Verhalen zijn prachtig. Je kunt je ermee amuseren, ze zijn leerzaam,
geven troost en vaak zijn ze verheffend. Ze houden onze overleveringen
en waarden in stand en kunnen ons inzicht verschaffen in de geschiedenis.
Bovendien gaat er van goede verhalen een genezende invloed uit. Door
ons te verplaatsen naar een wereld zonder veel beslommeringen, geven
ze ons de kans weer in evenwicht te komen – en dat betekent gezondheid;
en als we ons vereenzelvigen met een heldenfiguur, een echte of een
denkbeeldige, ontlenen we daaraan de kracht om onze beproevingen dapper
tegemoet te treden.
De beste verhalen zijn die waardoor de wijsheid die we in vele levens
hebben verzameld in ons wakker wordt geroepen, of die ons helpen in
contact te komen met de oeroude ideeën die de mensheid sinds de
aanvang der tijden de weg hebben gewezen en geïnstrueerd. Wijze
vertellers en schrijvers hebben zulke ideeën verweven in mythen
en verhalen, en probeerden op die manier heilige leringen langgeleden
vast te leggen en tegelijk aan mannen en vrouwen die zich waardig toonden
waarheden over de oorsprong en de aard van de mensheid en de kosmos
te onthullen. Hoe groot de rol van deze oude schrijvers ook was, even
belangrijk is de rol die moderne auteurs en verhalenvertellers spelen
doordat ze de lezer informeren en wakker roepen. De besten scheppen
een magische sfeer, die onze moed, deugdzaamheid en wijsheid stimuleert
door ons voor te stellen dat we zelf moedige, deugdzame en wijze dingen
doen.
Hoe leerden we ons best te doen? Van het derde kleine biggetje dat,
helemaal alleen, zijn huis bouwde van steen, dat de wolf met zijn kabaal
en misbaar niet kon vernietigen. En hoe leerden we om door te zetten?
Van de wijze oude schildpad die voortsukkelde en tenslotte de overmoedige
haas inhaalde die vlak voor het doel stopte om een dutje te doen.
Werden er geen zaden van wijsheid bij ons gezaaid door het verhaal
van Salomo die, toen twee vrouwen elkaar het recht op een kind betwistten
en allebei beweerden de moeder te zijn, luisterde naar wat ze allebei
te zeggen hadden en vervolgens een bediende opdracht gaf het kind in
tweeën te klieven en aan iedere eiseres een helft te geven? Toen
een van de vrouwen vol ontzetting uitriep: ‘Nee, spaar het kind.
Ik doe afstand van mijn recht’, wees Salomo háár
het kind toe.
Veel verhalen brengen ideeën over die met karma te maken hebben.
De fabel van Aesopus over De leeuw en de dankbare muis vertelt
dat een koninklijke leeuw, geroerd door het pleidooi van een muis die
hij had gevangen, haar de vrijheid gaf. Later, toen hij zelf verstrikt
raakte in het net van een jager, bevrijdde de muis hem door de touwen
door te knagen die hem gevangen hielden.
De jataka-verhalen uit India geven talrijke voorbeelden van
karma en de innerlijke waarde van mededogen. Eén ervan vertelt
van de toekomstige Boeddha, die was geïncarneerd als een statige
hertebok en de jager zijn leven aanbood in plaats van de hinde die deze
op het punt stond te doden. Een ander verhaalt dat hij zijn leven gaf
aan een tijgerin, zodat ze wat te eten had voor haar welpen.
De betekenis van zelfbeheersing wordt duidelijk uit een verhaal over
Djenghis Khan, die met zijn vrienden en honden was uitgereden voor een
jachtpartij, met zijn geliefde valk op zijn arm. Maar ze hadden hun
dag niet: er was geen konijn, vogel of hert te bespeuren. Vermoeid en
dorstig gingen ze uiteindelijk terug naar huis. Ze waren nog niet ver
toen Djenghis Khan, die achteraan reed, plotseling de teugels van zijn
paard inhield omdat hij een half verborgen pad zag dat, zo herinnerde
hij zich, naar een koele bergstroom voerde. Door zijn plotselinge zwenking
raakte zijn valk los, vloog van zijn arm en verdween. Djenghis ging
door naar de rivier in het vertrouwen dat de vogel de weg naar huis
wel wist te vinden. Daar steeg hij af en ging bij de stroom op zijn
knieën zitten om een kroes water te scheppen. Toen hij die naar
zijn mond bracht dook met een heftige werveling van wind en veren plotseling
zijn valk omlaag en stootte de kroes uit zijn hand. Onthutst, maar dorstig
nam de koning de kroes weer op en vulde hem nogmaals. Erop lettend dat
de vogel niet nog eens zou aanvallen, bracht hij de kroes omhoog om
een slok te nemen. Maar even plotseling als daarvoor verscheen de vogel
weer en stootte de kroes op de grond. Woedend trok de koning zijn zwaard.
Was die vogel gek geworden? Als hij het nog eens waagde . . . en inderdaad,
dat deed hij en het zwaard maakte een einde aan zijn leven, en na een
vluchtige blik op het lichaam van de valk waarvan hij had gehouden,
wendde Djenghis zich af om naar een plek te klauteren waar hij verwachtte
dat het water helder zou zijn. Maar daar in de poel met bronwater zag
hij het rottende lijk van een reusachtige gifslang. Nu begreep hij het.
Zijn vogel had zijn leven gegeven voor dat van hem! Djenghis Khan keerde
bedroefd terug en zwoer dat hij zijn oordeel nooit meer door woede zou
laten vergiftigen.
Eenvoudige vertellingen kunnen worden verfraaid met bijzonderheden
die er een extra dimensie aan geven en verschillende interpretaties
mogelijk maken. Een voorbeeld is het bekende verhaal dat Hans Christian
Andersen opnieuw heeft verteld als ‘het lelijke eendje’.
In het kort is het de beschrijving van het laatst uitgekomen kuiken
uit een nest eendjes, allemaal mooie diertjes, behalve dat laatste eendje
dat zo lomp, groot en lelijk was dat geen ander zelfs maar in zijn buurt
wilde komen. Alleen gelaten, in de war en hopeloos eenzaam, speurde
hij naar een broertje, een vriendje dat hem zou accepteren, maar zonder
succes. Het voorjaar ging over in de zomer, en nog steeds was hij op
zoek; de zomer werd herfst, en nog zocht hij; de winter kwam en ging,
maar het arme lelijke eendje had nog geen enkel vriendje gevonden. Tenslotte
herkende hij soortgenoten die er net zo uitzagen als hij en hij besefte
dat hij eigenlijk helemaal niet lelijk was: dat hij in de loop van de
maanden in een prachtige zwaan was veranderd.
Dit is een Verloren-Zoonverhaal waar we onszelf in kunnen terugvinden,
want hebben we niet allemaal wel eens het gevoel gehad er niet bij te
horen, van ‘huis’ verbannen te zijn, zonder aangeboren rechten,
zonder vrienden? Het is ook een verhaal waaruit iemand die eenzaam is
leert begrijpen dat tegenspoed en innig verdriet de spanningen en druk
zijn die onze geest helder maken, ons karakter doen rijpen en die een
dieper begrip wekken voor de noden van onze medemens. Het is in feite
vaak het ‘zwarte schaap’, de nonconformist, degene die zelf
denkt, die het meest bijdraagt tot het welzijn van de mensheid. Interessant
is dat het woord alleen twee woorden bevat, ‘al + één’,
wat de gedachte oproept dat alleen-zijn niet een eenzame ervaring behoeft
te zijn; integendeel, we kunnen ‘één’ zijn
met het Al.
Op een dieper niveau gaat het mystieke verhaal van Doornroosje –
dat al voorkomt in de literatuur van het oude Perzië en India –
over de altijd voortgaande cyclussen van dood en wedergeboorte. Het
is een bekoorlijk verhaal, verrijkt met de rekwisieten van mystieke
overlevering: een sprookjeskasteel, een betoverd bos en een schone prinses
waarvan de geboorte werd gevierd met een feestmaal waarbij twaalf feeën
geschenken brachten. De dertiende fee, die was vergeten en niet uitgenodigd,
bracht een betovering teweeg, waardoor iedereen en alles op de 21e verjaardag
van de prinses diep in slaap zou vallen. Ze werden pas wakker toen een
prins, die dapper de grootste gevaren trotseerde, het betoverde land
inging en de prinses met een liefdeskus wekte en zo alles wat had geslapen
weer tot leven en activiteit bracht. Het is een romantische episode
die ons eraan herinnert dat we allemaal de dood tegemoet gaan, waaruit
we tenslotte uitgerust en verrijkt ontwaken, klaar om een nieuwe cyclus
te beginnen waar we geëindigd waren.
Het
verhaal van de maansikkelbeer toont op het psychologische vlak talrijke
symbolen die, als men erover nadenkt, een heel diepzinnige betekenis
onthullen. Het verhaal wordt verteld in De ontembare vrouw
[Women Who Run with the Wolves] van Clarissa Estés.
In essentie vertelt het hoe een soldaat in Japan na de oorlog zo verbitterd
en radeloos naar huis terugkeerde dat hij niet in staat was te communiceren,
of zelfs de aandacht kon accepteren van degenen die van hem hielden.
Zijn vrouw, die alles had gedaan wat ze kon om het hem naar de zin te
maken, ging tenslotte naar een oud kruidenvrouwtje dat buiten hun dorp
in een grot woonde en vroeg haar om hulp.
‘Ja’, zei ze, ‘er bestaat een medicijn dat zou kunnen
helpen, maar daarvoor heb ik een speciaal ingrediënt nodig.’
Als ze dat kon bemachtigen, was zij er zeker van dat de echtgenoot zou
herstellen. Wat was dat noodzakelijke ingrediënt? Een enkele haar
uit de halve-maanvormige witte vlek op de keel van een maansikkelbeer.
Dankbaar en vastbesloten ging de jonge vrouw op weg om die ene witte
haar te bemachtigen. Maar een zwarte maansikkelbeer vinden was niet
makkelijk. Haar zoektocht voerde haar over vlakten, door dalen, door
bossen en over bergen. Overal werd ze bedreigd door gevaren: sneeuwstormen
overvielen haar, de schroeiende zon zorgde voor blaren op haar huid
en wilde dieren versperden haar pad, maar liefde en vastberadenheid
dreven haar voort.
Toen, op een dag dat ze bijna uitgeput was, kreeg ze een zwarte maansikkelbeer
in zicht. En hij zag haar! Hij ging rechtop staan en brulde,
en liet zijn grote tanden en lange zwarte klauwen zien. Ze bleef kalm
en tastte voorzichtig in het pakje dat ze had meegebracht, haalde er
een schotel uit en vulde die met eten, zette hem op de grond en liep
achteruit. De beer rook het voedsel, kwam dichterbij en at de brokjes
met smaak op. Toen keek hij haar een ogenblik recht in de ogen en sjokte
weg naar zijn hol. De volgende dag gebeurde dit weer, en ook de daaropvolgende
dagen. Iedere keer kwam hij met meer vertrouwen. Op een dag kwam hij
zo dichtbij dat de vrouw moed vatte: ‘O lieve beer,’ zei
ze vriendelijk, ‘zou ik alsjeblieft één haar van
de maansikkel op je keel mogen hebben, zodat mijn man kan genezen?’
Alsof hij het begreep, ging de beer voor haar zitten, richtte zijn
grote zwarte kop op en liet haar één glanzende witte haar
trekken uit de sikkel bij zijn keel. Voorzichtig pakte ze de haar, en
boog en boog nog eens, tot de beer opstond en met een blik over zijn
schouder langs het pad verdween.
De jonge vrouw vlóóg bijna de berg af. Toen ze de grot
van het kruidenvrouwtje bereikte, gaf ze haar verheugd de zo gewaardeerde
witte haar. De oude vrouw onderzocht hem nauwkeurig en gooide hem toen
in het vuur! ‘Nee!’ riep ze onthutst. Maar de genezeres
zei: ‘Weet je nog hoe gelukkig en vastbesloten je je voelde toen
je op weg ging om de beer te zoeken? Hoe vol vertrouwen je was en niet
bang? Weet je nog hoe eerbiedig je voor de beer was en hoe voorzichtig
je de haar uittrok?’
‘Ja, dat weet ik nog.’
De genezeres vervolgde: ‘Ga dan nu naar huis, mijn dochter. Dat
zijn de ingrediënten die je man beter zullen maken. Die en geen
andere.’
Wat betekent dit alles? In het algemeen duiden beren op vernieuwing
en geestelijke opstanding, want ze komen uit hun lange op de dood lijkende
winterslaap als herboren tevoorschijn, vaak met pasgeboren jongen. Bovendien
zijn beren een symbool voor kracht, wijsheid en deelname aan de natuurlijke
opeenvolgingen of levenscyclussen.
Sikkels zijn interessante symbolen. Als ze in verband worden gebracht
met de maan wijzen ze op vruchtbaarheid en alles wat illusoir en veranderlijk
is. Als ze worden afgebeeld als de lichte helft van een cirkel, zoals
in het yang/yinsymbool, wijzen ze op dualiteit, de positieve en negatieve
aspecten van iedere situatie. Als de lichte helft, die goedheid, waarheid
en schoonheid voorstelt, overheerst en gekoesterd wordt, neemt die toe
zoals de maan tot ze de hele cirkel omvat.
Wit is de kleur van zuiverheid en intelligentie. In dit verhaal stelt
de enkele witte haar de synthese van de goede eigenschappen voor die
de jonge vrouw door middel van haar beproevingen verkreeg. Bergen zijn
van oudsher verwijzingen naar geestelijke verworvenheden en verschillende
trappen van zelfoverwinning en rijpheid, en het bereiken van de top
vertegenwoordigt het hoogste wat voor de mens is weggelegd. Grotten
en holen, die gewoonlijk bij een berg horen, kunnen plaatsen voor ‘duistere-nacht-van-de-ziel’-ervaringen
zijn, waar transformaties en inwijdingen kunnen plaatsvinden waaruit
een mens vernieuwd en zegevierend tevoorschijn komt met nieuwe visies
en mogelijkheden, om hen die hulp behoeven bij te staan of te ‘genezen’.
Dit zijn enkele van de verhalen die een les bevatten en ons bewust
maken van onze ingeboren kennis van de waarheden die het leven de moeite
waard maken. Andere verhalen, die we ons misschien uit onze jeugd herinneren,
of die later in het ijle web van het geheugen zijn gevangen, kunnen
betekenisvolle inzichten onthullen als ze worden beschenen door het
licht van onze ziel.