Winterzonnestilstand, een nieuwe geboorte
James A. Long

 

Ik zou willen dat we de ware betekenis van dit heilige jaargetijde van de winterzonnestilstand beter konden begrijpen. Al is het gecommercialiseerd en zit er veel uiterlijk vertoon aan vast, ik kan niet geloven dat de vele miljoenen die aan de uiterlijke activiteiten deelnemen geen oog hebben voor de wezenlijke innerlijke waarden. Ze voelen iets in de atmosfeer – want het zit in de lucht; en ondanks de vrolijkheid en drukte waarmee het gepaard gaat, ziet de natuur in deze tijd kans zelfs in het meest ontoegankelijke bewustzijn de warmte van een goddelijke gedachte te brengen.

We weten iets van het kerstverhaal en de geboorte van een verlosser in het licht van de oude wijsheid. De schuur of stal is de mysterieschool – de school voor zelfloutering, zelfdiscipline en zelfbeheersing – en de kribbe vertegenwoordigt de majestueuze nederigheid die aan iedere ‘geboorte’ in het licht voorafgaat en daarop volgt. Wanneer de grote inwijding plaatsvindt, zijn er helpers en wakers aanwezig die, net als de herders, uiting geven aan hun vreugde als de tijd daar is. Het christelijke verhaal van Jezus die in een kribbe werd geboren is prachtig, maar er is zoveel meer te begrijpen omdat het hele verhaal symbolisch is.

Tijdens de winterzonnestilstand ondergaat ieder van ons een nieuwe geboorte. De natuur zelf heeft de deur geopend en het is aan ons de open deur te zien en een stap vooruit te doen. In het grotere gebeuren betekent dat wat plaatsvindt tijdens de inwijdingsperiode, bekend als de Grote Geboorte, veel meer dan een zegen voor de mensheid. De Hoeders van de mensheid hebben op verschillende tijden in het verleden en in velerlei graden de beproevingen en inwijdingen van de heilige jaargetijden ondergaan, in het bijzonder deze. Deze Hoeders zijn de pelgrims die vele eeuwen geleden het besluit namen het pad van mededogen te volgen. Dat is de reden dat zij Hoeders zijn en dat wij met hen het verwachtingsvolle verlangen delen dat bij deze bijzondere tijd hoort.

Er zijn twee verschillende inwijdingen die tijdens de winterzonnestilstand kunnen plaatsvinden, afhankelijk van de tijd en het individu. De ene, die de kleinere kan worden genoemd, is die van de initiant die het recht heeft verworven de inwijding te ondergaan die hem toestaat tot de portalen van de zon te reizen en, bij welslagen, iets te ervaren van de essentie van de zonnegodheid, en na drie dagen weer terug te keren.

Deze inwijding is niet zo groot als die welke iedere 2160 jaar plaatsvindt, al is ze naar onze maatstaf wel groot. Het is duidelijk dat er, naar analogie, andere inwijdingen moeten zijn van geringere intensiteit, die tot aan u en mij reiken. Deze kleinere inwijdingen hebben geen formeel karakter, maar wel grote invloed. Ze maken deel uit van de natuur en van ons, omdat we in ons gewone dagelijkse leven ons voorbereiden op de inwijdingservaringen, en daar in zekere mate aan deelnemen, van hen die uitverkoren zijn voor de formele beproeving in een of ander heilig jaargetijde.

Tijdens de winterzonnestilstand ondergaat ieder van ons een wedergeboorte: onze daden en gedachten in het afgelopen jaar vormen de schoot waaruit deze nieuwe geboorte plaatsvindt. Dat gebeurt ieder jaar. Voor hen die de grote inwijding ondergaan is dat een verheven kans. Naar de mate dat we dat begrijpen zullen we, door de stroom van gedachten die door ons bewustzijn gaat, inzien dat ons eigen hogere zelf, de godheid in ons, ons erop voorbereidt eens die stap te doen. Naar gelang we hierover nadenken, zal de heilzame invloed ervan zich over de hele wereld uitstrekken.

Dit heilige jaargetijde zou haar hoogtepunt kunnen bereiken in een ware epifanie [verschijning van een god] voor ieder die zelfs maar een deel van zijn lagere en egoïstische gedachten offert op het altaar van zijn hogere zelf. Als we het kerstverhaal niet alleen zien als een symbolisch verhaal van wat ieder mens in de verre toekomst zal worden, maar als een belofte van wat hij nu hier in geringere mate kan ervaren, dan zullen we ontdekken dat we in de verborgen schuilhoeken van onze ziel meer dan eens door het dal van een dagelijkse inwijding gaan. Als we slagen, weten we dat de zielenpijn ons paspoort vormt tot vreugde – die diepe innerlijke vreugde die niet alleen ons eigen leven raakt, maar die overal het leven van anderen ten goede beïnvloedt.

De hogere inwijding, die in elke Messiaanse cyclus van 2160 jaar plaatsvindt, is een van de mooiste ervaringen om over na te denken. In de kleinere inwijding bevrijdt de initiant zich van zijn vier lagere beginselen, zodat de drie hogere op weg gaan naar de portalen van de zon, om dan terug te keren. Maar in de grotere inwijding heeft de initiant het vermogen verworven bewust de monade te bevrijden, zodat die langs het spirituele magnetische pad van de planetaire sferen kan reizen om een te worden met het hart van de zon. Na veertien dagen keert hij terug als een ‘tweemaal geborene’, een bodhisattva, een verlosser, een christus. De ster van Bethlehem zou het teken kunnen zijn geweest van een Grote Geboorte, ongeveer tweeduizend jaar geleden, een goddelijk pad dat de monade kan gaan van de aarde naar de maan, naar Venus, naar Mercurius, naar de zon.

Als we ons verdiepen in de esoterische kennis van alle heilige geschriften, beginnen we de kerstliederen te begrijpen die in dat jaargetijde worden gezongen. Misschien zien we duidelijker en beseffen we innerlijk wat er oorspronkelijk schuilging achter het lied ‘Hark, the Herald Angels Sing’ [Luister naar wat de engelen verkondigen], en achter de symboliek van de drie Wijzen en de Ster van Bethlehem.

Is het zo verwonderlijk dat iedere grote leraar zo de nadruk legt op de kleine dingen, onze eenvoudige gedachten en daden? Geen bodhisattva, geen christus zou deze inwijding met succes kunnen doorstaan als die niet het gevolg was van een lange keten van kleine gedachten en daden, die culmineren in het punt waarop hij zich voor allen offert op het altaar. Het is inderdaad een tijd van vreugde, ware vreugde, omdat we een klein bewust aandeel hebben in deze kosmische daad.

 
Heilige jaargetijden
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1990

© 1990 Theosophical University Press Agency


 

Hoop is als de Feniks die oprijst uit de as van verdriet en wanhoop naar het zonovergoten gebied van de geest, waar moed, wijsheid en vreugde eeuwig verblijven.    – Ingrid Van Mater