Vormgeven aan de toekomst
Sarah Belle Dougherty

 

De juichstemming van de voorlaatste winter, toen autoritaire regimes in verschillende delen van de wereld door de volkswil werden weggevaagd, heeft plaatsgemaakt voor bezorgdheid die haar oorzaak vindt in de moeilijke keuzen waarvoor naties zich intern en naar buiten zien geplaatst. Opnieuw worden we eraan herinnerd dat ondanks vooruitgang de menselijke natuur niet in een jaar of zelfs niet in eeuwen verandert en dat oorzaken die de mensheid in de afgelopen duizenden jaren heeft gelegd, gevolgen moeten voortbrengen, hetzij van constructieve of destructieve aard.

Niettemin bestaat het leven uit talloze onbekende onbaatzuchtige daden die voortvloeien uit de ingeboren spiritualiteit van ieder mens en uit de intuïtieve erkenning dat we met anderen een geestelijke gemeenschappelijke oorsprong hebben. De onschatbare innerlijke bijdragen van diegenen, verspreid over de hele wereld, die menselijke waarden instandhouden, terwijl velen van hen onder moeilijke omstandigheden leven, hebben een reservoir opgebouwd van geestelijke kracht die de wereld ten goede beïnvloedt. De tijd nadert dat overal met de georganiseerde zelfzucht en dweepzucht wordt afgerekend: al wordt algemeen erkend dat totalitaire oplossingen van menselijke problemen niet mogelijk zijn, ook die stelsels die op verheerlijking van zelfzucht en wedijver zijn gebouwd moeten hun falen onder ogen zien. De verbondenheid van de wereldgemeenschap – niet alleen op politiek, economisch en technologisch, maar ook op psychologisch gebied – brengt ons dichter bij het leven elders, zodat wat er in andere landen en continenten plaatsvindt, ons even nabij is als plaatselijke gebeurtenissen. Het is duidelijk dat andere volkeren, waar ze zich ook bevinden, onze medemensen zijn en we beginnen hun ontberingen en rampen, hun vreugden en successen daadwerkelijk te herkennen.

Toch blijven destructieve en zelfzuchtige krachten in het offensief: vanaf de kinderjaren zijn we omringd door beelden van geweld, genotzucht en dingen die de begeerten prikkelen – en in sommige gevallen van haat en dweepzucht. Wie door godsdienst, ras of nationaliteit tot een andere groep behoren, worden nog vaak gezien als een bedreiging of vreemde elementen voor onszelf en voor hen van wie we houden. De huidige overgangstijd in de wereld doet in veel opzichten denken aan de eerste eeuwen van het christelijke tijdperk: de afbraak van een gevestigde wereldorde, een vermenging van veel culturen die een veelheid van wereldse en geestelijke mogelijkheden met zich bracht, een tijd van wijdverbreid geweld en verwarring. Uit die vroegere gisting en onrust ontstond een starre, hiërarchische, autoritaire structuur die om algemene aanvaarding vroeg. Het fanatisme en dogmatisme van die tijd, vertegenwoordigd door hen die een hoge positie gingen bekleden, onderdrukte algauw alle concurrerende bewegingen of ruimere denkbeelden die niet in voldoende mate door het volk werd gesteund. Door de geschiedenis van die vroegere eeuwen te bestuderen, worden we ons bewust van de ongewenste aspecten en zijn we misschien beter in staat daarvoor op onze hoede te zijn. Bovendien toont het duidelijk hoe belangrijk het is dat ieder van ons probeert te zijn wat we in de toekomst willen worden – sterk, positief en vol begrip; onafhankelijke denkers, geworteld in het geestelijk aspect van ons wezen. Wat onze wens voor de toekomst ook is, ernaar streven haar in ons bewustzijn en onze daden tot een levende werkelijkheid te maken is de zekerste weg om haar tot stand te brengen. Hoe universeler en meedogender ons doel is, hoe meer steun we zullen geven aan, en hoe meer we zullen ontvangen van de geestelijke krachten van de aarde.

Vroegere oorzaken blijven hun gevolgen voortbrengen en hoe we deze gevolgen tegemoettreden bepaalt welke uitwerking een dergelijk karma op ons heeft. In dit proces scheppen we nieuwe oorzaken die in de toekomst op de mensheid zullen inwerken. Broederschap, waarachtig medegevoel met alle mensen en alle levensvormen, verschaft de sleutel tot een positieve oplossing van problemen op vele levensgebieden.

De mensheid is één organisme, een vereniging of een collectief wezen. Wat elk deel denkt en doet heeft in meerdere of mindere mate invloed op ieder ander deel. Hoe meer mensen op een bepaalde manier handelen of denken, hoe sterker de neiging daartoe voor allen wordt; hoe krachtiger en bewuster iets wordt gedaan, hoe groter de uitwerking is op het geheel. In ons eigen bewustzijn, in onze relatie met anderen, in nationale en internationale betrekkingen, is het van groot belang dat we onszelf zien als een deel van het geheel, als mensen met zowel verantwoordelijkheden als rechten, die zowel moeten geven als ontvangen. Want aan bekrompen provincialisme moet een einde komen als we dat type wereld willen krijgen waar we naar verlangen, niet een wereld die wordt overheerst door een minderheid ten koste van de velen – hoe rationalistisch of idealistisch ook beredeneerd – of wordt beheerst door conflicten van elkaar bestrijdende groeperingen, maar een wereldgemeenschap waarin gezamenlijk wordt gewerkt aan de oplossing van de grote problemen waarvoor de mensheid zich ziet geplaatst en waarvan de meeste het gevolg zijn van menselijke zelfzucht en onwetendheid. Groepen stijgen niet uit boven het niveau van de individuen die ze samenstellen: hoe het juiste evenwicht tussen individualisme en collectivisme moet worden bereikt, en welke vorm het zal aannemen wordt bepaald door de motieven en prioriteiten van ieder persoon, door wat we in ons leven centraal stellen. Wat ieder van ons persoonlijk bijdraagt is van wezenlijke invloed op de toestand van de mensheid.

We staan op een tweesprong in menselijke ervaring met een keuze uit vele wegen, afhankelijk van de wijze waarop we het karma tegemoettreden dat de mensheid over zichzelf heeft gebracht en zo vormgeven aan ons eigen leven en bewustzijn. De betekenis van ieder mens die ernaar streeft zijn hoogste verantwoordelijkheden, zoals hij die ziet, te vervullen en het geestelijk licht in zichzelf en anderen te voeden, was nooit zo doorslaggevend als in deze tijd, waarin het goede verloop van het komende millennium op het spel staat. Wij werden in deze tijd en op deze plaats door ons innerlijk zelf, door ons individuele en collectieve karma, tot incarnatie geroepen en het is aan ons om met hoofd en hart uit te maken wat van wezenlijke waarde voor ons is, om er daarna vorm aan te geven ter wille van de mensheid.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1991

© 1991 Theosophical University Press Agency


 

Harten worden niet overwonnen door wapenen maar door grootheid van ziel.
     – Spinoza, Ethica