Men is soms geneigd jaloers te zijn op de bloemen, die zonder inspanning
hun bloembladen ontvouwen. De zon stort overvloedig zijn gaven uit en
zij reageren met hun prachtige bloei en weelderig groen. Zonder inspanning
of enige druk openen ze zich voor de stralende mildheid van het zonnehart.
In ons, die tenslotte het menselijke stadium hebben bereikt, doet zich
een nieuwe en machtige factor gelden – het overwegende, rusteloze
en avontuurlijke denken. Er is niet langer sprake van een louter passieve
reactie op de kosmische drang tot groei: er ontstaat een nieuwe neiging
tot zelfgeleide evolutie zodat, naast de algemene drang die alle levensvormen
bezielt, het verlangen actief wordt zich als een individueel wezen tot
uitdrukking te brengen. Bepaalde en speciale neigingen, die zich van
binnenuit ontwikkelen in antwoord op de verschillende situaties waarin
we ons bevinden tijdens onze lange reis door de stoffelijke gebieden,
zoeken een uitweg. De moeiteloze vooruitgang die zo duidelijk zichtbaar
is in de lagere rijken, maakt plaats voor een opmerkelijke versnelling
wanneer het menselijk stadium is bereikt. Nieuwe krachten komen tot
activiteit, nieuwe gevoelens tot leven, en uitingen die in het begin
nauwelijks meer zijn dan bijna onhoorbare fluisteringen, willen geleidelijk
aan gehoord worden.
Het gebruik leren maken van vermogens waarmee men nog niet vertrouwd
is, moet noodzakelijkerwijs vaak tot mislukking leiden, zodat een terugblik
op de weg achter ons een spoor van verwoesting en mislukte pogingen
te zien geeft.
Gebrek aan ervaring kan alleen worden verholpen door oefening, waardoor
we vertrouwd raken met alles; door in doffe wanhoop neer te zitten zullen
we slechts hen ontmoedigen die met ons het eeuwige pad bewandelen. Inactiviteit
en moedeloosheid zijn tekenen dat we het contact hebben verloren met
die onuitputtelijke bron van energie, die ons nooit zal teleurstellen
zolang het zonnehart klopt en de heldere fotosfeer haar stralen uitzendt
naar alle duistere hoeken van de aarde. Het is onze taak het kanaal
vrij te houden, en als de gelegenheid zich voordoet die dingen te doen
die we nooit eerder deden. Het puin dat we achterlieten, wordt in de
wijze economie van de natuur opnieuw gebruikt, en krachten die schijnbaar
zijn verbruikt en verdwenen, worden opnieuw gebruikt. Het is aan ons
de voorbijgaande momenten aan te wenden en als bewuste werktuigen de
universele levenskracht te richten op het grote doel dat al vaag te
zien is door de sluier die morgen scheidt van vandaag. Het verleden
moet worden vergeten omdat de tijd voor handelen het Eeuwige Nu is,
en terugblikken op het pad waarlangs we ons voortbewogen kan alleen
maar leiden tot versnippering van de krachten die op ons tegenwoordige
werk zouden moeten worden geconcentreerd.
Bestudeerders van de geschiedenis moeten zich vaak hebben verbaasd
over het feit dat mensenrassen zich herstelden van catastrofen waardoor
ze schijnbaar tot de totale ondergang gedoemd schenen te zijn. In de
lange loop van jaren worden de lelijke littekens van de strijd overgroeid
door een kleed van groen en bloemen die wuiven in de wind, en velden
waar eens legers streden, zijn nu weiden voor het vee. Steden waarvan
de torens met de grond gelijk werden gemaakt, verheffen opnieuw hun
koepels en tempels naar de ochtendzon, en in het open veld waar eens
het gebulder van geschut klonk, laat zich nu de paarzang van merels
en leeuweriken horen.
De wet van ritme en herhaling werkt overal, in ons individuele leven
en elders: en hoewel het kosmische leven onuitputtelijk is, kent het
zijn perioden van eb en vloed die niet genegeerd kunnen worden. Er zijn
ook neutrale perioden, waarin volslagen doodsheid heerst, en dat zijn
de tussenpozen, de rustpunten, wanneer de eb voorbij is en de vloed
nog niet is begonnen. Deze perioden kunnen voor de onervarenen heel
moeilijk zijn, omdat ze geneigd zijn zich alleen en verlaten te voelen,
en een kille wanhoop hen schijnt te overspoelen. Maar laten ze geduldig
een poosje volhouden, want spoedig zal de onbeweeglijke, stille zee
weer opkomen en hen meevoeren op hun reis die geen einde kent.
Deze universele drang werkt overal, en al blijkt onze zelfzuchtige
wil weerbarstig te zijn en vormt onze traagheid een rem op de verdere
reis, zijn gang is niet te stuiten, en alleen als we bereid zijn samen
te werken kan geluk ons deel worden. Tegenwerking leidt tot niets anders
dan een vergeefse strijd en een uiteindelijke nederlaag, en voldoening
zal altijd ons deel zijn als we zijn doeleinden bevorderen door onze
intelligentie te gebruiken.