Naast de diepzinnige vraagstukken van het leven die gaan over onze
ingewikkelde aard waarvan de wortels tot in de diepste diepten van het
universum reiken, is er ruimte voor de stille kracht van eenvoud. Deze
vriendelijke, ongrijpbare kracht bemoedigt ons in onze stille momenten
en zegt ons te leven in het heden en naar binnen te kijken naar de bron
van ons wezen.
De Nederlandse Koenen definieert eenvoud als ‘ongekunsteldheid,
natuurlijkheid’. Wat wil dit zeggen? Jezelf niet anders voordoen
dan je bent? Maar wie zijn we? Onze natuur heeft verschillende kanten,
en ook dat wat alles samenbrengt in een enkel individu. We zijn allemaal
op zoek naar onszelf terwijl we de verschillende fasen van peuter, kleuter,
puber, volwassene en oudere doorlopen, waarbij we steeds meer over onszelf
en de wereld waarin we leven ontdekken. Deze fasen gaan vaak met lichamelijke
en mentale uitdagingen gepaard waardoor er iets diepers in ons tot geboorte
kan komen, en elke keer dat dit gebeurt zien we de wereld met nieuwe
ogen. De kunst is, lijkt me, om het zuivere, onbevangen, natuurlijke
hart van een kind te bewaren, of opnieuw wakker te roepen, zodat we
flexibel blijven en steeds kunnen leren en groeien, want we zijn nooit
te oud om te leren.
Dus sterven we voortdurend – onze kinderjaren laten we achter
ons, onze oude cellen laten we achter ons en elke keer komt er iets
nieuws voor in de plaats. Er is geen leven zonder dood en geen dood
zonder leven – dit zien we overal om ons heen. Geestelijke groei
is niet iets vaags of eigenaardigs, iets dat eng is of mysterieus; het
hoort tot de normale en natuurlijke ontwikkeling van een mens –
het oplichten van sluier na sluier, het steeds dieper doordringen in
onszelf. Zo is ook reïncarnatie niet iets onlogisch, want worden
we niet elke dag opnieuw geboren?
De grootste obstakels die de natuurlijke ontwikkeling van deze stroom
van leven uit het binnenste van onszelf belemmeren, zijn vastgeroeste
ideeën en dogma’s die we onszelf opleggen. We kunnen anderen
daarvan de schuld geven, maar uiteindelijk laten we zelf bepaalde ideeën
in ons leven toe, we accepteren ze en voeden ze. Een door velen aangenomen
dogma is dat we een stabiel, niet veranderend zelf zijn, dat we precies
weten wie we zijn; en niemand mag die gedachte verstoren. Als we naar
alle fasen kijken die een mens doorloopt, zien we dat er geen reden
is om dit aan te nemen, want we veranderen voortdurend – we zijn
werkelijk een stroom van leven.
Een ander vastomlijnd idee dat leed en pijn in de wereld veroorzaakt
is afgescheidenheid, het idee dat wij fundamenteel verschillen van anderen
in plaats van te zijn verenigd door universele beginselen. Alle grote
leraren hebben gewezen op de Gulden Regel, gebaseerd op de fundamentele
eenheid van het leven, maar hoe moeilijk is het gebleken om ernaar te
leven. We kunnen dit ook niet op een dogmatische manier doen; maar wanneer
we eenmaal de realiteit ontdekken die aan deze Gulden Regel ten grondslag
ligt, zal ons hart zich openen met meer en meer begrip voor onze medemensen
en voor het leven. Door deze regel consequent te volgen, komen we tot
de kern van ons wezen en daar, in alle eenvoud, wordt het juweel gevonden.
Het gewone proces van groei is niet vrij van obstakels en moeilijkheden,
en dit geldt in het bijzonder voor het geestelijke leven. Verruiming
van bewustzijn brengt nieuwe gevaren en verantwoordelijkheden met zich
mee, en ook hier geldt dat we voor een veilige en effectieve groei moeten
gebruikmaken van de toetssteen die we in onszelf hebben, die in sympathie
trilt met een groeiend begrip voor onze medemensen. De bijbel spreekt
bijvoorbeeld over ‘geestelijke boosheid op hoge plaatsen’.
Dit geeft aan dat we op onze hoede moeten zijn om in het geestelijke
deel van ons wezen dat veel grotere vermogens heeft niet in dezelfde
oude fouten te vervallen – en met verstrekkender gevolgen –
als die we in het fysieke en psychische deel maakten.
‘Eenvoud is het kenmerk van het ware’, volgens een oud
gezegde. Terwijl we onszelf van binnen naar buiten ontwikkelen, onthullen
we meer en meer van de innerlijke waarheid. De diverse situaties en
veranderingen in ons dagelijks leven sporen ons voortdurend aan ons
te ontwikkelen, maar het is niet altijd gemakkelijk deze kansen te benutten,
met name omdat veranderingen vaak onaangenaam lijken en we ons ertegen
verzetten. We hebben welwillendheid, vertrouwen en een gezonde humor
nodig, die we ons eigen kunnen maken door meer objectief over de realiteit
en onszelf na te denken.
Wat is de aard van de realiteit en van onszelf? Eén fundamentele
karakteristiek is voortdurende beweging. De natuur wordt onze moeder
genoemd die zo goed mogelijk zorgt voor haar kinderen zodat ze zich
steeds verder zullen ontwikkelen. Diep vanbinnen zijn wij de
natuur, en vanuit het gezichtspunt van ons hogere zelf zijn wij en de
natuur dus één, niet twee. Langzaam leren we door ervaring
en soms door lijden ons hiervan echt bewust te worden. We leren
bijvoorbeeld inzien dat de mentale, emotionele en lichamelijke problemen
die anderen van tijd tot tijd ervaren niet alleen bij hen voorkomen.
Vaak begrijpen we dit pas nadat we zelf daarmee in aanraking zijn gekomen.
Als dan een vriend bij ons komt met soortgelijke problemen, zijn we
in staat om ons één met hem of haar te voelen, want nu
begrijpen we en luisteren we echt.
Er is waarschijnlijk geen ander boekje dat de eenvoud van het leven
duidelijker uiteenzet dan de Tao teh king. De grote wijze Lao-Tse
zegt:
De hemel houdt lang stand, en de aarde blijft.
Wat is het geheim van hun duurzaamheid?
Is het niet omdat ze niet leven voor zichzelf
Dat ze zo lang kunnen bestaan?
Daarom houdt de wijze zich op de achtergrond,
Maar staat aan het hoofd van anderen;
Hij rekent zichzelf niet mee,
Maar blijft veilig en behouden.
Is het niet omdat hij zelfloos is
Dat zijn hoogste zelf wordt verwezenlijkt?
– vers 7
Omdat Lao-Tse altijd vanuit het centrum spreekt, vanuit de eenvoud
waarin de twee polen zijn verenigd, lijken sommige beweringen elkaar
tegen te spreken. Maar de grote les die we eruit kunnen trekken is dat
er altijd minstens twee goede antwoorden of gezichtspunten zijn bij
het oplossen van een vraagstuk. Als we beide kanten van een probleem
kunnen zien, ontdekken we uiteindelijk dat er geen wezenlijk verschil
tussen beide is. We kunnen dan tot de kern van het vraagstuk komen.
Als we praten over eenvoud of het één-zijn, kunnen we
eigenlijk niets uit de weg gaan: het omvat ook onze zwakheden, onze
minder edele verlangens, ideeën en gevoelens. Wat moeten we daarmee
doen? Willen we ze eigenlijk wel een plaats geven in ons idee van één-zijn
en groei? Iedereen heeft wel momenten waarop we het niet kunnen laten
om iets te doen of te zeggen wat we in feite niet willen doen of zeggen.
Hoe kunnen we hier op een verstandige manier mee omgaan? Ik denk dat
eenvoud betekent dat deze delen van ons een functie hebben. Neem bijvoorbeeld
begeerte: we zouden dit aspect van ons wezen net zo moeten behandelen
als elk ander deel – namelijk met vriendelijkheid en begrijpende
liefde, zonder per se alles goed te keuren, zodat we haar kunnen verfijnen
en ontwikkelen, en tot rijpheid laten komen. Maar soms, zoals bij een
kind dat voor de zoveelste keer om aandacht schreeuwt wanneer onze eerdere
pogingen kennelijk weinig hebben uitgehaald, kan het nodig zijn krachtig
op te treden en duidelijke taal te spreken, of het zelfs de rug toe
te keren om aan te geven dat genoeg genoeg is. Deze benadering verschilt
van de gebruikelijke opvatting dat we deze begeerten zijn en
dat het niet uitmaakt als we ze volgen. We moeten ons niet ermee identificeren
maar de verantwoordelijkheid nemen om toe te zien op dit aspect van
onszelf.
Het leven is niet gemakkelijk; we krijgen niet iets zomaar cadeau,
zonder strijd of inspanning. We kunnen misschien een tijdje op prachtige
filosofische wolken drijven, maar dan is daar een vriend, een bedelaar
op straat, de oude man die om de hoek woont, een collega op het werk,
of onze vrouw en kinderen, voor wie we nu gelijk iets moeten doen, want
daar ligt onze taak. De fundamentele ideeën over ons bestaan en
ons doel in het leven hebben een heilzame invloed en schijnen door in
onze gewone, eenvoudige handelingen. Daardoor worden we preciezer in
onze keuzes, allerlei zijwegen kunnen worden vermeden, en zo leren we
de betekenis van concentratie. Concentratie is eenvoud, op één
punt gericht zijn. Bijvoorbeeld, wanneer we met iemand praten, is die
persoon op dat moment alles – geen gedachte aan de regen buiten,
of de film op tv die we wilden zien, of iets anders.
‘Eenvoud siert de mens’ wordt wel gezegd en ‘wie
het kleine niet eert is het grote niet weerd’. Er is tegenwoordig
een overvloed aan materiaal op de markt over ontwikkeling van ons zelf.
Zoals alles wat de mensheid doormaakt lijkt dit twee kanten te hebben.
Om verstandig met de huidige mogelijkheden om te gaan, is het nodig
om onze stappen zorgvuldig en met onderscheidingsvermogen te doen, en
nooit de eenvoud van de dingen uit het oog te verliezen, want staat
de ‘echte wij’ niet altijd centraal? Laten we ervoor kiezen
om die waardevolle vermogens tot ontwikkeling te brengen die zo moeilijk
zijn te verwerven – broederlijkheid, mededogen, ware liefde voor
het leven en alles wat daaraan deelheeft. Eenvoud zegt tot ons: maak
je niet teveel zorgen over wat je doet en hoe je het doet; heb vertrouwen
en doe je best, neem één stap tegelijk, en de rest volgt
op natuurlijke manier vanzelf op deze prachtige reis in de eeuwigheid.