‘In het noordelijke hoogland van Ethiopië keek Hailemariam
Wolde-Micael uit over zijn graanveldje en zei: Dit jaar heeft het goed
geregend, dus misschien hebben we genoeg te eten. Maar het land is moe.
Zelfs als het voldoende regent, is de graanopbrengst veel kleiner dan
vroeger.’
Deze zin is afkomstig uit een artikel van UNEP, de milieu-organisatie
van de Verenigde Naties, ter gelegenheid van wereldmilieudag op 5 juni
1987.
Iedere dag kunnen we een dergelijke klacht in onze kranten lezen. Onze
planeet aarde is ziek. We worden nu geconfronteerd met de effecten die
onharmonisch menselijk handelen heeft op het milieu waarin we leven:
bossen en meren sterven onder invloed van verzuurde regen, veroorzaakt
door vervuiling van industrie en verkeer; onvoorspelde droogteperioden
bedreigen kwetsbare ecosystemen; de beschermende ozonlaag om onze planeet
is beschadigd; duizenden planten- en diersoorten sterven definitief
uit, enz., enz. Vele wijze vertegenwoordigers van culturen die dichter
bij de natuur staan dan wijzelf, hebben geprobeerd ons te doen inzien
dat het verlies aan spiritualiteit (een denken dat gericht is op het
spirituele) zal leiden tot een ramp: mentaal en psychologisch zowel
als lichamelijk en materieel. Tot nu toe hebben we niet geluisterd,
en nu zullen we door harde ervaring wijs moeten worden.
Maar zelfs al zien we hoe de steeds verder gaande vernietiging om ons
heen plaatsgrijpt, toch zijn er – zij het vaak onopgemerkt –
heel wat vonkjes van hoop. Dit jaar besloten de Verenigde Naties voor
de eerste keer om op wereldmilieudag een aantal individuen en organisaties
te eren, ‘voor wie elke dag milieu dag is.’ Ze werden geselecteerd
op grond van hun pionierswerk voor het milieu en het milieubewustzijn.
Om hun successen te vieren en aan hun boodschap ruchtbaarheid te geven,
werden ze door UNEP genoteerd op een ere-oorkonde genaamd ‘The
Global 500’. Negentig werden er gekozen voor 1987, en over de
komende vier jaar zullen andere namen van individuen en organisaties
uit de hele wereld, die een opmerkelijke praktische bijdrage hebben
geleverd tot deze zaak van wereldbelang, aan de lijst worden toegevoegd.
Aan de vooravond van wereldmilieudag ontving een kleine selectie uit
deze negentig, in aanwezigheid van honderden politici, journalisten
en milieumensen uit de hele wereld een erediploma uit handen van dr.
Mostafak Tolba, een microbioloog, die sinds 1976 de functie van Uitvoerend
Directeur van UNEP bekleedt aan het hoofdkwartier van die organisatie
in Nairobi, Kenya. Dr. Tolba zei:
Veel van de bezorgdheid en opwinding over het belangrijke
probleem van het milieu ligt niet bij regeringen en instellingen –
maar bij individuen en maatschappelijke groeperingen. Zij laten zien
dat de zorg voor en het behoud van onze planeet een zaak is die mensen
aangaat. De Global 500 zijn pioniers en geven leiding aan de frontlinie.
De wereld is aan deze stille werkers een woord van dank schuldig dat
overal gehoord kan worden – UNEP heeft de eer aan die dankbaarheid
uitdrukking te kunnen geven namens de wereldgemeenschap op wereldmilieudag
1987 en in de komende jaren als onze Global 500 lijst groeit.
