Verzoening en spirituele wedergeboorte
Nancy Coker

 

     [Het Parlement van de Religies van de Wereld 1999 dat van 1-8 december in Kaapstad, Zuid-Afrika, werd gehouden, werd bijgewoond door meer dan 7000 mensen uit de hele wereld om van gedachten te wisselen en hun verschillende religieuze gezichtspunten te delen. Tegelijkertijd streefden ze ernaar kritieke wereldvraagstukken te doorgronden en morele en ethische oplossingen te vinden. Het volgende is een verkorte weergave van een lezing die tijdens het Parlement werd gegeven. – Red.]


Als kinderen van het goddelijke zijn we allemaal de poortwachter en de weg tot de wedergeboorte van de ziel, die van onszelf en die van de wereld. Van innerlijke tot uiterlijke transformatie zijn de grenzen van onze grootsheid grotendeels door onszelf opgelegd, gedeeltelijk omdat we vasthouden aan oude conflicten en zelden bereid zijn onze kostbare verzameling halve waarheden en onze meest geliefde overtuigingen op te geven. Om een barmhartiger toekomst tot stand te brengen zijn vergevensgezindheid en verzoening nodig als werkzame ingrediënten om de natuurlijke vredestichter in ons hart te helpen tot leven te komen.
     De gedachte achter verzoening is om mensen tot elkaar te brengen, het eens te worden of iets recht te zetten. In de Verenigde Staten wordt echtscheiding vaak toegekend op grond van ‘onverenigbare verschillen’ van de echtelieden, een uitdrukking die ons eraan herinnert wat gebeurt wanneer er geen overeenstemming is: we worden gescheiden van elkaar, van verstandig overleg, van onszelf. Om aan conflicten in het dagelijks leven een einde te maken zoeken we meestal naar een oplossing, maar in het spirituele leven zoeken we ook naar ontbinding: het opheffen van innerlijke grenzen teneinde het persoonlijke zelf in het grotere, spirituele zelf te laten opgaan. Dit doet me denken aan de alchemistische formule ‘oplossen en stollen’, smelten en opnieuw vormen, uiteengaan en weer bij elkaar komen. De geest van verzoening, en van dit Parlement, moedigt ons op dezelfde manier aan – onze gehechtheid aan het hedendaagse denken los te laten zodat ruimere zienswijzen vorm kunnen krijgen.
     Uiterlijke conflicten zijn vaak spiegels en manifestaties van innerlijke, en daarom werkt het veelal niet om de uiterlijke problemen aan te pakken. Dit geldt ook voor redetwisten, daar dit òf appelleert aan het verwarde denken van een sentimenteel hart òf aan rechtlijnige logica, en rationaliseren overtuigt niemand voldoende. Zoals één leraar het zei: ‘overtuiging moet komen van het innerlijke bewustzijn dat een waarheid absorbeert’. Verzoening begint vanbinnen, meestal voortgekomen uit een nieuwe visie, en verspreidt zich dan naar buiten.
     Terwijl ieder van ons van vrede droomt, hebben we waarschijnlijk verschillende beelden van hoe deze eruit zal zien. Sommige mensen verbeelden zich dat het alleen zal gebeuren na een overwinning (meestal die van henzelf). Sommigen stellen het zich voor als een rustige harmonieuze gebeurtenis zonder onenigheden, terwijl anderen zich een beeld van vrede vormen als een luidruchtiger, dynamischer proces dat elke dag opnieuw betrokkenheid vereist. Als we ons concentreren op onze mentale beelden, richten we ons in feite op de buitenkant van het probleem en komen misschien nooit tot overeenstemming. Waar we het wel over eens kunnen worden, zijn de meer indringende vraagstukken, de principes van respectvolle coëxistentie. Het vaststellen en vervolgens opheffen van de grenzen rondom onze oppervlakkige verschillen teneinde liefdevol samen te komen, lijkt een belangrijke weg naar vrede en ook naar spirituele wedergeboorte.
