Achter de stof
Sarah Belle Dougherty

 

Het geloof in reïncarnatie heeft een verreikende invloed op ons denken en verruimt onze blik op persoonlijke en wereldgebeurtenissen. We gaan nadenken over de vraag wie we zijn en wat de aard is van de wereld die we bewonen. Waarom werden we als een unieke persoonlijkheid op deze plaats en in deze tijd geboren en kwamen we met bepaalde mensen wel, en met anderen niet in aanraking? Een dergelijk ‘gegeven’ in ons leven wordt gewoonlijk toegeschreven aan het toeval, aan de goddelijke voorzienigheid, of zelfs aan materialistisch determinisme – krachten die men ziet als buiten onszelf werkende factoren. Reïncarnatie richt echter de aandacht op de onzichtbare maar heel wezenlijke aspecten van onze natuur en hun evolutie, ontstaan door oorzaken die we in verschillende levens in beweging hebben gezet. Het biedt de mogelijkheid van een eeuwenlang, ononderbroken, individueel bestaan. Wederbelichaming houdt tevens in dat alle dingen, niet alleen mensen, zijn geworteld in onzichtbare bestaansgebieden, die ten grondslag liggen aan de stoffelijke wereld die onze zintuigen ons doen kennen.

Uit ervaring weten we hoeveel meer een menselijk wezen omvat dan alleen het uiterlijke hulsel dat we kunnen zien. Door uitsluitend de stoffelijke wereld te erkennen, heeft de materialistische wetenschap, die in de laatste 150 jaar het intellectuele leven heeft beheerst, ons ertoe gebracht al het andere te zien als onwerkelijk of ten hoogste als een bijproduct van de stof; maar al vereenzelvigen we ons in sterke mate met ons stoffelijk zelf en onze zintuiglijke waarnemingen, het is duidelijk dat ons onzichtbare zelf, met zijn gevoelens, gedachten, reacties, wil en verlangens, de werkelijke persoon vertegenwoordigt, aan wie we denken als onszelf en die reageert en handelt op innerlijke en uiterlijke omstandigheden. Reïncarnatie wil zeggen dat deze ‘werkelijke persoon’ de stoffelijke dood overleeft om steeds weer als mens naar de aarde terug te keren. In plaats van de oorzaak van alle gebeurtenissen te zoeken in het milieu, in de gebeurtenissen van ons tegenwoordige leven, of zelfs in bovennatuurlijke invloeden, richt reïncarnatie de aandacht op ‘zelf-erfelijkheid’. We komen tot de ontdekking dat we verantwoordelijk zijn voor onze tegenwoordige omstandigheden, voor wat we nu zijn en ook voor wat we in de toekomst zullen zijn, omdat we in vorige levens uit onszelf het karakter, de mogelijkheden en neigingen hebben ontwikkeld die we nu bezitten. Die komen niet tot uiting als vage tendensen; we worden tot een specifieke situatie aangetrokken door oorzaken die we zelf in beweging hebben gezet en die een innerlijke affiniteit scheppen. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde redenen waarom we in een bepaald gezin, op een bepaalde plaats, in een bepaalde tijd worden geboren. We worden psychomagnetisch aangetrokken tot ouders, die een levenssituatie kunnen verschaffen die past bij onze aangeboren eigenschappen en ons karma. Ook een bepaald kind is het best geschikt om te voorzien in de karmische behoeften van de ouders. Het gaat hierbij niet om toevalligheden of alleen om materiële processen. Materiële processen weerspiegelen innerlijke processen, met oorzaken die op verschillende gebieden van het heelal werken. Al maken we noodzakelijkerwijs deel uit van werelden die tot de stof en de tijd behoren die ons beïnvloeden, uiteindelijk worden we daar niet door beperkt.

Ook al weten we zelden bijzonderheden over onze relatie met anderen in vorige levens, we kunnen onze tegenwoordige betrekkingen beter begrijpen en accepteren als we inzien dat die zijn geworteld in gezamenlijke activiteiten in het verleden. Het land waarin we wonen, de mensen die we ontmoeten, degenen die ons het naast zijn, de situaties waarin we ons bevinden, zijn het resultaat van onze contacten met mensen in vele levens. Als de dood slechts een onderbreking is in onze relaties, kan het nooit in ons eigen belang zijn als we anderen gebruiken of schaden, wat de schijnbare gevolgen of het ontbreken van gevolgen ook mogen zijn. Niet alleen draagt iedere gedachte en daad ertoe bij ons te maken tot wat we zijn, maar de krachten die we tussen onszelf en anderen in beweging zetten, zullen te zijner tijd hun gevolg hebben en bepalen welke omstandigheden en mensen we in de toekomst zullen aantrekken. Dat is een heel hoopvolle gedachte, want als we er niet in slagen iemand te behandelen zoals we zouden willen, of niet in staat zijn een bepaalde persoon of situatie te accepteren, weten we dat we ten slotte gelegenheden zullen krijgen deze relaties zo te verbeteren dat we erdoor leren en groeien. Het besef dat we allemaal ontelbare levens van ervaring achter ons hebben, spoort ons aan te putten uit de reservoirs van innerlijke krachten die we in onszelf hebben opgebouwd en ook om meer respect te hebben voor de innerlijke waardigheid en betekenis van anderen.

Het overwicht dat de innerlijke factoren krijgen, beïnvloedt ook onze kijk op de samenleving en de geschiedenis van de mens. We zien de mensheid niet als een stoet van eenmalige individuen, maar als een grote groep evoluerende wezens die zich steeds weer op aarde belichamen en met elkaar gecompliceerde relaties vormen, individueel en maatschappelijk. In het algemeen proberen we in het patroon van de oorzakelijke verbanden tussen de ene generatie en de volgende, de ene beschaving en de volgende, en van hun vooruitgang, een ononderbroken lijn te zien. Reïncarnatie biedt echter een nieuwe dimensie: oorzaken die de lange tijdsperioden tussen de incarnaties van individuen overbruggen – misschien duizenden jaren – en die pas uitwerken als de mensen die erbij betrokken zijn eeuwen later opnieuw worden verenigd. Mensen en groepen verschijnen cyclisch en ze brengen de aanleg voor bepaalde dingen en denkwijzen met zich, als gevolg van wat ze in het verleden zijn geweest en samen hebben gedaan – karmische impulsen die zich als gevolgen moeten manifesteren.

Als we het bestaan erkennen van zulke oorzaken op lange termijn, gaan we inzien hoe geweldig groot het erfdeel aan collectief karma is, positief zowel als negatief, dat ons allemaal beïnvloedt. We kunnen ons niet veroorloven mee te drijven met de stroom van collectieve neigingen, zonder het gevaar te lopen tot gewoonten en daden te vervallen waaraan we beslist niet willen meewerken. Omdat onze invloeden vaak subtiel zijn, is het van belang onze daden en onze houding zorgvuldig te onderzoeken om er zeker van te zijn dat ze overeenstemmen met onze individuele opvattingen en idealen. Als lid van een bepaalde groep, zelfs als één onder honderden miljoenen, dragen we een zeer wezenlijke verantwoordelijkheid, omdat alles wat we doen of denken meetelt, ook als we de gevolgen in dit leven niet kunnen zien. Uitgaande van reïncarnatie gaat geen enkele daad of beslissing ooit verloren: de essentie ervan wordt een deel van ons en draagt bij tot wat we zijn. Het beïnvloedt ook de wereld om ons heen en deze gevolgen zullen in komende tijden weer op ons en onze medemensen terugwerken. Ieder van ons is dus belangrijk, ongeacht de uiterlijke positie; ieder heeft invloed op het geheel, dat we alleen al door onze innerlijke kwaliteit en de aard van onze gedachten en daden helpen vormen.

En wat is dit geheel dat we helpen vormen? Onze verbindingen met anderen strekken zich veel verder uit dan de mensheid. We belichamen ons steeds opnieuw op aarde, omdat we in zeer wezenlijke zin kinderen van onze planeet en van de zon zijn, gebonden aan de aarde en haar bewoners door sterke banden van oorzaak en gevolg, gebaseerd op wederzijds handelen, banden die verder teruggaan dan het begin van het zonnestelsel. We zijn even innig verbonden met de entiteiten die ons samenstellen – onze eigen cellen en atomen, onze emoties, gedachten en kenmerken. We worden tot al deze wezens aangetrokken, grote en kleine, en zij tot ons, door banden van sympathie, die ieder moment worden versterkt of verzwakt. In plaats van rond te dolen in een stoffelijk heelal als een zeldzame bloem van bewust leven, zijn we integrale delen van een levend systeem, waarvan het grootste deel zich buiten het bereik van ons waarnemingsvermogen uitstrekt; het bestaat evenals wijzelf uit het goddelijke en uit bewustzijn, en ook uit stof.

Ons huidige leven maakt deel uit van een patroon waaraan we sinds het begin van de tijd met ontelbare anderen hebben geweven. Het patroon verandert steeds omdat niemand van ons zelfs maar één ogenblik statisch is. Op ieder moment bepalen we wat ons toekomstig zelf en onze relaties zullen zijn. Alleen al het besef dat we een oneindige weg in het verleden hebben afgelegd, moet ons een onwankelbaar vertrouwen geven in onze eigen hulpbronnen, op onze reis in een oneindige toekomst van bestaan met hen die ons omringen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/jun 1986

© 1986 Theosophical University Press Agency