De praktische kanten van karma
Rolf May

 

Karma – de wet van oorzaak en gevolg – is een theorie die heel gemakkelijk kan worden begrepen, en heel moeilijk in haar geheel kan worden doorgrond. Ze wordt beschreven als een allesdoordringende wet waaraan zelfs de hoogste goden zijn onderworpen. Als we het beginsel van de analogie toepassen, kunnen we actie en reactie waarnemen op de voor ons toegankelijke gebieden, zoals de natuurwetenschappen. Het is moeilijker de toepassing van karma in te zien op creatieve gebieden zoals kunst. Niettemin zijn ook hier duidelijk richtlijnen waarneembaar: de kunstenaar zal er altijd naar streven zijn compositie van kleur, vorm en klank in evenwicht te houden. Wanneer hij er niet in slaagt, zal zijn werk een onharmonieus effect hebben.

Maar wat betekent karma voor ons als individu? Het betekent eenvoudig dat alle oorzaken die we teweegbrengen vroeg of laat tot ons terugkeren. Niets verandert onze gevoelens, gedachten en daden zo fundamenteel, zelfs zo dat het oude gewoonten omverwerpt, dan deze kennis. Karma heeft natuurlijk niet altijd een negatief effect: we kunnen worden geboren in een welgestelde omgeving en veel geluk in het leven ondervinden, maar het onplezierige karma valt ons al gauw meer op en het verwart ons dan. De angst voor de gevolgen van hun daden verlamt sommige mensen geheel, zodat zij òf door de omstandigheden worden overweldigd òf toelaten dat anderen voor hen beslissingen nemen. Het missen van kansen om met oude lasten af te rekenen, is hoe dan ook geen constructieve manier om karma te begrijpen. In overeenstemming met het ritme van de kosmos, dat op onophoudelijke emanatie neerkomt, wordt er een beroep op ons gedaan om in ons leven actief mee te doen. In deze betekenis vormt het tot passiviteit vervallen, dus niet handelen en besluiteloosheid, een verzet tegen de kosmische evolutie. Laten we liever onze besluiten en daden in overeenstemming brengen met de natuurwetten. Het is geen ramp als er een verkeerde beslissing wordt genomen – mits we van onze fouten leren. We kunnen ons afvragen of er zoiets als een ‘verkeerde’ beslissing bestaat, behalve wanneer er opzettelijk uit boosaardigheid kwaad wordt gedaan.

Een andere manier waarop karma soms verkeerd wordt toegepast is goede daden te verrichten met het idee onszelf van een plezierige toekomst te verzekeren. Het is echter niet alleen de daad op zich, maar vooral het motief dat telt. Soms is een reeks van gedachten moeilijk te volgen: vaak steekt er egoïsme achter gedachten die oppervlakkig beschouwd grootmoedig, behulpzaam en goed lijken. Behulpzaamheid uit eigenbelang is een vorm van egoïsme en heeft een overeenkomstige uitwerking op ons karakter. Bovendien maakt dit soort van hulpvaardigheid degenen die we helpen van ons afhankelijk – precies het tegenovergestelde van wat nodig is – en het staat hun ontwikkeling in de weg. Daarom zouden we ernaar moeten streven om op een verstandige manier te helpen, zonder te denken aan onze eigen vooruitgang of dankbaarheid te verwachten. Maar wijze hulp betekent in de eerste plaats het bekendmaken van de natuurwetten.

Er zijn mensen die de wet van vereffening wreed vinden omdat ze het gevoel hebben dat ze geen ruimte laat voor genade, zoals die in het algemeen in christelijke kringen wordt aangenomen. Zodra de gevolgen van vroegere daden zichtbaar zijn, spreekt men van ‘ondoorgrondelijke wegen’ of ‘de straf van God’. ‘Waarom ik?’ of ‘Waarom moest het zo verkeerd aflopen?’ zijn de vragen die vaak worden gesteld aan het ziekbed en bij een ongeluk. Degenen die deze vragen stellen zoeken vaak naar schuldigen en houden zichzelf voor onschuldig. Dit is allesbehalve een hulp omdat deze handelwijze de gekwetsten ontheft van de plicht erover na te denken, en hen daardoor de kans ontneemt hun eigen verantwoordelijkheid te zien. We kunnen mensen een grotere dienst bewijzen als we niet proberen hun lijden goed te praten als iets dat van God afkomstig is, of door anderen de schuld te geven, maar door te proberen hen te helpen hun lijden te begrijpen. Misschien worden de zaden van nieuwe problemen gezaaid, omdat er onrecht wordt begaan door anderen de schuld te geven, wat op zijn beurt aanleiding kan geven tot vijandigheid tegen de veronderstelde schuldige die uiteindelijk slechts een werktuig was van ons eigen karma. Karma biedt geen ruimte voor gedachten die andere mensen of omstandigheden verantwoordelijk stellen voor ons lot. Op dit punt heeft het kennen van de karmische wet een onmiddellijke gunstige uitwerking: iedereen schept zijn eigen lot.

Er bestaat een verband tussen de speciale aard van een ziekte en het karakter van de patiënt (hetzij in dit of in een vorig leven), want daarin is de ziekte geworteld. Een eenvoudig voorbeeld: gastritis of maagvliesontsteking doet denken aan een nerveus persoon: nervositeit is vaak het gevolg van onzekerheid, die op haar beurt in het algemeen wordt veroorzaakt door angst. Zou het niet de moeite waard zijn om zo iemand een gevoel van veiligheid te geven? Zodra de patiënt het verband begrijpt tussen zijn gedachten en daden en zijn huidige problemen, en begint zijn karakter of gewoonten te veranderen, accepteert hij zijn karma en zal hij snel zijn ziekte te boven komen als het karma gunstig is, en de verwondingen van het lichaam en, wat het belangrijkste is, die van de psyche of ziel genezen kunnen worden. In het geval van ongeneeslijke verwondingen of ziekte zal wanhoop achterwege blijven als de patiënt bereid is zijn karma te accepteren. Op deze manier kan aan velen werkelijke hulp worden geboden.

Het accepteren van ons lot geeft ons geen verdere mogelijkheid om gevoelens als haat, afgunst of jaloezie te ontwikkelen, want die vloeien voort uit het gevoel onrechtvaardig te zijn behandeld. Hierin ligt het geheim van het gebod, dat gewoonlijk als onaanvaardbaar wordt beschouwd, om je vijand lief te hebben, of om de rechterwang toe te keren als iemand op de linker slaat. Deze uitspraak nodigt uit om karma bereidwillig te accepteren en het te gebruiken als een gelegenheid oude lasten op te ruimen. Bovendien wordt het herhaaldelijk opbouwen van karmische verplichtingen voorkomen: de negatieve gedachten, die onvermijdelijk zouden opkomen bij iemand die wordt getroffen zonder iets over karmische verbanden te weten, worden vervangen door een mooi en positief gevoel van dankbaarheid, omdat het slachtoffer zijn omstandigheden ziet als een gelegenheid om met oud karma af te rekenen. Als een situatie op deze manier wordt geaccepteerd, krijgen wanhoop en de bijkomende gedachten geen kans. Als een persoon zijn lijden accepteert, wordt hij een hulp voor karma en zal hij zijn beproeving doorstaan zonder erdoor te worden overweldigd. Hij weet dat hij wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen vroegere, en mogelijk heel oude daden, en dat hij nu de gelegenheid heeft belemmeringen uit de weg te ruimen die, wanneer hij juist handelt, hem niet meer zullen kwellen.

Tenslotte ligt een ander heilzaam aspect van het herkennen van karma in het ontwikkelen van wat ik ‘primair vertrouwen’ noem. Een volledig besef van de werkingen van karma helpt ons om het leven positief te beschouwen, de dingen die met ons gebeuren bereidwillig te accepteren, en ze zo de baas te worden, waardoor we op positieve wijze vormgeven aan onze toekomst. Er is niets dat meer hindernissen in onze toekomst plaatst dan ‘omzien in wrok’. Wanneer eenmaal het vermogen binnenwaarts te kijken is ontwikkeld, beseffen we dat ons karma nauw is verbonden met het karma van degenen die ons omringen: we zijn allen met elkaar verbonden en werken als instrumenten van elkaars karma. Het karma van onze onmiddellijke omgeving is verbonden met het karma van de verdere omgeving, dat op zijn beurt is verbonden met het karma van een nog grotere omgeving, enzovoort tot het universum als geheel. Daarom leidt onze eerste ‘binnenwaartse blik’ tot een universele wijze van denken. Het geeft het gevoel nauw met alles verbonden te zijn, zo nauw ermee verweven en erin besloten dat zuivere onbevreesdheid erdoor wordt ontwikkeld. Hierin ligt de gelegenheid besloten onmiddellijk en rechtstreeks universele broederschap te ervaren. Dan zullen we ons gedragen als mensen die zich bewust zijn van hun goddelijke oorsprong.

 
Andere artikelen over karma, lot en vrije wil
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1994

© 1994 Theosophical University Press Agency


 

De zon gluurt naar mij terwijl ik schrijf. Hij zendt zijn licht naar binnen, dat ik dan omzet in gedachten en woorden. Dit is, in het grote kosmische verband, iets heel merkwaardigs: dat zich bepaalde ‘omzettingen’ van goed en kwaad kunnen voordoen, terwijl zonlicht en schaduw ons leven vullen. Dat brengt mij op de gedachte dat het Goddelijk Denken dat ver buiten en boven en binnen alles bestaat zijn scheppende intelligentie kan omzetten, zodat wij er niet alleen mee in aanraking kunnen komen, maar het op onze eigen individuele wijze tot uitdrukking kunnen brengen.

Er gebeurt voortdurend zoveel dat mooi en goed is dat – als we, zoals we zijn, kunnen zoeken, misschien vinden, veranderen, denken, en onze innerlijke natuur laten heersen – we vrede en harmonie kunnen scheppen. Zo kan de wereld dus een vernieuwing ondergaan die de mens in aanraking brengt met onbekende mogelijkheden en krachten, en hem als het ware in het zonlicht leidt.
      – Rutger Bergström