Vroeger gaf de plattelandsbevolking in Europa, die meer in harmonie
met de natuur leefde dan tegenwoordig, door feest en dans uitdrukking
aan de seizoensstemmingen van de ‘Grote Moeder’. Veel van
deze natuurfeesten zijn allang vergeten. Zij die zijn gehandhaafd –
Kerstmis en Pasen – zijn door de Kerk overgenomen en hebben het
christendom eeuwenlang verlicht. Twee andere feestdagen, de dag van
de arbeid (1 mei) en Halloween (de avond voor Allerheiligen) worden
voornamelijk herinnerd als gelegenheden voor plezier en voor kinderen
om kattenkwaad uit te halen. Deze twee feestdagen zijn meer aan elkaar
verwant dan gewoonlijk wordt aangenomen, want hun traditionele viering
komt tot ons uit een tijd dat mensen het jaar in twee helften verdeelden,
zomer en winter. Volgens dit gebruik was 1 mei de eerste dag van de
zomer en Halloween het begin van de winter.
Deze indeling van het jaar in twee delen is niet in strijd met ons
stelsel van vier seizoenen dat is gebaseerd op de equinoxen en solstitia,
maar geeft bepaalde fasen van de jaarlijkse cyclus in een meer begrijpelijke
vorm aan. We kunnen op dezelfde manier de dag indelen in een periode
van daglicht en een periode van duisternis, en de juiste ceremoniën
verrichten tijdens zonsopkomst en zonsondergang.
In de tijd van Homerus verdeelden de Grieken op dezelfde manier de
maanmaand in een periode waarin de maan toenam en een waarin ze afnam.
De Chinezen waren gewend om twaalf daguren te tellen van zonsopkomst
tot zonsondergang, en twaalf nachturen tot de volgende zonsopgang, ongeacht
de duur van het daglicht die in de loop van het jaar verandert.
De festiviteiten van 1 mei en Halloween waren in veel opzichten vergelijkbaar
met de Griekse Eleusinische mysteriedrama’s over de lente- en
herfstequinox, waarin de ontvoering van Persephone naar de onderwereld
en haar terugkeer worden uitgebeeld. Net als de Keltische 1 mei-god,
Beltane, was Persephone zowel gever als nemer van leven, zoals dat algemeen
werd begrepen, en vertegenwoordigde ze de komst van plantengroei in
de lente en het vertrek ervan in de herfst. In diepere zin werd vroeger
de belichaming in fysieke vorm gezien als het binnengaan in een gevangenis
en het vertrek als een bevrijding van de ziel op weg naar haar ware
thuis.
In zowel het noorden als het zuiden symboliseerde het begin van de
zomer op 1 mei de toestroom van leven als vele, vele menigten zielen
zich in plantaardige en dierlijke vormen belichamen. Zes maanden later
werd tijdens de Halloween- of oogstfeesten hun vertrek gevierd als een
grote levensgolf naar onzichtbare gebieden.
In het klassieke Griekenland stonden de jonge mensen langgeleden op
de eerste dag van mei (Maia, godin van de groei) vroeg op en gingen
van huis tot huis, terwijl ze het lied van de zwaluw zongen en ontvingen
bij elk huis iets eetbaars als geschenk. Eeuwen later omkransten de
jonge mensen van Rome zich met bloemen en gingen al dansend en zingend
ter ere van Flora, godin van de bloemen, de groene velden in. En in
de herfst, tijdens Halloween, hielden ze hun oogstfeest ter ere van
Pomona, godin van de vruchten. Ver naar het noorden verzamelden grote
menigten zich op 1 mei, en barden met witte baarden verhaalden toen
al oude legenden van hoe op die datum de elfenmenigten van de schone
Tuatha De Danaan ooit afdaalden, verborgen in een magische wolk, om
strijd te leveren tegen de donkere krachten van de Fomorians, en de
zomer naar het land brachten. Tijdens de avond van 1 mei werden er grote
vuren op de heuveltoppen aangestoken en voelde iedereen de betekenis
en innerlijke uitdaging van de gelegenheid.
Alleen als men de geschriften van een oudere tijd onderzoekt, kan de
oorspronkelijke betekenis van vele moderne feesten worden begrepen,
want de bron van volksgebruiken van tegenwoordig ligt diepgeworteld
in die van het verleden. Zonder innerlijk begrip van de plaats van de
mens in de natuur is de uiterlijke ceremonie zinloos.
Halloween, de nacht van 31 oktober, en de volgende dag op 1 november
waren eens heilige en indrukwekkende feesten. Op Halloween werden alle
vuren gedoofd en werden grote vreugdevuren op de heuveltoppen aangestoken,
waaruit hardlopers brandende stukken hout namen en naar nabijgelegen
dorpen brachten om daar de huishaarden opnieuw aan te steken. Men dacht
dat de bewoners van het elfenland zich die nacht onder de mensen begaven
en allerlei streken uithaalden, want van het hele jaar behoorde alleen
deze nacht hun toe. Met de druïdenstemming van deze nacht, de eerbetuiging
aan overledenen, het flikkerende licht op de heuveltoppen, en de halfvoelbare,
halfverbeelde aanwezigheid van sprookjeswezens, moet de gelegenheid
van diepe betekenis zijn geweest voor diegenen die haar begrepen, en
voor iedereen een onvergetelijke ervaring.
Toen de Romeinse veroveraars de noordelijke landen binnendrongen brachten
ze de gebruiken van het oogstfeest van Pomona, godin van de vruchten,
met zich mee. Later voegden andere volkeren wedstrijden, liederen, waarzeggerij
en het uithalen van kattenkwaad eraan toe, zodat de oorspronkelijke
bedoeling van de herfstviering van Halloween nu bijna is vergeten, en
daarmee het begrip van de innerlijke betekenis van de seizoenen van
het jaar.