*Verkort overgenomen uit The Theosophical Forum
(15:6), december 1939.
**De naam die aan de schrijver werd gegeven door zijn Indiaanse vrienden.
Er is een bekende plaats op het Amerikaanse continent, in Glacier National
Park, waar drie beken zich uit een gezamenlijke bergbron afsplitsen
en naar het noorden, westen en oosten stromen in de Poolzee, de Grote
Oceaan en de Atlantische Oceaan. De bergtop vanwaar de beken afkomstig
zijn, is een bijna volmaakte gelijkzijdige driehoek waarvan de top naar
het noorden wijst en het water op de drie hoekpunten opborrelt. De oudste
optekeningen van de Amerikaanse Indianen laten zien dat deze plaats
sinds het verre verleden hun belangrijkste heilige plaats was.
Iedere natuurlijke heilige plaats heeft haar bewaarders, en het is
het lot van de Zwartvoet Indianen, zolang hun overleveringen teruggaan,
om deze heilige plaats trouw te bewaken. Het waken gaat nog steeds door.
Vlak ten noorden van de drievoudige waterbron ligt een andere heilige
plaats van onze Indiaanse broeders. Het is ook een berg. ‘Naar
de zon gaan’ is de enige mogelijke vertaling van de naam, en men
vindt hem op sommige topografische kaarten van het gebied. Deze berg
onderscheidt zich van alle andere in het park. Hij heeft geen morene,
geen geologische breuken en zijn structuur is anders.
Toen ik van mijn Navaho vrienden over de berg hoorde, nam ik de eerste
gelegenheid waar om de oude legenden te bevestigen of te weerleggen.
Voor de toevallige toerist is daar niets; voor de gewone onderzoeker
van de Zwartvoet Indianen is er ook niets – niets dan een onverstoorbaar
en strak gelaat en misschien een schudden van het hoofd. Maar van een
Geïnspireerde (onjuist vertaald als ‘medicijnman’)
kwam de volgende onthulling:
Het is een overlevering van de Zwartvoet Indianen, zoals die van generatie
op generatie is overgedragen en onder de hoede is geplaatst van onze
Geïnspireerden, dat ver terug in het duistere verleden onze voorvaderen
werden bestuurd door een God die afdaalde van de Zon op de Berg van
de Drie Wateren. Onze voorvaderen waren in die dagen bekend als Kinderen
van de Zon. Overal was blijheid, vrede en stoffelijke welvaart. Net
zoals de stroom die naar het noorden vloeit het Grote Onbekende voorstelt
dat Overal is (spiritueel), die naar het westen stroomt Visie (denkvermogen),
en die naar het oosten vloeit (de wereld waarin we leven); zo leefde
ons volk harmonieus met deze leringen. Toen kwamen de ‘dagen van
de wolken’. Ons volk werd inactief, ze vochten onder elkaar, en
ze faalden om het ‘Zonneleven’ te leiden, ze raakten ondergedompeld
in dat leven, voorgesteld door de wateren van de stroom die oostwaarts
gaat, en veronachtzaamden de wateren van de andere twee stromen.
Toen leidde de Zonnegod hen naar het noorden (Canada) en daar leefde
mijn volk in een drassig moeras gedurende vele, vele winters. De jacht
was niet goed. Het klimaat was kouder. Het voedsel was niet overvloedig
en ons volk werd door de Zonnegod verteld dat ze leden omdat ze de Geest
van de Drie Wateren niet begrepen en niet in harmonie daarmee leefden,
en dat ze daar zouden blijven totdat het evenwicht was hersteld.
Tenslotte verliet de Zonnegod hen en reisde naar het zuiden en beklom
de berg die sindsdien altijd bekend heeft gestaan als Gaan naar de Zon.
Hij werd daarna niet meer gezien. Het laatste bericht dat door hem aan
mijn volk werd gegeven was, ‘Je zult rondhangen in deze modder
totdat ik terugkeer, en als een teken van jullie val moeten jullie nooit
je moccasins schoonmaken, zodat waar jullie ook gaan, dat een teken
zal zijn van jullie vernedering.’ Moccasin Black (Zwartvoet) werden
we sindsdien genoemd en in onze stam gebruiken dragen we nog altijd
de zwarte en modderige moccasins,
Ieder jaar op de Tijd van de Roze Maan (winterzonnestilstand) vieren
we onze oude riten; we kijken naar de oostkant van de Gaan naar de Zon
berg, want toen de Zonnegod naar huis vertrok, liet hij een beeltenis
van zichzelf achter aan die kant van de berg. Deze afbeelding zal verdwijnen
wanneer hij terugkeert, zo is beloofd. Ons werd gezegd dat deze terugkeer
zal plaatsvinden op Roze Maan Tijd. Onze Wetenden gaan op die tijd ook
naar de Berg van de Drie Wateren. Ze wassen hun voeten eerst in de stroom
die oostwaarts gaat, wat het reinigen van het stoffelijke betekent.
Dan gaan ze naar de stroom die westwaarts gaat en wassen hun hoofd,
dit dient om hun verduisterde visie (denkvermogen) te verhelderen. Tenslotte
wassen ze hun borst in de wateren die noordwaarts vloeien, als een teken
aan de Grote Onbekende die Overal is (een beroep op het Geestelijke).
