Bij sommige volken in oude tijden werden poëzie, beeldende kunsten
en muziek beschouwd als heilige kunsten en uitsluitend gewijd aan heilige
onderwerpen en gebeurtenissen. De taal waarin de poëzie werd geschreven,
werd soms vereerd als van goddelijke oorsprong en was door de goden
aan ons doorgegeven. Zelfs het tekenen van de letters ervan was kunst,
waarbij de schrijver kleuren en vormvariaties toepaste, die overeenkwamen
met zijn gemoedstoestand en op een heel persoonlijke wijze uitdrukking
gaven aan zijn stemming.
Wij vereren onze moedertaal niet en schrijven haar letters niet met
liefde en zorg. Evenmin intoneren we onze woorden en zinnen –
zoals de oude Grieken deden. We kennen stenografie, vereenvoudigde spelling
en schrijfmachines. Het strottenhoofd is, in elk geval bij de meesten
van ons, allesbehalve een muziekinstrument. We stellen ons niet voor
dat de spraak de goden kan oproepen, noch in de grootse natuur, noch
in elkaar, en we proberen ons spraakvermogen te gebruiken om zoveel
mogelijk woorden te uiten in een zo kort mogelijke tijd.
De heiligheid van de geest van de kunst – van muziek, schilderkunst,
beeldhouwkunst en poëzie – schijnt bij veel mensen langzamerhand
weg te sterven onder invloed van commercie en toegepaste wetenschap.
Maar weinig mensen zijn bereid kunst te zien als een heilige zoektocht.
Willen we het liefst een beschaving die bestaat uit comfortabele materiële
zaken? Die heeft geen kans van slagen. Het fysieke leven van de mens
kan niet permanent worden gevoed door uitsluitend zijn materiële
basisbehoeften; de geestelijke, mentale en fysieke elementen van de
mens moeten samenwerken, met elkaar in evenwicht zijn, in wisselwerking
staan en putten uit hun respectievelijke bestaansgebieden, als er ook
maar één behoorlijk gezond wil zijn. We merken dat het
fysieke leven niet alleen profiteert van de materie, maar ook van de
rijpende vruchten van de gedachte. Dit blijkt vaak als een levendig
gedachtenleven een zwak lichaam langer instandhoudt dan anders het geval
geweest zou zijn. Kunnen we het ons veroorloven dat deel van de menselijke
natuur dat snakt naar muziek, kleur of welke andere kunstuiting dan
ook, te verliezen? Kunnen we zonder dat eigenlijk wel bestaan, wetende
dat de gezondheid van alle lagen van de samenleving daarop drijft?
Creatie langs spirituele lijnen is het streven van het meest verfijnde
element van de menselijke aard om te groeien, om zich ten volle bewust
te worden van zichzelf in de mens, zoals dat in zijn grootsere natuur
al is; om individueel en zichzelf kennend onsterfelijk te worden. Zij
verhoogt de polsslag van alle andere elementen in ons, verruimt ons
gevoel voor schoonheid en stimuleert onze gedachten om snel en alert
tot de essentie van de dingen door te dringen. Voor het zoeken naar
hogere zelfexpressie gaat men het leven in zijn oneindige weelde en
vruchtbaarheid als één zien, waar alle elementen
op elkaar inwerken en iedere nieuwe ontwikkeling in elk individu het
reeds bestaande verfijnt en na deze transmutatie maakt tot iets dat
duurzamer, meer werkelijk levend is.