Er is in dit jaargetijde iets innerlijks, een gevoel van warmte dat
onze diepste, heiligste natuur raakt en ons aanspoort, al is het maar
kort, na te denken over het doel van het leven en de spirituele betekenis
van het hoogtepunt van het jaar. De terugkeer van de zon naar het noorden
tijdens de winterzonnestilstand is lang gevierd als de gunstigste tijd
voor de geboorte van verlossers, want dan wordt de initiant, als hij
de beproevingen met succes heeft doorstaan, ‘bekleed met de zon’.
De goddelijke kracht stroomt eeuwig door de zon, door christussen en
boeddha’s en in feite door alle wezens, want ze zijn allemaal
één. In deze tijd van het jaar is er een stroomversnelling
en zijn onze mogelijkheden groter om meer van de christusgeest in ons
naar buiten te brengen. Deze versterking van de geest is als een lichtstraal
die iedereen in verschillende mate beïnvloedt en aanspoort tot
vriendelijke en welwillende daden.
Als we nadenken over het mededogen van de verlossers van de mensheid
en de hoogte die ze hebben bereikt, is het moeilijk ons het idee eigen
te maken dat wij onze eigen verlossers zijn en dat in toekomstige eeuwen
onze latente innerlijke christus zich ten volle zal openbaren. Toch
werken de natuurwetten zo, dat groei stap voor stap plaatsvindt door
wat we zelf doen en proberen te doen, want de verlossers zijn de bloem
van de mensheid.
Een steeds terugkerende belemmering voor spirituele vooruitgang is
de neiging tot bekrompenheid in ons denken en voelen, in plaats van
waardering te koesteren voor verschillende religieuze inzichten en ons
inzicht te verdiepen in de universele waarheden die de hele mensheid
toebehoren. In de Bijbel bijvoorbeeld, vindt men vele uitspraken die
de mysterieleringen betreffen en die opvallen door hun wijsheid. Een
daarvan is de passage in het Nieuwe Testament, waar Jezus Nicodemus
onderricht over spirituele wedergeboorte (Johannes 3:3-12):
Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt
geboren, kan het koninkrijk God zien.
En toen Nicodemus vroeg: ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij
al oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan
en weer geboren worden?’, antwoordde Jezus:
Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk
van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest.
Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat
geboren is uit de Geest is geestelijk.
Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal
opnieuw geboren moeten worden.
De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid,
maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo
is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.
Nicodemus vroeg toen hoe dat mogelijk was, waarop Jezus zei:
Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat we
weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren
ons getuigenis niet.
Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse
spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen
spreek?
We zien uit het gebrek aan spiritueel inzicht van Nicodemus hoe de
handen van een ware leraar gebonden zijn, want als Nicodemus ontvankelijker
was geweest, zou Jezus veel meer over ‘hemelse dingen’ gezegd
kunnen hebben. Ongetwijfeld staan we vele malen onze beste mogelijkheden
in de weg.
De verzen van Johannes vertellen over inwijding, maar kunnen ook betrekking
hebben op ieder van ons. We worden erop attent gemaakt dat er twee geboorten
zijn: één uit water of vlees, en de andere uit de geest.
Met andere woorden, er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen
Jezus, de mens, en Christus, de ingewijde. We kennen de stoffelijke
geboorte van het kind Jezus als een gewoon sterveling en de spirituele
geboorte van de Christus, de gezalfde of ontwaakte. Geboren uit de maagd,
of het hoogste aspect van hemzelf, weerspiegelde hij in ieder deel van
zijn wezen de glans van zijn eigen Christus-zon. Het symbool van de
maagdelijke geboorte dat met vele wereldverlossers is verbonden, is
bijzonder mooi wanneer het in deze zin wordt geïnterpreteerd en
niet zozeer als een historisch feit.
Eerst komt het zien en dan het binnengaan in het
koninkrijk van God, want zien gaat vooraf aan weten en worden. Het innerlijke
transformatieproces voltrekt zich in stadia, waarin we steeds helderder
de glans zien van ons hoger zelf of de innerlijke christos, die ons
voortdurend aanspoort onszelf te onderzoeken, te leren kennen en boven
onszelf uit te stijgen. Ervaringen leren ons en roepen ons wakker als
de overgang van mens-god tot god-mens zich geleidelijk voltrekt langs
de weg van een zich steeds uitbreidende visie en het verlangen deze
visie te worden. Het is een lange weg van lering en ervaring voor we
ten slotte gereed zijn voor de ‘maagdelijke geboorte’. Deze
inwijding heeft in andere tradities haar tegenhanger. In India bijvoorbeeld
wordt een ingewijde een dvija genoemd, een ‘tweemaal
geborene’. De Egyptenaren spraken over zo iemand als een ‘Zoon
van de Zon’ en vroege christelijke theologen noemden de Christus
de ‘Ware Zon’ en ‘Onze Nieuwe Zon’.
Men voelt de grootsheid van het offer dat de Groten hebben gebracht
die, zoals Jezus en andere helpers van de mensheid, hun kennis doorgaven
zoals zij die hebben ontvangen – ‘wij spreken over wat we
weten en we getuigen van wat we gezien hebben.’ Ze zijn onpersoonlijk,
niet gehecht aan resultaten en ze weten altijd dat ze slechts bij relatief
weinigen gehoor zullen vinden. Wat leren ze? In de eerste plaats dat
het pad van de geest een noodzakelijk deel vormt van onze bestemming.
‘Tenzij iemand opnieuw geboren wordt, . . .’ is de opdracht
ons bewust te worden van onze menselijke plicht, want spirituele vernieuwing
is de kracht achter alle evolutionaire ontplooiing, de drang om te veranderen
en te groeien.
In het licht van de grootse mogelijkheden die we als mens hebben, is
er altijd hoop, hoe moeilijk de omstandigheden ook mogen zijn. Ieder
van ons heeft specifieke behoeften en voorkeuren, maar we kunnen allemaal
bijdragen aan de krachten die werkzaam zijn bij de komst van het nieuwe
jaar. Dan kan de geest, net als de wind, doen wat hij wil en zal zijn
invloed merkbaar zijn.