Naar het noorden reizende in de Vallei van de Nacht Zon (Maan) bestijgen
ze de berg Gaan naar de Zon. Daar op die eenzame top en ‘ontlokt
aan het hart met visie, brengt inspiratie’ (denken met hart en
verstand), smeken ze de Zonnegod terug te keren.
‘Het Grote Mysterie samen met het Grote Onbekende dat Overal
is vormt vuur van binnen’ (verlicht) als dit goed wordt gedaan.
De Geïnspireerde ging steeds door. Veel van zijn woorden werden
maar nauwelijks begrepen. De Indiaanse talen bestaan uit ideeën
die grotendeels in allegorische vorm worden overgebracht en kennen niet
het gemak van lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, of bijwoorden. Er
is verbeeldingskracht en kennis van Indiaanse tekens en symbolen nodig
om het te volgen, en ik was tamelijk onervaren. Men zou eruit kunnen
afleiden dat de overgeleverde leringen erop wijzen dat de naar het noorden
vloeiende stroom van de Berg van de Drie Wateren, die nu de Poolzee
bereikt via de Saskatchewan rivier, vroeger door de rivierbedding stroomde,
aangeduid door het Grote Slaven Meer. Glaciale sedimentaire afzettingen
vulden het lang geleden op. De oostwaarts stromende wateren, die nu
de Atlantische Oceaan bereiken via de Missouri rivier, stroomden vroeger
in de Oceaan die het gebied besloeg dat nu wordt ingenomen door Lake
Superior, of ze stroomden in de Vallei van de St. Lawrence. Alleen de
westwaarts stromende wateren zijn altijd dezelfde gebleven. Ze gaan
via de Columbia rivier direct naar de Grote Oceaan. De hiermee gepaard
gaande geologische en glaciale veranderingen zouden volgens de wetenschap
op zijn minst 200.000 jaar geleden hebben plaatsgevonden en dit wijst
op de grote ouderdom van de legende.
De slotwoorden van de Geïnspireerde zijn betekenisvol en ze worden
hier zo letterlijk mogelijk gegeven. Er werd duidelijk gemaakt dat de
Zonnegod niet terug zou keren voordat zij die eerst hadden gefaald ‘naar
beneden gekomen, opgegaan, vele malen, ras gelijk, lange tijd’
(vele malen reïncarneren totdat tenslotte de karmische last in
evenwicht is).
De zon rees in het oosten toen de Geïnspireerde eindigde, en naar
buiten stappende wenkte hij mij te volgen. De eerste gouden stralen
van de opkomende zon kleurden met schitterende tinten de met sneeuw
bedekte top van de Gaan naar de Zon berg. Daar, scherp afgetekend in
de sneeuw, verzacht door deze gouden straling en kijkende naar het oosten,
was een gigantisch profiel zichtbaar van een menselijk hoofd. Het was
geen Indiaans hoofd, maar scheen te lijken op mensen van dat volk in
Centraal-Afrika die zeven tot acht voet lang zijn en stammen uit het
voor-Egyptische tijdperk. Hun voorhoofd is hoog, ze hebben een lange
neus en een puntige kin. De omtrek van het hoofd is in diep bas-reliëf
en blijft op Roze Maan Tijd vol sneeuw, terwijl overal eromheen de sneeuw
is gesmolten. Hierdoor komt het hoofd scherp naar voren tegen de donkere
achtergrond.
Met ontzag vervuld door de majesteit en schoonheid van het panorama
en diep bewogen door wat ik had gehoord, wendde ik me tot mijn Indiaanse
gastheer en zei in een tekentaal: ‘Geïnspireerde, vraag,
blanke broeder u, twee harten zelfde ras, kunnen gaan geïnspireerde
bergen’ (Geïnspireerde, uw blanke broeder denkt net als u.
Kan hij naar de Heilige Bergen gaan?)
Zonder een woord te zeggen draaide hij zich om en wenkte mij te volgen.
Paarden werden gezadeld, eenvoudig voedsel in de zadeltassen gedaan,
en weg waren we. Het oude pad dat de bergen ingaat is bijna uitgewist.
Alleen een Indiaan zou het kunnen vinden en alleen Indiaanse pony’s
staan stevig genoeg op de benen om erop te blijven. Het laatste deel
van de beklimming moest te voet worden afgelegd.
Op de Berg van de Drie Wateren baadde ik zoals mijn Indiaanse broeder
had voorgeschreven. Na het afdalen in noordelijke richting in de Vallei
van de Nacht Zon, volgde de beklimming van de Gaan naar de Zon. Eerst
naar het oosten kijkend, werd men getroffen door het geweldige tafereel
van bergtoppen die oprijzen uit de mistige dalen. De stoffelijke wereld
is prachtig, subliem – alleen de mens is niet goed. Met het gezicht
naar het westen raakt men in stille overpeinzing. Dan met het gezicht
naar het noorden, werd de Zonnegod gesmeekt terug te keren naar de aarde
om opnieuw de leiding te nemen over zijn pijnlijk beproefde volken van
alle rassen, die blindelings hun lot uitwerken en, ondanks alles, langzaam
het evenwicht herstellen dat ze zelf zo lang geleden verstoorden.
Ja! Het Grote Mysterie, samen met het Grote Onbekende dat Overal is,
legt inderdaad een ‘innerlijk vuur’ aan op die berg. Want
het was Roze Maan Tijd.