Een nobele filosofie
Ingrid Van Mater

 

Boekbespreking: Wind of the Spirit, G. de Purucker, 2de herziene uitgave, Theosophical University Press, Pasadena, 1984; 328 blz., woordenlijst, index. Zie Wind van de geest, 2de herziene druk in 2001 in het Nederlands.



Van G. de Puruckers Wind of the Spirit, een boek dat zich al lange tijd in de gunst van de lezers mag verheugen, is nu een herziene uitgave beschikbaar, voorzien van een woordenlijst en een index. Het richt zich op de huidige behoefte aan spirituele waarden die ondanks veranderingen intact blijven. Het bestaat voor een groot deel uit geïmproviseerde toespraken die werden gehouden op openbare en informele bijeenkomsten en bezit daarom de directheid en levendigheid van het gesproken woord, naast de kennis en wijsheid waar de schrijver om bekendstaat.

Het is een boek dat men kan opslaan voor bemoediging en als een bron van inspiratie. Het thema dat eraan ten grondslag ligt en dat uit de titel blijkt, is dat de kracht van het goddelijke, van de geest, in ieder van ons een onzichtbare maar altijd aanwezige invloed is, die ons aanspoort onze rol als mens beter te spelen. De verschillende aspecten van de toestand waarin de mensheid verkeert krijgen bijzondere aandacht. G. de P., zoals hij vaak werd genoemd, schijnt tot elke lezer afzonderlijk te spreken als hij de innerlijke, oorzakelijke kant van onze problemen en conflicten laat zien en aangeeft hoe we die kunnen oplossen. Angst, bijvoorbeeld, die een destructieve emotie is als ze uit egoïsme voortkomt, kan worden overwonnen door onszelf te vergeten en te trachten anderen te helpen; het lijden wordt gezien als een karmische noodzaak waaraan we het hoofd moeten bieden en waardoor medeleven met de pijn en het verdriet van anderen wordt opgewekt. De realiteit van de dood wordt niet als een verschrikkelijk gebeuren naar voren gebracht, maar in de eerste plaats als een periode tussen twee levens, die wordt gekenmerkt door schoonheid en het tot haar recht komen van de ziel. Het is een bruikbare filosofie, praktische theosofie op haar best; want het is een betrouwbare gids die ons erop voorbereidt zelf initiatieven te nemen. G. de P. verwijst naar de Griekse mythe van Hercules die de wagenvoerder helpt, maar pas wanneer de wagenvoerder zichzelf begint te helpen.

Er zijn passages in deze bladzijden die ons doen beseffen hoe noodzakelijk het is ons te bevrijden van de beperkingen van eigenbelang en onnadenkendheid en ons in de universele stroom te begeven. Dr. de Purucker doet een beroep op rechtvaardigheid, redelijkheid en algemene mensenrechten die het moeten winnen van ‘het recht van de sterkste, en van materiële waarden’, waardoor onze wereld al zo lang wordt beheerst. We kunnen hem bijna horen zoals hij ongeveer een halve eeuw geleden het gehoor bezielde met de woorden: ‘We zaaiden wind; we oogsten nu als een groep spiritueel failliete volkeren de wervelstorm.’ Het is geen wonder dat onze aarde reageert op de stroom van destructieve energie die we in haar atmosfeer loslaten, want het is een oude leer dat ‘rampen die de mensheid treffen in hoofdzaak door de mens worden voortgebracht’, door massale psychische, mentale en emotionele ‘wervelwinden’ die de storingen veroorzaken waarvan we nu getuige zijn.

Er schijnen in deze kritieke tijd van onze geschiedenis tegenstromingen aan het werk te zijn, een confrontatie tussen het opkomend en neergaand getij van denken, tussen altruïsme en egoïsme, tussen ruime holistische zienswijzen en beperkende en schadelijke invloeden van de materialistische instelling. Het spreekt vanzelf dat als we uitgaan van eigenbelang, alles wat we doen de neiging heeft een onmenslievend oordeel te bevorderen en gewoonlijk niet ten goede van de mensheid werkt, terwijl onzelfzuchtige motieven het welzijn van allen bewerken. Terecht wordt op onze verantwoordelijkheid als individuen, als volkeren en als mensheid sterk de nadruk gelegd. We zijn wat we denken en voelen, en de wereld waarin we leven wordt wat onze gedachten, gevoelens en daden ervan maken. Wij alleen scheppen door de kracht van onze gedachten de aard van de beschaving waarvan we deel uitmaken. Naarmate het ons lukt de werking van het verstand te temperen door de wijsheid van het hart, zullen we een verandering ten goede zien in het begrip van de wereld.

Om zijn standpunten te illustreren, put G. de Purucker uit vele beschavingen, zoals de Griekse, Chinese, Tibetaanse, Indiase en Egyptische. Hij wijdt verschillende hoofdstukken aan christelijke leringen, zoals de duivel, het gebed, de maagdelijke geboorte en het plaatsvervangend lijden, en toont aan dat de beschermengel zich niet buiten ons bevindt, maar een zeer reëel deel van ons vormt – ons hoger zelf, de innerlijke kenner. Vertrouwde bijbelse aanhalingen worden verklaard. ‘Niet mijn wil, maar de Uwe’ bijvoorbeeld, is een gebed dat ‘de wil richt op zelf-bewustwording van spirituele zaken en het omzetten van deze innerlijke houding van de ziel in positief handelen op aarde.’ Als we bereid zijn de persoonlijke wil ondergeschikt te maken aan de onpersoonlijke, universele wil, maken we de weg vrij, waarlangs mededogen, ‘een van de meest edele bezoekers van de tempel van het menselijk hart’, alle daden en gedachten kan besturen.

Ongetwijfeld bestaan er invloeden buiten ons waarnemingsvermogen, die onophoudelijk bezig zijn het beste in de mensheid te beschermen en te koesteren. De keten van evolutionaire ontplooiing komt niet tot een abrupt einde op ons menselijk niveau, want er zijn wezens, bekend en onbekend, zichtbaar en onzichtbaar, die hebben geleerd ware dienaren van de natuur te worden en zich volledig in te zetten voor het welzijn van de mensheid en van deze planeet. Hoe beïnvloeden ze ons? We hebben, zegt de schrijver, in ons een christus-geest, het spirituele vuur in het hart en ook wij kunnen ons openstellen voor deze hogere invloeden. Telkens als we gevoelens van eerbied hebben voor de natuur, nemen we deel aan haar innerlijke wereld; telkens als we ons in oprechte sympathie tot een ander richten, helpen we niet alleen een medemens, maar roepen we ook de goddelijke kwaliteit in onszelf op. Het is geruststellend te weten dat welke martelingen en beproevingen wij of de wereld ook ondergaan, ‘de wind van de geest, die vernieuwt, hervormt en herschept, over de aarde strijkt.’

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1985

© 1985 Theosophical University Press Agency