We are the world,
We are the children;
We are the ones to make a brighter day,
So let’s start giving.
[Wij zijn de wereld, Wij zijn de kinderen; Wij moeten zorgen voor een
zonniger dag. laten we dus beginnen te geven.] Woorden en muziek van
Michael Jackson en Lionel Richie, ©1985 Mijac Music & Brockman
Music.
Ik vraag me af hoeveel mensen die het lied ‘We are the World’
zingen, zich bewust zijn van de verstrekkende betekenis? Dit is een
dringende oproep om zich af te keren van egoïsme, vooroordeel en
onmenselijkheid, en zich te verenigen om overal de ontberingen en het
lijden aan te pakken.
Het wordt met de dag duidelijker dat we ons niet van enig deel van
de wereld kunnen isoleren, ook al hebben we misschien het gevoel dat
we op geen enkele manier zijn betrokken bij wat er gebeurt. Het nuchtere
feit is dat we zijn verbonden. We zijn hier op onze planeet
één menselijke familie. Als rimpels van een enkele steen
die in een vijver is geworpen, worden anderen door iedere gedachte en
daad elk moment beïnvloed, en als we dit met miljarden vermenigvuldigen,
is de invloed onthutsend. Het maakt dat we ernstig gaan nadenken over
onze enorme verantwoordelijkheid jegens onszelf en al wat leeft. Waar
we ook zijn, wat onze taak ook is, hoe klein die ons ook toeschijnt,
de geest waarin ze wordt verricht is belangrijk en heeft invloed; want
door onszelf in te zetten en een oprechte poging te doen, dragen we
ons deel bij aan de stroom van goede wil die de last van de ellende
in de wereld helpt verlichten.
‘Waar beginnen tenslotte de universele rechten van de mens?’
vroeg Eleanor Roosevelt zich af bij het presenteren van In Your
Hands aan de Commissie van Mensenrechten van de Verenigde Naties,
tientallen jaren geleden, op 27 maart 1958. En zij antwoordde, ‘Op
kleine plaatsen, dichtbij huis – zo dichtbij en zo klein dat ze
op geen enkele kaart van de wereld kunnen worden waargenomen.’
Ze doelde op het gezin, de buurt, de school, de fabriek, de boerderij,
het kantoor. ‘Het zijn de plaatsen waar iedere man, vrouw en kind
gelijke behandeling, gelijke kansen, gelijkwaardigheid zonder discriminatie
zoekt.’ . . . Ze concludeerde: ‘Zonder gezamenlijke actie
van de burgers om [deze rechten] dichtbij huis te handhaven, zullen
we vergeefs naar vooruitgang zoeken in de grotere wereld.’
Ze roert hiermee een belangrijke kwestie aan: tenzij binnen gezinnen
en gemeenschappen rechtvaardigheid en fundamentele menselijke waarden
bestaan, kunnen we niet verwachten dat ze in het algemeen effectief
zijn. De wereld is niet beter dan diegenen van ons die zich erin bevinden.
We kunnen moedige enkelingen zoals Eleanor Roosevelt die zich, door
de geschiedenis heen, zo om het welzijn van anderen bekommerden dat
ze hen openlijk verdedigden, dankbaar zijn.
Om onszelf en de voortdurende onrust in de wereld te begrijpen, is
het nuttig na te denken over onze menselijke bestemming op lange termijn,
met betrekking tot bepaalde fundamentele wetten die de intelligente
werkingen zijn achter het hele bestaan en die ieder aspect van ons heelal,
vanaf het subatomaire tot het supergalactische, in een schitterende
synchrone beweging houden.
In de eerste plaats zijn we door onze innerlijke goddelijke eenheid
onafscheidelijk met elkaar verbonden. Het verlangen van deze ingewortelde
goddelijke aard om zich tot uitdrukking te brengen, is de kracht die
alle levende dingen aanspoort te evolueren en hun latente mogelijkheden
naar buiten te brengen. Werkelijke veranderingen beginnen vanbinnen
en uiterlijke openbaringen zijn de uitdrukking van innerlijke oorzaken.
We zijn nog maar net begonnen de grootheid van ons geestelijk vermogen
en van onze bestemming te begrijpen. Het heeft ontelbare incarnaties
gevergd om op dit punt te komen en we hebben er nog ontelbare in het
vooruitzicht. In het proces van evolutie is de wet van oorzaak en gevolg,
of karma, overal actief en werkt ze op verschillende gebieden van onze
natuur. De werking ervan wordt vergeleken met een groot levensweb, waarin
alle draden met elkaar zijn verweven. Daarom hebben we deel aan het
wereldkarma.
Door kennis van de wetten van karma en reïncarnatie krijgt alles
wat met ons en de wereld gebeurt perspectief en zien we de harmonie
en betekenis ervan. Het land en het ras waarvan we deel uitmaken en
al onze omstandigheden vormen de achtergrond die we in vorige levens
voor onszelf hebben gevormd. Dit neemt bij God de schuld weg en legt
die regelrecht op onze schouders, waar ze hoort. We kunnen zien hoe
belangrijk het is de verantwoordelijkheid voor onze gedachten, gevoelens
en daden op ons te nemen, omdat we ieder moment karma uitwerken en nieuw
karma maken. Met andere woorden, we zenden energieën uit van verschillende
aard en de daarmee overeenkomende gevolgen zullen vroeg of laat tot
ons terugkeren, want karma is streng maar absoluut rechtvaardig.
Relaties tussen twee mensen vormen voor ons allen een voortdurende
uitdaging en de poging om de ingewikkelde aard van sommige te ontwarren
biedt goede gelegenheden voor de groei van de ziel! Conflicten zijn
onvermijdelijk als het om sterke persoonlijkheden gaat, maar veel onnodige
wrokgevoelens kunnen worden vermeden als we ze eenvoudig eerder zien
als heilzame meningsverschillen dan vijandigheden en proberen een gevoel
voor humor te bewaren. Bovendien komen harmonieuze relaties dichterbij
als we proberen om achter oppervlakkige wrijvingen te zien naar de diepere
gebieden van de aard van een persoon. Ieder mens is tenslotte verschillend
en heeft iets unieks bij te dragen. Als we de speciale kracht van een
ander herkennen en daarop een beroep proberen te doen, zijn we beter
in staat die in onze uitwisselingen tevoorschijn te roepen. We worden
ons bewust van onze ingewikkelde natuur als we merken dat ieder met
wie we in aanraking komen een ander aspect in ons naar boven roept,
net als wij bij hen doen. Het is een verrijkende en lonende ervaring
en het leven wordt een eeuwigdurende ontdekking.
Wat onze contacten ook zijn – familie, intieme vrienden, kennissen,
relaties op het werk – er bestaan bepaalde ethische grondbeginselen
die deel uitmaken van het menselijk ideaal, al ontbreken ze helaas dikwijls,
zoals: integriteit, trouw, vriendelijkheid, betrouwbaarheid en vergevensgezindheid.
Het zijn juist de levensomstandigheden die ons in staat stellen dieper
door te dringen tot de wezenlijke oorzaken van de situaties waarmee
we worden geconfronteerd, en die van ons vragen ons te oefenen in verdraagzaamheid,
inzicht en begrip. We maken allen beoordelingsfouten, maar op de lange
duur worden we ons uiteindelijk bewust van onze zwakke plekken. Op rustige
momenten weten we hoe we zouden willen zijn, vergeleken met de tekortkomingen
van ons optreden, maar bij het beoordelen van anderen vergeten we soms
hoe gemakkelijk het is ‘anderen naar hun fouten en onszelf naar
onze idealen te beoordelen’!
Uiteindelijk is het vertrouwen dat van het hoogste belang wordt om
bij alles wat we ervaren onze innerlijke stabiliteit en kracht te vinden:
vertrouwen in onszelf, in elkaar, in het voortbestaan van de geest,
in de beschermende kracht van het ware zelf in ieder van ons en bovenal
in het essentieel goede van de mens. Verschillend, maar toch één
van hart, bepalen we allen individueel onze eigen toekomst en gezamenlijk
die van de wereld, naar de mate dat wij wijs en meedogend zijn in ons
voelen en handelen – want wij zijn de wereld.