Karma – de wet van oorzaak en gevolg – is een theorie die
heel gemakkelijk kan worden begrepen, en heel moeilijk in haar geheel
kan worden doorgrond. Ze wordt beschreven als een allesdoordringende
wet waaraan zelfs de hoogste goden zijn onderworpen. Als we het beginsel
van de analogie toepassen, kunnen we actie en reactie waarnemen op de
voor ons toegankelijke gebieden, zoals de natuurwetenschappen. Het is
moeilijker de toepassing van karma in te zien op creatieve gebieden
zoals kunst. Niettemin zijn ook hier duidelijk richtlijnen waarneembaar:
de kunstenaar zal er altijd naar streven zijn compositie van kleur,
vorm en klank in evenwicht te houden. Wanneer hij er niet in slaagt,
zal zijn werk een onharmonieus effect hebben.
Maar wat betekent karma voor ons als individu? Het betekent eenvoudig
dat alle oorzaken die we teweegbrengen vroeg of laat tot ons terugkeren.
Niets verandert onze gevoelens, gedachten en daden zo fundamenteel,
zelfs zo dat het oude gewoonten omverwerpt, dan deze kennis. Karma heeft
natuurlijk niet altijd een negatief effect: we kunnen worden geboren
in een welgestelde omgeving en veel geluk in het leven ondervinden,
maar het onplezierige karma valt ons al gauw meer op en het verwart
ons dan. De angst voor de gevolgen van hun daden verlamt sommige mensen
geheel, zodat zij òf door de omstandigheden worden overweldigd
òf toelaten dat anderen voor hen beslissingen nemen. Het missen
van kansen om met oude lasten af te rekenen, is hoe dan ook geen constructieve
manier om karma te begrijpen. In overeenstemming met het ritme van de
kosmos, dat op onophoudelijke emanatie neerkomt, wordt er een beroep
op ons gedaan om in ons leven actief mee te doen. In deze betekenis
vormt het tot passiviteit vervallen, dus niet handelen en besluiteloosheid,
een verzet tegen de kosmische evolutie. Laten we liever onze besluiten
en daden in overeenstemming brengen met de natuurwetten. Het is geen
ramp als er een verkeerde beslissing wordt genomen – mits we van
onze fouten leren. We kunnen ons afvragen of er zoiets als een ‘verkeerde’
beslissing bestaat, behalve wanneer er opzettelijk uit boosaardigheid
kwaad wordt gedaan.
Een andere manier waarop karma soms verkeerd wordt toegepast is goede
daden te verrichten met het idee onszelf van een plezierige toekomst
te verzekeren. Het is echter niet alleen de daad op zich, maar vooral
het motief dat telt. Soms is een reeks van gedachten moeilijk te volgen:
vaak steekt er egoïsme achter gedachten die oppervlakkig beschouwd
grootmoedig, behulpzaam en goed lijken. Behulpzaamheid uit eigenbelang
is een vorm van egoïsme en heeft een overeenkomstige uitwerking
op ons karakter. Bovendien maakt dit soort van hulpvaardigheid degenen
die we helpen van ons afhankelijk – precies het tegenovergestelde
van wat nodig is – en het staat hun ontwikkeling in de weg. Daarom
zouden we ernaar moeten streven om op een verstandige manier te helpen,
zonder te denken aan onze eigen vooruitgang of dankbaarheid te verwachten.
Maar wijze hulp betekent in de eerste plaats het bekendmaken van de
natuurwetten.
Er zijn mensen die de wet van vereffening wreed vinden omdat ze het
gevoel hebben dat ze geen ruimte laat voor genade, zoals die in het
algemeen in christelijke kringen wordt aangenomen. Zodra de gevolgen
van vroegere daden zichtbaar zijn, spreekt men van ‘ondoorgrondelijke
wegen’ of ‘de straf van God’. ‘Waarom ik?’
of ‘Waarom moest het zo verkeerd aflopen?’ zijn de vragen
die vaak worden gesteld aan het ziekbed en bij een ongeluk. Degenen
die deze vragen stellen zoeken vaak naar schuldigen en houden zichzelf
voor onschuldig. Dit is allesbehalve een hulp omdat deze handelwijze
de gekwetsten ontheft van de plicht erover na te denken, en hen daardoor
de kans ontneemt hun eigen verantwoordelijkheid te zien. We kunnen mensen
een grotere dienst bewijzen als we niet proberen hun lijden goed te
praten als iets dat van God afkomstig is, of door anderen de schuld
te geven, maar door te proberen hen te helpen hun lijden te begrijpen.
Misschien worden de zaden van nieuwe problemen gezaaid, omdat er onrecht
wordt begaan door anderen de schuld te geven, wat op zijn beurt aanleiding
kan geven tot vijandigheid tegen de veronderstelde schuldige die uiteindelijk
slechts een werktuig was van ons eigen karma. Karma biedt geen ruimte
voor gedachten die andere mensen of omstandigheden verantwoordelijk
stellen voor ons lot. Op dit punt heeft het kennen van de karmische
wet een onmiddellijke gunstige uitwerking: iedereen schept zijn eigen
lot.
Er bestaat een verband tussen de speciale aard van een ziekte en het
karakter van de patiënt (hetzij in dit of in een vorig leven),
want daarin is de ziekte geworteld. Een eenvoudig voorbeeld: gastritis
of maagvliesontsteking doet denken aan een nerveus persoon: nervositeit
is vaak het gevolg van onzekerheid, die op haar beurt in het algemeen
wordt veroorzaakt door angst. Zou het niet de moeite waard zijn om zo
iemand een gevoel van veiligheid te geven? Zodra de patiënt het
verband begrijpt tussen zijn gedachten en daden en zijn huidige problemen,
en begint zijn karakter of gewoonten te veranderen, accepteert hij zijn
karma en zal hij snel zijn ziekte te boven komen als het karma gunstig
is, en de verwondingen van het lichaam en, wat het belangrijkste is,
die van de psyche of ziel genezen kunnen worden. In het geval van ongeneeslijke
verwondingen of ziekte zal wanhoop achterwege blijven als de patiënt
bereid is zijn karma te accepteren. Op deze manier kan aan velen werkelijke
hulp worden geboden.
Het accepteren van ons lot geeft ons geen verdere mogelijkheid om gevoelens
als haat, afgunst of jaloezie te ontwikkelen, want die vloeien voort
uit het gevoel onrechtvaardig te zijn behandeld. Hierin ligt het geheim
van het gebod, dat gewoonlijk als onaanvaardbaar wordt beschouwd, om
je vijand lief te hebben, of om de rechterwang toe te keren als iemand
op de linker slaat. Deze uitspraak nodigt uit om karma bereidwillig
te accepteren en het te gebruiken als een gelegenheid oude lasten op
te ruimen. Bovendien wordt het herhaaldelijk opbouwen van karmische
verplichtingen voorkomen: de negatieve gedachten, die onvermijdelijk
zouden opkomen bij iemand die wordt getroffen zonder iets over karmische
verbanden te weten, worden vervangen door een mooi en positief gevoel
van dankbaarheid, omdat het slachtoffer zijn omstandigheden ziet als
een gelegenheid om met oud karma af te rekenen. Als een situatie op
deze manier wordt geaccepteerd, krijgen wanhoop en de bijkomende gedachten
geen kans. Als een persoon zijn lijden accepteert, wordt hij een hulp
voor karma en zal hij zijn beproeving doorstaan zonder erdoor te worden
overweldigd. Hij weet dat hij wordt geconfronteerd met de gevolgen van
zijn eigen vroegere, en mogelijk heel oude daden, en dat hij nu de gelegenheid
heeft belemmeringen uit de weg te ruimen die, wanneer hij juist handelt,
hem niet meer zullen kwellen.
Tenslotte ligt een ander heilzaam aspect van het herkennen van karma
in het ontwikkelen van wat ik ‘primair vertrouwen’ noem.
Een volledig besef van de werkingen van karma helpt ons om het leven
positief te beschouwen, de dingen die met ons gebeuren bereidwillig
te accepteren, en ze zo de baas te worden, waardoor we op positieve
wijze vormgeven aan onze toekomst. Er is niets dat meer hindernissen
in onze toekomst plaatst dan ‘omzien in wrok’. Wanneer eenmaal
het vermogen binnenwaarts te kijken is ontwikkeld, beseffen we dat ons
karma nauw is verbonden met het karma van degenen die ons omringen:
we zijn allen met elkaar verbonden en werken als instrumenten van elkaars
karma. Het karma van onze onmiddellijke omgeving is verbonden met het
karma van de verdere omgeving, dat op zijn beurt is verbonden met het
karma van een nog grotere omgeving, enzovoort tot het universum als
geheel. Daarom leidt onze eerste ‘binnenwaartse blik’ tot
een universele wijze van denken. Het geeft het gevoel nauw met alles
verbonden te zijn, zo nauw ermee verweven en erin besloten dat zuivere
onbevreesdheid erdoor wordt ontwikkeld. Hierin ligt de gelegenheid besloten
onmiddellijk en rechtstreeks universele broederschap te ervaren. Dan
zullen we ons gedragen als mensen die zich bewust zijn van hun goddelijke
oorsprong.