     Als we praten over spirituele wedergeboorte, beschrijven we het proces van het tot leven laten komen van de christosgeest, de innerlijke vredestichter. En omdat we weten dat niets uit niets ontstaat, is elke geboorte een soort wedergeboorte, een nieuwe uitdrukking van iets dat er eerder was.
     Spirituele verzoening is misschien meer kunst dan wetenschap, en in de theosofie is de basis voor onze kunst of visie dat we leven in een levend, dynamisch universum waarin we allemaal met elkaar en met alles zijn verbonden. Elk denkbaar plekje in de ruimte vormt een leven of een latent leven. Vergelijk de grootte van een appelpit met die van een volwassen appelboom en zeg me, leeft een appelboom niet? Waar komen de takken, bladeren, en vruchten vandaan als zonlicht, rotsen, water en modder allemaal anorganisch of dood zijn? Hoe laten ze het zaadje tot leven komen als ze zelf geen uitdrukking van leven zijn – dat materie, energie en informatie van het ene gebied naar het andere doet bewegen en veranderen, laat verdwijnen en transformeren? En zoals er een voortdurende uitwisseling van krachten is, zo is er ook een voortdurende noodzaak voor het sluiten van vrede; voor het voortdurend verzoenen wat pasgeboren is (of wedergeboren) met wat al aanwezig is. Als we het niet zouden kunnen veranderen zou dat tragisch zijn, want dan zouden moeilijkheden altijd blijven bestaan. Stel je voor dat je altijd moest blijven zoals je nu bent – geen nieuwe ideeën, geen mogelijkheden om te leren of te groeien.
     Ik geloof dat we in een participatie-universum leven, een heelal dat van ons vraagt te letten op de kwaliteit van onze deelname en dat evenzeer reageert op onze gedachten als op onze handelingen. Ik denk dat het universum gehoor geeft aan ons innerlijke doel, onze motieven, evenals wij reageren op de intenties van anderen door de wijze waarop deze worden overgebracht door de toon van hun stem. Dus moeten wij gevoelige idealistische parlementariërs ons altijd weer aanpassen, ons begrip verruimen, teneinde onze liefde met de wereld en anderen niet te verliezen. Al onze tradities leren ons deugdzaam, vriendelijk, eerlijk en menslievend te zijn – maar als we onze eigen idealen niet bereiken, kunnen we dan vrede vinden in ons eigen hart, of vinden we er bitterheid, schuldgevoel en verdriet? Hoe kunnen we meehelpen harmonie in de wereld te brengen als we van streek zijn? Verzoening betekent niet alleen dat je anderen vergeeft, het gaat erom dat we onszelf vergeven, want zolang we niet met onze eigen tekortkomingen kunnen leven, zijn we minder goed in staat vrede te sluiten met anderen. Ik geef een voorbeeld: Als iets ons zicht belemmert, kunnen we een stapje terug doen, en het voorwerp dat eerder iets helemaal bedekte wordt naar verhouding kleiner. Grote filosofische leringen helpen ons een innerlijke stap terug te doen, weg van waar we vastzitten. Hoe verder onze verbeelding reikt, des te kleiner het gebied waar we vastzitten. Stel je voor dat we ver genoeg afstand konden nemen en onze levens konden beschouwen vanuit de positie van onze eeuwige geest-ziel, die onze vorige geboortes en toekomstige wegen ziet? Hoe zou onze huidige positie er vanuit dat gezichtspunt uitzien?
     In plaats van een filosofische stap terug te doen, kijken we soms verlangend terug naar wat in onze verbeelding een gemakkelijker verleden is geweest, de goede oude tijd. Of we wensen garanties. Het vereist moed te trachten zowel inwendig als uitwendig vrede te sluiten, omdat we nooit zeker weten wat de uitkomst zal zijn. Het eerste beginsel van de theosofie is dat diep binnenin ons een goddelijk, eeuwig mysterie huist dat in wezen onkenbaar en onveranderbaar is. Omdat het niet verandert (en alles in het bekende en zichtbare heelal verandert wel), noemen we het werkelijk. Onze filosofie leert ons dat de versie van de werkelijkheid die onze zintuigen ons brengen, vervormd en partieel is. Voor mij betekent dit dat er altijd een mysterie is. Ongeacht hoe zeker we ervan zijn dat we iets begrijpen, is er een mysterie dat in het hart van alles woont en zegt, ‘blijf zoeken, kom en ontdek me’. Het wenkt voortdurend en verdwijnt weer. Elke dag stelt ons voor de vraag hoe we absolute oneindige grenzeloosheid kunnen verenigen met het betrekkelijke inzicht van sterfelijke lichamen die nauw zijn verbonden met de cyclussen van de natuur. Dit is de kern van het bodhisattva-ideaal: de illusie waarnemen, de tijdelijkheid en feitelijke onwerkelijkheid van het lijden duidelijk zien, maar daarin altijd een barmhartige houding aannemen. Zo komen we voortdurend tegenover paradoxen te staan, schijnbare tegenstellingen die begrepen en geïntegreerd dienen te worden.
     Hoe, zouden we ons kunnen afvragen, brengen we het psychische met het spirituele in overeenstemming? De één beveelt zelfonderzoek aan, de ander vergetelheid van het zelf. Beide hebben duidelijk waarde. Ik geloof dat de poort (en de poortwachter) tot ware verzoening in ons hart leeft, maar niet in het romantische, emotionele, sentimentele hart. Er is een andere weg, de weg van het wijze hart dat probeert zonder angst naar beginselen en waarheid te zoeken en niet in de war gebracht wil worden door sentimentaliteit, romantiek, of sensatiezucht. De gevoelskant van onze natuur (die grotendeels emotioneel is) levert ons nuttige informatie op over hoe belangrijk we de wereld op dit moment vinden, en dus willen we de wereld niet negeren of overal buiten laten. We moeten de boodschap ervan laten meetellen bij onze overwegingen, maar we kunnen ons niet erdoor laten overheersen of verwarren.
     Het sentimentele hart raakt bijvoorbeeld overstuur als anderen lijden, misschien zelfs bij het kijken naar het nieuws. Het raakt emotioneel erbij betrokken, vaak verblind door de eigen tranen, en vergroot daardoor het lijden in de wereld – waar er eerst één bedroefd persoon was, zijn er nu twee. Het sentimentele hart gelooft dat liefde, romantische liefde, alles overwint en houdt zich vaak stil, terwijl de wijzen van hart proberen te begrijpen en vervolgens leren met mededogen te handelen. Beide streven ernaar liefdevol te zijn, maar de één streeft vanuit de persoonlijkheid, de ander onpersoonlijk. Het wijze hart weet dat je niet moet denken dat ingewikkelde problemen eenvoudig kunnen worden opgelost en doet altijd moeite om ze in een groter verband te zien. Het sentimentele hart verlangt ernaar om de lege plekken in te vullen, ‘Het enige wat je moet doen is . . . ,’ en reageert vaak opgewekt op ‘bumpersticker’ psychologie. Echte verzoening eist van ons dat we werken aan een hart dat steeds wijzer wordt. Er is liefderijke kennis voor nodig, door kennis gesteunde liefde. We hoeven onze emotionele aard niet te onderwaarderen of ons ervan te ontdoen, maar we moeten proberen ons niet erdoor te laten beperken of verblinden. Als we toezeggingen doen of afspraken maken alleen vanuit het sentimentele hart, merken we dat ze vaak na een of twee dagen hun kracht verliezen – denk maar eens aan de goede voornemens met Nieuwjaar.
