Boekbespreking

E=mc2: A Biography of the World’s Most Famous Equation (E=mc2: Een biografie van de meest beroemde vergelijking ter wereld) door David Bodanis, Walker & Company, New York, 2000; 337 blz., isbn 0802713521, gebonden.

 

Het jaar 1905 is vaak het ‘wonderbaarlijke jaar’ van Einstein genoemd, toen hij zijn rapport publiceerde over de Brownse beweging in vloeistoffen, zijn relativiteitstheorie en zijn vergelijking E=mc2. Kort samengevat betekent de vergelijking dat energie en massa twee aspecten zijn van hetzelfde onderliggende feit (of liever, gebeurtenis). Deze geschiedenis van de denkbeelden en implicaties van Einsteins vergelijking, gericht op de mensen die daarbij een rol spelen, is voor een breed publiek geschreven en bevat geen wiskunde. Om een begrijpelijke ingang te verschaffen naar Einsteins ontdekking, leidt de auteur dit thema in door elke term van de vergelijking op te pakken en zijn verhaal te verweven met wetenschappelijke denkbeelden en de mensen die deze verder ontwikkelden. Hij verklaart dan verschillende daaruit voortvloeiende gevolgen die een enorme invloed hadden op het leven in de 20ste eeuw, zoals de ontwikkeling van de atoombom, ons huidige begrip van de reacties die in sterren plaatsvinden, en hoe sterren de verschillende chemische elementen doen ontstaan die op aarde en in de hele kosmos worden aangetroffen.
     Tussendoor brengt Bodanis veel opmerkelijke personen ter sprake, sommige namen zijn in elk gezin bekend, andere zijn betrekkelijk onbekend. Neem bijvoorbeeld het inzicht van de hindoe-astrofysicus en Nobelprijswinnaar Subrahmanyan Chandrasekhar, die op negentienjarige leeftijd aan boord was van een schip op weg naar de universiteit van Cambridge in Engeland. Turend naar de nachtelijke hemel, realiseerde hij zich plotseling dat als energie en massa twee aspecten van hetzelfde ding zijn, dat zou betekenen dat wanneer een ster zijn buitenste lagen doorbreekt, de resterende kern zou worden bijeengehouden door een toenemende intensiteit van de aantrekking van de zwaartekracht die ook nabijgelegen substantie naar zich toe zou trekken – kortom, dat deze zou worden wat we tegenwoordig een zwart gat noemen. Het duurde echter vele jaren voordat dit idee door andere natuurkundigen werd bevestigd.
     Deze blik in de geschiedenis van de wetenschap stimuleert de eigen gedachten van de lezers. Zo kreeg ik het idee dat Einsteins vergelijking betrekking heeft op de geboorte, het leven, en de dood van het heelal, hoeveel triljoenen jaren er ook voor nodig zijn om dat proces te doorlopen. En ook dat er in de hele oneindigheid geen absolute ‘geboorte’ of ‘dood’ is, maar in plaats daarvan een eindeloze stroom of opeenvolging van heelallen gevormd uit eindeloos evoluerende samenstellende delen, waarvan elk meer en meer van zijn eigen innerlijke kwaliteiten openbaart.      – I.M. Oderberg

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency