De Bijbel zegt dat wij ons huis op een rots moeten bouwen,
en die ‘rots’ is de filosofie die ten grondslag ligt aan
onze levensopvatting en de manier waarop we de dagelijkse gebeurtenissen
menen te moeten aanpakken. Voor elk van ons zal dit een uniek en persoonlijk
pad zijn, een pad dat we volgen om de innerlijke vrede te bereiken die
we geluk noemen. Maar we hoeven het gelukkig niet zonder wegwijzers
te stellen, die reizigers die ons zijn voorgegaan op het levenspad,
hebben achtergelaten. Als we zo verstandig zijn ernaar te zoeken en
te leren van de ervaringen van anderen, zullen we een rijkdom aan wijsheid
en inspiratie vinden in religieuze geschriften, boeken en mythen –
in de vorm van sleutels die ons in staat stellen aan de onvermijdelijke
wisselvalligheden van het bestaan het hoofd te bieden,
Twee begrippen die onze manier van leven ingrijpend veranderen zijn
karma en reïncarnatie. Deze twee elkaar ondersteunende
denkbeelden worden, wanneer ze in ons hart zijn aanvaard, een baken
dat alle toekomstige handelingen verlicht. Omdat reïncarnatie ons
ruimschoots tijd geeft, verdwijnt de paniek die de gedachte van een
eindig leven kan teweegbrengen. Een eeuwig verblijf in een hemel of
hel hangt af van de onvolmaakte daden die we van minuut tot minuut doen
in een enkel kort leven, waarin de strijd om het bestaan gepaard gaat
met veel pijn. Het vertrouwen dat de tijd ons geeft is een geweldig
geschenk. We kunnen doen wat ongedaan bleef, we kunnen leren van vroegere
mislukkingen, en we kunnen altijd opnieuw een kans krijgen, zodat we
geen zorg hoeven te hebben over niet afgemaakte zaken.
In dit troostrijke beeld van de eeuwigheid past heel goed de gedachte
van de universele wet van karma. Karma, een wet die voor al
het gemanifesteerde geldt, van atoom tot kosmos, wordt in bijbelse woorden
op eenvoudige wijze uitgedrukt met: ‘wat een mens zaait, zal hij
ook oogsten,’ of, onpersoonlijker, door Newton met: ‘op
iedere actie volgt een gelijke en tegengestelde reactie.’ De rechtvaardigheid
die aan deze wet ten grondslag ligt, valt niet te ontkennen: we zetten
oorzaken in beweging met onze gedachten, daden en pogingen, en het is
even zeker dat de gevolgen ons zullen treffen als dat de zon iedere
dag opkomt en ondergaat, terwijl de aarde om haar as draait.
Men zegt dat de gedachte van karma zowel barmhartig als meedogenloos
is, wat afhangt van de manier waarop we de gebeurtenissen bezien als
ze plaatsvinden. Als de dingen aangenaam zijn voor ons zijn we gelukkig,
als ze moeilijk zijn klagen we. Uitgaande van de gedachte dat ieder
levend ding een goddelijk wezen is in een fysiek omhulsel – een
voertuig dat de inwonende geest heeft opgebouwd om te kunnen functioneren
en te evolueren – is het gemakkelijker te begrijpen, dat wat ons
overkomt alleen waarde heeft voor zover het ons ten goede verandert.
De uiterlijke gebeurtenissen in het leven, aangename of onaangename,
spelen geen rol bij de vraag hoe wij verkiezen te handelen. Wanneer
in ons leven iets tragisch gebeurt, is het goed te weten, dat op dat
moment het hele verleden dat daarbij is betrokken, misschien voorbij
is: waar het nu om gaat is hoe we het verwerken. We kunnen het gelijkmoedig
aanvaarden en er het beste van maken, waardoor we geen extra impuls
geven aan de oude oorzaken die het huidige gevolg teweegbrachten, of
we kunnen het vuur aanwakkeren en nieuwe oorzaken teweegbrengen, die
later weer moeten worden verwerkt. Als we aanvaarden dat wij ons eigen
karma maken en ermee moeten afrekenen, wil dat niet zeggen dat we over
de problemen van anderen onverschillig de schouders moeten ophalen en
zeggen ‘dat is hun karma.’ Nee! Het is ongetwijfeld
hun karma, maar hoe wij handelen is ons karma, en we moeten
altijd gevoelens van mededogen en begrip koesteren tegenover onze medemensen.
Doen we dat niet, dan scheppen we voor onszelf nieuw ongelukkig karma,
dat we zullen moeten verwerken.
Speel mee, speel eerlijk spel,
Want als de Grote Schrijver komt,
Schrijft hij niet op uw naam
Of u verloor of won, maar wel
Hoe u zich weerde in het spel.
– Grantland Rice
Zo is het! hoe onze gevoelens of gedachten zijn over wat gebeurt is
geheel onze zaak. Niemand, behalve wijzelf, kan ons gelukkig maken of
bedroefd, vredig of blij. Het lichaam kan pijn lijden, maar de pijn
die we in onze ziel voelen is het gevolg van onze eigen dwaasheid. Wat
ons overkomt is steeds ons eigen karma, teweeggebracht door vroegere
daden die op een bepaald moment uitwerken. Onze innerlijke god kent
onze kracht en zwakheden en meet ons precies toe wat we kunnen dragen.
In de innerlijke wereld van ons ware zelf vergaren we de essentie van
elke ervaring en we veranderen dienovereenkomstig: we leefden gisteren
en zijn nu hier, en toch zijn we niet dezelfde – we zijn gegroeid!
In dat zelf wordt ook de ‘herinnering’ bewaard aan voorbije
uren, jaren en levens, waardoor wordt bepaald (hoewel niet bewust) hoe
we zullen handelen. We handelen en reageren uitsluitend overeenkomstig
ons eigen zelf!
Omdat de hele stoffelijke wereld om ons heen vol goddelijke wezens
is, die allen leven door middel van de voertuigen die nodig zijn voor
hun speciale graad van evolutie, en die allen streven naar volmaking
op hun bestaansgebied, wordt het duidelijk dat het leven zoals wij dat
kennen niet het einde is. In het streven van de ziel naar het goddelijke,
komen in ons, als menselijke wezens, onze goddelijke mogelijkheden tot
leven.