Ik ging naar dit evenement met geen andere verwachting dan een op diversiteit
stoelende eens-in-je-leven voorkomende bijeenkomst te ervaren. Inderdaad
waren de mensen, ideeën en energieën verschillend, stimulerend
en intens. Er hing een sfeer van openhartigheid die mijn vermogen om
te beschrijven te boven gaat. Er was geen spoor te bekennen van ‘zij
tegenover ons’ of van ‘ónze manier is de goede manier’.
Ik leerde algauw me in toom te houden en per dag niet meer dan drie
of vier voordrachten/workshops bij te wonen. Dat gaf me tijd om na te
denken, de schat aan nieuwe informatie te verwerken en innerlijk te
beleven. Ik heb veel aan discussies deelgenomen en merkte dat men naar
elkaar luisterde, niet probeerde oplossingen aan te dragen, maar liever
wilde uitwisselen en een zinvol gesprek voeren en elkaar respecteren!
Deze openhartige uitwisseling van ideeën en beginselen op positieve
wijze en in een sfeer van ontvankelijkheid was het belangrijkste aspect
van de conferentie. Algauw werd duidelijk dat achter de verscheidenheid
gemeenschappelijke dromen en aspiraties schuilgingen, die verwezenlijkt
kunnen worden door de wil bewust in werking te stellen – de wil
om in te zien dat anderen op weg zijn naar hetzelfde doel en zoveel
medegevoel bezitten dat ze hun persoonlijke zelfzucht opzij zetten voor
het welzijn van het heelal. Men besefte dat al wat bestaat, planten,
dieren, delfstoffen en mensen met elkaar zijn verbonden. Voor mij persoonlijk
was dat geen nieuwe gedachte, maar het was goed te ervaren dat zoveel
anderen er net zo over denken.
Als ik naga welke invloed het Parlement op mij had, weet ik dat ik
er in mijn dagelijks leven sindsdien meer op ben gericht door middel
van mijn daden en gedachten de geest van de aarde te herstellen. Dat
is een klein stapje, maar wel buitengewoon krachtig.
– Gregory W.
Hart
Er schreven zich 7500 mensen in voor het Parlement. Het leek wel of
ze allemaal probeerden een plaats te krijgen in de Grote Balzaal
met 2100 zitplaatsen, voor het openingsdefilé van leiders en
waardigheidsbekleders van de deelnemende geloofstradities. Niet te veel
ruwheden, geduw of gedrang – dit is per slot van rekening
een bijeenkomst van welwillende mensen – maar wel overal chaos.
De staf van het hotel en de medewerkers van het Parlement waren overdonderd.
Gewoon te veel mensen, te veel kleinigheden om te doen en te regelen
– alles tegelijk.
Na wat geharrewar kregen we tenslotte door onze perskaart (en een passende
fooi aan de hotelbediende) toegang tot de balzaal en stelden we onze
videocamera’s op. Vlak voor het defilé moest beginnen,
ontdekten we dat de batterijen in onze kamer waren achtergebleven. Mij
werd gevraagd de chaos te trotseren om ze te halen. Van het balkon ging
ik naar beneden, liep duwend langs de zijkant van de volgepakte zaal,
haastte me door de hete keuken vol stoom, een paar trappen op om eruit
te komen, de weg kwijt, een gang in waar ik nog niet eerder was geweest.
Welke kant uit om een niet volle lift te vinden? Rechtsaf bracht me
in een zaal waar waardigheidsbekleders van de westerse religies stonden
te wachten om deel te nemen aan het openingsdefilé. Die leek
nog voller dan de Balzaal. Er hing een atmosfeer van bezorgdheid. Iedereen
leek gespannen. Mij een weg banen door die zaal leek op een worsteling
door een woelige zee – telkens weer ‘neem me niet kwalijk’,
‘pardon’ en waardigheidsbekleders attent maken op mijn aanwezigheid
en de noodzaak er doorheen te komen. Aan de andere kant gekomen kwam
ik in weer een andere gang en ging een trap op naar een andere
overvolle zaal – gevuld met vertegenwoordigers van de oosterse
religies. Daar was het rustig! Mijn komst werd verwelkomd met een vage,
soms wat spottende glimlach. De mensen (daar leken ze meer op dan op
waardigheidsbekleders) knikten vriendelijk, zagen direct dat ik er beslist
doorheen moest en maakten zonder moeite ruimte. Het was net alsof ik
door een warm, rustig bassin dreef waarin een intelligente stroom me
op weg hielp.
Was het verschil alleen cultureel? Zijn oosterlingen eenvoudig meer
gewend aan overvolle chaotische toestanden en weten ze beter hoe ze
zich daarin moeten gedragen? Ik herinner me in die zaal in rustige niet-oosterse
ogen te hebben gekeken – voor het merendeel westerlingen met kaalgeschoren
hoofd die het kleed en de nap van het boeddhisme hadden aangenomen.
Ook zij waren attent en hulpvaardig terwijl ze rustig stonden te wachten.
Wat het ook was, het verschil was duidelijk.
Toen ik de ‘westerse zaal’ inging scheen mijn rechtsaf
verkeerd te zijn geweest. Bij het verlaten van de ‘oosterse zaal’
schenen alle richtingen juist, afhankelijk van hoe we ermee omgingen.
Een dienstlift in de volgende gang bracht me naar de batterijen, waarna
ik aan de terugtocht naar de balzaal kon beginnen. Maar mijn gang was
lichter en meer ontspannen. Als ik bij een drom mensen kwam die de weg
leek te versperren, stopte ik eenvoudig en vond gemakkelijk een weg
eromheen of -doorheen. Me inspannen of laten gelden hoefde niet. Het
zou beslist averechts werken. Ik hoefde alleen de stroom te vinden en
te volgen.
De terugweg naar het balkon was eenvoudig en behalve de batterijen
bracht ik een praktische gedachte mee – kies een pad met het doel
in gedachte en vertrouw erop dat de reis je brengt waar je moet zijn.
Het duurde nog geruime tijd voor het openingsdefilé begon.
– J.T.
Coker
Aan het project ‘Biosphere’* in Arizona kwam in september
jl. een einde en de wetenschappers die de afgelopen twee jaar opgesloten
in hermetisch verzegelde gebouwen doorbrachten, zijn weer thuis. Het
Parlement leek een beetje op ‘Biosphere’. Tien dagen lang
bevonden zich verscheidene duizenden mensen in Palmer House, Chicago
– in de smaakvolle hallen, gangen en zalen – en namen weloverwogen
en inspirerende woorden tot zich, in alle oprechtheid aangeboden door
deelnemers waarvan er velen bijna een levenlang in dienst van de door
hen gekozen religie doorbrachten.
*Een ecologisch project waarbij een aantal mensen zonder
aanvullingen van buiten probeerden te overleven in een groot, afgesloten,
zo natuurlijk mogelijk nagebootst ecosysteem. – vert.
De overvloed aan voordrachten maakte het moeilijk om, na gedane plichten,
te kiezen welke bij te wonen – er was tijd nodig om na te denken
over de woorden en ze te verwerken voor men nog meer informatie kon
opnemen! Wat kunnen we van dit alles zeggen, tegen deze achtergrond
van multiculturele mensen en denkbeelden?
In de tentoonstellingshal verschaften 60 medesponsors ons een unieke
kans wat over hun specifieke geloof te weten te komen. We konden op
ons gemak rondsnuffelen, vragen stellen aan de exposanten of brochures
en literatuur meenemen die ons dikwijls genas van verkeerde opvattingen
die we misschien over het een of ander koesterden. Door aan de boekentafel
van de Theosophical University Press te helpen, ontdekte ik hoe stimulerend
een stroom van vragen en de uitwisseling van gedachten altijd zijn.
Het was in de foyer, liften en gangen dat men ten volle de invloed
van de mensheid waarvan we allemaal een deel zijn, onderging. Zelden
ben ik ergens geweest waar op zo’n kleine plek een zo grote verscheidenheid
aan culturen werd ervaren. De welwillendheid en vriendelijkheid waren
tastbaar en beleef ik nog steeds.
De wereld wordt verscheurd door oorlogen – vaak aangewakkerd
door religieuze geschillen. Ik heb de indruk dat het Parlement op dit
punt zijn mogelijkheden niet heeft benut. De meeste aanhangers van de
vele religies zijn ervan overtuigd dat zij ‘De Waarheid’
hebben gevonden en ze willen die met anderen delen en hen tot hun geloof
bekeren. Ik had gehoopt dat er meer dialoog tussen de religies zou zijn,
zodat het gemeenschappelijke in de kern van de grote religieuze tradities
beter kon worden herkend, waardoor broederlijke gevoelens zouden worden
opgewekt om in ons hart mee naar huis te nemen en in ons leven naar
buiten te komen als we met anderen communiceren.
Toch was die vermenging van zovelen met eenzelfde betrokkenheid bij
en toewijding aan het welzijn van onze planeet en haar volkeren een
zegen voor een zaak die ons allen dierbaar is. Iedereen die zo gelukkig
was erbij te zijn en allen die in de geest aanwezig waren, kunnen niet
onveranderd zijn heengegaan. Zelfs al vervagen de gebeurtenissen in
onze herinnering als het leven verder gaat, dan moet toch het opnieuw
ontwaakte besef en de hernieuwde toewijding, al is het maar voor een
moment, aan een vredige coëxistentie met iedereen – vooral
met hen met wie we het niet geheel eens zijn – de menselijke gang
van zaken ten goede veranderen.
– Nhilde
Davidson
Mijn indrukken van het Parlement waren gemengd. Ik denk dat het aanvankelijk
werd beheerst door een groep met een bepaalde sociale agenda en dat
het nooit helemaal aan de invloed daarvan is ontkomen. Het eindresultaat
was een mengelmoes van politiek en geestelijke leringen, maar de sprekers
brachten veel wijsheid naar buiten. Vooral één verhaal
van Swami Vivekananda viel bij mij in de smaak:
Een kikvors woonde in een poel waar hij overheen
kon springen en waar hij erg trots op was. Op een dag kwam een kikvors
uit zee op bezoek.
‘Is mijn poel niet de grootste waterplas in de wereld?’
vroeg de poel-kikvors.
‘Hoe kan je de zee vergelijken met deze poel?’ vroeg de
zee-kikvors.
‘Is die tweemaal zo groot? Tien keer zo groot?’ vroeg
de poel-kikvors.
‘Hoe kan je nu de zee vergelijken met deze poel?’ vroeg
de zee-kikvors weer.
Toen ontstak de kikvors uit de poel in woede. ‘Maak dat je weg
komt, leugenaar!’
Hij kon zich zoiets groots als de zee niet voorstellen en zei dus dat
die niet bestond. Zo is het ook als mensen zich een geestelijk leven
niet kunnen voorstellen en daarom zeggen dat het niet kan bestaan.
Ik heb geprobeerd naar niet te veel theosofische bijeenkomsten te gaan
omdat alle religieuze groepen hun eigen vergaderingen bezochten. Ik
bezocht eerst een bijeenkomst van Jains die ook als titel had ‘De
jainistische benadering van zelfverwerkelijking’. Door zijn accent
was de inleider moeilijk te volgen maar hij liet samenvattingen zien
op dia’s en aan het einde werd de tekst rondgedeeld. Hij zei dat
de jains meer in het dagelijks leven naar zelfverwerkelijking streven
dan zich alleen op geestelijke theorieën te concentreren. Ik vond
de ideeën heel goed, maar de benadering te methodisch voor mij
omdat ik meer van improviseren houd.
De filosofische benadering van de neo-heidenen stond me wel aan om
de soepelheid daarvan en de grondgedachte dat van binnenuit en van buitenaf
naar wijsheid moet worden gezocht. Hoewel niet al deze groepen even
flexibel zijn, is er ondanks de behoorlijke verschillen van mening meestal
eerbied voor de als gelijkwaardig beschouwde waarheden van anderen.
De neo-heidenen waren voor het Parlement van Religies van 1893 niet
uitgenodigd en deze keer was hun aanwezigheid sterk omstreden: de Grieks-Orthodoxe
christenen trokken zich om die reden terug.
Ik bezocht verscheidene groepen waarvan de filosofie mij wel aanstond,
maar de waarheid was verborgen in het ritueel en in sommige gevallen
moeilijk te ontdekken. Toch heb ik heel wat geleerd. Wat me het meest
aantrok was de theosofische voordracht over ‘Economie, rechtvaardigheid,
politiek en verantwoordelijkheid’. De twee inleiders slaagden
erin het grootste deel van de toehoorders bij de discussie te betrekken.
Een man uit Bangladesh wees erop dat de ‘eerste wereld’
altijd bezig is aan de ‘derde wereld’ te vertellen wat voor
hulp ze nodig heeft. Hij vond dat als men rechtstreeks naar de mensen
zou toegaan aan wie men hulp gaat geven en hun zou vragen wat ze nodig
denken te hebben, men veel doeltreffender en goedkopere oplossingen
zou krijgen. Daarover volgde heel wat discussie en aan het einde waren
veel mensen het erover eens dat hij gelijk had. Ik bracht in het midden
dat als honderd mensen iets kleins doen, dat heel wat meer helpt dan
wanneer één mens iets groots doet en die gedachte kreeg
van de zaal een vrij aardig onthaal.
Ik heb er echt van genoten dat ik naar het Parlement ben geweest en
hoop ook naar het volgende te kunnen gaan! Al was het niet volmaakt,
het was toch een flinke stap vooruit naar wederzijdse erkenning van
de religies.
– Catherine
Dougherty, 13 jaar
Verschillen: Verschillende religies;
verschillende rassen; verschillende talen; verschillende gewoonten.
Dat was de uiterlijke schijn van het Parlement. Toch overheerste een
diepgaand gevoel van overeenkomstigheid, een klaarblijkelijke en wonderbaarlijke
tegenstrijdigheid.
Bij de ontelbare werkgroepen, lezingen en manifestaties werden door
elke schijnbaar onafhankelijke en ongelijksoortige groep leringen en
beginselen naar voren gebracht die in hun kern zoveel gelijkenis vertoonden
dat verschillen verdwenen en universaliteit de orde van de dag was.
De broederschap van de mensheid, het voortgaande zoeken en de groei
van de ziel, het bestaan van orde en evenwicht in de natuur en de kennis
van het geloof in een hogere macht die in alles woont, werden voortdurend
tot uitdrukking gebracht. Van iedere inleiding was de grondtoon de gedachte
aan vrede tussen de volkeren van de aarde – de broederschap van
al wat is.
Het was een vreugde scheidingslijnen en verschillen te zien wegvallen
als de onbelangrijkheid van de verschillen aan het licht werd gebracht.
Maar wat als reëel werd erkend, was de noodzaak van verschillen
om tegemoet te komen aan behoeften van verschillende tijden, plaatsen
en culturen, zonder dat er een verschil in de grondbeginselen behoeft
te zijn.
– Douglas
A. Russell
Wat een schitterend idee om in deze eeuw weer een feest als het Parlement
van de Religies van de Wereld voor duizenden verschillende mensen te
organiseren, dat erop was gericht barrières van onwetendheid
af te breken door onderling begrip en aanvaarding van veelsoortige geloofsstelsels.
Op een bepaald punt in onze ontwikkeling behoort een ernstig zoeken
naar waarheid, zo onbevooroordeeld en altruïstisch mogelijk, deel
uit te maken van onze levensgeschiedenis.
Het was stimulerend de welbespraaktheid en eenvoud te ervaren van Robert
Müller, Jean Houston en de dalai lama – om er enkelen te
noemen. De mensen die de meest blijvende indruk maakten waren misschien
degenen die men ontmoette in de wandelgangen, vestibules, liften, op
straat buiten het Palmer House en bij de slotceremonieën in Grant
Park. Deze mensen blijven me bij . . . de vrouw van de National Spiritualist
Association met wie ik een hele poos heb gepraat. Sommige inzichten
van ons weken af maar dat was onbelangrijk: we hadden samen een diepgaande
ervaring van vreugde en hoop. Dan was er de Franse monnik met een aantrekkelijke
glimlach, die me vertelde over een lange conferentie aan de andere zijde
van de oceaan over religieuze en politieke kwesties, allebei buitengewoon
onstabiele terreinen, waaraan hij binnenkort zou deelnemen en waar ook
moslim-functionarissen bij waren betrokken. Hij hoopte op positieve
wijze te kunnen helpen, zonder beroering teweeg te brengen.
De dalai lama zei dat één universeel geloofsstelsel stellig
onmogelijk is, zoals ook één enkel gerecht op een menukaart
in een restaurant niet iedereen tevreden kan stellen en het restaurant
niet gaande kan houden. Er is een eindeloze verscheidenheid aan mensen
in de wereld met verschillende behoeften. Dit is een eenvoudige en gezonde
gedachte; veroordeling en vernietiging in naam van de religie zijn dat
niet. Het scheppen van eigen getto’s om zichzelf en de religie
‘zuiver’ te houden, terwijl men de rest van de wereld negeert,
is iets dat de werkelijkheid niet gemakkelijk toelaat. Leven tegen de
natuurwet van universele broederschap leidt rechtstreeks tot heilige
oorlogen en etnische zuiveringen. Hopelijk heeft het meemaken van het
Parlement bij sommigen, voor wie dat nodig was, het gezonde verstand
wakker geschud.
De middelen om een doel te verwezenlijken behoren toch belangrijker
te zijn dan het louter op welke manier ook bereiken van successen. Ik
denk aan de eminente Duitse theoloog Paul Tillich, die opmerkte dat
de enige uiteindelijke waarheid ‘die is die niemand bezit’.
Misschien zijn we begonnen bewust in te zien dat vóór
we ooit kunnen hopen aan anderen licht te brengen, we ernaar moeten
streven ons hart te genezen met het licht van altruïsme, het aardse
in ons denken te laten verdwijnen en echt te geloven in onze
eigen woorden als we ze uitspreken.
– Doreen
Domb
Hoewel de portaal- en lift ‘parlementen’ en die tijdens
de maaltijden en bij de boeken- en informatietafels van de co-sponsors
in de tentoonstellingshal enkele van de rijkste en meest betekenisvolle
gedachtenwisselingen opleverden, zijn er twee aspecten van het Parlement
van 1993 die duidelijk in mijn geest naar voren komen, omdat ze een
positieve betekenis voor de toekomst hebben. Eén wordt samengevat
in een voorval bij de stand van de TS/Theosophical University Press,
waar een theosoof zei dat ze verbijsterd was te horen dat er meer dan
één Theosophical Society bestaat. Hoe kan een beweging
die universele broederschap bepleit en de eenheid van alle leven leert
verdeeld zijn? Nog nooit was ik zo dankbaar als toen ik het blauwe programma
‘Theosofische Presentaties’ van de tafel naast me kon nemen
en haar de lijst van theosofische co-sponsors van het Parlement laten
zien, die de drie voornaamste stromingen in de wereld vertegenwoordigen.
Deze organisaties, voegde ik eraan toe – hoewel verschillend van
structuur, voorkeur, benadering en in sommige leringen – hebben
gemeenschappelijke doeleinden; ze hebben samengewerkt om dit programma
op te stellen en aan te bieden. In dit opzicht heeft de beweging een
hoofddoel van elk echt parlement bereikt: erkenning van meervormigheid
en ongelijkheid in benadering en – zonder een organisatorische
eenheid na te streven – een voorbeeld te stellen hoe we ons inzicht
kunnen verdiepen en kracht kunnen putten uit de vriendschappelijke uitwisseling
van gezichtspunten ter oplossing van universele problemen.
In het leven van de mens nemen symbolen van wat mogelijk is een belangrijke
plaats in – en het is jammer dat de nieuwsmedia niet een verslag
hebben opgenomen van de plenaire bijeenkomst van vrijdagavond, maar
in plaats daarvan de aandacht hebben bepaald tot de zeer weinige sektarische
opflikkeringen eerder in de week. De titel was ‘De volgende generatie’
(georganiseerd door een theosoof, Tony Lysy); de jongeren uit de vele
geloofstradities in het Parlement traden bij deze voorlaatste bijeenkomst
als gastheer op en verzorgden de presentatie. Deze kinderen en jonge
volwassenen begrijpen dat sektarische verschillen de mensen
niet behoeven te verdelen en ook geen verontschuldiging zijn voor oorlog,
dweperij of onmenslievendheid van andere aard. Als de wereld hun slotvoorstelling
eens had kunnen zien – meer dan 100 vertegenwoordigers van de
volgende generatie van alle gezindten zongen in harmonie en vriendschap
voor vrede op aarde en welzijn voor alle mensen – welk symbool
van wat mogelijk is zou indrukwekkender zijn geweest en ons
daarvan meer bewust hebben gemaakt?
– Will
Thackara
Als de religie er is om de mensen te helpen pijn en lijden in het leven
te begrijpen, waarom veroorzaakt ze dan zoveel leed? Als de religie
er is terwille van de hele mensheid, waarom gebruiken sommige mensen
haar dan om hun zienswijze aan anderen op te dringen? Als de religie
de mensheid tot een eenheid moet samenbrengen, waarom gebruiken we haar
dan om onderlinge verdeeldheid te scheppen? Waarom kunnen we andere
religies niet respecteren en wijzen we het denkbeeld dat mij-en-het-mijne
beter is dan u-en-het-uwe niet af?
Het Parlement van de Religies van de Wereld van 1993 heeft mensen bij
elkaar gebracht. Het was prachtig om te zien dat leiders van alle verschillende
religies samenkwamen om elkaar van hun unieke rijkdommen deelgenoot
te maken. Eén gedenkwaardige inleiding was ‘Zelftransformatie
en de toekomst van de religie’, door Radha Burnier. Zij was van
mening dat om van religies een positieve kracht te maken, iedere religie
zich moet transformeren zodat ze in plaats van oorlog te veroorzaken
tot innerlijke vrede zal leiden. De mensen moeten hun aandacht richten
op het goede in de hele mensheid, in plaats van op zichzelf en hun eigen
belangrijkheid. We moeten de opvattingen van anderen respecteren en
niet beoordelen en veroordelen als slecht of minder dan de onze.
Dit Parlement was een fantastische ervaring die mij een heel nieuw
gezichtsveld heeft gegeven om te onderzoeken.
– Jennifer
Dougherty, 11 jaar
Ik ging naar het Parlement met de wens om mensen van andere culturen
en religies te ontmoeten en met hen in contact te komen. Ik dacht misschien
zelfs wel gelegenheid te krijgen de ervaringen uit het oogpunt van een
kunstenaar vast te leggen. Hoewel ik er als waarnemer was en door de
zalen doolde op zoek naar een aantal stimulerende bijeenkomsten, begon
ik toch algauw de atmosfeer van eenheid en broederschap, waarvan dit
Parlement van de Religies van de Wereld van l993 was doordrongen te
absorberen en mij er een deel van te voelen.
In bijeenkomsten die Ma Jaya Bhagavati hield, zag ik mensen die eensgezind
bijeenkwamen en elkaar deelgenoot maakten van hun verborgen angsten
en vragen over leven en dood. Ma Jaya Bhagavati ondervond in haar leven
veel vreugde door anderen te laten delen in haar humor, warmte en gevoelvolle
zorg voor ongeneeslijk zieken.
Ik ging terug naar huis met het vurige verlangen de wijsheid die ik
van geestelijke leiders ontving vast te houden en verder te onderzoeken;
ze zijn voor ons symbolen van ware toewijding, zuiverheid en onbaatzuchtig
dienen.
– Andrea
Walsh
Vier dagen lang, iedere dag, haastte men zich enthousiast naar de meer
dan honderd voordrachten die werden gehouden, en elke avond werd er
één grote plenaire bijeenkomst gehouden. De vergadering
van woensdagavond heb ik op een heel grote video-monitor gevolgd in
een bijna lege balzaal. Van de vele sprekers die het onderwerp ‘Het
innerlijke leven en het leven in de gemeenschap’ behandelden waren
er drie toegewijde werkers die zich als inspirerende voorbeelden van
de geest van het Parlement onderscheidden.
Dr. George Cairnes, predikant van de People’s Church en welbekend
als Father George, de ‘Biker-Hoodlum-Priest’ [Fietsende
Nozem Priester] gaf een beschrijving van zijn plaatselijke zendingsprogramma
in Chicago. Hij noemde het een ‘omgekeerde zending’ omdat
hij altijd probeert andere mensen aan te moedigen zijn leraar
te zijn. Hij heeft geen ander programma dan zowel te helpen als te leren.
Ds. Cairnes is protestant (ondanks de bijnaam priester), maar hij heeft
in zijn aktentas katholieke rozenkransen en geschriften van vele religie.
Hij heeft zich tot taak gesteld ieder die hij tegenkomt te helpen de
volgende stap te doen, onverschillig in welke richting die moet zijn
– naar de AA [Anonieme Alcoholisten. – vert.],
de Islam of een kerk.
S.N. Subba Rao, hoofd van de Gandhi Vredesstichting, gaf een enthousiaste
beschrijving van de kinderkampen die hij in heel India houdt. Iedere
avond besteden de jongeren tien minuten aan gebeden uit alle religies
en eindigen met de uitspraak: ‘Alle religies zijn één,
alle religies zijn de mijne’. Hij pleitte voor een geestelijke
VN-organisatie met een geestelijk leger bewapend met liefde, opoffering
en geloof in elkaar. Met dat doel voor ogen helpt hij bij het instellen
van harmonieraden die onderricht geven in het voorkomen en oplossen
van conflicten.
Juanita Batzibal, antropoloog en president van de International Mayan
League, kwam uit Guatemala over om de voltallige vergadering toe te
spreken. Zij nam afscheid van ons met het voorstel een oude groet van
de Maya’s over te nemen: ‘U bent mij en ik ben u’.
Misschien zullen we elkaar niet meer vernietigen als we leren onszelf
in de ander te zien.
De plenaire avondbijeenkomsten duurden vaak tot na tienen (en maakten
van mij een slaperige parlementariër), maar al was het lichaam
vermoeid, de ziel was verkwikt na het aanhoren van zulke inspirerende
toespraken.
– Nancy
Coker
De warmte en de medewerking van de vele deelnemers aan het Parlement,
de oprechtheid en spiritualiteit van de honderden sprekers die allemaal
hun betrokkenheid toonden en oplossingen aandroegen voor de huidige
moeilijkheden waren heel ontroerend.
Ondanks de verschillen tussen oude tradities, dialecten, huidskleur
en kleding – van sari, tunica, toga, onderscheidingstekens of
haardracht die sommige indianen, boeddhistische sekten, taoïsten,
jains, volgelingen van Zarathoestra, christenen, heidenen en anderen
droegen – was er één gedachte waarvan allen overtuigd
waren: dat wij als individuen in onszelf de kracht en het vermogen bezitten
de wereldproblemen op te lossen. Als we binnen de kring van onze vrienden
en van onze leefgemeenschap doen wat juist is, zal dat zich weerspiegelen
in alle maatschappelijke en economische gebieden en in de milieu-omstandigheden
van de wereld.
De gelegenheden bieden zich aan. De golven van rampspoed en pijn kunnen
worden afgewend, ze kunnen worden omgevormd, als ieder van
ons het welzijn van anderen boven dat van zichzelf plaatst.
Is dat niet het antwoord dat we in ons hart vinden als we rustig nadenken
over het doel van ons leven; over wat waard is gebleken behouden te
blijven en over wat wij kunnen doen om ons leven te verbeteren?
Als deel van het geheel hangt ons bestaan af van de harmonie en het
welzijn van elk ander wezen. Het wonder van de eeuwen kan plaatsvinden
– niet de nederdaling van een messias, maar het opstijgen uit
ons midden van een geestelijke kracht die ons zal verenigen in vrede,
eerbied en het vaste besluit nu en voor altijd te gaan werken om voor
elkaar een zegen te zijn.
– Eloise
Hart
Toen ik van onze reis in Los Angeles terugkwam, wilde ik een T-shirt
maken met de tekst ‘Ik heb het Parlement van de Religies van de
Wereld van 1993 overleefd’. Als men een catalogus overhandigd
krijgt van de evenementen in Chicago, die eruitziet als een flink pocketboek
en 150 bladzijden telt, krijg je het gevoel je Reeboks vast te moeten
veteren. Ik ging naar dit Parlement om te helpen bij het op video zetten
van de elf gezamenlijke bijeenkomsten die werden geleid door de drie
voornaamste theosofische organisaties. Ik werkte aan dit project samen
met Steve Schweitzer van de Theosophical Society in America. Onze twee
camera’s werden er dankzij de hulp van enkele stoere vrijwilligers
vier. We hebben niet alleen de gezamenlijke theosofische bijeenkomsten
en toespraken van Grace F. Knoche en Radha Burnier opgenomen, maar ook
enkele plenaire evenementen. Die plenaire bijeenkomsten brachten allen
in het Parlement samen om de krachten te bundelen en de vergadering
te inspireren en zinvol te maken.
Een deel van mijn tijd werd besteed aan het regelen, met Steve en anderen,
hoe de gebeurtenissen op video moesten worden vastgelegd, waar de camera’s
moesten worden opgesteld en hoe ervoor te zorgen op tijd te zijn voor
een zitting als we net klaar waren met een vorige. Ik voelde me eerder
een interne lipika (schrijver, registreerder) dan een deelnemer,
met een opdracht, zodat degenen die er niet bij konden zijn de gebeurtenissen
later zouden kunnen zien. En omdat tot die plichten ook het opnemen
van enkele plenaire zittingen behoorde, kreeg ik een van de beste plaatsen
in het gebouw.
Veel voordrachten getuigden van oprechtheid en enkele waren welsprekend.
De plenaire vergaderingen waren een poging om ieder zijn speciale geloofsvorm
te doen zien als deel van een familie van religies – een forum
waar iedereen evenveel gelegenheid had zijn of haar verhaal te vertellen.
Een toespraak die ik me waarschijnlijk het best zal blijven herinneren
kwam van een Indiaan. Hij zei dat zijn zoon erg ongerust was omdat hij
tegenover al die mensen uit de hele wereld misschien iets ging zeggen
dat zijn stam wellicht in verlegenheid zou brengen. Indianen waren voor
het Parlement van 1893 niet uitgenodigd. Deze man veroverde het publiek
toen hij voornamelijk over zijn kinderen sprak, bezorgdheid over hun
zo onzekere toekomst toonde, over wat veel volwassenen met het land,
de hemel, het water deden en met het wezen van de geest van de aarde
zelf. Zijn toespraak en zijn verhaal waren intelligent zonder ingewikkeld
te worden – wat hij zei kwam uit zijn hart en zijn ziel. Later
toonden Indianen hun broederschap in de praktijk, toen ze in de Grote
Balzaal, na een woordenwisseling tussen Sikhs en Hindoes, een kring
vormden voor zang en dans als teken van eenheid en bescherming. Prachtig
materiaal, maar een van de weinige plenaire bijeenkomsten die we niet
op videoband hebben opgenomen!
Ik heb genoten van de overvloed aan poëzie, dans en zang van mensen
uit de hele wereld. Ik denk in het bijzonder aan een tai-chi-instructeur
die een hele plenaire vergadering tot een tai-chi-les maakte en toch
de eigenlijke boodschap van die bijeenkomst deed overkomen. Heel vitaal
waren de reconstructie van een Azteekse dans door een vrouw die reusachtige
veren droeg die bijna zo lang waren als zijzelf en twee Ierse meisjes
die dansten op een syncopisch ritme, wat ik mijn ergste vijand (als
ik die had) niet zou willen aandoen.
Na acht dagen lang negen tot twaalf uur per dag te hebben gewerkt achter
een camera kwam ik thuis . . . en heb ik een week vrij genomen om van
mijn vakantie bij te komen! Ik heb ook geluisterd naar enkele geluidsbanden
van Parlement-lezingen die ik niet heb kunnen bijwonen. Ik ben nog niet
klaar met het beluisteren van alle banden, dus het Parlement is voor
mij nog steeds aan de gang.
– Brett
Forray