Het individu en de wereld
James A. Long

 

Wij leven in een ijzeren eeuw en bevinden ons op een punt waar de god-essentie in de mens worstelt om uit haar diepste inwikkeling in de stof op te stijgen naar een hoger niveau in de levenshiërarchie. De neiging tot traagheid is groot; nog groter moet de kracht zijn van onze poging om te evolueren en vooruit te gaan. We kunnen dan ook de tendens begrijpen, die men overal waarneemt, om naar een gemakkelijker, of kortere weg te zoeken, of naar een denkbeeldige verlosser die onze natuurlijke verantwoordelijkheden op zich neemt of ons daarvan bevrijdt. Heen en weer geslingerd tussen de drang te groeien en de neiging toe te geven aan traagheid, geven velen zich over aan dadeloosheid of onverschilligheid en zoekt men compromissen als tijdelijke lapmiddelen. Maar hoeveel van deze compromissen geven werkelijk uitkomst?

We moeten inzien dat wat we meemaken niet slechts rimpelingen aan de oppervlakte zijn, veroorzaakt door de winden van het lot, want die vormen slechts de uiterlijke gevolgen van de diepe innerlijke roerselen van de ziel van de mensheid in haar worsteling zich te bevrijden uit haar slavernij. Hoe ingewikkeld de onderlinge relaties tussen rassen en volkeren misschien ook schijnen, de gemeenschappelijke noemer is dit streven naar vrijheid – de vrijheid voor ieder mens om zijn natuurlijke plaats in het leven te vinden, ongehinderd door de algemeen aanvaarde dogma’s uit het verleden, of deze nu van economische, politieke, wetenschappelijke of religieuze aard zijn.

In tijden van wereldcrisis bestaat altijd het gevaar dat de beschaving achteruitgaat en daarom is onze verantwoordelijkheid zo groot. Maar ik ben het er niet mee eens dat de huidige wereldsituatie ontmoedigend is. Volgens mij zijn juist de belemmeringen en moeilijkheden die zo negatief schijnen te zijn, het uiterlijke bewijs voor de werking van een positieve innerlijke kracht. Het is waar dat de spanningen in de wereld niet zijn afgenomen, maar ik heb het gevoel dat de mensheid, juist door die spanningen en niet in weerwil ervan, in haar geheel een enorme kans heeft een grote stap voorwaarts te doen.

Door gebeurtenissen worden mensen overal geschokt en gaan een diepgaand onderzoek instellen naar het collectieve bewustzijn van de maatschappij en de grondslagen waarop dit berust. Men vraagt zich af wat voor zaaisel het was dat de oogst voortbracht die we nu binnenhalen? Welke aspecten van onwetendheid brachten de verkeerde instelling en de zinloze conflicten teweeg die in deze kritieke periode van onze eeuw bestaan? We moeten nieuwe richtlijnen, nieuwe criteria vinden en vaststellen aan de hand waarvan we aan onze toekomst kunnen bouwen – richtlijnen en criteria die verankerd zijn in een meer universeel beeld van de waarheid. Velen erkennen dit en werken op intelligente en energieke wijze in die richting. Als nieuwscommentatoren serieus spreken over de noodzaak van ‘zelfonderzoek’ in de verhoudingen tussen de landen, als ze de nadruk leggen op de ‘grote ethische beginselen van de maatschappij’ als basis voor een verlicht regeringsbeleid, is er geen werkelijke reden voor ontmoediging.

Het is misschien moeilijk voor ons om de dieperliggende oorzaken te achterhalen van de maalstroom van sociale en politieke crises, maar toch moeten we dat proberen, willen we op intelligente wijze bijdragen aan de opbouw van onze beschaving. De meesten van ons houden zich zo bezig met de talrijke wereldproblemen zelf, dat ze het bredere perspectief verliezen dat nodig is om de wezenlijke hervormingen op te merken die zich voltrekken in deze heksenketel van verandering waarin de mensheid zich bevindt.

Als we enigszins afstand nemen van de aardse onrust en van de kritieke geestelijke problemen waarmee we te maken hebben, de ethische problemen waar ieder van ons individueel voor komt te staan niet uitgezonderd, laten we ons dan afvragen: ‘Is dit alles nieuw? Heeft de mens deze groeipijnen al eerder doorgemaakt?’ Deze vragen dwingen ons ons bewustzijn opnieuw om te schakelen zodat we de wijdere horizon kunnen zien die de vele cyclussen omvat in de levensgolf van menselijke zielen, die op onze zeer oude aardbol reïncarneren. We moeten ons wenden tot het verre verleden, tot wat het begin van ons ras moet zijn geweest, toen de mens voor het eerst een denker werd, zich bewust van zijn menszijn. Wat die oorspronkelijke verlichting heeft voortgebracht is nog altijd de eeuwige drijfveer achter al zijn gedachten en daden. Sinds het vuur van zijn denkvermogen werd ontstoken, zijn al zijn aspiraties gericht geweest op het bereiken van zijn uiteindelijke bestemming – de vervulling van het doel waarvoor hij naar deze planeet kwam. Wat is dit doel? Steeds meer gelijk te worden aan de kosmische intelligentie waaraan hij deelheeft, en die een gedeelte van zichzelf offerde opdat de mens voortaan de goddelijke vlam van inspiratie in zich zou dragen.

Dit is inderdaad een machtig panorama, maar wel één dat ons zal helpen achter het wereldgebeuren een schijn van betekenis te vinden. In dit ruimere perspectief kunnen we beter begrijpen hoe de natuur haar menigten levende wezens, en in het bijzonder de mens, traint. Veel volkeren en rassen hebben in de loop van de tijd hun opkomst en verval meegemaakt, en veel andere zullen hetzelfde ervaren voordat we ons waarachtig erfdeel verkrijgen. Op het ogenblik beleven we de alchemie van een zich uitbreidend bewustzijn dat een nieuw tijdperk voor de mensheid inluidt.

Daarom moeten we onze visie heroriënteren, en deze van een plaatselijk tot een wereldniveau verheffen. Het grote ontwaken dat de mensheid in haar geheel doorstroomt, vraagt van ons dat we alle problemen bezien in het licht van karma, want alles wat gebeurt is het resultaat van gedachten of daden die op een of ander moment in het verleden op gang werden gebracht. Met andere woorden, de universele wet van karma omvat de hele reeks acties en reacties die de juiste en natuurlijke gevolgen teweegbrengt van eerder in het leven geroepen oorzaken.

Het is dan ook duidelijk dat al die miljarden menselijke zielen die zich gedurende duizenden en duizenden millennia van jaren op deze aarde telkens weer hebben belichaamd, talloze banden van aantrekking en afstoting moeten hebben gevormd, en een onnoemlijk aantal oorzaken in beweging moeten hebben gezet die zich onder de juiste omstandigheden als gevolgen zullen openbaren. Bovendien waren en zijn we niet alleen volledig verantwoordelijk voor onze eigen gedachten en daden, maar we delen ook in de gevolgen die ons denken en handelen voor anderen hebben gehad.

Maar laten we karma niet beschouwen als een onbarmhartige kringloop van zaaien en oogsten, die geen gelegenheid biedt om aan de tredmolen van vroegere fouten te ontsnappen. Zo is het in het geheel niet, want het leven beweegt zich spiraalsgewijs, nooit in een gesloten kring. Wij allen hebben ongetwijfeld vele honderden levensperioden doorgemaakt. Want hoe kan het blijvende element in ons beter tot wasdom komen dan door de gelegenheid te hebben telkens weer op aarde terug te keren, niet alleen om aan de gevolgen van vroegere daden het hoofd te bieden, maar ook om nieuwe en meer productieve zaden te zaaien voor toekomstige oogsten?

Als we kunnen beseffen welke belofte deze bredere visie inhoudt, voelen we de kracht waarmee de machtige hand van het lot de beschaving op het evolutiepad voorwaarts stuwt. Natuurlijk zullen er perioden zijn waarin we lijden, omdat we door verkeerde gedachten het evenwicht in de natuur telkens weer hebben verstoord. Het is niet moeilijk ons voor te stellen wat een onmetelijke hoeveelheid karma iedere ziel, om niet te spreken van volkeren en rassen, in het verleden heeft teweeggebracht, zodat er onvermijdelijk een voorraad karma is die eens zal moeten uitwerken. Maar karma is noch goed, noch slecht, net zo min als de natuurwetten goed of slecht zijn – ze zijn onpersoonlijk, en werken altijd om als het evenwicht verstoord is, de harmonie te herstellen.

Niemand van ons kan zeggen welk deel van onze niet uitgewerkte karmische reserve in dit of in een ander leven zal worden geoogst. Indien we bijvoorbeeld ver genoeg terug konden zien in de tijd en het verborgen karma van een mens konden waarnemen, is het meer dan waarschijnlijk dat we zaden zouden ontdekken die misschien duizenden jaren geleden zijn gezaaid en die pas nu ontkiemen doordat hij juist in deze periode wordt geboren. De situatie is veel te gecompliceerd om deze vanuit het beperkte standpunt van één leven goed te kunnen beoordelen. Er is in feite een geweldige verstrengeling van karmische draden uit vervlogen eeuwen: er is wereldkarma, karma voor elk ras, voor elk volk, familiekarma en ook individueel karma – en deze werken alle samen in een verbazingwekkend ingewikkeld patroon.

De menselijke natuur verandert langzaam, en we zijn allen geneigd te denken dat, als de ander zich maar beter gedroeg, we geen problemen meer zouden hebben. Maar de verlossing van de mensheid van haar vele plagen kan niet worden overgelaten aan enkelen die sleutelposities innemen, want de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij ieder van ons. Hoe meer mensen er in ieder land zijn die in hun persoonlijk leven zelfstandig worden, geestelijk zowel als psychisch, en weigeren hun toevlucht te nemen tot hebzucht en een egocentrisch bestaan, hoe eerder zal de mensheid nieuwe gebieden van denken betreden. We hoeven niet een wild soort onorthodoxie te omhelzen die indruist tegen het fundament van de beschaving. Ik spreek over het zich bevrijden van verstarring en orthodoxie in onze geestelijke denkprocessen, zodat we het leven en de moeilijkheden ervan vanuit een hoger gezichtspunt kunnen benaderen. Op deze manier zal het edeler karma van de mensheid merkbaar worden.

Het is een enorme verantwoordelijkheid die de wereld in deze tijd onder ogen moet zien, en dit betekent dat ieder mens die tot de mensheid behoort, ook in zijn eigen innerlijk de uitdaging moedig moet aannemen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency