Boekbespreking

In the Dark Places of Wisdom (In de donkere plaatsen van wijsheid) door Peter Kingsley, The Golden Sufi Center, Inverness, CA, 1999; 270 blz., isbn 189035010x, paperback.

 

Traditiegetrouw voert de westerse samenleving de oorsprong van haar intellectuele leven terug tot het oude Griekenland, in het bijzonder tot de Atheense filosofie van de 4de eeuw v.Chr., die de nadruk legde op intellectuele discussie en logische analyse. De ontwikkeling van deze rationele denkrichting wordt vaak voorgesteld als het hoogtepunt van de Griekse denkwijze en haar grootste bijdrage aan de mensheid. Dr. Kingsley betwist deze zienswijze bijvoorbeeld in zijn eerder verschenen Ancient Philosophy, Mystery, and Magic: Empedocles and Pythagorean Tradition (Oxford University Press, 1995), en houdt vol dat de Griekse filosofie diep is geworteld in de mystieke en empirische filosofieën van de pre-socraten, vooral de pythagoreeërs.
     De auteur schrijft in eenvoudige taal en ontsluiert stapsgewijs bewijs over de pre-socratische filosoof Parmenides, waarbij hij zich richt op de openingsregels van zijn filosofisch gedicht en op archeologische ontdekkingen die zo’n veertig jaar geleden in Velia, Italië, zijn gedaan. Dr. Kingsley beweert dat Parmenides niet alleen een diepzinnig filosoof en logicus was, maar ook een mysticus, de tweemaal geboren volgeling van Apollo, god van inwijding, voorspelkunst, wetgeving en de middernachtszon. De auteur volgt het spoor van deze mystieke filosofie in het Middellandse-Zeegebied terug tot Griekse steden in Anatolië (tegenwoordig een deel van Turkije). Zelfs in de 7de en 6de eeuw v.Chr. was dit gebied verre van geïsoleerd: er bestond uitvoerig contact niet alleen met Spanje, Italië, en de rest van Griekenland, maar ook met Perzië, Babylonië, Egypte, India, China, en in Centraal-Azië zelfs met sjamaanse volkeren in Mongolië.
     Dr. Kingsley’s uiteenzetting werpt licht op de eenheid die ten grondslag ligt aan voorspelkunst, genezing, wetgeving en filosofie en de relatie ervan met Apollo. De weg om deze kwaliteiten te ontdekken, meent hij, houdt in dat we waarheid uit de eerste hand leren kennen door andere bewustzijnstoestanden in te gaan. Een belangrijke factor bij deze zoektocht was het bestaan in de oude wereld van een opeenvolging van geestelijke leraren.
     In the Dark Places of Wisdom is niet in de eerste plaats als academisch boek bedoeld, hoewel veel van de toelichtingen ervan in eindnoten zijn opgenomen. De auteur heeft eerder een groter doel in gedachten:

     Het leven van de zintuigen kan ons nooit volledige bevrediging schenken, . . . als we volwassen willen worden, echte mannen en vrouwen, moeten we de dood onder ogen zien voordat we sterven. We moeten ontdekken wat het betekent om in staat te zijn achter de schermen te kijken en te verdwijnen.
     . . . Zelfs in deze moderne tijd, wordt wat halfslachtig wordt beschreven als mystieke waarneming altijd als een randverschijnsel beschouwd. . . . Maar wat ons niet is verteld is dat er aan de basis van de westerse beschaving een geestelijke traditie ligt.
     . . . Kennis over wie die mensen waren, of wat ze leerden, wordt nu niet meer gewaardeerd. Zelfs de sporen van hun bestaan zijn bijna uitgewist. . . .
Het is van belang om nu opnieuw met deze traditie in contact te komen – niet alleen in ons eigen belang maar in het belang van iets groters. . . . En het is niet nodig dat we buiten onszelf zoeken. Het is niet nodig ons te wenden tot een cultuur die verschilt van de wereld waarin we leven. Al wat we daarvoor nodig hebben ligt in ons, diep in onze eigen wortels, en wacht om te worden gewekt. . . .
     En toch moet er voor het contact met die traditie een prijs worden betaald. . . .
     De prijs is wat hij altijd is geweest: onszelf, onze bereidheid om te worden veranderd. Niets minder dan dat is genoeg.
     We kunnen niet slechts afstand nemen en toekijken. We kunnen geen afstand nemen omdat wijzelf het ontbrekende ingrediënt zijn. Zonder onze betrokkenheid zijn woorden alleen woorden. En die traditie bestond niet om tot lering te strekken, of als ontspanning, en zelfs niet om te inspireren. Ze bestond om mensen naar huis te leiden.      – blz. 6-8

     Bij het zoeken naar dit geestelijk thuis neemt filosofie opnieuw haar rechtmatige plaats in als een manier van leven gebaseerd op de liefde voor wijsheid. Ondanks een sterke anti-platonische inslag geeft In the Dark Places of Wisdom een nieuwe interpretatie waaraan veel behoefte is, en toont aan dat de elementen die aan het huidige westerse denken ontbreken, oorspronkelijk aanwezig waren en door ons opnieuw kunnen worden ingevoerd als een wezenlijk onderdeel van onze eigen cultuur. Want de traditie die teruggaat op het oude Griekenland biedt ons niet alleen voedsel voor het denken, maar ook in ruime mate voor de geest.      – Sarah Belle Dougherty

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency