Op zoek naar de menselijke identiteit
I.M. Oderberg

 

The Field of Transformations1 [Het terrein van transformaties] is de titel van een opmerkelijke Engelse vertaling en toelichting van een oude Egyptische heilige tekst, Openbaring van de ziel van Shu, door Bika Reed. Het hoofdthema is het verband tussen bestaan en zin, een verwijzing naar het ontwaken van het menselijke bewustzijn en naar het feit dat ‘de heilige teksten van elke traditie de wijsheid van dit ontwaken voor altijd bewaren’. De schrijver van die tekst legt zijn eigen innerlijke ervaringen vast nadat hij zichzelf voorstelt als ‘Ik ben Shu, de schepper die voortkomt uit mijn eigen zelf’. Dit moet wel verwijzen naar de transmutaties in hemzelf en ook naar de transformaties van het lichaam.

Methethy, Hoofd van de Koninklijke
Boeren van Koning Unas

‘Ik stond in de donkere hal van het Brooklyn Museum, me niet bewust van de tijd, zozeer was ik getroffen door de starende blik van zijn zwarte leerlingen. En toen de suppoost mij vriendelijk naar de deur duwde, kwam een vraag in mij op: In wat voor veld was die man aan het ploegen?’   – Bika Reed

Belangrijke vragen die in ons opkomen zijn: Wie ben ik? Waarom ben ik hier? en Waar hoor ik thuis in het geheel van het leven? De antwoorden kunnen worden gevonden in de spontane erkenning: alle leven is ‘geest’ in actie, dat wil zeggen, bewustzijn2 is eigen aan alles, zowel aan energie als aan substantie. In dit bewustzijn is de drang om te evolueren: om mogelijkheden tot uitdrukking te brengen die innerlijk latent aanwezig zijn en wachten op de juiste omstandigheden om naar buiten te kunnen komen. Daarom komt groei van binnenuit. Het is niet nodig onszelf te hullen in de kleren van vele duizenden jaren geleden om onze voorgangers te kunnen begrijpen (die wijzelf in feite waren in een vroegere gedaante). De talenten waarmee ieder van ons in deze tijd is geboren, zijn een weergave van de vermogens die ons geleidelijk aan zijn ingeprent door vroegere ervaringen en een vroegere periode van ontwikkeling.

De kern van Bika Reeds commentaar laat zien dat ‘het wezen van het menselijke streven is het zoeken naar de zin. We kunnen ons naar believen identificeren met wat zinvol is – de kiem van de hele natuur en het wezen van onsterfelijkheid (in de zin van continuïteit), of we kunnen ons identificeren met het bestaan, de vrucht van de natuur die onderhevig is aan verval.’ De heilige boeken van al het erfgoed dat onze tijd heeft bereikt, herbergen een wijsheidstraditie die bedoeld is om in de ziel een bewustzijn wakker te roepen van de zaden in haarzelf die liggen te wachten om te ontkiemen.

Een goede illustratie is het gnostische materiaal dat sinds het einde van de 18de eeuw is blootgelegd, zoals de teksten die zijn gevonden in de Nag Hammadi Bibliotheek in Egypte in 1945. Ze waren verstopt door vroeg-christelijke gnostici die ze wilden beschermen tegen de vernietiging die werd voorbereid door de overheersende dogmatici. Twee van die werken worden toegeschreven aan Thomas – Het evangelie van Thomas en Het boek van Thomas – die duidelijk betrekking hebben op het opwekken van eigenschappen en inzichten in de menselijke natuur die in het huidige christendom niet te vinden zijn. Dit soort gnostische teksten en ook die in het prachtige werk van G.R.S. Mead, Fragments of a Faith Forgotten [Fragmenten van een vergeten geloof], werpen licht op de sfeer in de eeuwen die voorafgaan aan en volgen op de geboorte van de kerkelijke vorm van het christendom, en onthullen het type leringen die door de gezagdragers werden achtergehouden. De Pistis Sophia, eveneens vertaald door Mead, bevat uitlatingen toegeschreven aan Jezus die gericht zijn tot zijn directe discipelen en die verwijzen naar een oefenprogramma dat overeenkomt met leergangen zoals die in de mysteriescholen van de oudheid werden gegeven. De betrekkelijk weinige documenten van het gnostische christendom die we nu bezitten, bieden een programma om door individuele geestelijke inspanning de meest hoogstaande menselijke eigenschappen te ontwikkelen.

Elke natie van onze voorouders had haar eigen centrum waarin de ‘mysteriën’ werden opgewekt, met als resultaat de ‘epifanie’ of het tevoorschijn brengen van iemands hogere zelf, de meest innerlijke essentie. Er zijn in de opgetekende geschiedenis vele ‘verlossers’ geweest vóór Christus en vele boeddha’s vóór Sakyamuni-Gautama geboren als Siddhartha. Deze vroegere boeddha’s waren mensen die een langdurig proces hadden doorlopen van het ontvouwen van de hogere aspecten van hun innerlijke natuur, en die de belichaming waren geworden van die verlichting. En oude bronnen verwijzen naar inwijdingen in hogere vormen van bewustzijn die resulteerden in een zodanige schittering dat men dit toeschreef aan de incarnatie van een ‘god’.

De mysteriescholen en hun tradities over de hele wereld cultiveerden een vorm van training die bedoeld was om de ingeboren kwaliteiten van de ziel naar buiten te brengen. In India wekten commentaren zoals de Upanishads de innerlijke essentie op van ieder mens die de opleiding en het trainingsprogramma volgde om haar uit haar latente toestand te halen. We zien dezelfde benadering in de Mayatradities rond de stad Teotihuacan, de ‘stad van de goden’. De archeologe Laurette Séjourné zegt in haar belangwekkende studie3 die ze voltooide na een 20-jarig verblijf onder het Nahuatl-sprekende volk dat afstamt van de oude Mexicanen: ‘In plaats van te slaan op een grof, polytheïstisch geloof, roept de term Teotihuacan het idee op van de menselijke goddelijkheid en laat zien dat de stad van de goden de plaats was waar de slang leerde vliegen; d.w.z. waar het individu, door innerlijke groei, de status van een hemels wezen bereikte’ (blz. 86). De oorspronkelijke ‘gevederde slang’ was Quetzalcoatl, de Tolteekse verlosser die onder hen incarneerde om de geestelijke essentie in hen tot geboorte te brengen.

Een ander voorbeeld komt uit de rijke bijdrage van de Griekse cultuur: de ondervinding van de vóór-Socratische filosoof Parmenides uit de 5de eeuw v. Chr. Hij begint zijn lange gedicht Over de Aard van de Dingen met een aanroeping van de ‘godin’, die, naar ik veronderstel, Wijsheid is, beschermvrouw van de mysteriën. Om deze wijsheid te vinden, wordt hij in de zonnewagen gereden door de westelijke poort van de zonsondergang naar de deur van de waarheid. Dit brengt het gedicht direct in verband met de ‘middernachtzon’ van de vroege Dionysiërs en Orfiërs. Het is in de duisternis dat Parmenides de godin Dike, Gerechtigheid, ontmoet, en bij haar blijft totdat ze aanvangt met de zonsopkomst en de wagen toestaat terug te keren naar de regionen van het licht. Het Griekse woord dike betekent meer dan ‘gerechtigheid’ zoals wij dit woord gebruiken, het komt eerder overeen met het Egyptische Maat en het Sanskrietwoord dharma dat zowel orde betekent als de weg, plicht, rechtvaardigheid, waarheid en religie. De sleutel om Parmenides’ bedoeling te ontsluieren ligt in de Griekse opvatting over de natuur die zowel een goddelijke als een stoffelijke component heeft. Voor zover we dat kunnen opmaken uit de fragmenten die we hebben, leidde Parmenides zijn hele stelsel af van de goddelijkheid van physis (de natuur), voor hem de ene werkelijkheid. Dit is zijn ‘wezen’, dat de ruimte vult; en ‘werkelijk denken’ is bepalen wat is, in tegenstelling tot wat niet is.

Men zou talrijke andere verwijzingen kunnen geven die duiden op deze wereldwijde poging om de menselijke essentie op te wekken in stadia van ontwikkeling, zoals de bloem zich ontvouwt uit de knop. Ze komt voort uit de honger die de mensen altijd hebben gevoeld naar het ontdekken van de werkelijkheid, wat Parmenides noemde het Ding dat is, zowel binnen als buiten zichzelf. Dit zoeken naar zin en innerlijke groei leeft heel sterk in onze tijd want, zoals Bika Reed zegt, ‘de zin is de uiteindelijke werkelijkheid van ieder leven. Niemand wenst een zinloos leven te leiden’.

 

Noten

  1. Met als ondertitel: ‘A Quest for the Immortal Essence of Human Awareness’ [Een zoektocht naar de onsterfelijke essentie van het menselijke bewustzijn], Inner Traditions International, Ltd., Rochester, Vermont, 1987.
  2. Wat is bewustzijn? Maar al te vaak wordt dit woord in verband gebracht met zintuiglijk bewustzijn, bijvoorbeeld als we zeggen ‘we zijn ons bewust van iemand of iets in een kamer’. Joseph Campbell keert zich in The Power of Myth [De kracht van de mythe] af van het idee dat bewustzijn is verbonden met het hoofd. Hij benadrukt dat voor hem ‘De hele levende wereld met bewustzijn is bezield’. Wij kunnen daaraan toevoegen: niet alleen de wereld, maar de uitgestrektheid van de eindeloze ruimte, zoals de precisie van de kosmische processen laat zien.
  3. Burning Water: Thought and Religion in Ancient Mexico, 1976.
 
Oude culturen/beschavingen: Egypte
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency