Symbolen hebben iets bijzonders – de manier waarop ze onze aandacht
trekken, herinneringen oproepen, waarheden levend houden en onthullen
zonder dat er een woord wordt gezegd. Feitelijk zijn symbolen een filosofische
stenografie die is ingegrift op kleitabletten, in steen gegraveerd,
op tempelmuren geschilderd en, miljoenen jaren geleden, door wijze en
goddelijke wezens op het bewustzijn van de mensheid afgedrukt. Hierdoor
verzekerden zij ons van leiding: we hoeven ons maar naar binnen te keren
‘waar volledige waarheid verblijft’, om aanwijzingen, oplossingen
voor onze problemen, en inspiratie te vinden. Want, zoals psychiater
Roberto Assagioli opmerkte, ieder symbool brengt ‘een dynamisch-psychologische
lading of voltage’ voort die onze ziel stimuleert.
Wat zijn enkele van deze symbolen? Er zijn meetkundige vormen zoals
cirkels, spiralen, kruisen, driehoeken; en dingen in de natuur zoals
sterren, bomen en bloemen, opvliegende vogels en kronkelende slangen.
Ieder comprimeert op eigen manier waarheden over de wetten en werkingen
van het kosmische en menselijke leven. H.P. Blavatsky vond er zoveel
diepe betekenis in dat ze symbolen gebruikte als de basis voor de ontstaansgeschiedenis
van de kosmos en van de mens die ze aanbood in De Geheime Leer.
In de Proloog daarvan schrijft ze:
Vóór zich ziet de schrijfster een archaïsch handschrift
– een verzameling palmbladeren die door een bepaald onbekend
procédé onaantastbaar zijn gemaakt voor water, vuur
en lucht. Op de eerste bladzijde staat een vlekkeloos witte schijf
tegen een dofzwarte achtergrond. Op de volgende bladzijde dezelfde
schijf, maar met een punt in het midden. De onderzoeker weet dat de
eerste de Kosmos in de eeuwigheid voorstelt, vóór het
opnieuw ontwaken van de nog sluimerende energie, de uitstraling van
het Woord in latere stelsels. De punt in de tot dusver vlekkeloze
schijf . . . geeft de dageraad van de differentiatie aan. Het is de
punt in het wereld-ei . . . de kiem er binnenin die het Heelal zal
worden, het AL, de grenzeloze, periodieke Kosmos. Deze kiem is op
afwisselende tijden slapend en actief. De ene cirkel is de goddelijke
eenheid waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugkeert. Zijn
omtrek . . . geeft de abstracte, altijd onkenbare TEGENWOORDIGHEID
aan, en het vlak waarin de cirkel ligt, correspondeert met de universele
ziel, hoewel deze twee één zijn. Het feit dat alleen
de oppervlakte van de schijf wit is en de achtergrond zwart toont
duidelijk aan dat haar gebied de enige kennis is . . . die de mens
kan bereiken. Dit is het gebied waar de manifestaties van het manvantara
beginnen, want in deze ziel sluimert tijdens pralaya de goddelijke
gedachte, waarin het plan van iedere toekomstige kosmogonie en theogonie
verborgen ligt. – De Geheime Leer,
1:31
Daarna gebruikt ze verscheidene cirkels – een witte schijf, en
cirkels met een stip, een horizontale lijn, een kruis en een swastika
erin – ontvouwt de betekenis ervan en beschrijft in boeiende bijzonderheden
de schepping en evolutie van werelden en mensen.
Soortgelijke ideeën zijn bewaard gebleven en geopenbaard in de
symbolen van veel religieuze, filosofische en wetenschappelijke stelsels,
en in mythen, bouwkundige constructies en heilige riten. De cirkel,
een van de eenvoudigste en diepzinnigste symbolen, treffen we overal
aan: in de vorm van de zon, maan en planeten en van verschillende vruchten;
en door uitbreiding, in onze kring van vrienden, onze activiteiten,
in de cyclussen van de dag, de seizoenen en de eeuwen. Het is geen wonder
dat een cirkel een van de eerste dingen is die een kind tekent als men
het een potlood geeft! Die cirkels hebben vele betekenissen: ze doen
denken aan beheersing, de volheid van de ruimte, een baarmoeder en daarom
de Grote Moeder of de bron van al het zijnde; en vandaar eieren, zoals
het Ei van Brahma, en arken zoals die van de bijbelse Noach en de Yima
van Zarathoestra.
Vanuit een ander gezichtspunt duiden cirkels op eenheid, broederschap,
verbondenheid: er is geen eerste of laatste, geen begrenzing, verschil
of scheiding in een cirkel. Alles heeft deel aan de eenheid ervan, alles
is één met het Geheel. Voor sommige mensen wijst de stip
in de cirkel op het hart-centrum waar vrede, liefde en oplossingen kunnen
worden gevonden. Voor anderen geeft die stip het punt of de doorgang
weer waardoorheen alle levensvormen verschijnen en later in onzichtbaarheid
verdwijnen.
Wetenschappers stellen de zon zinnebeeldig voor door een cirkel met
een punt in het midden en veel religies beschouwen hem als een god of
godin die het goddelijke leven en licht in alle richtingen uitstraalt.
Een vroeg-christelijk gezang geeft dit idee weer:
O gij ware zon
Die schijnt met eeuwig licht!
Beeld van de heilige geest
Vervul ons geheel en al.
In de Noorse mythologie is de zon een godin die iedere nacht in de
duisternis verdwijnt en samen met de rest van haar familie volledig
zal verdwijnen aan het einde van de levenscyclus. In de lange nacht
die volgt zal ze het leven schenken aan een dochter-zon.
In oude tijden namen de mensen in veel landen deel aan heilige dansen
ter ere van de zon en zijn planeten door hun harmonische bewegingen
te imiteren. Misschien geloofden zij dat ze zich op deze manier met
kosmische en zonnekrachten verbonden en daar baat bij vonden. De meest
ontwikkelden onder hen wisten misschien wel dat de zon een geestelijk
wezen is, de ouder of hiërarch van zijn uitgestrekte stelsel. Van
hem stralen de geestelijke, intellectuele en levengevende krachten uit
die onze wereld in evenwicht houden en die op het menselijke niveau
hen inspireren die onze grote leraren en koningen worden. Zonen van
de Zon, dat zijn ze waarlijk!
Door gebruik te maken van een cirkel om de tweevoudigheid in de natuur
uit te beelden
bedachten de Chinezen het yang/yin symbool door de cirkel in tweeën
te verdelen: half zwart, half wit, met een klein cirkeltje van de tegengestelde
kleur in elk segment. Door dit beeld beschrijven ze het evenwicht tussen
de tegendelen – tussen licht/duisternis, geest/stof, activiteit/rust,
geboorte/ dood, gezondheid/ziekte, en ook het feit dat iedere toestand
en levensfase mogelijkheden te bieden heeft. Perioden van duisternis,
neerslachtigheid en pijn houden een belofte in van licht, hoop en gunstige
gelegenheden. Perioden van licht en geluk bevatten schaduwen. Niets
duurt eeuwig voort: het grote levenswiel draait door de eindeloze duur
verder.
Wielen als varianten van de cirkel vinden we over de hele wereld: gebedsmolens,
Raderen van de Wet (dat wil zeggen, de onafwendbare terugkeer van karmische
gevolgen), levensraderen waarop alle wezens vooruitgaan via wisselende
stadia van de duur, mandala’s en medicijnwielen die nog steeds
voor genezing en onderricht worden gebruikt. De oude Etruskische godin
Vortumna, ‘die het wiel van het jaar doet wentelen’, vindt
haar spiegelbeeld in de Romeinse godin Fortuna die toezicht hield op
het verloop van de drie aspecten van karma: verleden, heden en toekomst.
Ook mythen en legenden kunnen symbolen zijn. Barden uit vroegere tijden
die de louterende uitwerking ervan inzagen, vertelden allegorische verhalen
bij een open haard of bij een kampvuur buiten onder de sterren. Zo’n
omlijsting, gecombineerd met het ritme van hun stem en de herhaling
van bepaalde klanken en zinnen, brengen ons aan het dagdromen en roepen
herinneringen wakker die in onze ziel zijn opgeslagen. Ook woorden kunnen
dat doen, die zelf symbolen zijn met veel betekenisniveaus. In veel
talen corresponderen de letters van het alfabet met getallen en hebben
ze astronomische verbanden. Sprekers en schrijvers zijn zich vaak ervan
bewust dat woorden op zaden lijken, gedachten inkapselen die het denkvermogen
heeft vergaard dat erover nadenkt en zodoende verandert en ontwikkelt.
Een geliefd symbool bij de volkeren van Egypte en India is de lotus
die we een belangrijke plaats zien innemen in de kunst, in verhalen,
hymnen en mantra’s. Het Sanskriet Om mani padme hum,
bijvoorbeeld, betekent ‘Om, het juweel in de lotus’. Mani,
het ‘juweel’ verwijst naar de goddelijke vonk die zich in
het hart van ieder levend wezen bevindt en waarvan we inspiratie ontvangen,
onze gevoelens van liefde en het verlangen om verder te groeien. De
lotus verwijst naar de geleidelijke ontvouwing in het gemanifesteerde
leven van ons innerlijke wezen, hetzij op kleine dan wel op grote schaal.
Het verschil tussen de godheid in atoom, mens en kosmos ligt slechts
in de mate van die ontvouwing. Overal is hetzelfde leven, hetzelfde
bewustzijn en heersen dezelfde wetten. De Maitri Upanishad
geeft uitdrukking aan deze gedachte en verklaart:
Welnu, die gouden persoon die in de zon is, die van
zijn gouden verblijfplaats neerkijkt op de aarde, is dezelfde als
Hij die woont in de lotus van het hart [van de mens] . . .
Hij die woont in de lotus van het hart . . . is dezelfde
als het zonnevuur dat aan het firmament verblijft. –
6:1-2
Daarom heeft G. de Purucker eens aan zijn toehoorders verklaard:
Alle geestelijke verlichting komt nu, en zal altijd
tot u komen, van de meester in u. Er bestaat geen andere weg naar
het licht. Alle groei komt van binnenuit; alle verlichting komt van
binnenuit; alle inspiratie, alle inwijding komt van binnenuit.
– Levensvragen, blz. 133
De natuur geeft overal uiting aan dit idee: een brok steenkool wordt
een diamant, een rups een vlinder, een zaad wordt een boom en mensen
worden de innerlijke god.
In veel geschriften zijn bomen krachtige symbolen. In India was het
onder de bodhiboom of boom van wijsheid dat prins Siddhartha werd verlicht
en het Edele Achtvoudige Pad formuleerde waardoor mensen zich van het
lijden door ouderdom, ziekte en dood kunnen bevrijden. De bijbel heeft
zijn levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad. De geschriften
van Zarathoestra vertellen over de boom die uit de zee oprees op de
eerste dag van de schepping en die de zaden van al het leven bevatte
en verspreidde. Zelfs wetenschappers hebben gebruikgemaakt van de boom
om het verband tussen verschillende levensvormen onderling en met hun
oorsprong te symboliseren.
De Hebreeuwse sephirot-levensboom is ook een boom van kennis, omdat
hij de goddelijke scheppingsplannen en het functioneren van het kosmische
en menselijke leven onthult. En zo was het op zijn manier met de parijata-boom
die Krishna in het midden van zijn ‘wonderstad’ plantte,
waarvan de geur het land rondom welriekend maakte en degenen die dichterbij
kwamen in staat stelde zich een vorig bestaan te herinneren. Toen Krishna
echter stierf ‘steeg de boom op naar de hemel’, wat volgens
het Vishnu Purana erop duidt dat esoterische leringen tijdens
het leven van Krishna openlijk werden gegeven, maar toen hij was heengegaan
werden ze slechts vertrouwelijk verstrekt.
En wat te denken van kerstbomen: heeft u zich wel eens afgevraagd waarom
we het heerlijk vinden om in de kersttijd groenblijvende bomen te kopen
en te versieren? Zou het kunnen zijn omdat we voelen dat de kerstboom
de wereldboom voorstelt, met zijn wortels in de gebieden van de geest
en zijn takken in de gebieden van de stof? De versieringen en lichtjes
zijn zinnebeelden, zowel voor de groten die in ons leven geestelijk
licht brengen als voor de zonnen en planeten die verspreid liggen in
de ruimten van de ruimte en waarvan het licht van eeuwige liefde, aandacht
en hoop ons leven bereikt en verrijkt.
Helaas zijn sommige symbolen ontaard. De slang bijvoorbeeld stelde
vroeger de heiligste en wijste mensen voor en de waarheden die ze hadden
verworven.
In
Europa droeg Mercurius/ Hermes, de gevleugelde boodschapper van de goden
en weldoener van de mensheid, een caduceus, een staf waarlangs twee
slangen kronkelen; over de hele wereld hebben artsen die hun leven wijden
aan de genezing van anderen dit symbool aangenomen. Druïden noemden
zichzelf slangen, terwijl in Mexico Quetzal-Coatl, de ‘gevederde
slang’, een zonnegod was. Waarom zouden goden, of elk wezen dat
verder is gevorderd dan wij, worden gesymboliseerd door een slang? Misschien
om aan te geven dat hun kennis de ‘drie werelden’ omvat
– de zintuiglijke, verstandelijke en geestelijke – slangen
doen hieraan denken omdat ze in ondergrondse holten, op land en in water,
en in hoge bomen leven. Omdat ze hun huid afwerpen, wijzen ze op vernieuwing
en transformatie; en door hun kronkelen op terugkerende cyclussen en
de spiraalsgewijs bewegende natuurkrachten die we waarnemen in tornado’s,
in wingerds die langs een stok opklimmen, in de cirkelvormige patronen
van schelpen, bloemen en de grote spiraalnevel. Zelfs de ‘grote
slang’, satan, kunnen we zien als een symbool van die periodieke
verzoekingen en moeilijkheden die onze groei bevorderen en onze ziel
wakker schudden.
Een ander besmet symbool is de swastika (Sanskriet, ‘wel-zijn’)
die door de samenvoeging van de cirkel en het kruis met gebogen armen
een zinnebeeld is voor onophoudelijke, eeuwige beweging en voor hemelse
krachten die ronddraaiend uit de vier hoofdwindstreken van de ruimte
neerdalen om ons leven te beïnvloeden. Dit symbool is in de hele
wereld vanaf de oudste tijden gebruikt en wordt bijvoorbeeld in het
Amerika van vóór Columbus, Mesopotamië en de cultuur
van de Indusvallei gevonden. Het kwam ook vaak voor in de catacomben
als zinnebeeld voor Christus en in het middeleeuwse Europa als voorstelling
van Christus als de steunpilaar. Swastika’s geven aan dat verandering
de wet der wetten is; alles beweegt vooruit naar hogere verworvenheden
en grotere uitdrukkingskracht.
Al
deze symbolen, en vele die we dragen als sieraad en gebruiken als beeldmerk
voor zakelijke ondernemingen, zijn sleutels die, als we ze aandachtig
bekijken, voor ons oog de ‘geheime leer’ van de eeuwen kunnen
openleggen zoals ze dat voor H.P. Blavatsky deden toen zij de symbolen
op dat archaïsche handschrift bestudeerde dat duizenden jaren lang
bewaard was gebleven. Met eenvoudige figuren zoals een cirkel, kruis,
driehoek, en variaties daarvan, bood ze de wereld niet alleen een prachtige
geschiedenis aan van de evolutie van mens en kosmos, maar ook een visioen
van onze tegenwoordige en toekomstige mogelijkheden.