Partij kiezen
Jules van Bergen

 

Het maken van keuzes begint bij de denkende mens, de mens die is begonnen onderscheid te maken. Zo wordt bijvoorbeeld ongeveer de helft van onze lichamelijke functies gestuurd door de natuur, terwijl de andere helft aan ons wordt overgelaten om die te verbeteren of te verzwakken. Of het ons bevalt of niet, de verantwoordelijkheid voor dat deel van ons wezen is aan ons. Ervaring – maar al te vaak bittere ervaring – zal ons leren om samen te werken met de natuur totdat we in alle aspecten van ons leven vrijwillig ervoor kiezen om mee te werken.
     Met het ontwikkelen van onze innerlijke vermogens komen we tot een punt waar we voor het eerst het bestaan van een hogere wet vermoeden; dan komt het moment van erkenning dat zoiets werkelijk bestaat. Dit inzicht levert praktische signalen waarvoor we steeds gevoeliger worden en die ons duidelijk en rechtstreeks zeggen wat het beste is. Het erkennen van deze hogere wet vereist dat we ons moreel zó ontwikkelen dat we onze morele beslissingen kunnen uitvoeren.
     Tenslotte verdwijnt het moeten kiezen tussen ‘goed’ en ‘kwaad’, omdat dit proces wordt vervangen door een beter begrip van de hogere wet en een toenemende vastbeslotenheid om wat vereist is uit te voeren. Nadat we al die gedetailleerde verstandelijke keuzes hebben gemaakt, zonder ooit werkelijk te weten of het de juiste keuzes waren, komt er een punt in onze evolutie waar het de hogere wet is die feitelijk beslist wat we kiezen. De belangrijke keuze – verder te gaan op de oude bekende manier of te vertrouwen op de geestelijke wet – is dan gemaakt.
     Als we eenmaal hebben gekozen voor de hogere wet, worden onze beslissingen niet langer bepaald door het bevredigen van onze persoonlijke behoeften, want we houden ruggespraak met de wet in ons die automatisch de voorkeur geeft aan een universele oplossing in het belang van het geheel. Op deze manier gaat het gewone kiezen geleidelijk over in het weten hoe men de juiste keuze moet maken, en dit lost de paradox op van de gedachte dat onze oplossing van het probleem de juiste is, terwijl we toch aanvoelen dat de andere kant ook gelijk heeft. De twee tegengestelde opvattingen, waarvan we dachten dat ze elkaar uitsloten, worden verenigd als we ons niet langer verbinden met één kant, maar beide erkennen als aspecten van één ding. Dan is het kiezen in onwetendheid overwonnen – en als we dit weten, krijgen we een nieuwe kijk op het leven.

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency