Gedachten en hun invloed
James A. Long

 

In de eerste verzen van een van de oudste boeddhistische geschriften, het Dhammapada, staat dat de mens het resultaat is van zijn gedachten en dat, wanneer hij met een onzuiver hart spreekt of handelt, daarop ongetwijfeld lijden zal volgen, zoals de wagen de os op de voet volgt; maar wanneer hij met een zuiver hart spreekt of handelt, zal het geluk hem als een schaduw tot het einde toe blijven volgen.
     Onze hele toekomst wordt daarom bepaald door het gehalte van ons denken en van onze aspiratie, want hoeveel onze omgeving ons leven ook beïnvloedt, in laatste instantie zal juist de kwaliteit van onze gedachten en motieven de meest duurzame invloed op ons karakter uitoefenen. Ditzelfde idee vinden we belichaamd in alle heilige boeken van de wereld, niet in de laatste plaats in de christelijke geschriften, waarvan de uitdagende woorden van Jezus tot de Farizeeën getuigen:

     Acht de boom goed, maar dan ook zijn vrucht, òf acht de boom slecht, maar dan ook zijn vrucht, want aan zijn vrucht kent men de boom.
     Adderengebroed, hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen? Want uit de overvloed van de harten spreekt de mond.
     Een goed mens brengt uit zijn goede schat goede dingen voort, en een slecht mens uit zijn boze schat boze dingen.      – Mattheus 12:33-35

     Ziedaar de hele filosofie van ‘juist leven’: uit de overvloed van het hart – niet noodzakelijkerwijs het denken – spreekt en handelt een mens. Maar wat zijn gedachten, en waar komen ze vandaan? Hier raken we de kern zelf van het mysterie van de schepping, van de evolutie van alle dingen, van heelallen tot atomen. In werkelijkheid werd onze wereld, het heelal zelf, door een gedachte voortgebracht – niet gefabriceerd uit de ijle lucht uit het niets, maar een gedachte ontstaan in een goddelijk wezen. Wat is een mens, een plant, een dier, of een kosmos? De scheppingsmythen van alle oude volkeren vertellen hetzelfde verhaal: dat alleen duisternis de grenzeloze oneindigheid van de ruimte vervulde, terwijl ‘het heelal nog verborgen was in de goddelijke gedachte en de goddelijke schoot’ (De Geheime Leer 1: 58). Daarna, bij de eerste siddering van ontwakend leven, toen het licht in het duister van de leegte doorbrak, is door een ‘gedachte’ van de kosmische intelligentie het heelal met al zijn entiteitenfamilies voortgebracht.
     In beginsel kunnen we dus zeggen dat gedachten de uitdrukkingen zijn van gemanifesteerde entiteiten met een ontwikkeling die zich uitstrekt van zelfbewuste goden, die de zonnen en sterren als hun voertuigen gebruiken, tot hen die nog ‘slapen’ als godsvonken en in de begin- of elementale stadia van hun evolutie verkeren. Het is best mogelijk dat wijzelf het product zijn van de gedachte-energie van onze innerlijke god.
     Omdat alles betrekkelijk is, kunnen inspirerende gedachten die schijnbaar uit het niets tot ons komen, in werkelijkheid dus de gedachten zijn van een of andere verheven entiteit die zich in en door de kosmos beweegt. Anderzijds kunnen de nu en dan voorkomende slechte gedachten, die zelfs heel goede mensen kunnen achtervolgen, gedachte-elementalen van heel lage oorsprong zijn, onontwikkelde levensvonken, als het ware, die tijdelijk in de menselijke sfeer rondzwerven. De gewone gedachten die een groot deel van onze aandacht in beslag nemen, zijn ongetwijfeld de gedachte-energieën die voor ons op het ogenblik het natuurlijkst zijn omdat zij hun voornaamste ervaringen in het mensenrijk opdoen.
     Inderdaad, ‘gedachten zijn dingen’, want het zijn elementale wezens die evenals wij bezig zijn te evolueren; en al scheppen wij ze niet, we zullen toch volledig aansprakelijk blijven voor het type gedachte-entiteiten dat we aantrekken, en voor de kwaliteit van het stempel dat wij erop drukken. Wanneer ze ons denken binnenkomen en verlaten, worden zulke gedachte-entiteiten door hun aanraking met ons ten goede of ten kwade beïnvloed – en hierin ligt onze verantwoordelijkheid, niet alleen tegenover onszelf, maar ook tegenover deze menigte van gedachte-energieën waarvan wij de bestemming beïnvloeden. Stel bijvoorbeeld dat een mooie gedachte ons bewustzijn binnenflitst, maar we zijn te sloom of te egocentrisch om erop te reageren. Het gevolg is tweeërlei: we vertragen tot op zekere hoogte de evolutie van dat gedachtewezen, en bovendien laten we een gelegenheid voorbijgaan om een duw naar boven te ontvangen, mogelijk een echte inspiratie. Omgekeerd hoeven we, wanneer een lage gedachte – eigenlijk een gedachte-elementaal in een heel laag groeistadium – ons tot een onwaardige daad aanzet, niet bang te zijn, maar kunnen eenvoudig beoordelen wat ze inhoudt en haar vervolgens rustig doorsturen.
     Als we begrijpen wat deze gedachten betekenen die zich in ons bewustzijn verdringen, niet alleen op zichzelf maar ook voor ons mensen in onze totale evolutie-ervaring, kunnen we beginnen op een intelligentere manier om te gaan met gedachten die in onze geest opkomen. Het belangrijke punt hier is dat we niet louter slachtoffers zijn, maar veeleer zelfbewuste ontvangers van gedachten uit alle gebieden, op grond van het feit dat we het vermogen bezitten om te kiezen welk type gedachte-entiteit heerschappij over ons zal voeren. Er is terecht gezegd dat we de vogels misschien niet kunnen beletten over ons heen te vliegen, maar dat we ze nog niet in ons haar hoeven te laten nestelen!
     Alle gedachten kunnen kansen voor ons inhouden, of ze een slecht of een goed aspect vertegenwoordigen. Vele ervan behoren tot dit leven, maar andere die zich opdringen zijn overblijvers uit voorafgaande levens en zijn daarom moeilijk te begrijpen. Want niemand van ons is immuun voor soms afschuwelijke gedachten, omdat wij mensen een eonenlange geschiedenis achter de rug hebben en daarom veel ervaringen hebben doorgemaakt die ver onder de huidige norm liggen. De gevolgen van deze gedachten hebben wij grotendeels uitgewerkt, maar totdat hun vermogen om ons te beïnvloeden geheel is verdwenen, hebben we nog steeds met de staart van hun komeet te maken. Hoe meer hun oorspronkelijke kracht is verdwenen, des te milder is hun uitwerking op ons. Elke keer dat ze tot ons komen, kunnen we onze houding tegenover hen wijzigen en daarmee hun vermogen om ons uit ons evenwicht te brengen verminderen.
     Maar we moeten ze nooit aan de kant schuiven zonder ze te onderzoeken; als we dat wel doen, zullen ze de neiging hebben een grotere invloed te krijgen op ons bewustzijn. Het verachten van slechte gedachten is bijna even schadelijk als ze lief te hebben, want haat en liefde zijn de twee krachten die hen sterker zullen maken. Door kalm en bedaard te zijn, ontdoen we ons gestel van het vergif, en de verstoring verdwijnt. Het wonderbaarlijke hiervan is dat door zulke gedachten op deze manier aan te pakken, hun antithese of complementaire kwaliteit onmiddellijk wordt aangetrokken. Evenals iedere kleur zijn complementaire tint heeft, zo heeft iedere gedachte haar tegengestelde pool.
     De subtiele groeiprocessen die ons dwingen voorwaarts te gaan op de ladder van de evolutie zullen ons nooit laten rusten. Als we onze verbeeldingskracht en ook ons verstand gebruiken, zullen we ontdekken dat de gedachten die tot ons komen, die schijnbaar onwillekeurig naar binnen en naar buiten stromen, niet nieuw zijn. De sleutel om ze te kunnen begrijpen ligt in het verwerven van een visie op de langere termijn, zowel van onszelf als van onze nauwe en innerlijke relatie met het heelal waarvan we een essentieel onderdeel zijn. In de vele cyclussen van onze aardse ervaring zijn we met ontelbare gedachte-energieën in aanraking geweest, met ontelbare levensatomen die door goden, mensen, dieren, planten en mineralen – en ongetwijfeld ook elementale levens – zijn afgeworpen, omdat elk van deze levensvonken in en door de kosmos circuleert.
     Kortom, we kunnen putten uit het reservoir van gedachten uit vroegere levens plus die van ons huidige leven, en dat stelt het reïncarnerende ego in staat alleen die kwaliteit en dat deel van karma aan te trekken die het in een bepaald leven aankan. Juist dat speciale milieu van gedachten waarin we zijn geboren, biedt ons het karmische toneel voor onze ervaringen in een bepaald leven. En die gedachte-energieën, alsmede al de aspecten van onze geestelijke en fysieke omgeving, betekenen een uitdaging en een verantwoordelijkheid. Ze komen en gaan, zoals de lucht die we inademen, terwijl ze een regelmatige kringloop volgen in en door de oceaan van bewustzijn waarin we leven. De wet van aantrekking en afstoting, van liefde en haat, van oorzaak en gevolg, geldt alom van het meest stoffelijke tot het goddelijk spirituele. Daarom volgen de gedachten en ideeën die op elk van deze gebieden thuishoren het kosmische plan en, terwijl ze ons bewustzijn doorkruisen, laten ze onvermijdelijk hun indruk achter.
     Het is zoals het oude Hebreeuwse spreekwoord zegt: ‘Zoals een mens in zijn hart denkt, zo is hij’. Niet wat een mens zich verbeeldt te zijn, maar wat hij is, diep binnenin hem – dat maakt de onuitwisbare indruk op zijn ziel, ten goede of ten kwade. Opvoeding, godsdienstige of maatschappelijke achtergronden zijn vormende factoren, maar ze zijn niet van doorslaggevende betekenis, want de mens is meer dan zijn omgeving. Hij is in de kern van zijn wezen een goddelijke gedachte, een kosmische energie, met het vermogen om scheppend te denken en zijn bestemming vorm te geven zoals hij dat wil.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency