Wij leven in een ijzeren eeuw en bevinden ons op een punt waar de god-essentie
in de mens worstelt om uit haar diepste inwikkeling in de stof op te
stijgen naar een hoger niveau in de levenshiërarchie. De neiging
tot traagheid is groot; nog groter moet de kracht zijn van onze poging
om te evolueren en vooruit te gaan. We kunnen dan ook de tendens begrijpen,
die men overal waarneemt, om naar een gemakkelijker, of kortere weg
te zoeken, of naar een denkbeeldige verlosser die onze natuurlijke verantwoordelijkheden
op zich neemt of ons daarvan bevrijdt. Heen en weer geslingerd tussen
de drang te groeien en de neiging toe te geven aan traagheid, geven
velen zich over aan dadeloosheid of onverschilligheid en zoekt men compromissen
als tijdelijke lapmiddelen. Maar hoeveel van deze compromissen geven
werkelijk uitkomst?
We moeten inzien dat wat we meemaken niet slechts rimpelingen aan de
oppervlakte zijn, veroorzaakt door de winden van het lot, want die vormen
slechts de uiterlijke gevolgen van de diepe innerlijke roerselen van
de ziel van de mensheid in haar worsteling zich te bevrijden uit haar
slavernij. Hoe ingewikkeld de onderlinge relaties tussen rassen en volkeren
misschien ook schijnen, de gemeenschappelijke noemer is dit streven
naar vrijheid – de vrijheid voor ieder mens om zijn natuurlijke
plaats in het leven te vinden, ongehinderd door de algemeen aanvaarde
dogma’s uit het verleden, of deze nu van economische, politieke,
wetenschappelijke of religieuze aard zijn.
In tijden van wereldcrisis bestaat altijd het gevaar dat de beschaving
achteruitgaat en daarom is onze verantwoordelijkheid zo groot. Maar
ik ben het er niet mee eens dat de huidige wereldsituatie ontmoedigend
is. Volgens mij zijn juist de belemmeringen en moeilijkheden die zo
negatief schijnen te zijn, het uiterlijke bewijs voor de werking van
een positieve innerlijke kracht. Het is waar dat de spanningen in de
wereld niet zijn afgenomen, maar ik heb het gevoel dat de mensheid,
juist door die spanningen en niet in weerwil ervan, in haar geheel een
enorme kans heeft een grote stap voorwaarts te doen.
Door gebeurtenissen worden mensen overal geschokt en gaan een diepgaand
onderzoek instellen naar het collectieve bewustzijn van de maatschappij
en de grondslagen waarop dit berust. Men vraagt zich af wat voor zaaisel
het was dat de oogst voortbracht die we nu binnenhalen? Welke aspecten
van onwetendheid brachten de verkeerde instelling en de zinloze conflicten
teweeg die in deze kritieke periode van onze eeuw bestaan? We moeten
nieuwe richtlijnen, nieuwe criteria vinden en vaststellen aan de hand
waarvan we aan onze toekomst kunnen bouwen – richtlijnen en criteria
die verankerd zijn in een meer universeel beeld van de waarheid. Velen
erkennen dit en werken op intelligente en energieke wijze in die richting.
Als nieuwscommentatoren serieus spreken over de noodzaak van ‘zelfonderzoek’
in de verhoudingen tussen de landen, als ze de nadruk leggen op de ‘grote
ethische beginselen van de maatschappij’ als basis voor een verlicht
regeringsbeleid, is er geen werkelijke reden voor ontmoediging.
Het is misschien moeilijk voor ons om de dieperliggende oorzaken te
achterhalen van de maalstroom van sociale en politieke crises, maar
toch moeten we dat proberen, willen we op intelligente wijze bijdragen
aan de opbouw van onze beschaving. De meesten van ons houden zich zo
bezig met de talrijke wereldproblemen zelf, dat ze het bredere perspectief
verliezen dat nodig is om de wezenlijke hervormingen op te merken die
zich voltrekken in deze heksenketel van verandering waarin de mensheid
zich bevindt.
Als we enigszins afstand nemen van de aardse onrust en van de kritieke
geestelijke problemen waarmee we te maken hebben, de ethische problemen
waar ieder van ons individueel voor komt te staan niet uitgezonderd,
laten we ons dan afvragen: ‘Is dit alles nieuw? Heeft de mens
deze groeipijnen al eerder doorgemaakt?’ Deze vragen dwingen ons
ons bewustzijn opnieuw om te schakelen zodat we de wijdere horizon kunnen
zien die de vele cyclussen omvat in de levensgolf van menselijke zielen,
die op onze zeer oude aardbol reïncarneren. We moeten ons wenden
tot het verre verleden, tot wat het begin van ons ras moet zijn geweest,
toen de mens voor het eerst een denker werd, zich bewust van zijn menszijn.
Wat die oorspronkelijke verlichting heeft voortgebracht is nog altijd
de eeuwige drijfveer achter al zijn gedachten en daden. Sinds het vuur
van zijn denkvermogen werd ontstoken, zijn al zijn aspiraties gericht
geweest op het bereiken van zijn uiteindelijke bestemming – de
vervulling van het doel waarvoor hij naar deze planeet kwam. Wat is
dit doel? Steeds meer gelijk te worden aan de kosmische intelligentie
waaraan hij deelheeft, en die een gedeelte van zichzelf offerde opdat
de mens voortaan de goddelijke vlam van inspiratie in zich zou dragen.
Dit is inderdaad een machtig panorama, maar wel één dat
ons zal helpen achter het wereldgebeuren een schijn van betekenis te
vinden. In dit ruimere perspectief kunnen we beter begrijpen hoe de
natuur haar menigten levende wezens, en in het bijzonder de mens, traint.
Veel volkeren en rassen hebben in de loop van de tijd hun opkomst en
verval meegemaakt, en veel andere zullen hetzelfde ervaren voordat we
ons waarachtig erfdeel verkrijgen. Op het ogenblik beleven we de alchemie
van een zich uitbreidend bewustzijn dat een nieuw tijdperk voor de mensheid
inluidt.
Daarom moeten we onze visie heroriënteren, en deze van een plaatselijk
tot een wereldniveau verheffen. Het grote ontwaken dat de mensheid in
haar geheel doorstroomt, vraagt van ons dat we alle problemen
bezien in het licht van karma, want alles wat gebeurt is het resultaat
van gedachten of daden die op een of ander moment in het verleden op
gang werden gebracht. Met andere woorden, de universele wet van karma
omvat de hele reeks acties en reacties die de juiste en natuurlijke
gevolgen teweegbrengt van eerder in het leven geroepen oorzaken.
Het is dan ook duidelijk dat al die miljarden menselijke zielen die
zich gedurende duizenden en duizenden millennia van jaren op deze aarde
telkens weer hebben belichaamd, talloze banden van aantrekking en afstoting
moeten hebben gevormd, en een onnoemlijk aantal oorzaken in beweging
moeten hebben gezet die zich onder de juiste omstandigheden als gevolgen
zullen openbaren. Bovendien waren en zijn we niet alleen volledig verantwoordelijk
voor onze eigen gedachten en daden, maar we delen ook in de gevolgen
die ons denken en handelen voor anderen hebben gehad.
Maar laten we karma niet beschouwen als een onbarmhartige kringloop
van zaaien en oogsten, die geen gelegenheid biedt om aan de tredmolen
van vroegere fouten te ontsnappen. Zo is het in het geheel niet, want
het leven beweegt zich spiraalsgewijs, nooit in een gesloten kring.
Wij allen hebben ongetwijfeld vele honderden levensperioden doorgemaakt.
Want hoe kan het blijvende element in ons beter tot wasdom komen dan
door de gelegenheid te hebben telkens weer op aarde terug te keren,
niet alleen om aan de gevolgen van vroegere daden het hoofd te bieden,
maar ook om nieuwe en meer productieve zaden te zaaien voor toekomstige
oogsten?
Als we kunnen beseffen welke belofte deze bredere visie inhoudt, voelen
we de kracht waarmee de machtige hand van het lot de beschaving op het
evolutiepad voorwaarts stuwt. Natuurlijk zullen er perioden zijn waarin
we lijden, omdat we door verkeerde gedachten het evenwicht in de natuur
telkens weer hebben verstoord. Het is niet moeilijk ons voor te stellen
wat een onmetelijke hoeveelheid karma iedere ziel, om niet te spreken
van volkeren en rassen, in het verleden heeft teweeggebracht, zodat
er onvermijdelijk een voorraad karma is die eens zal moeten uitwerken.
Maar karma is noch goed, noch slecht, net zo min als de natuurwetten
goed of slecht zijn – ze zijn onpersoonlijk, en werken altijd
om als het evenwicht verstoord is, de harmonie te herstellen.
Niemand van ons kan zeggen welk deel van onze niet uitgewerkte karmische
reserve in dit of in een ander leven zal worden geoogst. Indien we bijvoorbeeld
ver genoeg terug konden zien in de tijd en het verborgen karma van een
mens konden waarnemen, is het meer dan waarschijnlijk dat we zaden zouden
ontdekken die misschien duizenden jaren geleden zijn gezaaid en die
pas nu ontkiemen doordat hij juist in deze periode wordt geboren. De
situatie is veel te gecompliceerd om deze vanuit het beperkte standpunt
van één leven goed te kunnen beoordelen. Er is in feite
een geweldige verstrengeling van karmische draden uit vervlogen eeuwen:
er is wereldkarma, karma voor elk ras, voor elk volk, familiekarma en
ook individueel karma – en deze werken alle samen in een verbazingwekkend
ingewikkeld patroon.
De menselijke natuur verandert langzaam, en we zijn allen geneigd te
denken dat, als de ander zich maar beter gedroeg, we geen problemen
meer zouden hebben. Maar de verlossing van de mensheid van haar vele
plagen kan niet worden overgelaten aan enkelen die sleutelposities innemen,
want de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij ieder van ons. Hoe meer
mensen er in ieder land zijn die in hun persoonlijk leven zelfstandig
worden, geestelijk zowel als psychisch, en weigeren hun toevlucht te
nemen tot hebzucht en een egocentrisch bestaan, hoe eerder zal de mensheid
nieuwe gebieden van denken betreden. We hoeven niet een wild soort onorthodoxie
te omhelzen die indruist tegen het fundament van de beschaving. Ik spreek
over het zich bevrijden van verstarring en orthodoxie in onze geestelijke
denkprocessen, zodat we het leven en de moeilijkheden ervan vanuit een
hoger gezichtspunt kunnen benaderen. Op deze manier zal het edeler karma
van de mensheid merkbaar worden.
Het is een enorme verantwoordelijkheid die de wereld in deze tijd onder
ogen moet zien, en dit betekent dat ieder mens die tot de mensheid behoort,
ook in zijn eigen innerlijk de uitdaging moedig moet aannemen.