De zoektocht naar waarheid
Sarah Belle Dougherty

 

Mensen hebben er altijd naar gestreefd de werkelijkheid van hen zelf en het heelal te ontdekken. Door de eeuwen heen vinden we pogingen om onze gewone bewustzijnstoestanden te overstijgen en de zichtbare en onzichtbare natuur te begrijpen. De resultaten van dit avontuur van de psyche en de geest worden bewaard in de verschillende intellectuele en spirituele stelsels van de mensheid. De ontdekkingen, die onmogelijk volledig in onze dagelijkse taal tot uitdrukking zijn te brengen, nemen gewoonlijk een symbolische vorm aan, hetzij als mythe, allegorie, gelijkenis, of in getallen.
    Deze tradities hebben rechtstreeks met ons op dit moment te maken. Zoals James Long schrijft (Mens, Vonk der Eeuwigheid, blz. 8):

    Onze diepste hoop berust op het feit dat de waarheid bestaat. Ze is door de eeuwen heen tot ons gekomen als een rivier waarvan de bron in het onbekende ligt. Soms vloeit ze als een krachtige en heldere stroom over het oppervlak van de aarde en verrijkt het innerlijk van de mens. In tijden dat ze geen bedding van ontvankelijke zielen vindt, verdwijnt ze ongemerkt ondergronds en het land dat ze eens vruchtbaar maakte, ligt dan braak. Maar de rivier stroomt altijd voort.
    Hoe is deze ‘wijsheid der eeuwen’ tot ons gekomen? Is dat niet dankzij het leven en de arbeid van de grote leraren uit het verleden – de meester Jezus, Gautama Boeddha, Krishna, Mohammed, Confucius, Lao-Tse, Plato en anderen? Elk van hen stond één doel voor ogen: in het bewustzijn van de mens het besef te doen herleven van zijn goddelijke vermogens, en de geestelijke waarden die besloten liggen in de heilige overleveringen van de oudheid opnieuw te formuleren.

    Hoe kunnen we deze waarheid voor onszelf ontdekken? De Bhagavad-Gita raadt ons aan: ‘Zoek deze wijsheid door te dienen, door volhardend te onderzoeken, door te vragen en door nederigheid; de wijzen die de waarheid zien zullen deze aan u meedelen, en wanneer u die kent, zult u nooit meer worden misleid . . . Er is geen loutering in deze wereld te vergelijken met geestelijke kennis; en hij die volmaakt is in devotie [yoga] merkt na verloop van tijd dat geestelijke kennis spontaan in hem opkomt’ (4:34-35,38). Dit laatste heeft een bijzondere betekenis. Omdat elk van ons rechtstreeks is verbonden met zowel de innerlijke als de uiterlijke bereiken van de kosmos, kunnen we door onze eigen pogingen en in verhouding tot onze steeds groeiende vermogens de werkelijkheid herkennen en ervaren, en we zullen intuïtieve inzichten ontvangen als we ons daarvoor openstellen. Of we helemaal opgaan in één speciale stroom van kennis, een verscheidenheid van benaderingen vergelijken, of eenvoudig naar binnen zien en dat in de praktijk brengen waarvan we ontdekken dat het van grote waarde is, we moeten ‘het leven leven om de leer te kennen’.
    Bij het beschouwen van het uitgestrekte terrein van de wijsheidstraditie van de mensheid kan in dit Speciale Nummer maar op enkele punten worden ingegaan. Elk van onze medewerkers laat ons delen in één aspect van dit onderwerp – dat zoveel facetten heeft – waarin hij of zij in het bijzonder was geïnteresseerd. We hopen dat deze interpretaties samen te denken geven en ook het verlangen opwekken om het geestelijke erfgoed van de mensheid dieper te gaan onderzoeken.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency