Drugs en het licht in het hart
Nhilde Davidson

 

een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad.
     – Psalm 119:105

In de uiterlijke wereld is het niet altijd duidelijk waarom kennis van de innerlijke mens materieel voordeel biedt. De strijd om het bestaan – het voorzien in het levensonderhoud, het omgaan met ziekten, rampen, de dood, tegenslagen in ontelbare vormen – overweldigt en ontmoedigt en daardoor lijken filosofische beschouwingen overbodig. Toch hebben alle wijze en moedige mensen eeuwenlang hun kracht aan innerlijke eigenschappen toegeschreven en velen zeiden dat ze geen uitzondering vormden; de oplossing van alle kwalen ligt besloten in het hart van alle dingen, niet in het minst in het hart van de mensheid. Als we begrijpen wat ons potentieel is als mensen in wie een goddelijk aspect sluimert – zoals Doornroosje [De Schone Slaapster] die wachtte om wakker gekust te worden – dan geeft dat ons de moed en een houvast om de netelige taak om onszelf te veranderen aan te pakken.

Het uit twaalf stappen bestaande programma van de ‘Anonieme Alcoholisten’ vraagt om erkenning van het goddelijke in het leven. Omdat het geen dogmatische verklaring bevat hoe het goddelijke moet worden gezien, moet iedere herstellende verslaafde de realiteit van zijn of haar eigen ‘goddelijkheid’ accepteren, hetzij als God of in een meer abstracte vorm als een altijd aanwezige invloed, waarop men geheel kan vertrouwen, een gids, een steun en trooster, die moed en kracht geeft – in het bijzonder in de strijd tegen verslaving, een ziekte met terugvallen.

Voor een vriendin van mij werd deze stap een groot probleem. Na tot de conclusie te zijn gekomen dat een God met een witte baard onaanvaardbaar was, scheen er geen alternatief te zijn. Tijdens een gesprek hierover kwamen verscheidene dingen aan de orde over de aard van verslaving en zij vroeg mij wat ik over dat alles dacht. Mijn antwoord was persoonlijk.

We spraken over keuzen: het feit dat kiezen inhield dat er meer dan één gezichtspunt moest zijn. Dat we meer dan één stem in ons hoofd hadden: één die ons aanspoort deze gedragslijn te volgen, de andere die ons zegt dat niet te doen en een derde – de ‘dader’ wij zelf – moet beslissen welke weg te volgen, waarmee wordt bewezen dat we ingewikkelder zijn dan alleen maar ‘ik’. Na dit te hebben aangenomen, onderzochten we de aard van de ‘stemmen’ en we waren het erover eens dat de ene meer op het zelf was gericht en de andere onpersoonlijker en wijzer was.

De verdeling van onszelf in meer dan alleen een lichaam dat het zelf (de dader) omhult, werd op die manier vastgesteld. Om deze gedachte uit te breiden, bespraken we de zevenvoudige aard van bewuste wezens: het feit dat we een lichaam hebben, een patroon- of model-lichaam, dat de stoffelijke vorm handhaaft, vitaliteit, een begeerte-beginsel dat ons tot handelen aanzet, een denkvermogen waarin alle uiterlijke en innerlijke informatie wordt verwerkt, een zuiverder en verhevener deel waar gedachten van altruïsme en liefde vandaan schijnen te komen en tenslotte, het goddelijke, de ware geestelijke kern en de bron van het leven zelf.

Dat klonk allemaal heel logisch voor mijn vriendin en de realiteit van een levend, goddelijk beginsel in alles was niet meer zo problematisch als eerst. Maar het loste de brandende vraag die mijn vriendin nu nog had niet op, namelijk waarom verslaving zo’n afwijkend gedrag veroorzaakte. Immers, als we een goddelijk aspect in ons hebben, wat was daarmee dan gebeurd? Ik opperde de gedachte dat we soms een zware geluidswal optrekken tussen de dader en de stem van ons betere zelf, de goddelijke invloed. Bovendien leek het mij dat alcohol en drugs ons vermogen om in het hogere, meer geestelijke deel van onze natuur te functioneren, belemmeren. Ter ondersteuning van dit feit wees ik erop wat verslaving bij mijn vriendin en alle andere patiënten in het herstellingsoord had aangericht – wat een diepe wanhoop en achteruitgang aan deze laatste tocht naar de kliniek waren voorafgegaan.

Ook dat vond mijn vriendin volkomen logisch, maar er restte nog een laatste hindernis: alles goed en wel, maar als dit waar is, waarom moeten we dan proberen de verslaving te overwinnen? We wisten beiden dat verslaving een terugkerende ziekte is en dat het een leven van inspanning en inzet vergt om ‘clean en nuchter’ te blijven. Heel het leven door zou het in tijden van spanning nodig kunnen zijn de hulp in te roepen van andere, afkickende verslaafden waarom zou men het dan proberen? Mijn vriendin had kort daarvoor het begrip reïncarnatie leren kennen en het was daarom gemakkelijk op dit onderwerp dieper in te gaan – alles, van het kleinste deeltje tot het grootste melkwegstelsel, is een evoluerende, bewuste entiteit. We zijn reizigers door ruimte en tijd; afwisselende perioden van rust en activiteit maken innerlijke groei mogelijk, waarbij ervaringen worden verkregen, verzameld en opgeslagen in het innerlijk van elke entiteit.

De ‘wijzere’ stem uit het eerder gebruikte voorbeeld blijkt nu voor een deel door ervaring verkregen kennis te zijn (misschien beter bekend als ons geweten), maar was ook de intuïtieve influistering van onze inwonende god. Omdat we de vergaarplaats zijn van al onze gedachten en daden, is de kwaliteit van wat we doen ongetwijfeld heel belangrijk. Aangezien we nooit van onszelf los kunnen komen, zullen we een probleem, dat we niet direct aanpakken, morgen of de volgende dag moeten oplossen – zelfs al komt die volgende dag in een ander leven.

We hadden een lang gesprek en het diagram dat ik had getekend van de zevenvoudige aard lag op tafel – het goddelijke bovenaan. Tussen de goddelijke aspecten en het denkvermogen had ik een lijn getrokken om de verduistering aanschouwelijk te maken die tijdens de perioden van verslaving was opgetreden – wat in feite aantoont dat de innerlijke god uit het hart was buitengesloten. We bestudeerden de tekening een poosje tot er in de ogen van mijn vriendin een licht opvlamde, dat ik niet eerder had gezien, en ze mij heftig de vraag stelde: ‘Waarom is mij dat niet eerder verteld? Ik had dat moeten weten.’

 

P.S. Gelukkig zet het herstel zich voort en waardeert mijn vriendin het leven op een nieuwe en betekenisvolle manier.

 
Andere artikelen over verslaving
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1994

© 1994 Theosophical University Press Agency