Het scheppen van onszelf
Sarah Belle Dougherty

 

Ik herinner me dat mijn oma me vertelde dat, ofschoon zij de waarheid van ideeën als karma erkende, zij die veel minder troostrijk vond dan het christelijke geloof uit haar kinderjaren. Dat door haar gedrag haar tegenwoordige karakter en de omstandigheden zijn gevormd en de loop van toekomstige levens wordt bepaald, scheen haar soms een ondraaglijke last van persoonlijke verantwoordelijkheid. Veel troostrijker was het al haar zonden op Jezus te leggen en naar een eeuwige hemel te gaan door te geloven.

Natuurlijk willen we op zijn tijd allemaal leunen op iets buiten ons dat veiliger en sterker lijkt dan wij zijn. Maar ons vereenzelvigen met onze zwakheid, betekent dat we overgeleverd zijn aan de genade van invloeden buiten onszelf en dat we geen macht hebben over onze toekomst. Als we erkennen dat we verantwoordelijk zijn voor het scheppen van ons eigen lot, kunnen we niet langer God of het toeval of anderen de schuld geven van onze fouten of moeilijkheden; evenmin kunnen we erop rekenen tegen borgtocht de vrijheid te krijgen. Daar staat tegenover dat we veeleer scheppers dan slachtoffers zijn, en het leven maakt het telkens weer duidelijk dat werkelijke zekerheid en zelfvertrouwen het gevolg zijn van vertrouwen in onze eigen innerlijke hulpbronnen.

Al beseffen we misschien dat we de vrijheid bezitten de toekomst te scheppen en fouten uit het verleden te herstellen, toch hebben maar weinigen het gevoel de toestand te beheersen. We zijn ons nauwelijks ervan bewust dat ons fundamentele wezen dynamisch creatief is en uitgaat boven de beperkingen van tijd en ruimte. In plaats daarvan vereenzelvigen we ons met onze oppervlakkige aspecten en richten we ons bewustzijn bepaald niet op ons spirituele kernwezen. Wanneer we handelen als alledaagse gewoontemensen en naar vaste patronen, dan zijn onze beslissingen grotendeels voorspelbaar en bepaald. Als we echter willen, kunnen we kiezen, voelen, zijn, wat we wensen. Al onze keuzen, of die automatisch dan wel doordacht zijn, vormen ons voortdurend, zoals Emerson verklaart:

U ziet mij als kind van mijn omstandigheden: Ik maak mijn omstandigheden. Laat een gedachte of motief van mij afwijken van wat zij zijn en het verschil zal mijn hele toestand en organisme hervormen. Ik – deze gedachte die ik wordt genoemd – is de vorm waarin de wereld wordt gegoten als gesmolten was. De vorm is onzichtbaar, maar de wereld verraadt wat de vorm is. U noemt het de macht van de omstandigheden, maar het is mijn eigen macht.*

*‘The Transcendentalist’. Lezing gehouden in de vrijmetselaarstempel in Boston, Massachusetts, in december 1841.

Het is dit vermogen in ieder van ons – om keuzen te maken, onze wil uit te oefenen – dat ons verantwoordelijk maakt en ons als spirituele wezens doet kennen. De meest wezenlijke troost ligt, denk ik, in dit vermogen onszelf te maken en verantwoordelijk te zijn voor al onze keuzen.

 
Andere artikelen over karma
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1983

© 1983 Theosophical University Press Agency