     Voor een blijvende verzoening is het nodig eerst het verschil te zien tussen de twee wegen, en vervolgens ons te begeven op het pad van het ruimere inzicht. Ik denk dat spirituele verzoening begint als we van het sentimentele hart, het deel van ons dat in de tijd is geworteld, naar het wijze hart gaan dat in de eeuwigheid is geworteld. Spirituele verzoening gaat over het transformeren van onze zienswijze, zodat we letterlijk een nieuw perspectief kunnen laten ontstaan. Hierbij is het essentieel dat we de tijd nemen om liefdevolle aandacht te kunnen schenken.
     Onlangs las ik over een 14-jarige jongen die verlamd was door schuldgevoel over de dood, negen jaar eerder, van zijn jongere zusje. Zij was twee en hij vijf toen ze samen buiten speelden en een auto haar aanreed waarbij ze omkwam. Niets hielp, professionele hulpverlening niet en de verzekering dat het zijn schuld niet was ook niet. Hij werd nog steeds gekweld door schuldgevoel. Zijn moeder kon het nauwelijks verdragen aan het gebeurde te denken, het veroorzaakte bij haar nog steeds erg veel pijn en toch wist ze dat ze iets moest doen om haar zoon te helpen om zich uit zijn zelfgecreëerde hel te bevrijden. In plaats van gevangen te zitten in haar droefheid, sloeg ze hem gade en dacht erover na en gaf liefdevolle aandacht tot een mogelijke oplossing zich voordeed om het probleem uit de wereld te helpen – liefderijke kennis, door kennis gesteunde liefde.
     Op een dag nam ze hem mee naar een klas van de kleuterschool om de kinderen te observeren. Als antwoord op zijn vragen zei ze alleen dat ze gingen leren over verantwoordelijkheid. Toen moeder en zoon toekeken hoe de kinderen verfden, pret hadden en speelden, werden ze getroffen en verrukt door hun plezier en onschuld. Het was duidelijk hoe onvolwassen en kinderlijk het jonge volkje was, en langzaam daagde het bij de jongeman dat hij ook zo was geweest, want toen zijn zusje stierf was hij precies even oud als deze kinderen van de kleuterschool. Voor het eerst sinds de dood van zijn zusje besefte hij, besefte hij werkelijk, dat haar dood niet zijn schuld was geweest.
     De boeddha leerde dat onwetendheid lijden veroorzaakt. Het leren op symbolische wijze te redeneren en om creatief en metaforisch te denken (buiten het gangbare, zoals deze creatieve moeder deed) helpt ons de vrijheid te geven om op een nieuwe manier naar de wereld te kijken. Het sentimentele hart gelooft dat als we goed doen en juist leven, er geen slechte dingen gebeuren, maar het wijze hart weet dat het anders is: er bestaat geen vaccinatie tegen slechte tijden, want einde en dood maken deel uit van de levenscyclus. Telkens wanneer er een geboorte is, treedt ook de dood binnen; ze zijn net zo onafscheidelijk als geest en stof.
     Hoewel het sentimentele hart wil geloven dat spirituele mensen geen slechte dingen overkomen, zijn karmische consequenties voor zoekers naar de waarheid nog gerichter en vaak intenser. Mabel Collins legde het zo uit: De meeste mensen


lopen aarzelend, onzeker over het doel dat zij beogen; het niveau van hun bestaan is onbepaald; daardoor werkt hun karma op een verwarde manier. Maar als men eenmaal de drempel van kennis heeft bereikt, begint de verwarring te verminderen, en daardoor nemen de karmische gevolgen enorm toe, omdat al die gevolgen op de verschillende gebieden in dezelfde richting werkzaam zijn . . .      – Licht op het Pad, blz. 80-1


     Het sentimentele hart verbeeldt zich dat alle onzichtbare energieën spiritueel zijn, maar het wijzere hart weet dat er vele gradaties van onzichtbare energieën zijn, vele nuances van helende energieën; er zijn er die verdringen, en er zijn er die helpen iets duidelijk te maken. Mensen met een wijs hart proberen hiertussen onderscheid te maken.
     Het sentimentele hart gelooft dat dingen eindigen, terwijl het wijze hart beseft dat de natuur zich eindeloos herhaalt. Psychologen vertellen ons dat wij het emotionele milieu waarmee we zijn opgegroeid trachten te herscheppen; het instinct in het dierenrijk schrijft voorspelbaar herhaald gedrag voor (minnedansen, nestjes bouwen, het grootbrengen van de jongen). Natuurwetten zijn wetten omdat ze onvermijdelijk herhalen – we zien dit in de seizoenen, in de bossen, in ons leven. Heilige geschriften zijn nu net zo levend voor ons als duizenden jaren geleden toen ze voor het eerst werden opgetekend, omdat wij dezelfde processen herhalen. Nalatenschappen en tradities gaan allemaal over voortzetting, herhaling en, als dit bewust gebeurt, wedergeboorte.
     Aangezien de natuur haar vormen en functies in het groot en in het klein eindeloos herhaalt, mogen we de waarde van het bestuderen van spirituele en filosofische beginselen niet onderschatten, want als wij ze begrijpen, kunnen we hetzelfde proces in ons eigen leven herkennen. Ons eigen leven is evenzeer een uitdrukking van onze wil, wijsheid en actie als dat het heelal een uitdrukking is van de goddelijke wil, want wij zijn elk de hiërarch in ons eigen kleine universum.
     We groeien toe naar datgene waarover we nadenken en worden dit tenslotte, en terwijl we groeien, groeit de wereld. Terwijl we evolueren, evolueert de planeet. Laten we proberen ons te omringen met schoonheid en prachtige gedachten, filosofie bestuderen, leren filosofisch te denken – überhaupt leren te denken. Streef ernaar grootse ideeën te onthullen, zodat ze onze levens bezielen, omdat ze de zorgvuldige afweging en liefde in zich dragen van generaties die ons voorgingen.
     Er wordt ons geleerd dat uit onverschilligheid tegenover het lijden een gebrek aan spirituele ontwikkeling blijkt, dus moeten we ons oefenen in vriendelijkheid, menslievendheid, in het zien door de ogen van het wijze hart opdat het voortdurend wijzer mag worden. In de geschiedenis van de aarde zijn onze levens niet meer dan een fractie van een seconde – wat kosten onze vriendelijke gebaren in de huishouding van tijd en ruimte weinig, maar wat is het effect ervan groot.
     Laat ik tot slot nog één verhaal vertellen. Onlangs bezocht ik een bijzondere dame in een rusthuis waar ze pas haar intrek had genomen. Eens was ze vol energie, maar door haar gevorderde leeftijd en ziekte is het zeker dat ze nooit meer naar huis zal gaan. Tijdens vorige bezoeken was ze wat kribbig geweest omdat haar gevraagd was niet zoveel over theosofie te spreken met het overwegend christelijke personeel. Bij deze gelegenheid werd haar gevraagd of ze het miste om over theosofie te kunnen spreken. Ze keek verrast en sprak toen rustig maar nadrukkelijk, ‘Nee. Nee, mijn vrienden de verpleegsters en helpers om me heen spreken er allemaal over, en als ik reageer op wat ze hebben gezegd, herinneren ze zich vaak niet eens dat ze erover hebben gesproken. Dus dan herhaal ik hun opmerking, soms echt een juweeltje, en zij herkennen het en zeggen, ‘O ja, ik heb altijd gedacht dat het zo is.’ En doordat ik hun eigen gedachte hoor en herhaal, worden ze zich bewuster van hun eigen wijsheid.’
     Hoe deze vrouw op haar eigen wijze en toen ze eraan toe was innerlijke vrede verkreeg, is een prachtige illustratie van ware verzoening en spirituele wedergeboorte. Het is goed en juist uitgedrukt dat ‘wat we ook in ons hart bewaren, zijn weg in de wereld zal vinden’.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency