Leren vergeven
G. de Purucker

 

     Vraag: Bij het vergeven van de ene mens door de andere, blijkt het moeilijk ervoor te zorgen dat het geen toegeeflijkheid wordt, of het vergoelijken van het vergrijp of de zwakheid van de ander, of een dekmantel voor onderdanigheid – zoals bijvoorbeeld in het gezinsleven waar een bepaald lid vanuit een plichtsgevoel of gewoonte zich tot in het uiterste laat misbruiken met de gedachte dat dit een onderdeel is van vergevensgezindheid. Het resultaat is dan vaak een verlaagde moraal van alle partijen. Hoe kan dit worden voorkomen?

Maar dit is helemaal geen vergevensgezindheid. Het is slechts zwakheid. U vergeeft iemand niet als u zich door hem laat misbruiken. U wordt dan deelgenoot van dezelfde morele misdaad, en u helpt hem daarbij op het neergaande pad. Dit betekent niet dat u wreed moet zijn door wrok, of dat u moet gaan haten – in het geheel niet. Het betekent slechts: sta niet toe dat er onrecht wordt gedaan aan anderen, noch aan uzelf, en voorkom het, indien nodig, met geweld – geen fysiek geweld, maar het geweld dat de poort van de hemel stormenderhand verovert. Het is het geweld van een liefhebbend hart.
     Liefde is een machtige kracht. Er is geen hart dat zo gevoelloos, zo onvermurwbaar is, dat het niet uiteindelijk bezwijkt voor de invloed van een constante stroom van liefde geleid door een wijze intelligentie. Want liefde komt stilletjes binnen in het hart en het denken en verricht er wonderen. Ik zou liever een duizend dingen verduren dan een ander pijn te doen; maar het zou verkeerd zijn van mij om een ander – stilzwijgend, in stilte, vanuit een verkeerd plichtsgevoel – toe te staan onrecht te begaan als ik het zou kunnen vermijden.
     Vergevensgezindheid is iets anders dan wat de vrager veronderstelt. Laten we zeggen dat u onrecht is aangedaan. Welke van de twee zult u doen: wrok koesteren, haat kweken, de tijd afwachten waarop u met gelijke munt kunt terugbetalen, en daardoor de moeilijkheden en het hartzeer van de wereld verdubbelen; of zult u zeggen, ‘Nee, kom maar bij me. Ikzelf heb hiervoor de weg bereid, want ikzelf heb in het verleden deze pijn veroorzaakt. Ik zal vergeven. Ongelukkig hij die mij kwaad doet! Ik zal het hem vergeven.’
     Het idee dat mij voor de geest staat is ware vergevensgezindheid, maar dat betekent niet dat men toestaat dat uzelf of anderen onrecht wordt aangedaan. Dat moet worden voorkomen, want als u dat toestaat, zijn er twee boosdoeners: de overtreder en uzelf. U wordt dan medeplichtig en samenzweerder in het kwaad. Roep het een halt toe met uw eigen voorbeeld; voorkom het met uw vergevensgezindheid; roep het een halt toe met uw liefde; voorkom het door te weigeren daarbij betrokken te zijn. Stel een voorbeeld!
     Zij die denken dat het voorschrift niet zal werken hebben weinig mensenkennis. Vergeet die 'hoe-word-ik-snel-rijk' gedachte – door te denken dat u een mensenhart van de ene op de andere dag kunt veranderen! Dat is een volkomen verkeerd idee, en het is een uitgemaakte zaak dat als u die gedachte heeft, u zult falen. Mijn idee is te vergeven; lief te hebben. Beide zijn manhaftige inspanningen. Beide zijn stoutmoedig en vereisen een sterk karakter, werkelijk onderscheidingsvermogen en intellectuele kracht.
     Leer lief te hebben – maar niet op een sentimentele manier. Laat uw hart zich openen met het gevoel van uw gemeenschappelijke menszijn, en u zult snel de boodschap begrijpen van alle grote zieners en wijzen van alle eeuwen, zoals die van Jezus, zoals hij het uitdrukte, niet gericht aan een uiterlijke god, maar aan zijn eigen innerlijke geestelijke wezen: Vader – zijn eigen innerlijke zelf – vergeef het hun; zij weten niet wat ze doen!
     De boosdoener weet niet wat hij doet. Hij is blind. Hij is zwak. Zie daarom en wees sterk. Leer het machtige, magische vermogen van de liefde en van een vergevend hart kennen. Het is uw taak en vreugde als mensen om dit te doen. Vergeving is de weigering wrok tegen iemand te hebben, wrevel te voelen, haat te kweken; en vergeving betekent ook het zuiveren van uw eigen hart van deze lage en mensonwaardige impulsen. Wees sterk. Als iemand denkt dat het een gemakkelijke taak is, zet u zich dan eraan – u zult uw handen er vol aan hebben. Maar de beloning ervoor is wonderbaarlijk en gaat menselijke taal te boven; u zult onder andere vrede verkrijgen, en vreugde, en u zult het gevoel hebben van een juiste plichtsvervulling; en tenslotte maar daarom niet minder belangrijk, u wint in onvergelijkelijke mate aan zelfrespect. Uw hart vervult zich met de glorie van almachtige liefde, en daardoor wordt u werkelijk mens!

 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/juni 2000

© 2000 Theosophical University Press Agency