Een overzicht van de theosofie
Kirby van Mater

 

Voorgedragen op het Parlement van de Religies van de Wereld, 31 augustus 1993.


 

Het gebied van de theosofische kennis is veelomvattend en behelst het ontstaan, de dood en evolutie van universa, mensen en atomen. Het binnen een paar minuten samen te vatten, is zoiets als de oceaan in een theekopje mee naar huis proberen te nemen. We hebben allemaal de nachtelijke hemel aanschouwd en het mysterie van dat grote uitspansel aangevoeld. Het is meer dan alleen een ruimte, een onmetelijk reservoir van substantie. Zoals een vriend van me het eens uitdrukte: ‘Er is daarbuiten iets’. Hoe waar, en we voelen de aanwezigheid ervan aan. Die schitterende sterren en stelsels getuigen van een bestaan dat niet in woorden kan worden uitgedrukt – we worden door ze aangetrokken alsof we erbij horen. En natuurlijk horen we erbij. Ergens onderin ons bewustzijn, helemaal bij de wortels van ons wezen, is dat wat daarbuiten is ook in ons. Er bestaat een universele verwantschap, een universele broederschap.

De theosofie wordt waarschijnlijk door een ieder op een iets andere manier beschouwd. Ik heb drie definities tot mijn beschikking. De eerste is ongeveer een maand geleden geschreven:

De theosofische beweging is een initiatief zo oud als de denkende mensheid, en omvat in die hoedanigheid het spirituele erfgoed van de wereld. Theosofie (van het griekse theos ‘god’ en sophia ‘wijsheid’) is hier synoniem aan de eeuwige filosofie of wijsheidsreligie, en bevat de universele kern van de mystieke, religieuze, filosofische en wetenschappelijke stelsels van de wereld. Zij kan zowel in mythen en aloude kennis als in de geloofs- en gedachtenstelsels van mensen over de hele wereld worden teruggevonden, omdat deze alle op verschillende manieren uitdrukking geven aan de waarheden die ten grondslag liggen aan de kosmos.

Het volgende werd ongeveer honderd jaar geleden geschreven:

De theosofie is die oceaan van kennis die zich van kust tot kust van de evolutie van voelende wezens uitstrekt; onpeilbaar in zijn diepste diepten geeft hij de grootste denkers een onmetelijk gebied van studie en tegelijk is hij ondiep genoeg langs zijn stranden, om zelfs het begrip van een kind niet te overweldigen.

Het laatste citaat is weer anders:

De theosofie is het innerlijk leven in iedere religie. Het is geen nieuwe religie, maar is zo oud als de Waarheid zelf. . . .

De theosofie zal je iets geven dat nooit voorbij kan gaan; het bewustzijn van het Goddelijke in je, jouw Innerlijk Zelf; een overtuiging van jouw inherente kracht om jouw energie op de hoogst geestelijke gedragslijn te houden. Want de mens kan niet zijn werkelijke plaats in het grootse plan van het menselijk leven vinden zonder dat hij zijn natuur heeft veredeld en verrijkt met het bewustzijn van zijn Goddelijkheid. . . .

Beschouw de theosofie niet als een fysieke, een filosofische, of een andere leer, maar als de hoogste gedragscode die de tot wet verheven uitdrukking is van goddelijke liefde of mededogen, . . .

Het idee van universele broederschap is van fundamenteel belang voor het begrijpen van de theosofie. Een volledige uitleg van dit idee omvat uiteindelijk de hele filosofie. Er bestaat geen uiteindelijke afgescheidenheid; er is eerder sprake van een bewustzijn dat zichzelf overal weerspiegelt, en dit bewustzijn is net zo fundamenteel voor ons universum als de stof waaruit het is opgebouwd. Misschien zou een beter woord voor substantie, bewustzijnssubstantie kunnen zijn, omdat leven of bewustzijn eigen is aan alle vormen en het grondbeginsel is van de stof zelf. Theosofisch gezien bestaat er geen materiële uitdrukking, van atomen tot de kosmos, die niet tevens bewust is; alle zijn ze uitdrukkingsvormen van wezens – herbelichamende, evoluerende bewustzijnen zoals wij. Ons verlangen om te groeien, te evolueren, te worden, ligt aan ons ten grondslag, omdat het ten grondslag ligt aan de grotere wezens waar we in leven.

Volgens deze gedachten poneerde H.P. Blavatsky, de voornaamste oprichtster van de moderne theosofische beweging, drie fundamentele of axiomatische ideeën. Ten eerste, dat er een oneindige, onkenbare oorzaak of een principe is, dat het begrip van het menselijk verstand te boven gaat, en dat ten grondslag ligt aan het hele bestaan. Ten tweede, de oneindigheid van de onbegrensde ruimte als het terrein voor het verschijnen en verdwijnen van talloze universa en de bewoners ervan volgens cyclische wetten. En ten derde, dat alle wezens in essentie identiek zijn met de universele geest en zich herhaaldelijk moeten wederbelichamen in allerlei vormen om hun latente vermogens volledig te evolueren.

Ieder wezen nu, is in essentie een egoïsch of monadisch centrum dat is voorbestemd om door alle natuurrijken heen te gaan, vanaf de laagste elementale rijken tot die van de goden. Er zijn vele sferen van intelligenties die zich in spirituele ontwikkeling beneden en boven het mensenrijk bevinden, en de onderlinge relatie tussen alle rijken vraagt in toenemende mate onze aandacht als mensen. Al wat leeft wordt steeds meer tot bewustzijn gewekt, meer spiritueel bewust. Evolutie is het ontvouwen van bewustzijn dat op zijn beurt zijn uitdrukking voortbrengt door middel van verschillende uiterlijke vormen. De vervolmaking voor de mensheid betekent de zelfbewuste vereniging met het spirituele zelf binnenin.

Als menselijke wezens ontwikkelen we onze latente vermogens door verloop van cyclussen van wederbelichaming of reïncarnatie. In dit opzicht is de dood niet een einde, maar een andere bestaanstoestand, die als deel van het menselijk levensritme net zo natuurlijk is als de geboorte. Een mens is veel meer dan een lichaam, emoties, of verstand. Onze innerlijke kern is een onvernietigbaar atoom van het spirituele hart van het universum. Door onze ontelbare transformaties van bewustzijn en vorm heen blijven we altijd de uitdrukking van deze essentiële individualiteit, terwijl we ons karakter en bestemming, of karma, scheppen door onze handelingen. Actie en reactie werken op alle gebieden – geestelijk, mentaal, emotioneel en lichamelijk – en op dit moment zijn we het resultaat van alles wat we gedurende een verleden van aeonen zijn geweest en hebben gedaan. Het is onze verantwoordelijkheid en kans om de resultaten van ons verleden positief tegemoet te treden en zo verder te groeien, terwijl we ons bewustzijn en onze sympathieën uitbreiden.

Mededogen en universaliteit in gevoelen en levensopvatting zijn de kenmerken van de ware mens. We hebben vooralsnog de status van volledig menszijn niet bereikt, en nog steeds zijn we aan het worstelen om ons dierlijk bewustzijn te leren beheersen en om het positief aanwenden van het zelfbewustzijn en van de toegenomen intellectuele vermogens onder de knie te krijgen. Toch is de mens als zodanig een religieus, een spiritueel, dier. Wat ons het naast aan het hart ligt is onze zoektocht naar het goddelijke, naar een relatie met iets dat boven de mens uitgaat. Vanwaar deze drang vanuit ons diepste innerlijk? Deze is geworteld in ons eigen goddelijk erfgoed en vindt uitdrukking in liefde, zelfvergetelheid, dienstbaarheid, en de kracht en vastbeslotenheid om een steeds waarachtiger uitdrukking van het spirituele te zijn.

De theosofie is niet een wetenschap, religie of filosofie, maar het brengt alle drie tot uiting. The Theosophical Society koestert niet de wens om een andere religie te stichten. Het is een vereniging van mannen en vrouwen die zich toewijden aan het beschikbaar stellen van deze eeuwenoude universele gedachten aan degenen die deze zoeken – niet als beeldenstormers, maar eerder op zo’n manier dat iedere zoeker naar waarheid wellicht de diepten van zijn eigen geloof beter kan waarnemen. Hieruit volgt dat leden van alle geloofsrichtingen welkom zijn bij The Theosophical Society.

We hebben een paar aspecten van de theosofische gedachte aangeroerd. Ongetwijfeld heeft ieder van ons oog voor de cruciale kwesties waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. Ik ben van mening dat ze zonder uitzondering voortkomen uit een gevoel van afgescheidenheid onder individuen binnen het menselijk ras, en tussen de mensheid zelf en de rest van de kosmos. De enige oplossing is, volgens mij, te streven naar een bredere kijk op het leven, waarin al het bestaande een gelijkwaardige rol speelt bij de mensheid als levende, evoluerende geestelijke wezens. Angst noch burgerlijke wetten zullen een blijvende oplossing brengen – alleen liefdevol begrip.

 

Uit het tijdschrift Sunrise maart/april 1994

© 1994 Theosophical University Press Agency


 

Werkelijke theosofie is altruÏsme, en we kunnen dit niet genoeg herhalen. Het is broederlijke liefde, wederzijdse hulp, onwankelbare toewijding aan de Waarheid. Als men eenmaal beseft dat alleen hierin waar geluk kan worden gevonden, en nooit in rijkdom, bezittingen of een zelfzuchtige bevrediging, dan zullen de donkere wolken verdwijnen, en zal een nieuwe mensheid op aarde worden geboren. Dan zal inderdaad de Gouden Eeuw zijn aangebroken.    – H.P. Blavatsky