Ik zou willen dat we de ware betekenis van dit heilige jaargetijde
van de winterzonnestilstand beter konden begrijpen. Al is het gecommercialiseerd
en zit er veel uiterlijk vertoon aan vast, ik kan niet geloven dat de
vele miljoenen die aan de uiterlijke activiteiten deelnemen geen oog
hebben voor de wezenlijke innerlijke waarden. Ze voelen iets in de atmosfeer
– want het zit in de lucht; en ondanks de vrolijkheid en drukte
waarmee het gepaard gaat, ziet de natuur in deze tijd kans zelfs in
het meest ontoegankelijke bewustzijn de warmte van een goddelijke gedachte
te brengen.
We weten iets van het kerstverhaal en de geboorte van een verlosser
in het licht van de oude wijsheid. De schuur of stal is de mysterieschool
– de school voor zelfloutering, zelfdiscipline en zelfbeheersing
– en de kribbe vertegenwoordigt de majestueuze nederigheid die
aan iedere ‘geboorte’ in het licht voorafgaat en daarop
volgt. Wanneer de grote inwijding plaatsvindt, zijn er helpers en wakers
aanwezig die, net als de herders, uiting geven aan hun vreugde als de
tijd daar is. Het christelijke verhaal van Jezus die in een kribbe werd
geboren is prachtig, maar er is zoveel meer te begrijpen omdat het hele
verhaal symbolisch is.
Tijdens de winterzonnestilstand ondergaat ieder van ons een nieuwe
geboorte. De natuur zelf heeft de deur geopend en het is aan ons de
open deur te zien en een stap vooruit te doen. In het grotere gebeuren
betekent dat wat plaatsvindt tijdens de inwijdingsperiode, bekend als
de Grote Geboorte, veel meer dan een zegen voor de mensheid. De Hoeders
van de mensheid hebben op verschillende tijden in het verleden en in
velerlei graden de beproevingen en inwijdingen van de heilige jaargetijden
ondergaan, in het bijzonder deze. Deze Hoeders zijn de pelgrims die
vele eeuwen geleden het besluit namen het pad van mededogen te volgen.
Dat is de reden dat zij Hoeders zijn en dat wij met hen het verwachtingsvolle
verlangen delen dat bij deze bijzondere tijd hoort.
Er zijn twee verschillende inwijdingen die tijdens de winterzonnestilstand
kunnen plaatsvinden, afhankelijk van de tijd en het individu. De ene,
die de kleinere kan worden genoemd, is die van de initiant die het recht
heeft verworven de inwijding te ondergaan die hem toestaat tot de portalen
van de zon te reizen en, bij welslagen, iets te ervaren van de essentie
van de zonnegodheid, en na drie dagen weer terug te keren.
Deze inwijding is niet zo groot als die welke iedere 2160 jaar plaatsvindt,
al is ze naar onze maatstaf wel groot. Het is duidelijk dat er, naar
analogie, andere inwijdingen moeten zijn van geringere intensiteit,
die tot aan u en mij reiken. Deze kleinere inwijdingen hebben geen formeel
karakter, maar wel grote invloed. Ze maken deel uit van de natuur en
van ons, omdat we in ons gewone dagelijkse leven ons voorbereiden op
de inwijdingservaringen, en daar in zekere mate aan deelnemen, van hen
die uitverkoren zijn voor de formele beproeving in een of ander heilig
jaargetijde.
Tijdens de winterzonnestilstand ondergaat ieder van ons een wedergeboorte:
onze daden en gedachten in het afgelopen jaar vormen de schoot waaruit
deze nieuwe geboorte plaatsvindt. Dat gebeurt ieder jaar. Voor hen die
de grote inwijding ondergaan is dat een verheven kans. Naar de mate
dat we dat begrijpen zullen we, door de stroom van gedachten die door
ons bewustzijn gaat, inzien dat ons eigen hogere zelf, de godheid in
ons, ons erop voorbereidt eens die stap te doen. Naar gelang we hierover
nadenken, zal de heilzame invloed ervan zich over de hele wereld uitstrekken.
Dit heilige jaargetijde zou haar hoogtepunt kunnen bereiken in een
ware epifanie [verschijning van een god] voor ieder die zelfs maar een
deel van zijn lagere en egoïstische gedachten offert op het altaar
van zijn hogere zelf. Als we het kerstverhaal niet alleen zien als een
symbolisch verhaal van wat ieder mens in de verre toekomst zal worden,
maar als een belofte van wat hij nu hier in geringere mate kan ervaren,
dan zullen we ontdekken dat we in de verborgen schuilhoeken van onze
ziel meer dan eens door het dal van een dagelijkse inwijding gaan. Als
we slagen, weten we dat de zielenpijn ons paspoort vormt tot vreugde
– die diepe innerlijke vreugde die niet alleen ons eigen leven
raakt, maar die overal het leven van anderen ten goede beïnvloedt.
De hogere inwijding, die in elke Messiaanse cyclus van 2160 jaar plaatsvindt,
is een van de mooiste ervaringen om over na te denken. In de kleinere
inwijding bevrijdt de initiant zich van zijn vier lagere beginselen,
zodat de drie hogere op weg gaan naar de portalen van de zon, om dan
terug te keren. Maar in de grotere inwijding heeft de initiant het vermogen
verworven bewust de monade te bevrijden, zodat die langs het spirituele
magnetische pad van de planetaire sferen kan reizen om een te worden
met het hart van de zon. Na veertien dagen keert hij terug als een ‘tweemaal
geborene’, een bodhisattva, een verlosser, een christus. De ster
van Bethlehem zou het teken kunnen zijn geweest van een Grote Geboorte,
ongeveer tweeduizend jaar geleden, een goddelijk pad dat de monade kan
gaan van de aarde naar de maan, naar Venus, naar Mercurius, naar de
zon.
Als we ons verdiepen in de esoterische kennis van alle heilige geschriften,
beginnen we de kerstliederen te begrijpen die in dat jaargetijde worden
gezongen. Misschien zien we duidelijker en beseffen we innerlijk wat
er oorspronkelijk schuilging achter het lied ‘Hark, the Herald
Angels Sing’ [Luister naar wat de engelen verkondigen], en achter
de symboliek van de drie Wijzen en de Ster van Bethlehem.
Is het zo verwonderlijk dat iedere grote leraar zo de nadruk legt op
de kleine dingen, onze eenvoudige gedachten en daden? Geen bodhisattva,
geen christus zou deze inwijding met succes kunnen doorstaan als die
niet het gevolg was van een lange keten van kleine gedachten en daden,
die culmineren in het punt waarop hij zich voor allen offert op het
altaar. Het is inderdaad een tijd van vreugde, ware vreugde, omdat we
een klein bewust aandeel hebben in deze kosmische daad.