Dharma is een prachtig woord. Volgens de Bhagavad-Gita betekent
het een wijze van zijn, ‘de wezenlijke aard van een mens die zijn
gedragspatroon bepaalt. Zolang ons gedrag in overeenstemming is met
onze wezenlijke natuur, handelen we op de juiste manier’.1
Dharma en plicht worden vaak door elkaar gebruikt, maar het verbinden
van die twee woorden geeft bij sommige mensen aanleiding tot verwarring.
In het gewone spraakgebruik klinkt het woord plicht als iets dwingends
en vaststaands – iets wat van buitenaf wordt opgelegd, zoals door
een rijks- of kerkelijke instelling. Dharma, daarentegen, weerspiegelt
dat wat onafscheidelijk is verbonden met een mens en dat hem waardigheid
geeft naarmate hij ernaar streeft zijn natuur te ontplooien.
De mens op aarde is wat hij in zichzelf gedurende een reeks van incarnaties
heeft verzameld. Hij is zijn eigen unieke zelf, verschillend van alle
anderen. Hij moet innerlijk een belangrijke bijdrage leveren aan zijn
eigen ontplooiing en aan die van het heelal. Dat geldt voor alles in
de natuur. Denk aan de wind die doet wat hem eigen is – de bomen
nu en dan flink schudden om ze te reinigen, zodat ze van het zonlicht
kunnen profiteren; zaden verzamelen en op doeltreffende manier verspreiden;
zand en water verplaatsen om de aarde te vernieuwen. Denk aan de muziek
der sferen, waarin ieder atoom zijn eigen toon heeft als we die konden
horen. Samenwerkend scheppen deze atomen een symfonie. Ieder mens die
uit atomen bestaat, moet dus zijn eigen symfonie spelen.
Hoe weten we wat die symfonie is? Die kan door sommige mensen worden
‘gehoord’ door middel van hun gevoelens. Veel volwassenen
schijnen zich daarvan echter niet bewust te zijn of kunnen het niet
begrijpen. Maar de kans bestaat dat ze het als kleine kinderen wel wisten,
omdat kinderen dicht bij hun innerlijk wezen en het goddelijke in hen
leven. Wat gebeurde er met dat gevoel toen we opgroeiden? Het kan zijn
begraven onder ontelbare gebeurtenissen: ouders die onbewust een unieke
en enthousiaste geest eerder ontmoedigden dan aanmoedigden; scholen
die aanpassing eisten, met opoffering van het individuele; de maatschappij
die op ongevoelige wijze regels en voorschriften oplegde; en ook het
tevoorschijn komen van eigenschappen die in vorige levens in ons karakter
zijn ingebouwd en die de neiging hebben ons beperkingen op te leggen.
Deze gebeurtenissen kunnen een sluier werpen over het ware zelf maar
ze kunnen het nooit vernietigen. Hoe kunnen we dat gevoel diep in ons
herwinnen? We kunnen ons overgeven aan de stilte, opgaan in de natuur,
onszelf vergeten en zinloze gewoonten laten varen. We kunnen luisteren
naar onze intuïtie en ons hart. Uiteindelijk zal de waarheid naar
boven komen en zullen we begrijpen wat ons dharma is.
Als we ons dharma kennen, weten we wat we moeten doen en kunnen we
de juiste wegen vinden om daaraan uitdrukking te geven: we behoeven
niet plotseling op alles af te springen wat zich voordoet, maar moeten
geleidelijk groeien zoals een bloem die ontluikt. Dat kan in ons beroep
zijn, maar ook in een nevenbezigheid of hobby, in een gezin of gemeenschap.
Het dharma kan betekenen dat iemand een wetenschapper is of een kunstenaar,
een liefhebbende ouder of een zorgzame burger. De mogelijkheden zijn
onbeperkt en sluiten elkaar niet uit. Vanuit dit oogpunt bezien zouden
we geen goede daden moeten verrichten omdat het onze ‘plicht’
is, maar eerder omdat het voor ons natuurlijk is goed te doen.
De semantiek2 speelt een belangrijke rol
bij het begrijpen van ideeën. Als het gebruik van het woord plicht
in dit verband werkt als een hinderpaal, waarom zouden we dan niet eenvoudig
dharma gebruiken? Een ongebruikelijk woord? Misschien; maar het woord
karma, dat eens exotisch klonk is voor velen nu vertrouwd geworden.
Denk eens aan de betekenis van de gedachte dat ‘ik mijzelf, de
mensheid en het heelal goeddoe als ik op natuurlijke wijze handel uit
wat innerlijk in me aanwezig is’. Als we ons dharma zouden volgen
is het dan niet denkbaar dat veel persoonlijk verdriet, spanningen,
frustraties, zelfs ziekten en ook hebzucht en geweld in de maatschappij
zouden kunnen verminderen? Dat lijkt allemaal zo natuurlijk. Dharma
is inderdaad een prachtig woord!
Noten
- S. Radhakrishnan, The Bhagavadgita, blz.
155.
- De leer van de betekenis van woorden.