De heilige ruimte
Andrew Rooke

 

Iedereen heeft behoefte aan een plek waar hij zich van de spanningen van het dagelijks leven kan terugtrekken. Veel mensen nemen pauze in hun persoonlijke toevluchtsoord, een studeervertrek of een hoek van de kamer waar ze hun lievelingsboeken om zich heen hebben, een plek waar ze rustig kunnen nadenken en geestelijk kunnen herstellen. Hoeveel temeer is zo’n plek nodig in een ziekenhuis, waar men dagelijks wordt geconfronteerd met schokkende ervaringen, verlies, een toestand opnieuw inschatten, dramatische gebeurtenissen, vreugde, begin en einde. In oktober 2000 begon een groot ziekenhuis in Dandenong, een voorstad van Melbourne, Australië, een uniek experiment met zo’n toevluchtsoord dat men ‘De Heilige Ruimte’ noemde.
     Zoals de meeste moderne gemeenschappen bestaat Dandenong uit mensen van allerlei etnische en religieuze achtergronden. Het leek niet juist om de gebruikelijke kapel in het ziekenhuis te wijden aan maar één wijze van religieuze expressie. In overleg met vertegenwoordigers van alle grote religies in het gebied werd een nieuw oord van troost, gebed en genezing ontworpen, een plaats waar mensen van alle geloofsrichtingen – christenen, moslims, boeddhisten, hindoes, sikhs, baha’i, joden en degenen die geen uiterlijke geloofsvorm belijden – zich welkom zouden kunnen voelen en vrede, stilte en helende troost vinden.
     In de gang buiten deze vredevolle plek flitsen voedselkarretjes en patiënten op weg naar de operatiekamer voorbij; doktoren, verplegers en bezorgde familieleden haasten zich terwijl ze hun respectieve plichten vervullen. Binnenin de Heilige Ruimte wordt men begroet door een uitstalling van de heilige boeken van zeven grote wereldreligies. Op de achtergrond hoort men het rustige kabbelen van een fontein, terwijl men gedompeld is in gedempt licht, want licht en water zijn algemene symbolen voor genezing en leven die alle volkeren gemeen hebben. Er zijn gelijkwaardige altaren voor alle grote religies en er is een aparte kamer voor treurende families en voor hen die ruimte nodig hebben om op hun eigen manier innerlijk toevlucht te zoeken. De kamers van deze speciale ruimte zijn geschilderd in de kleuren die de heilige plaatsen in de natuur van de Australische inheemse volkeren vertegenwoordigen. De rijke okerkleurige en donkerbruine wanden vertegenwoordigen de bodem en de rotsen van het Australische binnenland, het grijsgroene plafond de kroonlaag van de eucalyptusbossen.
     De beheerder spreekt met rustige stem over broederschap, hetzelfde respect voor alle geestelijke wegen en het bieden van troost aan ieder ongeacht hun religieuze achtergrond. Terwijl ze aan het spreken was, dacht ik aan al die dappere individuen die door de eeuwen heen offers hebben gebracht om zulke ideeën algemeen ingang te doen vinden. Het resultaat van zulke verworvenheden als de Heilige Ruimte geeft aan dat zich langzamerhand een nieuwe manier van denken vestigt, een nieuw ‘continent van gedachten’, dat veel goeds voorspelt voor een meer broederlijke toekomst.
     Dandenong is gebouwd op het land van het Bunurongvolk, maar wordt nu beheerd door het Wurrunjerivolk. Bij de entree van de Heilige Ruimte is een prachtige schildering aangebracht, Het grote land van Banjil, van de plaatselijke aboriginal-kunstenaar Beryl Wilson, gebaseerd op de traditionele symboliek van het volk van de Kulin-natie. Daarbij staat het volgende verhaal1 door Janet Turpie-Johnston:


     In de tijd toen alles begon . . . . . . . . . .
     was er het land van Banjil, de grote wigstaartarend, waar de voorouders in vrede en harmonie leefden met het land en alles wat de scheppers hadden geschapen.
     Dit was een volk met een warme huid en donkere ogen. Zij leefden in het voetspoor van de geest en schepper, en zij bouwden hun kampvuren op de plaatsen waar de mensen van de geest vroeger hadden gezongen en gedanst.
     In deze tijd van de voorouders drong er een volk binnen waarvan de handen een zwaar stempel op het land achterlieten. De harmonie van de voorouders stierf een harde dood. Er heerste grote beroering en angst. De mensen met de bruine ogen en de bruine huid werden ziek, en hun geesten trokken zich terug van het land.
     De grote regenboogslang ontwaakte uit haar sluimering in het land. Zij draaide rondom de kinderen en nam hen tussen haar lussen. Daar houdt zij hen vast en daar beschermt ze hen. Toen kwam Banjil de grote wigstaartarend naar beneden vanuit zijn plaats in de hemel.
     Banjil, hij die vliegt vanuit de uithoeken van de aarde,
                              vanuit de uithoeken van de wateren,
                              vanuit de uithoeken van de bergen,
en in zijn vleugels zijn zij gevangen die verloren en gekwetst zijn.
     Banjil zweeft nu met hen. Hij neemt hen mee naar de plaatsen waar zijn geest nog steeds met hen zingt en danst.
     Het dromen komt weer terug en weeft zijn verhaal in het leven van ieder van ons.

 

Verwijzing:

  1. © 2000 Janet Turpie-Johnston.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency