We hadden weer een van onze gebruikelijke meningsverschillen. Mijn
vriend had jarenlang aan meditatie gedaan en hij dacht dat ik dit afkeurde.
Hij kende mijn sterke voorkeur voor het pad van mededogen – en
nu wilde hij aantonen dat hij gelijk had.
‘Altruïsme is niet meer dan ‘juist
handelen’ – en dit is het natuurlijke gevolg van ‘juiste
opmerkzaamheid’ en ‘juiste meditatie’. Als je hoogste
ideaal mededogen is, vul je daarmee je denken met nog meer verwarrende
gedachten en gevoelens en dat verhindert concentratie op wat er gaande
is.’
Terwijl mijn vriend sprak, wist ik dat er geen
werkelijke uitwisseling van gedachten plaatsvond. Ieder van ons bekritiseerde
het pad van de ander zonder met hem mee te voelen en begrip te tonen.
En wat zou ik bereiken met het ophemelen van de ‘hogere wijsheid’
van de theosofie ten opzichte van andere geestelijke methoden? Dat zou
ons gevoel van afgescheidenheid zeker versterken. Het zou verstandiger
zijn om gedachten van hoger en lager opzij te zetten en zijn standpunt
te verkennen.
Toen hij hoorde wat ik van plan was, verdween
de sfeer van kritiek en ontstond een echte gedachtewisseling. Het begon
met wat hij noemde ‘het wezenlijke belang om vol aandacht te zijn’.
‘Stel dat je betrokken bent bij een gevoelige
zaak waarbij je mensen zou kunnen kwetsen. Wat zou er gebeuren als je
niet oplette?’
‘Waarschijnlijk zou ik dan gekwetst worden
en tenslotte ook anderen kwetsen’, antwoordde ik.
‘Maar hoe zit het als je niet begreep
wat er gaande was en de gevolgen niet overzag omdat je teveel door je
eigen gedachten in beslag werd genomen?’
‘Dan zou ik alleen maar meer lijden veroorzaken.
Dan zaten we in een vicieuze cirkel.’
‘Ja, het is een vicieuze cirkel,
en deze wordt het levenswiel genoemd. Langs de velg zitten de verlangens,
opvattingen, gehechtheden en angsten waardoor we steeds in beslag worden
genomen door onze eigen aangelegenheden. Op de naaf zitten de drie factoren
die ons gevangen houden in eindeloze kringlopen van lijden: hebzucht,
haat, en afgescheidenheid. Hebzucht begint met eenvoudig willen hebben
wat ons aangenaam is. Maar naarmate onze ‘aangenaamheden’
steeds ingewikkelder worden, willen we tenslotte meer en meer. Haat
begint met het simpele verlangen ongemak te vermijden. Maar als onze
gehechtheden sterker worden, roept alles wat deze kan verstoren een
steeds heviger weerzin op. Deze beide worden aangedreven door de uiteindelijke
oorzaak die ons doet lijden: ons eigen gevoel van afgescheidenheid.
Dit brengt ons ertoe te denken en te handelen alsof we losstaan van
al het andere leven, alsof het negeren van het proces van het geheel
geen pijnlijke gevolgen heeft.’
Ik onderbrak hem. ‘Maar wat gebeurt er
als iemand ernstig probeert zijn op zichzelf gerichte gedachten en handelingen
te veranderen?’
‘Zijn ‘proberen om te veranderen’
zou alleen maar nieuwe gehechtheden vormen, en deze zouden
doorgaan het denken af te leiden van de verantwoordelijkheden van het
ogenblik, van het besef dat wij één zijn met wat er gebeurt
in een geheel waarin we onderling afhankelijk zijn. De enig juiste manier
om een eind te maken aan het lijden is door toe te zien zonder iets
te proberen. Als we onze gedachten en handelingen als onderdeel van
een vaste gewoonte gadeslaan, verminderen we onze gehechtheid eraan.
We gaan ze steeds minder zien als ons eigen zelf, omdat we ons beginnen
te identificeren met degene die toekijkt. En als tenslotte onze oude
op onszelf gerichte gedachten tot rust zijn gekomen, worden we zelf
het proces van waarnemen, omdat we geheel opgaan in wat er om ons heen
gebeurt.’
Ik kon de logica van zijn manier van denken
begrijpen. ‘Proberen’ zou je gebonden houden aan het levenswiel,
het sprekende symbool voor eindeloze kringlopen van lijden. Maar ik
vroeg me af hoe deze conclusie zou veranderen als de symboliek anders
was. En daarom stelde ik de vraag: ‘Zou er nóg
een wiel kunnen zijn?’
‘Wat bedoel je met nóg
een wiel?’
‘Welnu, stel dat diep in het binnenste
van ons allen een deel van ons bewustzijn weet dat we betrokken
zijn bij de werking van het geheel.’
‘Een deel van ons weet dat inderdaad.’
‘Dan weten we diep in onszelf ook dat
het een gevoelige zaak is waarbij je mensen kunt kwetsen, en dat we
ieder ogenblik acht moeten slaan op het welzijn van het geheel.’
‘Natuurlijk! Dat is juiste opmerkzaamheid.’
‘Denk nu eens aan die momenten waarin
we zomaar onszelf vergeten – zelfs zonder er moeite voor te doen
– omdat we volledig in beslag worden genomen door wat er gaande
is. In plaats van in een vicieuze cirkel van afgescheidenheid te geraken,
worden we plotseling overgebracht – naar een ander wiel.
Langs de velg zitten al de natuurlijke impulsen die onze verlangens
verzachten, onze gehechtheden verminderen en onze angsten overwinnen.
Op de naaf zijn de eigenschappen die ons vrij maken van hebzucht,
haatgevoelens, en afgescheidenheid. Onze bevrijding van hebzucht begint
als we het welzijn van anderen plaatsen boven dat van onszelf. En hoe
dieper we onze verbondenheid met anderen voelen, hoe meer we beseffen
dat hun welzijn dat van onszelf is. Het vrij worden van haatgevoelens
begint met het inzicht in hoe gehechtheden en aversies lijden veroorzaken.
En als we ons kunnen inleven in de situatie van allen die worstelen
met hun eigen begeerten en angsten, worden we niet alleen verdraagzamer
voor hun tekortkomingen, maar ook voor die van onszelf.’
Nu was het mijn vriend die mij onderbrak. ‘En
wat is de drijvende kracht in dit wiel? Wat is de fundamentele factor?’
Ik antwoordde met een wedervraag: ‘Hadden
we het niet over het deel van ons dat weet dat we één
zijn met wat er gebeurt?’
‘Je bedoelt dat de fundamenteel drijvende
kracht de gemeenschappelijke diepe bewustheid van elk levend wezen is.’
‘Zo is het! Telkens als we bij die Bron
komen, worden we onmiddellijk vol aandacht. Het doet er niet toe hoezeer
we worden afgeleid door gehechtheden en aversies, ze voert ons ogenblikkelijk
terug naar de verantwoordelijkheid van het moment.’
‘Maar hoe kunnen we leren bij deze Bron
te komen zonder jaren van oefening en meditatie?’
‘We oefenen door toe te laten dat
de Bron ons aanraakt. Als we oog hebben voor de belangen van anderen
ontstaat de verbinding. Als we hun welzijn zien als het onze, raakt
ze ons. Als we ons in hun situatie kunnen inleven, worden we geroerd.
Het is alsof de Bron gebruik van ons maakt zodat we geheel opgaan in
wat er gebeurt. Ze mediteert via ons.’
Mijn vriend zweeg even. Toen keek hij op en
glimlachte. ‘Dit soort oefening zou alleen werken als we het onafgebroken
doen.’
Ik glimlachte op mijn beurt. ‘Natuurlijk!
Dat is het hoogste ideaal.’