Samenvatting uit The Wine of Life, Woman’s
International Theosophical League, Point Loma, 1925, blz. 89-94.
In deze tijd waarin de wereld voor een dilemma staat moet ieder humaan
denkend mens een beroep doen op het wereldgeweten. Oorlog is een symptoom
– het gevolg van een innerlijke oorzaak die eeuwen geleden begon
onder hen die nog barbaren waren – dat zijn enige oorsprong heeft
in menselijke zelfzucht of vrees, of beide. Daarom liggen genezing en
afschaffing ervan niet in conferenties, die min of meer oprecht of onoprecht
zijn, maar in een radicale wedergeboorte van het menselijk hart –
een verandering van mentaliteit. Deze genezing is niet moeilijk, niet
ver weg of onuitvoerbaar, maar in feite de meest oprechte en vurigste
wens van iedere normale man of vrouw. Er is niets dat de meerderheid
van de mensen zo in beweging brengt als een onzelfzuchtig beroep op
het hart zowel als op het verstand. Dat vindt overal en in hoge mate
onmiddellijk weerklank.
Er zouden nooit oorlogen kunnen uitbreken als onder naties rechtvaardige
klachten enerzijds en openhartige en eerlijke argumenten ter verdediging
anderzijds open op tafel werden gelegd en er oprechte en edelmoedige
pogingen werden gedaan om tot een vreedzame oplossing van de geschillen
te komen. De partij die weigert zich aan zo’n beslissing te houden
of zijn probleem aan een tribunaal voor te leggen zou voor de hele wereld
gebrandmerkt moeten zijn en te schande worden gezet.
Nooit, in geen enkel geval, verlangen mensen naar oorlog. Alleen wanneer
de menselijke ziel door onrecht – echt of ingebeeld – in
vuur en vlam raakt en in woede ontsteekt slaat de demonische oorlogskoorts
toe met haar begeleidende stroom van schandelijke beschuldigingen en
tegenbeschuldigingen, valse voorstellingen, laster, haat en gruwelen
van velerlei aard. Laten we besluiten alle morele bedriegerijen uit
ons hart te bannen, alle zelfzuchtige begeerten en bevoorrechtingen,
alle vrees voor onze medemensen. Oorlogen, en zelfs alle vrees voor
oorlogen zullen verdwijnen als nevelen voor de ochtendzon. Oorlogen
worden onmogelijk want oorlogen zijn niets anders dan een gevolg, een
symptoom, een resultaat van innerlijke morele zwakheid.
Sommigen zeggen dat oorlogen heldenmoed opleveren of scheppen en dat
door langdurige vrede een volk verslapt en tenslotte het onderspit delft
tegenover een sterker en oorlogszuchtiger ras. Wat een dwaze redenering
is dat! Oorlog is geen kweekplaats van morele kracht, waarvan heldenmoed
slechts een enkele bloem is. Oorlog betekent in diepste wezen geweld
en wreedheid en heeft daarom een ontbindende, vernietigende en verdierlijkende
invloed. Vrede en beschaving vormen de enige en ware kweekplaats voor
edele impulsen en voor luisterrijke heldendaden in tijden van rampspoed
op moreel of stoffelijk gebied. Die heldendaden die zo nu en dan in
oorlogstijd plaatsvinden gebeuren ondanks de oorlog en eenvoudig omdat
ze al leefden in de aard van hen die ze verrichten en die daarin ontstonden
door de offers en het lijden, maar ook door de edele, vreugdevolle en
verheffende lessen die ons in vredestijd werden geleerd. Door ondeugden
en vormen van zwakke zelfgenoegzaamheid gaan beschavingen achteruit
en worden ze tenslotte vernietigd. Maar die bestaan ook in oorlogstijd,
alleen honderdmaal minder beteugeld, eenvoudig omdat oorlog een tijd
is van morele achteruitgang, hysterie en mentale en morele verslapping.
Universele broederschap – het diepe besef van de geestelijke
en natuurlijke eenheid van de mensheid – is de enige sleutel tot
een blijvende vrede, een vrede uit overtuiging en oprechtheid. Iedere
dag geeft honderden voorbeelden te zien van misbruik van de hoogste
beginselen, van verdraaiing van hoge idealen en grote waarheden, van
het uitstrooien van zaden van tweedracht en van een oorlogszuchtige
geest onder de mensen. Onbroederlijkheid is de waanzin van deze eeuw.
Ze bedreigt in niet geringe mate de vooruitgang van onze beschaving.
Haar macht kan niet worden gebroken of vernietigd voordat de mens in
hart en hoofd is doordrongen van het feit dat hij in wezen goddelijk
is en hij beseft dat hij het onsterflijk vermogen tot het goede bezit,
dat ware vrijheid alleen bestaat waar de lagere wet is onderworpen aan
de hogere. Pas als hij probeert zijn lagere natuur te beheersen kan
hij zijn hoogste plicht tegenover zijn medemensen vervullen of een broeder
zijn in de meest ware zin van het woord of leven in de vrijheid van
de Vrijheid.
Laten we hopen met die verheven hoop die de ziel eigen is, met de kracht
van juist handelen, dat de dag niet ver meer is dat de grote meeslepende
kracht van de liefde – van ware broederlijkheid – de mensheid
zal omvatten, dat de kennis hoe op juiste wijze te leven binnen het
bereik van allen ligt en in de meest ware zin van het woord zal worden
beleefd; dat kinderen zullen worden ontvangen en opgevoed in een atmosfeer
van de zuiverste gedachten en van grootsere daden. Dan, en pas dan zal
de mensheid beginnen de hechte grondslag te leggen van een gouden eeuw
en werken in het koninkrijk van de vrijheid.
Ieder die het recht liefheeft doet een beroep op het geweten van de
wereld, want oorlog is een dodelijke vloek voor de beschaving. Is het
zo beschikt dat kinderen geboren moeten worden om hun leven te offeren
als schatting voor hebzucht en macht? Wees gewaarschuwd voor het te
laat is!