Een tijd van verandering*
Hugh H. Harrison

 

*Gedrukt met toestemming van het International Journal of Humanities and Peace.

Er bestaan talrijke oude en wezenlijk belangrijke ideeën over de mens en het leven die nu langzamerhand terrein winnen bij nadenkende mensen. Deze schetsen een veel ruimer beeld van de mens en zijn lotgenoten in het leven dan meestal wordt gevormd: wezens die betrokken zijn bij een evolutieproces dat altijd doorgaat en dat dynamischer en ingewikkelder is dan dat waarvan Darwin ooit heeft gedroomd.
     Deze machtige oude ideeën zijn in het algemeen onverenigbaar met veel opvattingen die de huidige gevestigde orde schragen. Zij die het heersende bestel steunen, en anderen met een kijk op de werkelijkheid die afhangt van de legitimiteit ervan, worden verontrust als ze worden geconfronteerd met nieuwe en daarmee strijdige ideeën. Sommigen beschouwen nieuwe ideeën als ongegrond omdat ze niet vertrouwd zijn. Veel schijnbaar nieuwe opvattingen – die berusten op het herontdekken en opnieuw verwoorden van de oude wijsheid of tijdloze filosofie – worden vaak afgedaan als op z’n best ingebeelde producten van inferieure en bijgelovige denkers. Door enkele van deze tegenstrijdigheden in kaart te brengen en te beschouwen, wordt iets van de oorzaak van de onzekerheid en angst onthuld waarmee we in ons dagelijks leven worden geconfronteerd.
     De huidige wetenschap heeft zich ontwikkeld uit informatie die is bijeengebracht door onze vijf zintuigen en de mechanische uitbreiding daarvan – microscoop, telescoop en dergelijke. Tegenwoordig zijn wetenschappers geneigd te ontkennen dat er iets anders kan bestaan dan wat zintuiglijk waarneembaar is. Voor hen is de mens (en elke andere vorm van leven) alleen maar een lichaam: er is niets dat aan dit leven is voorafgegaan, niets dat de dood overleeft. Alles wordt verklaard als het resultaat van toevallige, willekeurige ontmoetingen van inerte stukjes materie.
     In tegenstelling daarmee zegt de oude wijsheid dat de mens en alle andere levende wezens, onzichtbare entiteiten zijn, niet waarneembaar met de zintuigen, die huizen in lichamen die zijn samengesteld uit veel kleinere levensvormen. Er kan geen onbezield bestaan zijn: alles leeft, of dat nu een atoom is, een steen, plant, insect, dier, mens, planeet, ster of melkwegstelsel. De oude wijsheid stelt dat het universum een uitgestrekte arena is om in te leren, waarin individuele levende entiteiten, in verschillende levens achtereenvolgens levensvormen of lichamen aannemen die geschikt zijn voor wat er dan voor hen te leren is. Het doel van dit evolutieproces is om uit mensen zoals wij (die de school hebben doorlopen waarin men leert om een atoom te zijn, een insect, vogel, of ander levend wezen) gevorderde mensen voort te brengen zoals Boeddha of Jezus. Op onze beurt zullen we dan de vrees inboezemende taak onder ogen moeten zien om te evolueren tot grootsere levensvormen – waarbij we steeds grotere verantwoordelijkheden op ons nemen om dit ongelooflijke proces voort te zetten dat altijd heeft bestaan, nu gaande is, en er altijd zal zijn.
     Het christendom, de heersende religie in de geïndustrialiseerde westerse naties, is de bron van veel van wat wij geloven. Het christelijke geloof is grootmoediger dan het materialistisch-wetenschappelijke geloof, omdat het aan de mens zowel een ziel als een lichaam toekent, en gelooft dat die ziel na de dood van het lichaam blijft bestaan en dan eeuwig in een hemel of een hel verblijft. Een dergelijk religieus geloof voorziet niet in een voorbestaan van het lichaam of de ziel: het lichaam heeft geen voorbestaan en bestaat niet na de dood; de ziel heeft geen voorbestaan, maar een oneindig, hoewel onveranderlijk bestaan hierna (zoiets als een stok met slechts één uiteinde). Een dergelijk geloof zit opgesloten in het gangbare ethos van ‘Eet, drink en wees vrolijk, want morgen kunnen we sterven’.
     De oude wijsheidsleer van de reïncarnatie voorziet in een nooit-eindigende opeenvolging van levens. Dat betekent voor alle entiteiten die de eindeloze evolutieweg van het leven gaan: nieuwe belichamingen die volgen op daaraan voorafgaande momenten dat we stierven. Die weg wordt soms voorgesteld als een eindeloze spiraal. Ieder lichaam dat bewoond is door een van de evoluerende entiteiten van het leven, biedt een speciale gelegenheid voor het unieke leerproces-door-ervaring dat die entiteit op dat moment nodig heeft. Nu we weten dat er geen twee sneeuwvlokken ooit identiek zijn, volgt daaruit (en de oude wijsheid onderschrijft dit) dat geen twee evoluerende levensentiteiten ooit identiek zijn geweest of dat ooit zullen zijn.
     De leer van reïncarnatie of wederbelichaming staat centraal bij de meeste andere grote wereldreligies. Interessant is dat reïncarnatie deel uitmaakte van de vroeg-christelijke kerkleer, totdat het voorbestaan van de ziel anathema werd verklaard in 553 na Chr. (zie ‘Reincarnation: The Phoenix Fire Mystery door Sylvia Cranston).
     Het christendom generaliseert het belang van oorzaak en gevolg in het dagelijks leven met haar vermaarde gebod: ‘Wat ge zaait, zult ge oogsten’. Maar het christelijke resultaat van het zaaien van het kwade schijnt beperkt te zijn tot een eeuwigheid in de hel voor de ziel; het resultaat voor het zaaien van het goede tot een eeuwigheid in de hemel. In de oude wijsheid geldt dat iedere en elke menselijke daad of gedachte een oorzaak is waaruit een daaraan evenredig gevolg voortvloeit. Dit gevolg zal voldoende zijn om het universum terug te brengen tot de toestand van evenwicht waarin het was voor het optreden van de oorzaak in kwestie, of deze wisselwerking tussen oorzaak en gevolg een uur in beslag neemt, een dag, een week, een jaar, een leven lang of honderden levens lang om uit te werken. Dit dynamische gebeuren van wisselwerkingen tussen oorzaak en gevolg dat alle entiteiten van het leven betreft, staat bekend als karma.
     Als het om de zin van het leven gaat, kan de materialistische wetenschap aan het leven geen betekenis toekennen als ALLES slechts bestaat uit willekeurige en toevallige wisselwerkingen van nietige stofdeeltjes. Het christendom neigt ertoe het doel van het leven te beperken tot het vermijden van de hel als het uiteindelijke eeuwige verblijf van de ziel. Het moderne bedrijfsleven biedt, indirect, een levensdoel. Dat ‘het doel van het bedrijfsleven is om geld te verdienen’ wordt onderwezen aan de meest vooruitstrevende bedrijfseconomische instituten. Dit is het standpunt van de meeste business managers en van hen die voorzien in de behoeften van het bedrijfsleven – werknemers en toeleveranciers. Weer anderen die afhankelijk zijn van het bedrijfsleven voor het leveren van de noodzakelijke goederen en diensten, naast een bron van inkomsten, zijn het met deze opvatting eens. Zij die deze opvatting delen, zullen na verloop van tijd, voor het grootste deel onbewust, gaan geloven dat het doel van het leven is om geld te verdienen. Dit levensdoel openbaart zich in wat wij doen en blijkt overduidelijk uit het feit dat we bijna volledig in beslag worden genomen door onze eigen en andermans inspanningen om geld te verkrijgen, te sparen en uit te geven. We hongeren inderdaad naar zingeving in ons leven!
     In de oude wijsheid daarentegen geldt dat het doel van het leven is te leren, te evolueren en te groeien, na verloop van tijd te gaan beseffen dat wij verantwoordelijkheid dragen voor al wat is, en bewust een steeds grotere rol te spelen bij de zorg voor een goede gang van zaken voor alle entiteiten die zijn verwikkeld in dit machtige drama van steeds weer geboren worden en sterven. Naarmate wij evolueren en groeien zullen we in onze bemoeienissen steeds meer rekening houden met alle entiteiten – niet alleen met onszelf, met onze dierbaren, onze landgenoten, onze naasten, maar met alle wezens met wie wij nu onze aardse ervaring delen, waaronder ook de aarde zelf.
     Het wordt met de dag duidelijker dat de meeste van onze geïnstitutionaliseerde manieren van denken en doen – in wetenschap, godsdienst, bedrijfsleven en bestuur – ontoereikend en niet langer van toepassing zijn. Terwijl ze waren ontwikkeld om in de behoeften van een andere tijd en van andere mensen te voorzien, moet het denken zich nu heroriënteren om aan nieuwe eisen te voldoen. Deze heroriëntering moet worden gebaseerd op nieuwe denkwijzen. De denkwereld van de volgende eeuw wordt nu vormgegeven door het denken en schrijven van weinig bekende mannen en vrouwen. De meesten van hen handelen uit eigen beweging, zonder steun van gevestigde instellingen of aanmoediging van collega’s.
     We geven enkele voorbeelden van nieuwe/oude denkbeelden (en van de denkers ervan) die in strijd zijn met veel van wat de gevestigde orde schraagt en die er veel toe zullen bijdragen om de denkwereld van de volgende eeuw te bepalen en vorm te geven.
     Albert Schweitzer, met zijn drie doctoraten, de geliefde hulpverlener van de autochtonen van Equatoriaal Afrika, en geduldig zoeker naar waarheid, schreef in zijn boek, Uit Mijn Leven en Denken, hoe hij tenslotte zijn weg heeft gevonden naar ‘Eerbied voor het Leven’ – ‘een denkbeeld waarin wereld- en levenservaring en ethiek naast elkaar zijn opgenomen!’ De rest van zijn leven gaf hij uitdrukking aan deze gedachte in het ziekenhuis aan de Ogowe Rivier waar dieren, vogels, insecten, melaatsen, patiënten met hun gezin, bezoekers en helpers, allen een harmonieus leven leidden en gelijkwaardig werden behandeld.
     In 1980 vestigt Marilyn Ferguson in De Aquarius Samenzwering: Persoonlijke en Sociale Hervorming in de jaren tachtig onze aandacht op de aard en omvang van de stromen van het veranderende denken om ons heen bij het naderen van de volgende eeuw en het volgende millennium.
     In Het Geheime Leven van Planten vroegen Peter Tompkins en Christopher Bird onze aandacht voor het feit dat planten besef hadden van menselijke bedoelingen en voor elkaars welzijn; dat ze pijn voelden, reageerden op muziek, en zich konden bewegen (samen met veel andere onvermoede kwaliteiten).
     Elmer Green en zijn vrouw Alyce, medebestuurders van de Menninger Foundation, gebruikten de resultaten van hun onderzoek van de oosterse tradities, zowel als hun traditionele wetenschappelijke training, in hun pionierswerk over de kracht van het denkvermogen om het lichaam en zijn onbewuste functies, de emoties en bewustzijnstoestanden te beheersen. Hun verhaal is te vinden in hun boek Beyond Biofeedback.
     Amit Goswami, een kern/kwantumfysicus, schreef Het Zelfbewuste Heelal: Hoe bewustzijn de stoffelijke wereld schept, waarin hij verzekert dat ‘bewustzijn de grondslag is van alle bestaan’.
     Arthur Young, grondlegger van Het Instituut voor de Studie van het Bewustzijn en uitvinder van de Bell-helikopter, schreef Het Reflexieve Heelal: Evolutie van het Bewustzijn en De Geometrie van het Zinvolle om verslag uit te brengen van de wezenlijke uitkomsten van zijn levenslange zoektocht naar de zin (van de dingen).
     In Jonathan Livingston Seagull legde Richard Bach vast hoe spannend en inspirerend het leren door ervaring kan zijn.
     Tenslotte over de oude wijsheid nog het volgende: Aan het eind van de 19de eeuw werd de kennis waarnaar deze mensen verwezen, begrijpelijk bijeengebracht, bevestigd en opnieuw verwoord in de uitgebreide en onthullende geschriften van H.P. Blavatsky. In haar geschriften – die nog steeds verkrijgbaar zijn – is de geschiedenis te vinden over hoe en door wie deze wijsheid is bewaard en door de eeuwen heen is doorgegeven. Collega’s en geestverwanten van haar hebben haar uiteenzettingen bevestigd en uitgebreid, in het bijzonder het materiaal dat is te vinden in haar oorspronkelijke werken De Geheime Leer en Isis Ontsluierd. Deze boeken geven een overzicht van de geschiedenis van alle grote religies, waarbij hun gemeenschappelijke kernwaarden worden belicht. De kosmologie van het universum wordt besproken. De oorsprong van de mens, zijn evolutionaire ontwikkeling, en rol in het heelal worden verklaard.
     Deze werken worden nu meer dan ooit gelezen. Vanaf de tijd dat Blavatsky deze gegevens beschikbaar heeft gemaakt, hebben veel mensen haar geschriften als primaire bron gebruikt – mensen die fascinerende ideeën hebben ontwikkeld die onze toekomst zullen bepalen.
     De mens heeft er lang over gedaan om de beperkte visie te ontwikkelen die hij nu van zichzelf, van zijn medeschepselen, en van het universum heeft. Het zal nog lang duren om deze kijk te transformeren tot een wijdere visie, een die is gebaseerd op meer nauwkeurige en uitgebreide informatie; het benodigde materiaal is echter beschikbaar.

Uit het tijdschrift Sunrise mei/juni 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency