De sleutel tot spirituele vermogens
Leoline L. Wright

 

Een mahatma die ruimte, tijd, geest en materie kan beheersen, is een mogelijkheid juist omdat hij een vervolmaakte mens is. Ieder mens bezit in de kiem alle vermogens die aan deze grote ingewijden worden toegeschreven, met als enige verschil dat we gewoonlijk niet hebben ontwikkeld wat we in de kiem bezitten, terwijl de mahatma de training en ervaring heeft doorgemaakt waardoor de onzichtbare menselijke vermogens in hem tot ontwikkeling zijn gekomen en hij over gaven beschikt die zijn worstelende broeder hier beneden goddelijk toeschijnen.      – W.Q. Judge

Er zijn twee dingen die een rol spelen bij de ontwikkeling van spirituele krachten. Ten eerste moeten we onszelf begrijpen, en dan het universum waarvan we een deel zijn. Ditzelfde geldt voor elke student. Wie onderzoek wil doen in een wetenschappelijk laboratorium moet beginnen met het leren van de theorie en dan de instrumenten leren gebruiken waarmee de experimenten worden uitgevoerd.

Zonder de juiste sleutel zal geen deur zich openen. De kennis van onze eigen constitutie, van onze eigen capaciteiten en vermogens, is de sleutel die de deur zal openen naar de innerlijke werelden van het zijn die binnen, achter en buiten de fysieke wereld liggen. De betekenis van de uitdrukking ‘zelfgeleide evolutie’ ligt hierin besloten. De wereld blijft achter in zijn evolutie, lijden en verwarring overheersen, omdat ons zo lange tijd is geleerd om kracht en spirituele wijsheid buiten onszelf te zoeken.

In ons liggen alle wijsheid en vermogens van het heelal. De drang tot evolutie door zelfexpressie en ervaring komt niet voort uit een blinde fysieke natuur. Hij komt vanuit ons eigen hogere zelf, en alleen in onszelf kunnen we de kennis en kracht vinden om de doeleinden van de evolutie te bereiken. Zonder onze eigen visie, wilskracht, en moed zouden we nooit ergens kunnen komen. Een kind kan worden geholpen en geleid door ouders en leraren, maar alleen het kind zelf kan zich ertoe brengen te lopen, te eten, te studeren, of gebruik te maken van zijn fysieke en mentale vermogens.

Zelfgerichte evolutie legt de wetenschap van zelfkennis in onze eigen handen. In het licht van de zeven basiselementen van onze constitutie geeft ze ons de spirituele wetmatigheden waardoor we deze elementen kunnen begrijpen, beheersen en richten. Alleen wijzelf kunnen deze kennis in ons dagelijks leven toepassen om een hogere en snellere evolutie van onze eigen natuur tot stand te brengen. Daarom zoekt de student niet langer buiten zichzelf naar de kracht om dit te bewerkstelligen, maar hij wordt zijn eigen verlosser, uiteindelijk krachtig genoeg om van hemzelf een god in menselijke vorm te maken. Zei Jezus niet: ‘Grotere dingen dan deze zult u doen’ en ‘het koninkrijk van God ligt binnenin u’ – om zo de weg te wijzen naar de spirituele basis van zelfgeleide evolutie?

Enkele van de hoogste vormen van spirituele vermogens bestaan zelfs nu in ons allen. Er is de scheppende verbeelding, het vermogens om datgene wat we willen, moeten of wensen te doen te visualiseren, en er dan vorm en richting aan te geven. Succesvolle zakenlieden bezitten onvermijdelijk dit vermogen, evenals kunstenaars en wetenschappers. Iedereen bezit dit in zekere mate, en het kan in onszelf worden ontwikkeld. Katherine Tingley schreef:

Gebruik uw verbeelding! U komt in aanraking met een mystieke wet wanneer u zich in uw verbeelding grootse dingen voorstelt, want u opent een deur naar nieuwe vermogens in uzelf. . . . Vorm u een beeld van uw aspiraties. Maak een voorstelling van uw geestelijke idealen, een beeld van het geestelijk leven zoals u weet dat het is, en draag dat beeld met u mee, dag in dag uit. . . . Voor u het weet is het ideaal werkelijkheid geworden, en heeft u uw plaats ingenomen als een schepper in het grote, goddelijke levensplan.      – Theosofie: Het Pad van de Mysticus, blz. 49-50

Een ander groot vermogen dat de meeste mensen bezitten is wilskracht. Zonder een krachtige en actieve wil is de creatieve verbeelding zinloos. Laten we de nadruk leggen op de spirituele wil, want de persoonlijke wil, die vaak wordt gedreven door zelfzuchtige begeerten en kleingeestige belangen, zal ons niet ver brengen. Hij resulteert te vaak in een vorm van pure eigenzinnigheid die anderen kan schaden en die voor de persoon zelf moeilijk karma met zich meebrengt. De persoonlijke wil kan de innerlijke spirituele rijken van de natuur niet dienen, maar moet eerst worden gezuiverd en onpersoonlijk worden gemaakt. Alleen dan wordt hij een spiritueel vermogen, getraind en geactiveerd door onpersoonlijke liefde.

De spirituele essentie in ons hart, de wortel van het bestaan, is dezelfde in elk schepsel. Ze is daarom universeel, gemeenschappelijk voor alle dingen. Via het hoogste aspect van de ziel wordt het kosmische zelf neergetransformeerd naar de individuele denker. Mensen moeten hun geestelijke natuur visualiseren en ernaar aspireren. Totdat ze in hun hart het pulseren en het ademen van de universele geest hebben gevoeld, kunnen ze geen onpersoonlijke liefde begrijpen en in praktijk brengen. Het is bijvoorbeeld betrekkelijk gemakkelijk om onze eigen kinderen lief te hebben en zich ervoor op te offeren, maar veel moeilijker om voor het welzijn en geluk van alle andere mensen te werken. Zo begint onpersoonlijke liefde en wanneer we onze liefde en ons verantwoordelijkheidsgevoel naar de hele wereld hebben uitgebreid, en de persoonlijke wil opofferen aan de spirituele wil, zijn we geleidelijk niet meer in staat om nog enig levend wezen kwaad te doen.

De nadenkende onderzoeker zal toegeven dat zo’n oprecht toegepast denken en handelen een intense, onophoudelijke en moeilijke training van zichzelf vereist, maar de beloning ervan is onschatbaar. We verliezen alle angst voor ons zelf, alle zorgen om ons eigen succes. We verwerven een bredere wijsheid in alle relaties en omstandigheden van het leven, omdat we het universele licht in staat stellen ons denken en ons hart te verlichten. Dit is wat Jezus bedoelde toen hij ons vertelde om eerst het Koninkrijk van God en zijn rechtschapenheid te zoeken en ‘al deze dingen’ zullen dan aan ons worden gegeven.

Misschien kunnen we een beeld vormen dat ons een duidelijker idee geeft van zo’n toestand. Denk aan iemand die zijn leven lang in een smalle ingesloten vallei heeft gewoond, maar wanneer de ouderdom nadert krijgt hij het idee om te gaan zien hoe de wereld er werkelijk uitziet. Hij besluit de bergen te beklimmen die zijn vallei omringen. Na grote inspanningen bereikt hij de bijna ontoegankelijke pieken. Voor het eerst ziet hij de aarde voor zijn blik uitgespreid liggen – zijn vlakten en valleien, rivieren en bossen, zijn grootse steden. Boven strekt zich de onmetelijkheid van het firmament uit waar hij ’s nachts een heel universum van draaiende zonnen en de ver uiteengelegen sterrenbeelden van de melkweg ziet. Het is een schitterende openbaring voor zijn ogen die ervan duizelen en voor zijn geest die nooit verder kon denken dan de nauwe vallei waarin hij zo lang heeft geleefd. Voor het eerst begint hij de aard van de wereld als geheel te begrijpen.

Zo is het ook met de menselijke ziel. Deze huist lange tijd in de duistere en enge begrenzingen van de persoonlijkheid, maar zal zich uiteindelijk door de ontwaakte verbeelding verheffen en richten naar de bergtoppen van het mystieke oosten. Door een beroep te doen op al haar vermogens van kracht en uithoudingsvermogen, zwoegt ze langdurig en gaat de vaak moeizame weg omhoog. Dan kan deze ziel zich tenslotte staande houden op de innerlijke hoogten van haar eigen geestelijke natuur, en ziet en begrijpt hoe anders dit universum is dan de wereld die ze voorheen zag vanuit de duistere, smalle vallei.

Zodoende staat ook de mahatma uiteindelijk aan de top van zijn eigen universum, waar hij zichzelf heeft gebracht door zijn creatieve verbeelding en geestelijke wilskracht te gebruiken. Door zich tenslotte te verbinden met de universele ziel van de natuur, liggen haar vele gebieden – geestelijke, psychische, mystieke, astrale en fysieke – als een open boek vóór hem. De vermogens van de verborgen natuur kan hij nu gebruiken. Door de krachten die hij door deze langzame vooruitgang heeft verworven, kan hij deze vermogens van de verborgen natuur aanwenden om verschijnselen teweeg te brengen die voor de onwetenden op wonderen lijken. Ze zijn in feite slechts een verlicht en onpersoonlijk gericht gebruik van deze krachtige en verborgen energieën van de natuur. Beter nog, nu ziet hij duidelijk de oorzaken van het menselijke lijden en heeft het vermogen om te helpen.

 
Andere artikelen over occultisme, meditatie, yoga, gebed, paranormale vermogens
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 2001

© 2001 Theosophical University Press Agency