De geest van de kunst
Herbert Coryn

 

Bij sommige volken in oude tijden werden poëzie, beeldende kunsten en muziek beschouwd als heilige kunsten en uitsluitend gewijd aan heilige onderwerpen en gebeurtenissen. De taal waarin de poëzie werd geschreven, werd soms vereerd als van goddelijke oorsprong en was door de goden aan ons doorgegeven. Zelfs het tekenen van de letters ervan was kunst, waarbij de schrijver kleuren en vormvariaties toepaste, die overeenkwamen met zijn gemoedstoestand en op een heel persoonlijke wijze uitdrukking gaven aan zijn stemming.

Wij vereren onze moedertaal niet en schrijven haar letters niet met liefde en zorg. Evenmin intoneren we onze woorden en zinnen – zoals de oude Grieken deden. We kennen stenografie, vereenvoudigde spelling en schrijfmachines. Het strottenhoofd is, in elk geval bij de meesten van ons, allesbehalve een muziekinstrument. We stellen ons niet voor dat de spraak de goden kan oproepen, noch in de grootse natuur, noch in elkaar, en we proberen ons spraakvermogen te gebruiken om zoveel mogelijk woorden te uiten in een zo kort mogelijke tijd.

De heiligheid van de geest van de kunst – van muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en poëzie – schijnt bij veel mensen langzamerhand weg te sterven onder invloed van commercie en toegepaste wetenschap. Maar weinig mensen zijn bereid kunst te zien als een heilige zoektocht.

Willen we het liefst een beschaving die bestaat uit comfortabele materiële zaken? Die heeft geen kans van slagen. Het fysieke leven van de mens kan niet permanent worden gevoed door uitsluitend zijn materiële basisbehoeften; de geestelijke, mentale en fysieke elementen van de mens moeten samenwerken, met elkaar in evenwicht zijn, in wisselwerking staan en putten uit hun respectievelijke bestaansgebieden, als er ook maar één behoorlijk gezond wil zijn. We merken dat het fysieke leven niet alleen profiteert van de materie, maar ook van de rijpende vruchten van de gedachte. Dit blijkt vaak als een levendig gedachtenleven een zwak lichaam langer instandhoudt dan anders het geval geweest zou zijn. Kunnen we het ons veroorloven dat deel van de menselijke natuur dat snakt naar muziek, kleur of welke andere kunstuiting dan ook, te verliezen? Kunnen we zonder dat eigenlijk wel bestaan, wetende dat de gezondheid van alle lagen van de samenleving daarop drijft?

Creatie langs spirituele lijnen is het streven van het meest verfijnde element van de menselijke aard om te groeien, om zich ten volle bewust te worden van zichzelf in de mens, zoals dat in zijn grootsere natuur al is; om individueel en zichzelf kennend onsterfelijk te worden. Zij verhoogt de polsslag van alle andere elementen in ons, verruimt ons gevoel voor schoonheid en stimuleert onze gedachten om snel en alert tot de essentie van de dingen door te dringen. Voor het zoeken naar hogere zelfexpressie gaat men het leven in zijn oneindige weelde en vruchtbaarheid als één zien, waar alle elementen op elkaar inwerken en iedere nieuwe ontwikkeling in elk individu het reeds bestaande verfijnt en na deze transmutatie maakt tot iets dat duurzamer, meer werkelijk levend is.

 
Andere artikelen over kunst
 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/juni 1996

© 1996 Theosophical University Press Agency