco vel
papier dat ze tussen haar handen hield, afkomstig van iemand die ze nog
niet had ontmoet, in een aan haar onbekend handschrift? Accepteren we
dit, en zo niet, waarom niet? Ik zie niet in hoe u bewijsmateriaal kunt
aanvaarden of verwerpen omdat dat u in uw betoog uitkomt: we zijn geen
politici. Olcotts getuigenis is dat HPB een overvloed aan paranormale
vermogens bezat. U kunt niet zowel Olcott als Hodgson accepteren.
Wilt u alstublieft bedenken dat ik telkens
wanneer ik Hodgsons uitspraken heb kunnen controleren aan de hand van
het directe bewijsmateriaal van de oorspronkelijke documenten die voor
ons zijn bewaard in de British Library, ik heb ontdekt dat de uitspraken
van Hodgson onjuist waren; en daarvoor heb ik mijn redenen aangevoerd.
Ze zouden nog steeds onjuist zijn als de Mahatma Brieven zouden zijn geschreven
door Helena Petrovna Blavatsky of Assur-bani-pal. Ze zouden onjuist zijn
of de brieven nu geschreven waren met een normaal bewustzijn, in trance,
in slaap, automatisch, of in een andere veranderde bewustzijnstoestand.
Deze onjuistheden zijn geen kleinigheden: ze maken de drie hoofduitspraken
waarop Hodgsons stelling over de Mahatma Brieven berust tot leugens.
CRITICUS: Het is nodig dat dit soort vergelijkingen
worden uitgevoerd door experts waarvan kan worden aangenomen dat ze geen
vooropgezette mening hebben, die niet weten wat het ‘juiste’ antwoord
is. Ik geloof niet dat iemand, in welk gebied van de wetenschap ook, volledig
immuun kan zijn voor de invloed van een verwachting en hoop vooraf, en
ik denk dat waar mogelijk een dubbelblind onderzoek moet worden verricht.
VH: Als ons werd gevraagd om te beoordelen, door
ernaar te luisteren, of het pianoconcert van ‘Sophie Menter’ misschien
niet werd geschreven door Sophie Menter, maar werd gecomponeerd door Liszt
en voor orkest bewerkt door Tsjaikovsky, dan zou ik het met u eens zijn.
Maar hier houden we ons bezig met het classificeren van de geometrische
omtrek van bepaalde individuele letters op basis van criteria die kunnen
worden uitgedrukt in termen van differentiële geometrie.
Als ik u een sortering zou geven van vijfhonderd
driehoeken en u zou vragen ze te verdelen in gelijkzijdige, gelijkbenige,
rechthoekige en ongelijkzijdige driehoeken, zou ik een grote mate van
overeenstemming onder u verwachten. Zelfs tante Matilda zou hetzelfde
resultaat krijgen als haar werd uitgelegd waar ze op moest letten.
Hier vraag ik u de geometrische vormen
van bepaalde letters te classificeren volgens definieerbare kenmerken.
In de letter g kunnen we ontdekken of deze een ‘staart’ heeft of
eindigt in een rechte haal omlaag; als ze een ‘staart’ heeft, is hij dan
gekromd naar links of naar rechts; heeft hij een gesloten of een open
lus; is de breedte van de lus groter of kleiner dan de hoogte ervan? Hebben
we in plaats van een gladde lus een ‘staart’ die bestaat uit twee of drie
curven die elkaar ontmoeten om scherpe punten (uiteinden) te vormen? Of
wordt de hele letter gevormd door een continue, ononderbroken curve zonder
scherpe veranderingen van richting?
Als men een aantal waarnemers zou vragen
de letter g volgens dit schema te classificeren, zou ik in de resultaten
niet veel variatie verwachten behalve in een paar grensgevallen. Als de
ene onderzoeker resultaten zou inleveren die veel verschilden van die
van de anderen, zou ik gaan onderzoeken wat hij verkeerd deed. U hoeft
mij niet op mijn woord te geloven. Ik vraag u de originelen van deze brieven
in de British Library te onderzoeken, en ze bladzijde voor bladzijde door
te nemen in de chronologische volgorde en door directe waarneming vast
te stellen of er bewijs is voor:
(a) een geleidelijke ontwikkeling van de stijl
van KH over een periode van verschillende jaren waarin de Blavatskyaanse
vormen worden weggewerkt (Hodgson), of
(b) een aanzienlijke variatie van vormen van enkele kenmerken
in de eerste paar Mahatma Brieven die werden ontvangen, een variatie die
grotendeels in de loop van de eerste twee weken werd gecorrigeerd zonder
dat er duidelijk Blavatskyaanse vormen worden weggewerkt (Harrison).
Wie heeft er gelijk, Hodgson of ik?
CRITICUS: Heb ik het juist dat het hoofdonderwerp
van uw studie is dat u op grond van een analyse van het ‘gewone’ handschrift
van Mw. Blavatsky beweert aan te tonen dat zij niet verantwoordelijk kon
zijn geweest voor de brieven van KH?
VH: Nee. Het centrale thema is dat het Hodgson
Rapport een SLECHT rapport is dat nooit had moeten worden gepubliceerd,
ongeacht de persoon die het betreft. Het is onbetrouwbaar. Als u zich
afvraagt, is dat van belang na meer dan een eeuw? Dan antwoord ik dat
het er veel toe doet. Het Hodgson Rapport wordt door veel samenstellers
van encyclopedieën en dictionaires nog steeds geaccepteerd als het laatste
woord over Mw. Blavatsky.
CRITICUS: Omdat het bekend is dat HPB uitgebreid
in andere handschriften schreef dan haar eigen, moet uw voornaamste stelling
wel vervallen tenzij (a) u voorbeelden kunt vinden van de andere handschriften
en deze kunt analyseren of (b) u redenen kunt vinden om te ontkennen dat
iemand, hetzij als gevolg van ervaring of in trance (het doet er niet
toe welke van die twee) een schrijfstijl kan ontwikkelen die zo verschilt
van zijn normale manier van schrijven dat een deskundige (als ik die term
mag gebruiken omdat u schijnt te ontkennen dat die bestaan!) niet zou
ontdekken dat ze dezelfde oorsprong hebben.
VH: Ik beweer dat Hodgson, Netherclift, en Sims
als deskundigen veel te wensen overlieten, en ik heb mijn redenen gegeven
voor die mening. Er zijn goede deskundigen beschikbaar, en u zult de namen
en adressen van sommigen van hen die op het ogenblik werkzaam zijn in
het UK Register of Expert Witnesses (JS Publications, Newmarket, Suffolk)
aantreffen.
We weten dat HPB uitgebreid in andere handschriften
schreef uitsluitend op grond van de verklaringen van getuigen die Hodgson
heeft afge wezen als goedgelovig en onbetrouwbaar. De belangrijkste van
hen is Olcott. Als u Olcotts uitspraken accepteert, is het duidelijk dat
het schrijven door HPB in andere stijlen paranormaal was, en niet eenvoudig
oplichterij en bedrog; en dan zou de zaak van HPB een serieus onderzoek
waard zijn.
Natuurlijk is het theoretisch mogelijk
dat HPB door veel inspanning en oefening verschillende stijlen van schrijven
en compositie had kunnen vervolmaken, waarbij elk bewijs van haar auteurschap
zou zijn ver dwenen. Ik herhaal dat er geen bewijs is voor eenzelfde
oorsprong van de handschriften van KH, M en HPB, en dit betekent precies
wat er staat. Vermoedens en vergezochte, hypothetische en niet bevestigde
mogelijkheden zijn geen bewijs. U kunt iemand niet veroordelen
wegens bedrog zonder harde bewijzen; en volgens de Engelse wet wordt iemand
geacht onschuldig te zijn tenzij zijn schuld is bewezen. Een ‘niet bewezen’
oordeel is niet toegestaan. Hodgson beweerde overvloedige bewijzen te
hebben van de gemeenschappelijke oorsprong van de handschriften van HPB
en KH, en ik moet nog steeds vernemen welke dat zijn.
Bij al dat soort problemen die het werkelijke
leven betreffen (en die niet slechts academische zijsporen zijn) moeten
we onderscheid maken tussen wat denkbaar en mogelijk is, hoe onwaarschijnlijk
en vergezocht ook, en wat met de klassiek geworden woorden van Eliza Doolittle
‘not bloody likely’ [bar onwaarschijnlijk] is.
Bedenk alstublieft dat er brieven zijn
die, zoals zelfs Hodgson moest toegeven, HPB onmogelijk had kunnen schrijven,
omdat ze op dat moment te ver weg was en de verbindingen slecht waren.
Om deze moeilijkheid te omzeilen, moest HPB (volgens Hodgson) Damodar
trainen, en misschien anderen, om even vloeiend in de stijl van KH te
schrijven en passende brieven voor haar op te stellen tijdens haar afwezigheid.
Ze moest zich bovendien bekwamen in het handschrift van M dat volkomen
anders was en de duidelijke verschillen in literaire stijl tussen de brieven
van KH, M en van haarzelf volhouden. Ze moest oorspronkelijke en samenhangende
brieven van KH van wel 16.000 woorden kunnen schrijven zonder duidelijk
terug te vallen in haar eigen normale stijl, in antwoord op specifieke
vragen over diepzinnige onderwerpen.
En (volgens Hodgson) deed ze dit alles
om onrust te stoken tegen de Britse overheersing in India.
GELOOFT
U DIT WERKELIJK? IK NIET.
©Theosophical
University Press Agency, Den Haag |