Proloog
Grace F. Knoche

 

Ons Speciale Nummer van 1998 is gewijd aan Katherine Tingley, vriend van de mensheid, die van 1896 tot 1929 Leader van de Theosophical Society was, een ambt dat ze aanvaardde na de dood van haar voorganger William Q. Judge. Wij eren KT voor haar buitengewone moed, ruime visie, en haar leidinggevende capaciteiten waardoor ze een theosofisch wereldcentrum kon bouwen in Point Loma en daaraan tot aan haar dood in 1929 leiding kon geven. Bovenal eren we KT en hebben we haar lief om haar zachte mededogen voor allen die lijden.
     Katherine Tingley’s gevoel voor timing was feilloos. Aan de vooravond van de 20ste eeuw stuurde ze een duidelijke boodschap niet alleen aan de theosofische leden maar aan de hele wereld. In Europa had ze de spanning en de oorlogskoorts gevoeld die de vernis van de ‘beschaving’ aantastte. Om aan dit spervuur van negativiteit het hoofd te kunnen bieden, besloot ze in de gedachteatmosfeer de tegenovergestelde impulsen van harmonie en vrede te zaaien. Tegelijk herinnerde ze ons eraan dat we niet kunnen verwachten dat de naties van de wereld in harmonie leven als we niet vrede met onszelf en met anderen hebben.
     Onze medewerkers hebben maar enkele hoogtepunten belicht uit een leven dat was gewijd aan het brengen van schoonheid en ordening in het leven van zowel kinderen als volwassenen. Laat hen ieder hun eigen verhaal vertellen. Daaruit en uit een keuze uit de woorden van KT kan de lezer zijn eigen portret schilderen. Hoewel veel terrein in brede pennenstreken is beschreven, moest noodzakelijkerwijs veel onverteld blijven. Zo rijk en gevarieerd was het leven en de persoon van Katherine Tingley dat we dit Speciale Nummer aanbieden als een ‘onvoltooide symfonie’ van iemand die het onmogelijke aandurfde en meer dan eens haar dromen overtrof.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency