Een mahatma die ruimte, tijd, geest en materie kan
beheersen, is een mogelijkheid juist omdat hij een vervolmaakte mens
is. Ieder mens bezit in de kiem alle vermogens die aan deze grote
ingewijden worden toegeschreven, met als enige verschil dat we gewoonlijk
niet hebben ontwikkeld wat we in de kiem bezitten, terwijl de mahatma
de training en ervaring heeft doorgemaakt waardoor de onzichtbare
menselijke vermogens in hem tot ontwikkeling zijn gekomen en hij over
gaven beschikt die zijn worstelende broeder hier beneden goddelijk
toeschijnen. – W.Q. Judge
Er zijn twee dingen die een rol spelen bij de ontwikkeling van spirituele
krachten. Ten eerste moeten we onszelf begrijpen, en dan het universum
waarvan we een deel zijn. Ditzelfde geldt voor elke student. Wie onderzoek
wil doen in een wetenschappelijk laboratorium moet beginnen met het
leren van de theorie en dan de instrumenten leren gebruiken waarmee
de experimenten worden uitgevoerd.
Zonder de juiste sleutel zal geen deur zich openen. De kennis van onze
eigen constitutie, van onze eigen capaciteiten en vermogens, is de sleutel
die de deur zal openen naar de innerlijke werelden van het zijn die
binnen, achter en buiten de fysieke wereld liggen. De betekenis van
de uitdrukking ‘zelfgeleide evolutie’ ligt hierin besloten.
De wereld blijft achter in zijn evolutie, lijden en verwarring overheersen,
omdat ons zo lange tijd is geleerd om kracht en spirituele wijsheid
buiten onszelf te zoeken.
In ons liggen alle wijsheid en vermogens van het heelal. De drang tot
evolutie door zelfexpressie en ervaring komt niet voort uit een blinde
fysieke natuur. Hij komt vanuit ons eigen hogere zelf, en alleen in
onszelf kunnen we de kennis en kracht vinden om de doeleinden van de
evolutie te bereiken. Zonder onze eigen visie, wilskracht, en moed zouden
we nooit ergens kunnen komen. Een kind kan worden geholpen en geleid
door ouders en leraren, maar alleen het kind zelf kan zich ertoe brengen
te lopen, te eten, te studeren, of gebruik te maken van zijn fysieke
en mentale vermogens.
Zelfgerichte evolutie legt de wetenschap van zelfkennis in onze eigen
handen. In het licht van de zeven basiselementen van onze constitutie
geeft ze ons de spirituele wetmatigheden waardoor we deze elementen
kunnen begrijpen, beheersen en richten. Alleen wijzelf kunnen deze kennis
in ons dagelijks leven toepassen om een hogere en snellere evolutie
van onze eigen natuur tot stand te brengen. Daarom zoekt de student
niet langer buiten zichzelf naar de kracht om dit te bewerkstelligen,
maar hij wordt zijn eigen verlosser, uiteindelijk krachtig genoeg om
van hemzelf een god in menselijke vorm te maken. Zei Jezus niet: ‘Grotere
dingen dan deze zult u doen’ en ‘het koninkrijk van God
ligt binnenin u’ – om zo de weg te wijzen naar de spirituele
basis van zelfgeleide evolutie?
Enkele van de hoogste vormen van spirituele vermogens bestaan zelfs
nu in ons allen. Er is de scheppende verbeelding, het vermogens om datgene
wat we willen, moeten of wensen te doen te visualiseren, en er dan vorm
en richting aan te geven. Succesvolle zakenlieden bezitten onvermijdelijk
dit vermogen, evenals kunstenaars en wetenschappers. Iedereen bezit
dit in zekere mate, en het kan in onszelf worden ontwikkeld. Katherine
Tingley schreef:
Gebruik uw verbeelding! U komt in aanraking met een
mystieke wet wanneer u zich in uw verbeelding grootse dingen voorstelt,
want u opent een deur naar nieuwe vermogens in uzelf. . . . Vorm u
een beeld van uw aspiraties. Maak een voorstelling van uw geestelijke
idealen, een beeld van het geestelijk leven zoals u weet dat het is,
en draag dat beeld met u mee, dag in dag uit. . . . Voor u het weet
is het ideaal werkelijkheid geworden, en heeft u uw plaats ingenomen
als een schepper in het grote, goddelijke levensplan.
– Theosofie:
Het Pad van de Mysticus, blz. 49-50
Een ander groot vermogen dat de meeste mensen bezitten is wilskracht.
Zonder een krachtige en actieve wil is de creatieve verbeelding zinloos.
Laten we de nadruk leggen op de spirituele wil, want de persoonlijke
wil, die vaak wordt gedreven door zelfzuchtige begeerten en kleingeestige
belangen, zal ons niet ver brengen. Hij resulteert te vaak in een vorm
van pure eigenzinnigheid die anderen kan schaden en die voor de persoon
zelf moeilijk karma met zich meebrengt. De persoonlijke wil kan de innerlijke
spirituele rijken van de natuur niet dienen, maar moet eerst worden
gezuiverd en onpersoonlijk worden gemaakt. Alleen dan wordt hij een
spiritueel vermogen, getraind en geactiveerd door onpersoonlijke liefde.
De spirituele essentie in ons hart, de wortel van het bestaan, is dezelfde
in elk schepsel. Ze is daarom universeel, gemeenschappelijk voor alle
dingen. Via het hoogste aspect van de ziel wordt het kosmische zelf
neergetransformeerd naar de individuele denker. Mensen moeten hun geestelijke
natuur visualiseren en ernaar aspireren. Totdat ze in hun hart het pulseren
en het ademen van de universele geest hebben gevoeld, kunnen ze geen
onpersoonlijke liefde begrijpen en in praktijk brengen. Het is bijvoorbeeld
betrekkelijk gemakkelijk om onze eigen kinderen lief te hebben en zich
ervoor op te offeren, maar veel moeilijker om voor het welzijn en geluk
van alle andere mensen te werken. Zo begint onpersoonlijke liefde en
wanneer we onze liefde en ons verantwoordelijkheidsgevoel naar de hele
wereld hebben uitgebreid, en de persoonlijke wil opofferen aan de spirituele
wil, zijn we geleidelijk niet meer in staat om nog enig levend wezen
kwaad te doen.
De nadenkende onderzoeker zal toegeven dat zo’n oprecht toegepast
denken en handelen een intense, onophoudelijke en moeilijke training
van zichzelf vereist, maar de beloning ervan is onschatbaar. We verliezen
alle angst voor ons zelf, alle zorgen om ons eigen succes. We verwerven
een bredere wijsheid in alle relaties en omstandigheden van het leven,
omdat we het universele licht in staat stellen ons denken en ons hart
te verlichten. Dit is wat Jezus bedoelde toen hij ons vertelde om eerst
het Koninkrijk van God en zijn rechtschapenheid te zoeken en ‘al
deze dingen’ zullen dan aan ons worden gegeven.
Misschien kunnen we een beeld vormen dat ons een duidelijker idee geeft
van zo’n toestand. Denk aan iemand die zijn leven lang in een
smalle ingesloten vallei heeft gewoond, maar wanneer de ouderdom nadert
krijgt hij het idee om te gaan zien hoe de wereld er werkelijk uitziet.
Hij besluit de bergen te beklimmen die zijn vallei omringen. Na grote
inspanningen bereikt hij de bijna ontoegankelijke pieken. Voor het eerst
ziet hij de aarde voor zijn blik uitgespreid liggen – zijn vlakten
en valleien, rivieren en bossen, zijn grootse steden. Boven strekt zich
de onmetelijkheid van het firmament uit waar hij ’s nachts een
heel universum van draaiende zonnen en de ver uiteengelegen sterrenbeelden
van de melkweg ziet. Het is een schitterende openbaring voor zijn ogen
die ervan duizelen en voor zijn geest die nooit verder kon denken dan
de nauwe vallei waarin hij zo lang heeft geleefd. Voor het eerst begint
hij de aard van de wereld als geheel te begrijpen.
Zo is het ook met de menselijke ziel. Deze huist lange tijd in de duistere
en enge begrenzingen van de persoonlijkheid, maar zal zich uiteindelijk
door de ontwaakte verbeelding verheffen en richten naar de bergtoppen
van het mystieke oosten. Door een beroep te doen op al haar vermogens
van kracht en uithoudingsvermogen, zwoegt ze langdurig en gaat de vaak
moeizame weg omhoog. Dan kan deze ziel zich tenslotte staande houden
op de innerlijke hoogten van haar eigen geestelijke natuur, en ziet
en begrijpt hoe anders dit universum is dan de wereld die ze voorheen
zag vanuit de duistere, smalle vallei.
Zodoende staat ook de mahatma uiteindelijk aan de top van zijn eigen
universum, waar hij zichzelf heeft gebracht door zijn creatieve verbeelding
en geestelijke wilskracht te gebruiken. Door zich tenslotte te verbinden
met de universele ziel van de natuur, liggen haar vele gebieden –
geestelijke, psychische, mystieke, astrale en fysieke – als een
open boek vóór hem. De vermogens van de verborgen natuur
kan hij nu gebruiken. Door de krachten die hij door deze langzame vooruitgang
heeft verworven, kan hij deze vermogens van de verborgen natuur aanwenden
om verschijnselen teweeg te brengen die voor de onwetenden op wonderen
lijken. Ze zijn in feite slechts een verlicht en onpersoonlijk gericht
gebruik van deze krachtige en verborgen energieën van de natuur.
Beter nog, nu ziet hij duidelijk de oorzaken van het menselijke lijden
en heeft het vermogen om te helpen.