Onder degenen aan wie de prijs werd toegekend, bevonden zich bekende
persoonlijkheden uit de filmwereld, zoals David Attenborough, een toegewijd
werker voor het milieu; uit de wereld van de politiek, dr. Gro Harlen
Bruntland, premier van Noorwegen en voorzitster van het comité
voor milieu en ontwikkeling van de VN; Sir Edmund Hillary, de eerste
westerling die de top van de Mt. Everest bereikte, later actief in het
milieubeheer in Nepal en tegenwoordig ambassadeur voor Nieuw-Zeeland
aldaar, en anderen, die misschien niet bekend zijn buiten hun eigen
kring, maar van wie de bijdragen voor het welzijn van onze planeet even
waardevol zijn. Ze waren afkomstig uit allerlei kringen: plattelands-
en stadsactivisten, journalisten, wetenschappers, parlementariërs
en ambtenaren. Op de ochtend van wereldmilieudag was er een plechtige
bijeenkomst van zo’n veertig Afrikaanse milieuministers in de
grote conferentiezaal van de VN, en ’s middags gaven Keniaanse
scholieren en jonge studenten korte lezingen over milieuactiviteiten
van de groep waartoe ze behoren. De Kenianen, die goed voor hun natuurlijk
milieu zorgen, zouden voor velen een voorbeeld kunnen zijn.
Het is inderdaad hartverwarmend dat mensen van zoveel verschillende
landen, die elkaar niet kennen, verbonden zijn in toewijding aan hetzelfde
doel. Onder degenen die ik ontmoette, waren een dame uit Griekenland,
die de paargronden van de zeldzame Caretta zeeschildpadden probeert
te beschermen; een man uit Burkina Faso, die de drijvende kracht is
van een organisatie die projecten voor waterbeheer, bosaanplant, graanopslag,
enz., bevordert, en waarin groepen uit 700 dorpen verenigd zijn; een
vrouw uit Barbados, die werkt op het terrein van milieu-educatie en
bewustwording in 28 Caraïbische staten; een milieu-activist afkomstig
van Paaseiland; een jonge zangeres uit Indonesië, die haar eigen
songs over het milieu schrijft en ze uitvoert voor de radio, en een
man uit Zuid-India, die dorpelingen motiveert tot het planten van miljoenen
bomen.
Ik was uitgenodigd als vertegenwoordiger van de Stichting Werkgroep
Behoud Tropisch Regenwoud, die gevestigd is in Amsterdam. Hoewel geografisch
gezien de tropische regenwouden ver weg van Nederland voorkomen, menen
we dat de problematiek van deze subtiele en kwetsbare ecosystemen iets
is dat de hele aarde betreft en niet het unieke belang is van enig land
in het bijzonder. Alles is met elkaar verbonden in de wereld. Dit geldt
wel in het bijzonder voor de regenwoud-ecosystemen, die zulke belangrijke
functies hebben voor de aarde als geheel. Niet alleen hebben we een
directe band en verantwoordelijkheid via de handel in hout en andere
bosproducten, maar tevens zijn veel producten die we dagelijks gebruiken,
zoals koffie, cacao, bananen, en een aantal medicijnen, afkomstig van
tropische ecosystemen. De bossen zijn tot nu toe nog maar ten dele onderzocht,
en men verwacht dat ze een enorme waarde in zich dragen voor de toekomstige
mensheid in de vorm van mogelijke voedselgewassen, medicijnen, en wilde
soorten om te kunnen kruisen met de zwakke cultuurgewassen die gevoelig
zijn voor moeilijk onder controle te houden plagen. De bossen kappen
is als het slachten van de kip met de gouden eieren.
Van nog groter belang is de functie van het bos als zuiveraar en stabilisator
van de lucht- en waterhuishouding van de aarde. De lucht boven een tropisch
regenwoud is uitermate zuiver. Waar zijn we mee bezig, als we onze atmosfeer
en onze zeeën vervuilen en tegelijkertijd onze grootste zuiveraar
op land vernietigen? Het Amazonebekken is verreweg het grootste zoetwaterreservoir
van de aarde, en een volledige vernietiging van de Amazonebossen (waar
hard aan wordt gewerkt) kan een merkbare zeespiegelstijging tot gevolg
hebben. Ontbossing zal aan de ene kant overstromingen veroorzaken en
landbouwgronden in moerassen doen veranderen, en aan de andere kant
de oorzaak zijn van droogten en verwoestijning van gebieden die nu bebost
zijn.
Men kan zich afvragen hoe die kleine minderheid van mensen over de
hele wereld de moed blijft behouden om te vechten – niet door
middel van agressie, maar uit liefde voor een ideaal dat uitgaat boven
hun eigenbelang – ondanks het feit dat de kranten ons steeds maar
weer berichten over alweer een nieuw project van industrialisatie, veeteelt,
of commerciële houtkap ten koste van het ongestoorde bos en de
traditionele volken die erin en ervan leven. Iedere milieuactivist zou
misschien zijn eigen antwoord kunnen geven op deze vraag. Ik kan alleen
voor mezelf spreken.
Om punt 5 aan te halen van ‘De ingrediënten voor succes’,
de tekst die ik voorbereidde voor een discussie onder de prijswinnaars
op wereldmilieudag:
‘5. TOEKOMST:
Ik ben heel optimistisch over de toekomst. Dit klinkt u misschien vreemd
in de oren, wetende dat de regenwouden in een steeds toenemend tempo
worden vernietigd. Maar ik zie een aantal heel bemoedigende tekenen
in de wereld. We moeten ons ervan bewust zijn dat de oorzaak van elke
menselijke handeling in het denken ligt. Voordat we verandering kunnen
brengen in onze houding ten opzichte van de natuur, moet er een revolutie
in de menselijke geest plaatsvinden. In deze periode van onze evolutie
zijn we getuige van een grote verandering. We worden ons bewust van
de spirituele erfenis van vele eeuwen die de mensheid rijk is. We openen
onze ogen voor de Veda, de oude spirituele kennis van India, en voor
de Upanishads en Purana’s, die ons leren dat iedere manifestatie
in de natuur haar oorsprong vindt in het spirituele, en niet gescheiden
is van het eeuwige Brahman. De boeddhisten leren ons mededogen voor
alle levende wezens, omdat alle wezens kunnen lijden, en kunnen worden
genezen. De Amerikaanse Indianen en de Australische Aboriginals leren
ons dat de aarde een levend wezen is, onze moeder, en dat we haar en
alle wezens die op haar leven met respect behoren te benaderen. En vele
andere voorbeelden zouden kunnen worden genoemd.
Wat een contrast ten opzichte van diegenen die alleen geïnteresseerd
zijn in geld en persoonlijk voordeel! Ik geloof dat in de nabije toekomst
de mensheid zal ontwaken waar het gaat om spirituele waarden. Alle beslissingen
die we nemen in verband met ons milieu – zij het op het gebied
van politiek, of opvoeding, of commerciële zaken – zouden
moeten (en zullen) worden gesteund door de fundamentele gedachte van
broederschap van alle mensen en andere levende wezens; door altruïsme,
dat het welzijn van alle levende wezens als van groter belang
beschouwt dan persoonlijke verlangens; door holisme, dat wil zeggen
de erkenning van het inherente éénzijn en de verbondenheid
van al wat bestaat. Hoe zouden we ooit onze aarde kunnen vernietigen
als we ons zouden realiseren dat zij een levend wezen is en wij een
verantwoording dragend deel daarvan? Hoe zouden we onze plantaardige
en dierlijke medebewoners kunnen vernietigen als we hen als onze jongere
broeders en zusters zouden beschouwen? Ikzelf denk werkelijk dat de
aarde een levend wezen is, waarvan de mineralen de basis vormen, het
plantenrijk haar vitaliteit tentoonspreidt, en de mensheid het voertuig
van denkvermogen vormt en daarmee van verantwoordelijkheid; en onze
spirituele leraren maken deel uit van het spirituele aspect van onze
bol.
