De waarheid over mythen
Lo Guest

 

Wat bedoelen wij wanneer we zeggen dat iets een mythe is? Tot voor kort waren geleerden zeer sceptisch en beschouwden haar gewoonlijk als een fabel, een verzinsel, of als niet meer dan fictie. Maar in de loop van de laatste halve eeuw begonnen westerse geleerden de studie van mythen op een andere wijze te benaderen, waarbij ze de betekenis ervan opvatten zoals ze vanouds werden beschouwd: als een waar gebeurd verhaal. Slechts geleidelijk aan zijn ze gaan inzien dat een mythe het besef inhoudt van een heilige traditie en oorspronkelijke verhoudingen, terwijl ze tevens een voorbeeldfunctie vervult.

W.S.W. Anson wijst in de inleiding van zijn Asgard and the Gods (blz. 3, 21) op een

verband tussen de godenverhalen en de diepzinnige gedachte die ze bevatten en het belang hiervan, opdat de lezer kan zien dat het geen toverwereld van grillige fantasie is die voor hem wordt ontvouwd, maar dat . . . . het Leven en de Natuur de grondslag vormen van het bestaan en het handelen van deze godheden . . . .

Deze sprookjes zijn geen verhalen zonder betekenis, geschreven om nietsdoeners te amuseren; ze belichamen de diepzinnige religie van onze voorouders.

H.P. Blavatsky zegt hierover:

Niet alleen hun religie, maar ook hun geschiedenis. Want een mythe, in het Grieks mythos, betekent mondelinge overlevering, die van mond tot mond van de ene generatie op de andere werd overgebracht; en zelfs in de moderne etymologie betekent het woord een fabelachtige mededeling, die een belangrijke waarheid inhoudt; een verhaal over een buitengewone persoon, van wie de biografie als gevolg van de verering door opeenvolgende generaties met een rijke volksverbeelding werd overdekt, maar die niet helemaal een fabel is.      – De Geheime Leer 1:466

Een mythe is een uiterst complexe culturele werkelijkheid die vanuit verschillende gezichtspunten kan worden benaderd en geïnterpreteerd. Vaak houdt ze verband met het geheel van de werkelijkheid, zoals bij de schepping van de kosmos; in andere gevallen kan ze slaan op een deel van de werkelijkheid. Een mythe geeft op een bepaalde manier antwoord op vragen zoals: Wie ben ik? Wat is mijn juiste plaats in de maatschappij en in de wereld? Hoe zou ik moeten leven? Uiteenlopende culturen vinden in hun scheppingsmythen de primaire antwoorden, want ze beschouwen de eerste oorzaken als de essentie van wat hun cultuur als waar ervaart, het eerste besef van het mens-zijn, van de wereld, van tijd en ruimte.

Hoe fantastisch een mythe misschien ook lijkt, ze vertelt ons eenvoudig wat er werkelijk is gebeurd. De hoofdpersonen treden vaak op als bovenmenselijke wezens, die men in de eerste plaats kent door hun daden in de transcendente tijd van het eerste begin. Het hoort tot onze onvolledig ontwikkelde menselijke natuur om wat we niet kunnen begrijpen uit te leggen als het handelen van bovennatuurlijke wezens. Daarvandaan is het geen grote stap om van die wezens goden te maken.

Een van de eerste scheppingsmythen die we kennen komt uit Egypte. Zij stelt Atum voor als de volmaakte die oprijst uit de oerwateren van de chaos en de wereld voortbrengt. Een andere oude scheppingsmythe vindt men in de Rig Veda van India. In de oudste stanza’s hiervan vertoont hij grote gelijkenis met de Hebreeuwse Genesis, maar het laatste vers laat een sterk afwijkende ontwikkeling zien:

Vanwaar is deze emanatie gekomen? Of God haar heeft geschapen of niet, weet alleen hij van wie het oog in de hoogste hemel deze wereld bestuurt — alleen hij weet het, of misschien weet zelfs hij het niet.

Deze laatste stanza geeft de toon aan voor het aanhoudend zoeken naar waarheid wat de religieuze filosofieën van Azië zo waardevol maakt. In India vinden we de mythe van de eindeloze tijd en het denkbeeld van de eindeloze herhaling van geboorte en dood, waardoor het verlangen ontstond hieraan te ontsnappen en haar te overstijgen. Die eerste denkers vormden zich een beeld van de verlichting als verlossing van de kosmische tijd. Dezelfde gedachte komen we tegen in het jodendom en het christendom, die verkondigen dat er een einde aan de tijd zal komen met de komst van de Messias.

De Chinese scheppingsmythe verhaalt dat in het begin alleen chaos of niet-iets bestond. Inherent hieraan waren de beginselen yang en yin. Yang stelt het beginsel van gerechtigheid, activiteit en kracht voor; hiervan zijn de meest voor de hand liggende symbolen het uitspansel, de mannelijke, harde, droge en krachtige elementen. Yin stelt het beginsel van duisternis, ontvankelijkheid en zwakheid voor en wordt meestal in verband gebracht met de Aarde, het vrouwelijke en alles wat zacht en rustig is. Filosofen waren van mening dat tijdens de winter yang door yin wordt overwonnen en onder de bevroren grond een jaarlijkse beproeving ondergaat, waaruit het versterkt te voorschijn komt. Wanneer in het begin van de lente het yang uit zijn gevangenis ontsnapt, smelt het ijs en ontwaakt de natuur opnieuw. Zo laat het heelal zelf zien dat het is opgebouwd uit een reeks tegenstellingen die het op een innerlijke cyclische manier vormgeven.

Natuurlijk staat niet in alle mythen de schepping centraal: grote helden verkrijgen in de loop van de tijd een bovenmenselijke status en worden een maatstaf voor gedrag, ethische normen, en alle andere activiteiten die hun samenleving heeft voortgebracht en die juist door dit feit zin aan het leven geven. Een aantal van deze figuren uit verschillende culturen is ons allen bekend: Koning Arthur en zijn ridders van de tafelronde, Lohengrin uit de Nibelungensage, Odysseus, Achilles en Hector uit de Homerische heldendichten; Arjuna en Krishna uit de Bhagavad Gita; en het Soemerische Gilgamesh, om een paar te noemen. Eén reden waarom een mythe belangrijk is, is inderdaad dat zij de daden van bovenmenselijke wezens en het zich openbaren van hun heilige vermogens beschrijven, waardoor ze een voorbeeldfunctie voor alle betekenisvolle menselijke activiteiten gaan vervullen. Mythen helpen ons om mensen die in hun culturele, traditionele en maatschappelijke levensopvattingen van ons verschillen, te gaan begrijpen.

Voor mensen met een religieuze instelling is de hele natuur heilig: waaronder dieren, mensen, bepaalde ruimten in gebouwen en zelfs de tijd. Een goed voorbeeld vormen de oorspronkelijke bewoners van Australië, die in hun droombewustzijn bepaalde geografische gebieden heilig verklaren. Deze heiligheid die men in de geschiedenis van de meest primitieve tot de hoogst ontwikkelde religie aantreft, omvat een groot aantal inwijdingen en manifestaties van heilige werkelijkheden. Of we nu een heel elementaire inwijding nemen, zoals de manifestatie van het heilige in een gewoon voorwerp, een steen of een boom — dan wel de hoogste inwijding, die voor christenen de incarnatie van God in Jezus Christus is — we worden geconfronteerd met dezelfde geheimzinnige gebeurtenis: de manifestatie van iets van een andere orde, een realiteit van een hogere orde dan de ons bekende wereld.

De moderne westerse mens krijgt in zekere mate een onbehaaglijk gevoel bij veel manifestaties van het heilige. Westerlingen vinden het moeilijk te aanvaarden dat volgens veel mensen een steen of een boom iets heiligs kan bevatten. Wat ze niet begrijpen is dat het niet om de verering van het voorwerp zelf gaat. De heilige boom of steen wordt niet aanbeden als een boom of steen; hij wordt uitsluitend aanbeden omdat men denkt dat hij wordt bezield met iets heiligs, waardoor hij niet langer alleen maar een boom of steen is.

Mythen staan in nauw verband met symbolen die het contact in stand houden met de diepere bronnen van het leven. Zij brengen het spirituele tot uitdrukking als een levenservaring en vertalen de menselijke situatie in kosmologische termen en omgekeerd. Op die manier onthullen symbolen het één zijn van het bestaan van de mens en de structuur van de kosmos. De mensheid voelt dat ze in de kosmos niet alleen staat; zij staat open voor de wereld waarmee ze dankzij de symbolen vertrouwd raakt.

Sinds de tijd van Socrates en Plato zijn er door zowel historici als filosofen pogingen gedaan om de mythe te demystificeren door een strikte en systematische filosofie te gebruiken die als doel had de mythische gedachten en denkbeelden geheel af te schaffen. Maar ondanks alle logica en geredeneer konden ze de mythe niet wissen uit de herinneringen die voortleefden in het volksgeloof, en evenmin uit de legenden die onderdeel zijn van iedere samenleving.

Als we nadenken over mythen, legenden en symbolen, dan komen we tot de slotsom dat elk symbool een geschiedenis en een reden heeft, en dat iedere legende en mythe enige waarheid bevat, vaak versluierd door woorden behalve voor ogen die willen zien, oren die willen horen, en harten die willen begrijpen.

 
Andere artikelen over symboliek en mythologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency