*Victors All, Monita Imbert Syll, Authors Unlimited,
Los Angeles, 1992, 185 blz.
Kijk nooit achterom naar wat was, want dat leidt
alleen tot frustratie en wanhoop. Richt u liever op het hier en nu
– niet alleen op de vraag hoe verder te leven, maar hoe van
uw leven iets waardevols te maken.
– blz.117
Gehandicapt zijn is een cliché geworden. Deze uitdrukking is
niet langer beperkt tot lichamelijke invaliditeit, maar omvat in zijn
uitgebreide betekenis alles wat overdreven is – te nerveus, te
mager, te dik. Miljoenen mensen doen mee aan doe-het-zelf, help-u-zelf
en hulpprogramma's in twaalf lessen, die mensen moeten leren leven met
elk denkbaar gebrek, van woordblindheid tot verslavingen. Men kan heel
braaf zeggen ‘We hebben allemaal onze beperkingen, sommige zichtbaar,
sommige niet’, maar het is heel wat anders om te lijden aan quadriplegie
(totale verlamming van alle vier de ledematen). Het onvermogen enig
lichaamsdeel onder de nek te bewegen doet andere ‘handicaps’
verbleken.
Victors All bestaat uit een reeks interviews met 20 leden
van de Internationale Vereniging van Mond- en Voetschilders, die een
volledig leven leiden. Joe is softballcoach en schildert graag landschappen;
Viola is een ontwerpster en bouwt 10 cm. hoge miniatuurhuisjes; Jack
is al zes keer tot burgemeester van zijn stad herkozen en soms schildert
hij 12 uur achtereen of langer; Pastor Bernard, als priester verbonden
aan het Gezondheidscentrum van de Benedictijnen, schildert alleen in
zijn vrije tijd. Ze zijn alle actieve kunstenaars ofschoon geen van
hen de armen kan gebruiken; de meesten kunnen ook hun benen niet bewegen.
Uit de opbrengst van de verkoop van prentbriefkaarten en kalenders,
versierd met hun kunst, ontvangen deze kunstenaars/leden een maandelijkse
toelage.
De twaalf mannen en acht vrouwen vertellen in het kort hun geschiedenis
van overleving en succes; ieder van hen leeft in een lichaam met verlamde
ledematen. Velen zijn hun gezin, vrienden en leraren dankbaar voor hun
onophoudelijke bemoediging; bijna allen bezitten een diep religieus
geloof. Hun leven getuigt van een geestelijk doorzettingsvermogen. Ze
moeten allen voortdurend iemand bij zich hebben, omdat de meesten slechts
hun hals en hoofd kunnen bewegen. Nancy is zo beperkt in haar bewegingen
dat ze telkens slechts een deel van het doek kan bereiken en de helft
ondersteboven moet schilderen. Hoewel lichamelijk onbeweeglijk, hebben
velen toch een weg gevonden in hun gemeenten actief te zijn en sommigen
hebben zelfs onderscheidingen gekregen voor dienstverlening, zowel als
voor artistieke prestaties. Ze zijn een voorbeeld van de zeer oude gedachte
dat een mens niet een lichaam is met een ziel, maar eerder een ziel
met een lichaam.
We maken met deze moedige mondschilders kennis nadat ze een zware strijd
hebben gestreden om hun lot te kunnen aanvaarden; we kunnen slechts
gissen naar het ware verhaal van hun persoonlijke strijd.
Omdat de schrijver zich meer concentreert op oppervlakkige details
dan op hun innerlijke reis of hun kunst, komen de kunstenaars niet helemaal
tot leven – ze lijken iets te uitgesproken opgewekt. Een uitzondering
vormt Viola Henne die in haar gedicht haar innerlijke aanvaarding tot
uitdrukking brengt:
Ik heb het leven bestudeerd
en zie nu van nabij:
het lot waarnaar ik zocht,
is nu op zoek naar mij.
– blz.142
Deze mensen zijn harde vechters – denk eens aan de kracht van
de ziel die kiest voor een incarnatie met zoveel beperkingen. Ze betalen
een hoge prijs – misschien om de karmische schaal weer in evenwicht
te brengen, misschien om ons te dienen, of misschien als een hulp om
zich op hun eigen pelgrimstocht te concentreren, met zo weinig mogelijk
afleidingen.
Velen van ons leven binnen grenzen die vaak meer denkbeeldig dan werkelijk
zijn. Juist omdat we leven binnen de stippellijnen van onze zelfgeconstrueerde
persoonlijke beperkingen, geven we onze angsten en ziekten een plaats
in ons bestaan. Denk eens aan de ongelooflijke prestatie van deze kunstenaars,
die al schilderend dagelijks boven hun beperkingen uitstijgen.