Hoe kunnen we optimistisch zijn als we weten dat nu iedere week een
of meer planten- of diersoorten uitsterven tengevolge van menselijk
handelen, en dat dit in de nabije toekomst één per dag
zal zijn, en misschien zelfs wel honderd iedere dag? Als we niet optimistisch
waren, zouden we het eenvoudig opgeven. Optimisme is niet tegengesteld
aan realisme. Het is het beeld van een ideaal in de richting waarvan
we met gebruik van onze wilskracht moeten werken. Het heeft geen zin
bij de pakken neer te zitten en te wachten tot het allemaal vanzelf
komt. We moeten handelen, in de politiek, in de educatieve
sfeer, en op andere gebieden, maar nooit zonder een spiritueel gericht
en mededogend hart. Ik denk dat dit de ware ingrediënten voor succes
zijn.
Meer concreet:
- We zouden meer natuurreservaten en bufferzones moeten creëren
uit respect voor de natuur.
- We zouden onze kinderen en volwassenen moeten leren alle wezens
als broeders en zusters te zien, die het recht hebben vrij te leven
en te evolueren en vriendelijk tegemoet getreden te worden.
- We zouden zoveel mogelijk het gebruik van materialen waarvan het
weghalen uit de tropische bossen grote schade aanricht, zoals bijvoorbeeld
hardhout, moeten vermijden, zelfs al is het schitterend om naar te
kijken en levert het economisch profijt op. Import- en/of exportbeperkingen
zouden door regeringen bindend moeten worden opgelegd.
- Als het onvermijdelijk is een tropisch bos te exploiteren, moeten
we dat doen op zo’n manierdat zo min mogelijk schade wordt toegebracht
aan het ecosysteem. Geen enkel project van de overheid of in de commerciële
sector zou mogen worden uitgevoerd voordat een ecologische en –
indien plaatselijke bevolkingsgroepen erbij betrokken zijn –
antropologische studie is gedaan.
- Op het gebied van educatie zouden nationale en internationale gouvernementele
en niet-gouvernementele organisaties zelfs nog meer inspanning en
geld moeten geven voor onderwijsprogramma’s en de samenstelling
van educatieve materialen die de lelijke feiten van het menselijk
gedrag laten zien, zowel als de schoonheid en subtiliteit van de natuur.’
De belangrijkste kwestie betreffende de tropische bossen en in feite
het hele milieu van de aarde is de rol die de menselijke geest speelt
in het ecosysteem van de aarde. Waarom lukt het de menselijke geest
niet te herkennen dat een bos uit levende wezens bestaat (of zelf een
levend organisme is), en het recht te erkennen dat levende wezens hebben
om hun eigen weg van evolutie zonder onderbreking te volgen, om hun
eigen ervaringen op te doen op hun eigen niveau? Waarom slaagt de menselijke
geest er niet in de schoonheid van de natuur te zien en te horen? Waarom
heeft hij het respect voor alles verloren behalve voor wat hem tot voordeel
strekt? Het lijkt erop dat we de verbinding tussen onze innerlijke geest
en ons denken erg zwak hebben gemaakt. Maar dat is precies wat de onaangetaste
natuur ons kan leren te herstellen!
Als we bereid zijn om te luisteren en te kijken, opent het boek van
de natuur zich voor ons en kan het ons iets leren op alle niveaus van
ons wezen. Ze kan ons het mysterie van stilte en harmonie leren; ze
kan ons de subtiliteit van het spiritueel denkvermogen leren, waarvan
ze een manifestatie is; de intelligentie van structuren, fysiek zowel
als functioneel; de wreedheid van begeerte en hartstocht in de strijd
om leven en dood tussen levende wezens; het wonder van functionaliteit
en samenwerking in ieder minutieus aspect van het geheel. Ze kan ons
bescheidenheid leren door haar grootsheid, en respect door haar eindeloze
gedetailleerdheid; ze kan ons leren hoe we schei- en natuurkunde moeten
beoefenen op een goede creatieve manier, in plaats van op een afschuwelijke
vernietigende manier. We kunnen leren in harmonie samen te werken, onze
intuïtie te ontwikkelen, en devotie te voelen voor iets dat groter
is dan wij zelf. Waarom doden we onze leraar?