Aan de ontwakende vrouw
Katherine Tingley

 

Verkort uit Theosofie: Het pad van de mysticus, hfst. 6.


 

De wereld heeft dringend behoefte aan een hogere psychologische invloed van de vrouw, en die kan alleen ontspringen aan een innerlijke geest van toewijding. Zonder toewijding kunnen we geen echte vrouwen zijn. De geest van toewijding opent een weg naar de ziel. De mannen wachten hier onbewust op, zij willen haar in het leven van de vrouw aan de dag zien treden, en zodra ze duidelijk kenbaar wordt, voelen zij het en geven er gehoor aan, zelfs zonder dat een woord wordt gesproken. En onze kleine kinderen voelen het ook. De vrouw die uitsluitend op het intellectuele leven vertrouwt, doet zichzelf, haar kinderen en het gezin te kort, want zij kan aan hen die haar liefhebben niet die hartentoon overbrengen waar hun ziel om vraagt en die ze nodig hebben.

De vrouw heeft van nature een mystieke aanleg; ze leeft meer in het hart. Haar emotionele natuur wordt evenwel een bron van zwakheid als zij deze niet goed beheerst. Kon zij deze in toom houden en ten nutte maken, dan zouden zich in haar leven voortdurend nieuwe deuren openen; zij zou een steeds hoger klimmend pad van ervaring en geestelijke groei bewandelen.

Katherine Tingley, 1906

De meest grootse taak die de vrouw kan verrichten is zo vrouwelijk, zo spiritueel en sterk te worden, zo vol mededogen en zo hulpvaardig, dat ze de hele menselijke familie onder haar hoede neemt. Ze zal haar huis tot haar altaar, haar koninkrijk maken; en van dit altaar, van dit koninkrijk, zal het evangelie van het leven naar alle mensen uitgaan.

Ik heb geen voorschriften voor u, geen sentimentaliteit, en ook geen krukken waarop u kunt steunen. Eén ding is hier slechts van belang en wel dit: zal de geestelijke of de aardse vrouw de boventoon voeren? En ik heb mij ten doel gesteld het goddelijke in u op te roepen, dat wat u de kracht zal geven alle moeilijkheden te overwinnen. Is deze onoverwinnelijke kracht, die u in werkelijkheid zelf bent, eenmaal opgewekt, dan zult u zien dat de helft van de moeilijkheden in uw leven zijn verdwenen, en dat de andere helft kan worden tegemoetgetreden met een moed van zo koninklijke en verheven aard, dat u ze in feite omzet in helpende krachten en overwinningen.

Ik kan me niet voorstellen hoe de mensheid ooit haar evenwicht kan herwinnen en zich kan verlossen, of hoe we ooit ons huis tot een ideaal oord van liefde en harmonie kunnen maken, als de vrouw zichzelf niet begrijpt. Want alleen door het bezit van deze onschatbare kennis — de kennis van het zelf — kan de man of vrouw die symmetrie ontwikkelen en vervolmaken die het ideaal is.

Het lijdt geen twijfel dat de vrouw in de loop der eeuwen langzamerhand uit de koers is geraakt — hoewel dit ook van de man kan worden gezegd. Maar het pad van de vrouw is vaak verduisterd en de struikelblokken zijn talrijk en groot, waardoor in haar leven een onrust is teweeggebracht die maar weinig mannen beseffen.

Ik geloof dat mannen heel weinig weten van het innerlijke leven van de vrouw, want als een man zichzelf, zijn essentiële goddelijkheid en zijn mogelijkheden niet kent, hoe kan hij dan oordelen? Aan de andere kant, als de vrouw onbekend is met zichzelf en op haar beurt haar essentiële goddelijkheid niet kent, hoe kan zij het leven dan begrijpen, of weten wat haar plicht is? Hoe kan zij de ideale vrouw worden waarnaar haar hart hunkert?

Een verkeerde opvoeding en de dwalingen van eeuwen hebben de vrouw in omstandigheden gebracht die onnatuurlijk en onwezenlijk zijn; en deze hebben op hun beurt haar hogere vermogens verlamd en haar gedwongen tot een leven dat niet het hare is.

De vrouw moet ‘zichzelf leren kennen’, want hierin ligt haar werkelijke taak. Zij moet de mysteriën van haar wezen ontsluieren en in dat proces zal ze in lichamelijk, mentaal en geestelijk opzicht veranderingen ondergaan, en zal haar vrouw-zijn op een hogere wijze tot uitdrukking komen. Zij zal niet langer de beperking ondervinden van een onbeduidend verstandelijk bestaan, want haar ziel zou dat niet verdragen. Haar aspiraties zullen zo hoog reiken, haar ideaal zoveel hoger en haar kennis zoveel groter zijn, dat ze haar opvattingen, haar leven, het terrein van haar activiteit, zal verruimen. Zo zou er niet alleen sprake zijn van de ideale vrouw, maar ook van de internationale vrouw. Eén natie zou voor haar niet genoeg zijn. Zij zou de hele wereld met haar liefde omvatten.

Wil de vrouw de waardigheid van het ideale vrouw-zijn bereiken, dan moet ze haar vrouwelijkheid activeren. Zij werd als vrouw geboren en ze moet een vrouw zijn, in de hoogste betekenis van het woord. De man en de vrouw vertonen tegenstellingen, maar toch is er evenwicht — de hartenwensen verschillen misschien in beiden, maar toch streven ze naar hetzelfde doel; hun intellectuele leven verschilt enigszins en is ontwikkeld onder andere omstandigheden en in een andere omgeving, maar ook hier streven ze naar hetzelfde doel.

Aan deze tegenstellingen ligt in de diepe onderstromen van het menselijk leven een verheven en grootse harmonie ten grondslag. Wanneer de vrouw haar juiste plaats inneemt en de man de zijne, zou er in de wereld een nieuwe orde ontstaan — een nieuw leven, een wederopstanding van de geest, een uitstraling van de innerlijke, hogere, eeuwige kwaliteiten van de menselijke ziel.

Beiden, man en vrouw, komen voort uit dezelfde goddelijke bron; ze zijn op zoek naar hetzelfde doel, zijn een deel van hetzelfde universele leven, worden bestuurd door dezelfde universele wetten van het zijn. De uiterlijke aspecten van beiden zijn verschillend en hun plichten zijn verschillend; maar ze hebben dezelfde honger naar waarheid, dezelfde geestelijke wil.

Het eerste wat een vrouw moet leren wanneer ze de wetten bestudeert die haar leven beheersen, is dat er een negatieve en positieve kant is aan de menselijke aard, en dat van negatieve vrouwen altijd misbruik wordt gemaakt. Ze blijven hun leven opofferen zonder enig heilzaam resultaat, brengen voortdurend in disharmonie kinderen ter wereld, die later op dezelfde manier moeten lijden als zij. Want er is geen evenwicht in hun leven; er is geen rechtvaardigheid.

Begint een vrouw daarentegen het hogere leven te leiden, ten volle, op positieve en krachtige wijze, dan zullen alleen al door de atmosfeer van haar aanwezigheid de laagste en zelfzuchtigste pogingen van haar tegenstanders tot zwijgen worden gebracht.

Men kan de wereld niet in een ommezien hervormen, evenmin kan men het leven van een vrouw in een ogenblik veranderen. Laat de vrouw, in het besef van de fouten die door alle eeuwen heen zijn gemaakt, daarom zichzelf leren kennen. Laat zij echter niet zo naar succes verlangen dat ze haar evenwicht verliest, en laat zij bovenal bedenken dat de beproevingen in het menselijk leven later vaak een zegen bleken te zijn.

Laat de vrouw die ontdekt dat haar huwelijk ongelukkig is, of die lijdt onder omstandigheden die door haar huwelijk zijn ontstaan, bedenken dat die dingen gebeurden omdat zij zichzelf niet kende. Had zij, toen het moment van de keuze naderde, geweten hoe ze in haar leven de positieve eigenschappen kon versterken, dan zou het vermogen van de intuïtie — de grote geestelijke factor in het leven — haar geest hebben verlicht. Dit zou haar niet alleen inzicht in haar zwakheden hebben gegeven, maar ook in haar kracht.

Mannen en vrouwen die zichzelf onderzoeken, moeten allereerst een studie maken van de dualiteit van hun wezen — de werking en wisselwerking van het hogere en het lagere zelf. Wanneer deze stap is gezet, moeten ze nagaan wat hun grootste zwakheden zijn, zoals die in het licht van zo’n onderzoek aan de dag treden, en moeten ze moedig er een begin mee maken deze te overwinnen. Dit brengt een belangrijk louteringsproces op gang, en als aan deze zelfanalyse een geesteshouding van toewijding ten grondslag ligt, is er dubbel werk gaande: een innerlijk en een uiterlijk werk.

Hoevelen kunnen zichzelf analyseren, of een levende eenheid tot stand brengen tussen zichzelf en hun leven? Er zijn veel te veel mensen van wie het leven in beslag wordt genomen door hun onbeduidende vooroordelen en hun verlangens. De mantra van onze huidige beschaving is ‘wat ik wil’ — en zo zelden ‘wat ik nodig heb’ of ‘wat de beschaving voor eisen stelt’.

Zelfs onder zeer uiteenlopende mensentypen vindt men vaak hetzelfde tekort, namelijk het gebrek aan een sterke geestelijke wil. Deze zou in ieder mens de drijvende kracht moeten zijn, maar in de meeste mannen en vrouwen is hij door gebrek aan inzicht en oefening te zwak om een echte leidinggevende kracht in het leven te zijn. Niet voor er enig begrip in ons is gewekt van de geestelijke wil en we daardoor op het juiste spoor zijn gebracht — dat van zelfgeleide evolutie, kortom van geestelijk zelfvertrouwen — kunnen we onszelf leren kennen; evenmin kunnen we beseffen wie of wat we zijn, of weten welke rol we in het leven moeten vervullen. We hebben dan zelfs niet het buitenste randgebied van de geestelijke waarheid bereikt.

Ik geloof dat een van de grootste zwakheden van de vrouw schuilt in het feit dat zij vaak geen onderscheid maakt tussen ware en onechte sympathie. En onechte sympathie is een van de grootste struikelblokken op het pad van de ziel — op ons eigen pad of dat van een ander. Om dit zwakke punt te versterken, moet de vrouw haar eigen aard bestuderen in zijn tweevoudigheid, want zonder die kennis kan men vaak geen onderscheid maken tussen de meeslepende kracht van de emoties, die een ontbindende en afmattende invloed uitoefenen, en de opwelling van ware sympathie, die een verheven geestelijke kracht is.

Sympathie is altijd rijk aan verbeelding en geeft ons een juist beeld en een juist begrip van het werk dat voor ons ligt en waarmee we anderen kunnen helpen. Sympathie maakt het menselijk hart zo ontvankelijk dat woorden bijna overbodig zijn om de oorzaak van de moeilijkheden van een ander te ontdekken. Sympathie zet zich om in daden bijna zonder dat daarbij woorden hoeven te worden gesproken.

Ik ben van oordeel dat het onrecht dat nu zo opvalt in het leven van de mens op het misbruik van deze twee woorden berust: ‘mijn rechten’. Er is een zo duidelijk gebrek aan ware onzelfzuchtigheid en plichtsbesef dat plicht als feit en als ideaal niet die plaats inneemt in hoofd en hart van de mens die ze zou moeten innemen.

Ik denk dat als de vrouw nu de juiste plaats zou krijgen, of als zijzelf de juiste plaats had ingenomen, in het besef van haar diepere vermogens, haar goddelijke mogelijkheden en haar heilige roeping — de wereld er niet zo slecht voor zou staan. Dan zou er sprake zijn van echte samenwerking tussen mannen en vrouwen, meer begrip voor elkaars natuur, en beiden zouden een nieuwe hogere richting aan hun leven geven. Dit moet tot stand worden gebracht wil de droom van de wederopbouw van de wereld een reëel feit worden.

Maar het is onmogelijk en het zou hoogst onrechtvaardig zijn te zeggen dat de schuld bij de vrouw ligt, of bij de man. De onnatuurlijke omstandigheden waarin de mens tegenwoordig in het algemeen leeft, belemmeren de vrouw maar al te vaak en leggen haar aan banden, en zijn de oorzaak van de onrust en het daaruit voortvloeiende ongeluk. Deze omstandigheden hebben hun weerslag op de man; de daardoor verwekte onrust heeft op haar beurt een weerslag op de vrouw, en de gezamenlijke invloed van hun wederzijdse onrust en twijfel heeft zijn uitwerking op de kinderen, het huisgezin — en de natie.

In mijn streven de vrouw een dieper inzicht te geven in alles wat de ontplooiing van haar hogere natuur betreft, ben ik ervan overtuigd dat als mannen en vrouwen gezamenlijk in die richting een ernstige poging deden, de twintigste eeuw het begin zou betekenen van een grote geestelijke verheffing langs volkomen nieuwe wegen.

De vrouw bezit het vermogen een zuil van geestelijke kracht te worden, en de groots oprijzende tempel van de mensheid wacht in de stilte der dingen op de steun die zij kan geven. Zal zij naar voren treden in de koninklijke waardigheid van het hogere zelf en de plicht van dit ogenblik op zich nemen — of falen? Zij moet òf het een òf het ander doen, want stilstaan is niet mogelijk. Machtige stromen van ontbindende krachten dringen in deze tijd het hartenleven van de mensheid binnen, geschapen door de heersende geest van onrust, en verwekken op hun beurt nog meer onrust, en zij die zich niet willen begeven in de grote goddelijke stroom van onzelfzuchtigheid en liefde, zullen worden meegesleurd en weggevaagd. Aantasting van het karakter op de meest onverwachte wijzen is een van de tekenen van de tijd. Toch zal de dageraad van betere dingen snel aanbreken.

Houd het licht brandende in uw hart, en als wachters op de heuvels van vrede zult u het eerste gloren van de nieuwe dag zien vóór u beseft dat die dag nabij is.

 
Andere artikelen over gezinsleven, familie, opvoeding
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency